Scriptie over invloed van houteigenschappen op brandgedrag van hout winnaar NIPV-VVBA-scriptieprijs 2023
8 juni 2023
Daphne Dechering van Saxion University of Applied Science heeft met een scriptie over de invloed van houteigenschappen op het brandgedrag van hout de NIPV-VVBA-scriptieprijs 2023 gewonnen. “Het is een zeer diepgaand, praktisch en experimenteel onderzoek, met een praktisch toepasbare uitkomst. Het is verbazingwekkend dat dit soort gegevens niet eerder via onderzoek is verkregen. Dit onderzoek vult daarom een gat in de beschikbare kennis en gegevens over de brandveiligheidsproblemen met betrekking tot hout als bouwmateriaal”, aldus de jury.

Om materialen veilig te kunnen gebruiken in constructies zijn veiligheidseisen opgesteld. Deze eisen zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Deze eisen gaan onder andere over het beperken van het ontwikkelen van een brand. Deze eisen worden uitgedrukt in een brandklasse. Van verschillende materialen is de brandklasse bekend, maar het is lastig om de brandklasse van hout te bepalen. Dit komt omdat er veel verschillende houtsoorten zijn die ander brandgedrag vertonen.
In de scriptie is beschreven dat het brandgedrag van hout het best voorspeld blijkt te kunnen worden op basis van twee variabelen: het aanwezige percentage cellulose (een hoofdbestanddeel van de celwanden van planten) en lignine (een natuurlijke organische verbinding in de cellen van hout). Het blijkt lastig te zijn exacte waarden te voorspellen. Er kan echter wel een indicatie van de brandklasse gegeven worden door gebruik te maken van enkele in de scriptie beschreven formules. Meer onderzoek naar het brandgedrag van hout zou kunnen gaan over andere factoren die het brandgedrag kunnen beïnvloeden zoals de zaagrichting en het seizoen dat een boom wordt gekapt. Om meer inzicht te krijgen in de samenstelling van hout en de invloed van de samenstelling op het brandgedrag moet er onderzoek worden uitgevoerd naar de chemische samenstelling van hout.
Innovatieve en spraakmakende master- of bachelorthesis
De scriptieprijs van NIPV en de Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs (VVBA) is op 8 juni voor de elfde keer uitgereikt tijdens het 15e International Congress Fire Safety & Science. De scriptieprijs is ingesteld voor de meest innovatieve, spraakmakende, relevante of fundamentele master- of bachelorthesis over brandveiligheid. Aan de prijs is een bedrag verbonden van € 1.200, te besteden aan een Fire Safety Engineering (FSE) gerelateerd onderwerp, zoals een cursus, studiereis of studieboeken.
Download de scriptie
De winnende scriptie is te downloaden op de website van Fellow FSE.
Leren van extreme weersituaties
2 juni 2023
Op 31 mei verscheen in de reeks ‘Lessen uit crises en mini-crises’ een speciale editie over klimaatverandering en extreem weer. In deze editie gaat de aandacht uit naar extreme weersituaties die zich in de afgelopen tien jaar in Nederland hebben voorgedaan. En waarmee wij in de toekomst, als gevolg van de klimaatverandering, mogelijk vaker te maken zullen krijgen.

Het NIPV brengt elk jaar het boek ‘Lessen uit crises en mini-crises’ uit, maar dit jaar is er een speciale editie: klimaatverandering en extreem weer. Lector Crisisbeheersing Menno van Duin en senior onderzoeker Vina Wijkhuijs kijken in deze speciale editie van de reeks terug op diverse klimaatcrises van de afgelopen jaren.
In de publicatie worden veertien casussen beschouwd, waaronder de valwind bij Leersum (2021), het hoogwater in Limburg (2021) en de duinbrand bij Ouddorp (2022). Centraal staat de vraag wat we uit de casussen kunnen leren. De conclusie van de auteurs is dat een meer eenduidige wijze van evalueren het leren van weersincidenten op een hoger niveau zou kunnen brengen. Dit is nodig omdat extreme weersituaties zich in de toekomst vaker en heviger zullen voordoen. Extreme neerslag, hitte en droogte vergroten de kans op een domino-effect, met grote gevolgen voor de vitale infrastructuur. Nederland zal zich moeten voorbereiden op deze risico’s, omdat de publieke veiligheid en de hulpdiensten vaker onder druk komen te staan. Het NIPV heeft de intentie om – in samenwerking met het KNMI en eventueel andere partijen – de handschoen op te pakken en een dergelijk ‘framework’ te gaan ontwikkelen.
Klimaatsymposium Klimaatverandering en extreem weer
Het eerste exemplaar van de publicatie is op 31 mei overhandigd door algemeen directeur IJle Stelstra van het NIPV aan Rob Sluijter, programmamanager Early Warning Centre KNMI tijdens het klimaatsymposium Klimaatverandering en extreem weer. Hier werden verschillende visies gedeeld over de impact van extreme weersituaties.
IJle Stelstra: “Door te leren van de voorbeelden zoals de valwind bij Leersum en het hoogwater in Limburg, kunnen we de crises van de toekomst beter aan. Het NIPV is altijd nauw betrokken bij het onderzoeken en/of evalueren van dergelijke crises. De kennis die we daar uit ophalen, delen we met partners. Zo ook met het KNMI. Het is helder dat de extreme weercrises waar we nu mee te maken hebben, een direct gevolg zijn van de klimaatverandering. We kunnen de klimaatverandering tegengaan of ten minste beperken door als maatschappij andere keuzes te maken. Politici en bedrijven zullen dat eerder doen als de gevolgen van klimaatverandering goed omschreven staan. Het delen van concrete ervaringen van de impact van extreem weercrises in Nederland maakt het tastbaar en werkt urgentie-verhogend.”
Rob Sluijter vult aan: “Door de oprichting van een Early Warning Centre als front office van het KNMI willen we schade en leed veroorzaakt door toenemende weersextremen zo veel mogelijk voorkomen en beperken. Hiervoor geven we de samenleving en professionele afnemers zo vroeg en gedetailleerd mogelijk de meest adequate, onafhankelijke en betrouwbare informatie over risico’s, de te verwachten gevolgen en mogelijke impact die onder meer samenhangen met weer en klimaatverandering. Hiervoor kijken we niet alleen naar meteorologische gegevens, maar leren we graag uit een zo breed mogelijke evaluatie van eerdere crises. Door met elkaar te evalueren maar vooral ook te investeren in elkaar, willen we handelingsperspectief voor onze partners maximaliseren.”
Download Lessen uit crises en mini-crises: Klimaatverandering en extreem weer
Bestellen
De uitgave Lessen uit crises en mini-crises: Klimaatverandering en extreem weer is ook te bestellen via. o.a. Boom Uitgeverij.
Bekijk ook
Cijfers brandweer 2022 beschikbaar: 22.273 personen in repressieve dienst
31 mei 2023
Eind 2022 telde de Nederlandse brandweer in totaal 22.273 personen in repressieve dienst. Dat is 112 brandweermensen minder dan in 2021. Dat en meer blijkt uit de gegevens over repressief brandweerpersoneel die het NIPV publiceert.

Van het aantal personen in repressieve dienst zijn er 1377 vrouw, 6 procent van het totaal. Dit percentage is gelijk aan dat van 2021. Van de personen in repressieve dienst heeft 81 procent een vrijwillig dienstverband, is 14 procent beroeps en heeft 5 procent een gecombineerde aanstelling. Ook deze percentages komen overeen met die van 2021.
Online dashboard
De kerncijfers over personeel zijn uitgesplitst in type dienstverband, functie, leeftijd en geslacht. Ook over het aantal uitgegeven diploma’s per functie zijn gegevens gepubliceerd. Binnenkort volgen nog updates op het dashboard over het aantal kazernes en PPMO-keuringen.
Het NIPV verzamelt statistische gegevens over veiligheidsregio’s in online dashboards waardoor een landelijk beeld ontstaat. Het doel is om trends en ontwikkelingen op landelijke schaal te monitoren.
Betrouwbaarder beeld
De brandweerkerndata worden sinds 2018 op landelijk niveau gemonitord en vanaf verslagjaar 2021 gepubliceerd in online dashboards. Sinds verslagjaar 2021 is de dataverzameling over brandweerpersoneel op basis van een vragenlijst vervangen door geautomatiseerde gegevensverwerking vanuit regionale databronnen. Hierdoor ontstaat een betrouwbaarder beeld en kunnen de data eerder worden gepubliceerd.
Veiligheidsregio’s en NIPV werken samen aan nieuwe ELO
23 mei 2023
“De huidige elektronische leeromgeving (ELO) is aan vervanging toe. Daarom komt er een nieuwe leeromgeving”, vertelt Michiel van Kruijsbergen, portefeuillehouder ELO in de landelijke vakraad Leren en ontwikkelen en directeur bij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. “De ELO is ons belangrijkste leermiddel en het huidige systeem past niet meer bij de eisen en wensen die we hieraan stellen. De nieuwe leeromgeving gaat het digitaal leren gebruiksvriendelijker en makkelijker maken.”

“Het NIPV heeft in opdracht van en samen met de veiligheidsregio’s een nieuwe leeromgeving en leverancier voor de ELO gevonden”, aldus Van Kruijsbergen. “Nu is het zaak de nieuwe leeromgeving goed in te richten. Zo moeten onder meer alle les- en leerstof en alle gebruikers worden overgezet. Het is een groot project. Alle veiligheidsregio’s, regionale opleidingsinstituten en het NIPV werken hierbij nauw met elkaar samen om een mooie, gebruiksvriendelijke ELO neer te zetten.”
Grote moderniseringsslag van onderwijssystemen
“Naast de nieuwe ELO, werken we momenteel ook aan een nieuw systeem voor de administratie van de examens”, vult Albert Gieling aan, manager van het Centrum voor Opleiding en Vorming Brandweer van het NIPV. “Samen met de veiligheidsregio’s en de regionale opleidingsinstituten maken we hiermee één grote moderniseringsslag in onze onderwijssystemen. De eindgebruikers, zoals studenten, docenten en examinatoren, krijgen de beschikking over twee nieuwe gebruikersvriendelijke systemen:
- die onderling gegevens uitwisselen
- die als één omgeving worden gepresenteerd
- waarin alles te vinden is over opleidingen, studievoortgang en studieresultaten.”
Modern en toekomstbestendig
Gieling: “Voor de ELO gaan we gebruikmaken van Canvas van Drieam en met Educator voor de examenadministratie. Met deze nieuwe systemen dragen we bij aan modern en toekomstbestendig onderwijs voor de brandweerzorg en crisisbeheersing in Nederland. Begin 2024 wordt de nieuwe ELO in gebruik genomen en eind dit jaar het nieuwe examenmanagementsysteem.”
Fire Technology Journal publiceert over resultaten Europees project brandstatistiek
12 mei 2023
Is er een uniforme aanpak mogelijk voor het verzamelen van brandstatistiek in de Europese Unie? Dat heeft het lectoraat Brandveiligheidskunde van NIPV onderzocht binnen het Europees onderzoeksproject EU FireStat. In het Fire Technology Journal zijn twee wetenschappelijke artikelen over het onderzoek gepubliceerd.

NIPV heeft aan het project deelgenomen namens de European Fire Safety Alliance (EuroFSA). Onderzoeker en coauteur Margrethe Kobes vertelt: “In een consortium hebben we samengewerkt met universiteiten en andere partners uit negen verschillende landen. Het doel van het project was om op data gebaseerde beslissingen over brandveiligheid mogelijk te maken. En om de lidstaten van de EU te ondersteunen bij acties en initiatieven rondom brandveiligheid en brandpreventie.”
Uniforme aanpak voor verzamelen van brandstatistiek
“Van het deelproject ‘Data needed for decision making’ was collega Rijk van den Dikkenberg projectleider. Dat project heeft voorstellen opgeleverd voor een uniforme aanpak voor het verzamelen van brandstatistiek in de EU. Hiervoor hebben we onder andere geïnventariseerd welke data door de verschillende instituten al wordt verzameld en welke data nodig is om de brandveiligheid in de EU en de afzonderlijke lidstaten te verbeteren”, aldus Kobes.
NIPV internationaal op de kaart
Lector Brandveiligheidskunde Lieuwe de Witte is trots op de kennis en ervaring die zijn lectoraat heeft ingebracht in dit project: “NIPV was gevraagd om aan het EU-project mee te werken vanwege onze aanpak van het verzamelen en analyseren van fatale woningbranden, die internationaal al langer bekend is en veel lof oogst. Het is mooi dat we onze expertise ook internationaal hebben kunnen inzetten en NIPV internationaal weer op de kaart hebben kunnen zetten.”
Twee wetenschappelijke artikelen
Naast de verschillende projectrapportages die in de afgelopen periode zijn gepubliceerd, zijn onlangs twee wetenschappelijke artikelen over de resultaten verschenen in het Fire Technology Journal.
Lees de artikelen
Meer informatie
Nieuwe symbolenset Plot 2023
5 mei 2023
Op dinsdag 20 juni vindt de volgende LCMS release plaats. Tijdens deze release wordt de symbolenset voor Plot geheel vernieuwd. De nieuwe en gemoderniseerde set wordt in het pdf-document gepresenteerd. Daarin is te zien hoe alle symbolen zijn opgebouwd en waar ze voor fungeren. Bij eventuele vragen kan er contact worden opgenomen met Landelijk Functioneel Beheer.
Let op: De symbolen van de waterschappen blijven ongewijzigd.

Leidraad Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB) is geactualiseerd
3 mei 2023
Het GGB-model is een generieke, flexibel inzetbare werkwijze voor allerlei scenario’s. Het recente treinongeval in Voorschoten was een mooi voorbeeld van hoe de bijstandsverlening plaats kan vinden: enerzijds de extra bijstandseenheden, anderzijds het landelijke Calamiteitenhospitaal voor vergroting van de gewondenopvangcapaciteit.

Vorig jaar is het GGB-model geëvalueerd. Dat heeft geleid tot een aantal bijstellingen, die nu in de Leidraad GGB versie 2.1 verwerkt zijn. Het meest in het oog springende is een vereenvoudiging: de haakarmbakken met aanvullend hulpmateriaal, die op zeven plaatsen stonden opgesteld, bleken minder nodig dan gedacht. Dit onderdeel is daarmee uit het GGB-model gehaald.
Samenwerking tussen verschillende hulpverleningspartners
In de leidraad GGB wordt beschreven hoe landelijk wordt samenwerkt tussen ambulancezorg, GHOR, traumacentra, Rode Kruis en het NIPV om grootschalige geneeskundige bijstand te verlenen. Daarmee is de Leidraad GGB handboek en richtlijn om de werkwijze landelijk eenduidig en uniform te beschrijven en vast te leggen.
De geneeskundige hulpverlening bij incidenten is regionaal geregeld. Als incidenten te groot worden, dan is bijstandsverlening uit andere regio’s noodzakelijk. Zowel het beschikbaar krijgen van voldoende ambulances als het verkrijgen van voldoende capaciteit en de juiste expertise om gewonden in ziekenhuizen op te vangen, gaat de mogelijkheid van een veiligheidsregio al snel te boven.
Om die hulpverlening goed te laten verlopen is een uniforme aanpak nodig. De GGB-werkwijze is daartoe in 2016 ingesteld door het Veiligheidsberaad met instemming van alle partijen. GGB voorziet niet alleen in grootschalige bijstand, maar ook in een werkwijze, waarin een coördinatiestructuur ingesteld wordt, extra ambulancepersoneel zonder eigen ambulance wordt ingezet en noodhulpteams van het Rode Kruis worden ingezet ter vergroting van de hulpverleningscapaciteit.
Het doel is om ernstig gewonde slachtoffers zo snel mogelijk naar ziekenhuizen te vervoeren, en lichtere gewonden passende hulp te bieden.
Evaluatie GGB-model
Het GGB-model is een generieke werkwijze, die flexibel inzetbaar is in allerlei scenario’s.
De werkwijze voorziet erin dat het merendeel van de hulpverleners tijdens een inzet gewoon de bekende eigen hulpverleningstaken kan blijven uitoefenen. Daaroverheen komt dan een coördinatiestructuur die zorgt voor de aansturing van de diverse deelprocessen, die nodig zijn om elkaar in een grootschalige inzet niet voor de voeten te lopen.
Omdat de werkwijze zo nauw mogelijk moet aansluiten op de actualiteit en de werkwijze in de dagelijkse zorg, maar ook een goede toerusting vraagt voor de sleutelfiguren, is het nodig om periodiek naar de hele opzet te kijken. Vorig jaar is GGB geëvalueerd en dat heeft geleid tot een aantal bijstellingen, die nu in de Leidraad GGB versie 2.1 verwerkt zijn. Het meest in het oog springende is daarbij een vereenvoudiging: de haakarmbakken met aanvullend hulpmateriaal, die op 7 plaatsen stonden opgesteld, bleken minder nodig dan gedacht. Dit onderdeel is uit het GGB-model gehaald.
In plaats daarvan voorzien de regio’s nu zelf in het hulpverleningsmateriaal. De rest van de aanpassingen springen minder in het oog. Belangrijk is vooral de conclusie dat GGB als werkwijze wordt voortgezet. Het wordt gezien als een efficiënte en goede manier om overal snel en voldoende extra hulp te kunnen organiseren.
Download de Leidraad Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB) 2.1
Bekijk ook
Jaarrapportage incidenten met alternatief aangedreven voertuigen 2022 gepubliceerd
25 april 2023
In 2022 waren er 306 incidenten met alternatief aangedreven voertuigen waarbij de brandweer aanwezig is geweest. Het gaat om 189 ongevallen en 117 branden.

De tweede jaarrapportage Incidenten met alternatief aangedreven voertuigen (AAV’s) geeft inzicht in het aantal en aard van dit type incidenten in Nederland. Dit is waardevolle data waardoor een bijdrage wordt geleverd aan meer inzicht in de risico’s en het lerend vermogen. Dit met als doel dat hulpdiensten onder alle omstandigheden veilig en effectief kunnen optreden.
De volgende vragen stonden centraal in deze tweede jaarrapportage:
- Hoeveel incidenten met alternatief aangedreven voertuigen hebben er in 2022 plaatsgevonden?
- Wat zijn de kenmerken van de ongevallen met alternatief aangedreven voertuigen in 2022?
- Wat zijn de kenmerken van de branden met alternatief aangedreven voertuigen in 2022?
Opvallendheden
Het aantal incidenten met elektrische voertuigen waarmee boodschappen aan huis bezorgd worden is opvallend. Door uitwisseling van ervaringen over deze incidenten is een werkwijze opgesteld voor een effectievere blussing van deze voertuigen. Ook kan door uitwisseling van praktijkervaringen van brandweercollega’s het protocol voor de inzet van de dompelcontainer verder worden aangescherpt.
Aanleiding rapportage
Hoe kunnen we leren van incidenten wanneer we die alleen maar blussen? Dat was een belangrijke vraag waardoor NIPV en Brandweer Nederland jaren geleden zijn gestart met de oprichting van de discipline Brandonderzoek om vervolgens in 2021 landelijk te starten met fundamenteel onderzoek naar incidenten. Dit onderzoek komt tot stand vanuit de samenwerking tussen NIPV en de brandonderzoekers van Brandweer Nederland.
Lees het rapport en de factsheet
Bekijk ook
Onafhankelijk advies over het interregionaal beleidsteam (IRBT)
24 april 2023
Leg de positie van de voorzitter van het IRBT niet wettelijk vast. Daarvoor pleiten lector Crisisbeheersing Menno van Duin en senior onderzoeker Vina Wijkhuijs.

Uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s kwam een aantal interessante bevindingen naar voren waarover momenteel, in relatie tot het nieuwe wettelijke kader, discussie plaatsvindt. Een van de onderwerpen betreft de vraag hoe het zogenoemde ‘bovenregionale gat’ te dichten. Een optie zou kunnen zijn om het interregionale beleidsteam (IRBT), en daarmee ook de positie van de voorzitter van het IRBT, wettelijk vast te leggen.
Bovenregionale structuur versterken
Lector Crisisbeheersing Menno van Duin en senior onderzoeker Vina Wijkhuijs pleiten voor een andere oplossing. Zij betogen dat het wettelijk vastleggen van het IRBT niet nodig is. “De bovenregionale leemte doet zich namelijk niet zozeer op bestuurlijk niveau, maar vooral op het operationele niveau voor. Het is daarom van belang om de bovenregionale operationele structuur te versterken, door bij bovenregionale crises één operationeel leider aan te wijzen en via bijvoorbeeld het Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk (KCR2), het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC) of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)) de koppeling tussen het regionale en nationale niveau te leggen”, aldus Van Duin en Wijkhuijs.
Lees ook
Voor het eerst zijn de regionale risicoprofielen van alle Nederlandse veiligheidsregio’s kwantitatief met elkaar vergeleken.
Omneja Wessels werkte voorheen als adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Heusden en is eind juli gestart als adviseur openbare orde en veiligheid bij de gemeente Goirle. Vanuit haar dagelijkse praktijk ziet zij hoe belangrijk samenwerking is om crises effectief aan te pakken.
De extreme hittegolf van eind juni 2026 had grote gevolgen voor de samenleving. In het rapport ‘Extreme hitte in Nederland’ brengt het NIPV de impact van de hitteperiode van 18 tot en met 29 juni 2026 in kaart en beschrijft het hoe organisaties hierop hebben gereageerd.
Voor professionals binnen veiligheidsregio of meldkamer is er een uitgebreid onderwijsaanbod om vakbekwaam te worden én te blijven met NL-Alert.
De snelle kennismobilisatie biedt bruikbare inzichten voor de landelijke pilots noodsteunpunten die in 2026 in alle 25 veiligheidsregio’s van start gaan.
De afgelopen periode ontwikkelden 24 collega’s uit verschillende veiligheidsregio’s de vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken. Zij rondden de leergang OvD met succes af.
Veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en het NIPV sloegen de handen ineen voor een gezamenlijk, eenjarig opleidingstraject op maat. Negen deelnemers hebben nu succesvol het traject afgerond en hun diploma ontvangen.
Door een veranderend klimaat komen (grootschalige) natuurbranden steeds vaker voor en de impact van deze branden neemt toe.
Het onderzoek geeft inzicht in de stand van zaken en in mogelijke knelpunten. Ook biedt het handvatten om de multidisciplinaire voorbereiding op en respons bij natuurbranden te versterken.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina80
- Volgende pagina
Invloed van duurzame energiesystemen op brandveiligheid van woningen
20 april 2023
De klimaatverandering, en het daaruit voortvloeiende streven naar een meer duurzaam energiegebruik, heeft een enorme invloed op wijze waarop met energie wordt omgegaan; ook in de woonomgeving.

Het NIPV heeft onderzoek gedaan naar de invloed op de brandveiligheid van verschillende typen installaties in woningen die het mogelijk maken om op een meer duurzame manier met energie om te gaan.
De studie richt zich niet op de bouwkundige brandveiligheid maar op de brandveiligheid van de technische installaties. Daarbij gaat het specifiek om (nieuwe ontwikkelingen in) installaties voor duurzame energievoorziening in woningen. De brandveiligheidsaspecten van duurzamere bouwmethoden en -materialen zijn onderwerp geweest van een eerdere studie.
Particuliere woningbezitters worden steeds vaker energieleverancier
Tot voor enkele jaren werd energie in de vorm van elektriciteit of aardgas opgewekt bij een (beperkt aantal) energiecentrales, om vervolgens via kabels en leidingen naar woningen te worden getransporteerd. Er vindt nu een transitie plaats, waarbij er steeds meer mogelijkheden ontstaan voor particuliere woningbezitters om zelf energie op te wekken, energie op te slaan en energie (terug) te leveren.
Hiervoor ontstaan er steeds meer (technische) mogelijkheden, waardoor er een steeds grotere diversiteit ontstaat aan installaties die in woningen kunnen worden geïnstalleerd.
Doel onderzoek
Deze studie geeft op basis van publiek toegankelijk informatie een overzicht van systemen die nu of in de nabije toekomst een rol kunnen spelen bij een (duurzame) energievoorziening. Ook is gekeken of deze systemen naar verwachting in particuliere woningen kunnen of zullen worden geïnstalleerd. Het doel van het onderzoek was om:
- een beeld te geven van de typen installaties die momenteel of – naar verwachting – in de nabije toekomst toegepast zullen worden voor een duurzame energievoorziening (ook klimaatbeheersing) in (nieuwe) woningen in Nederland
- aan te geven wat de invloed van deze installaties is op de brandveiligheid
- aan te geven hoe brandveiligheidsrisico’s kunnen worden beperkt.
