De Oekraïense vluchtelingencrisis: Eerste ervaringen van veiligheidsregio’s en gemeenten

3 mei 2022

Om inzicht te verkrijgen in de ervaringen die bij de opvang van de Oekraïense vluchtelingen zijn opgedaan, heeft het lectoraat Crisisbeheersing een snelle kennismobilisatie uitgevoerd onder veiligheidsregio’s en gemeenten.

Straatbeeld van vluchtelingen en rijen auto’s

Sinds de inval van Russische troepen in Oekraïne is er een enorme vluchtelingenstroom op gang gekomen. Ook in Nederland arriveerden de afgelopen weken bijna 50.000 vluchtelingen. Om inzicht te verkrijgen in de ervaringen die bij de opvang van de Oekraïense vluchtelingen zijn opgedaan, heeft het lectoraat Crisisbeheersing een snelle kennismobilisatie uitgevoerd onder veiligheidsregio’s en gemeenten.

Het kabinet gaf op 7 maart 2022 aan de voorzitters veiligheidsregio de opdracht om in totaal 50.000 opvang-plekken te creëren. De veiligheidsregio’s gingen met deze opdracht aan de slag. Daarmee zagen vooral de gemeenten zich voor een enorme opgave gesteld. Naast opvangplekken dienden namelijk ook financiële bijstand te worden geregeld en onderwijs en zorg voor de Oekraïense vluchtelingen te worden georganiseerd. (1)

Overeenkomsten en verschillen

Zoals twee jaar geleden voor de bestrijding van de coronacrisis de nationale crisisstructuur werd geactiveerd, zo gebeurde dat ook nu weer om de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in goede banen te leiden. De wijze waarop hierover afstemming tussen het Rijk en decentrale overheden plaatsvindt, vertoont overeenkomsten met de wijze waarop dat tijdens de coronacrisis ging. Naast overeenkomsten zijn er in vergelijking met de coronacrisis ook verschillen te constateren in de bestuurlijke constellatie. Eén van de verschillen is dat bij de bestrijding van infectieziekten de voorzitters veiligheidsregio formeel een rol hebben. Bij de opvang van vluchtelingen is dat niet het geval; die taak ligt primair bij het Rijk en de gemeenten.

Uitgelichte observaties

  1. Het Rijk

Al in de aanloop naar deze vluchtelingencrisis bleek onduidelijkheid te bestaan over het instrumentarium aan bevoegdheden om (nood)opvang voor asielzoekers te realiseren. Ook nu lijkt de uitvoering vast te lopen op het ontbreken van een aanwijzingsbevoegdheid. Gemeenten vinden het de hoogste tijd dat het Rijk duidelijkheid geeft over de wijze waarop de opvang van Oekraïense vluchtelingen (én de huisvesting van statushouders) in de komende periode zal plaatsvinden.
2. Veiligheidsregio’s
De voorzitters veiligheidsregio’s zullen de discussie moeten aangaan voor welke soorten van crises zij aan de lat willen staan. Dat de problemen in Ter Apel (die al jarenlang speelden) nu opeens door de veiligheidsregio’s moeten worden opgelost, lijkt oneigenlijk en het risico bestaat dat het Rijk ook voor andere problemen die nationaal niet worden opgelost de weg van de veiligheidsregio’s gaat bewandelen.
3. Gemeenten
Gemeenten hebben bij de opvang van de Oekraïense vluchtelingen een cruciale rol te vervullen. Daarmee wordt van de gemeentelijke organisatie, die tijdens de coronacrisis al veel werk verzette, opnieuw een grote inspanning gevraagd. Daarnaast is de tijd van vrijblijvendheid nu voorbij; solidariteit is geboden. Hoewel ‘naming en shaming’ niet de oplossing is, kan meer transparantie in wat gemeenten de afgelopen jaren aan opvang van vluchtelingen hebben gedaan, wel duidelijkheid scheppen.

Sluimerende crises werden zichtbaar

Net op het moment dat de coronacrisis ten einde leek, volgde er met de Russische invasie in Oekraïne op 24 februari 2022 een volgende crisis van ongekende omvang. In enkele weken tijd ontstond een grote vluchtelingenstroom en de economische consequenties van de oorlog zijn groot en direct voelbaar. Het is mede daarom bewonderenswaardig te noemen dat zo kort na de coronacrisis, die veel van de samenleving had gevraagd, er zo veel inzet is gepleegd om binnen tien weken zo’n 50.000 vluchtelingen uit Oekraïne op te vangen. Ruim 34.000 vluchtelingen verblijven op dit moment in een gemeentelijke opvanglocatie.

Lees het rapport

U vindt het rapport terug op de pagina Oekraïne.

  1. Voetnoot-1 Op grond van de EU-richtlijnTijdelijke Bescherming (Richtlijn 2001/55/EG), die op 4 maart 2022 door de Raad van de EU van kracht werd verklaard omdat EU-landen eventuele asielverzoeken van Oekraïense vluchtelingen niet op een goede manier zouden kunnen verwerken, genieten Oekraïense vluchtelingen in EU-lidstaten het recht op opvang, medische zorg en onderwijs voor minderjarige kinderen. Ook biedt de regeling het recht om in het land van verblijf te werken.

Lees ook

03-07-2026
Actualisatie bestuurlijke netwerkkaarten geneeskundige hulpverlening algemeen en infectieziekte 

De bestuurlijke netwerkkaarten geneeskundige hulpverlening algemeen en infectieziekte zijn geactualiseerd.

01-07-2026
Whole of society: de herkomst en betekenis van het begrip

Waar komt de term whole of society vandaan en welke invulling wordt eraan gegeven in wetenschappelijke literatuur en beleidsdocumenten?

30-06-2026
Release LCMS 2026 Q3 30.5 – Operationele omgeving

Volg de voortgang van de release op de Operationele omgeving op 7 juli via het liveblog.

30-06-2026
Ontwikkeling landelijke richtlijn nazorg en herstel: de eerste stappen zijn gezet

Hoe krijgen inwoners, organisaties en overheden na een ramp of crisis de juiste ondersteuning? Het NIPV, ARQ en het RIVM ontwikkelen samen een landelijke richtlijn voor nazorg en herstel.

29-06-2026
Samenwerken aan meerlaagsveiligheid als wenkend perspectief voor klimaatveiligheid

Hitte, droogte en overstromingen vragen om een nieuwe manier van samenwerken. Het meerlaagsveiligheidsmodel biedt daarvoor een praktisch perspectief.

26-06-2026
Update Ontwikkelfonds: herverdeling middelen voor Manschap 3.0

Nieuwe inzichten en ontwikkelingen vragen om aanpassing van prioriteiten. In dit geval heeft de vakraad Incidentbestrijding in afstemming met de vakraad Leren & Ontwikkelen besloten om middelen en capaciteit vanuit het Ontwikkelfonds voor dit jaar anders in te zetten.

25-06-2026
Scriptie over gebruik van biobased coatings in houten gevels winnaar NIPV-VVBA-scriptieprijs 2026

Laura Dohmen van de TU Eindhoven heeft met haar masterscriptie over de toepassing van biobased coatings in houten gevels de NIPV-VVBA-scriptieprijs 2026 gewonnen.

25-06-2026
Lessen voor toekomstige natuurbranden in Nederland

Natuurbranden in Nederland vragen om een brede, integrale kennisontwikkeling met ruimte voor het leren van ervaringen en het omgaan met onzekerheden.

24-06-2026
Release LCMS 2026 Q3-30.5 – Oefenomgeving

Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 30 juni via het liveblog.

Leidraad Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB) online beschikbaar

26 april 2022

De leidraad GGB beschrijft het bijstandsmodel, waarin ambulancezorg, mobiele medische teams (MMT’s), Rode Kruis-Noodhulpteams, GHOR en het NIPV samenwerken om tijdens een grootschalig incident op te schalen, bijstand te verlenen en effectief samen te werken.

Ambulance met GGD-medewerker op straat
Ambulance met medewerkers, op straat

De kerngedachte van het model Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB) is een snelle opschaling van medewerkers en materieel om gewonden zo snel mogelijk te vervoeren naar het ziekenhuis. Om dit succesvol te kunnen doen is een landelijke, uniforme werkwijze noodzakelijk. De leidraad GGB helpt hierbij en is nu online beschikbaar: www.ggbleidraad.nl.

De leidraad GGB beschrijft het bijstandsmodel, waarin ambulancezorg, mobiele medische teams (MMT’s), Rode Kruis-Noodhulpteams, GHOR en NIPV samenwerken om tijdens een grootschalig incident op te schalen, bijstand te verlenen en effectief samen te werken. De kerngedachte daarbij is, dat een snelle opschaling van medewerkers en materieel en een effectieve werkwijze helpen om een snelle afvoer van slachtoffers te bewerkstelligen. Het bijstandsmodel beschrijft een landelijk uniforme werkwijze, zodat bijstandsverlening tussen regio’s effectief kan gebeuren. Deze werkwijze is in 2016 ingevoerd en wordt telkens bijgesteld op basis van de ervaringen tijdens een crisis en ontwikkelingen in de reguliere zorg.

Opleiden en oefenen

De digitale versie is met name ontwikkeld voor het opleiden en oefenen van de hulpverleners, die een rol hebben tijdens een inzet. Omdat grootschalige inzetten niet vaak aan de orde zijn moet extra aandacht besteed worden aan het op peil brengen en houden van de vakbekwaamheid tijdens opschaling. Dat gebeurt in de opleidingen van de ambulancemedewerkers, de MMT’s en de leden van de Noodhulpteams, die steeds meer in een elektronische leeromgeving worden aangeboden. Deze website is bedoeld om daar veel makkelijker op aan te sluiten en ook voor de voorbereiding op oefeningen. Verder is de website bedoeld om ook andere geïnteresseerden te informeren over GGB.

Dynamiek

De leidraad wordt periodiek bijgesteld. De versie op de website is een afgeleide van de meest recente versie. Deze digitale versie is mogelijk gemaakt door het NIPV in opdracht van de stuurgroep GGB. Neem voor vragen en opmerkingen over de leidraad en de website contact op met Carian Cools, eindredacteur vanuit NIPV.

Lees ook

03-07-2026
Actualisatie bestuurlijke netwerkkaarten geneeskundige hulpverlening algemeen en infectieziekte 

De bestuurlijke netwerkkaarten geneeskundige hulpverlening algemeen en infectieziekte zijn geactualiseerd.

01-07-2026
Whole of society: de herkomst en betekenis van het begrip

Waar komt de term whole of society vandaan en welke invulling wordt eraan gegeven in wetenschappelijke literatuur en beleidsdocumenten?

30-06-2026
Release LCMS 2026 Q3 30.5 – Operationele omgeving

Volg de voortgang van de release op de Operationele omgeving op 7 juli via het liveblog.

30-06-2026
Ontwikkeling landelijke richtlijn nazorg en herstel: de eerste stappen zijn gezet

Hoe krijgen inwoners, organisaties en overheden na een ramp of crisis de juiste ondersteuning? Het NIPV, ARQ en het RIVM ontwikkelen samen een landelijke richtlijn voor nazorg en herstel.

29-06-2026
Samenwerken aan meerlaagsveiligheid als wenkend perspectief voor klimaatveiligheid

Hitte, droogte en overstromingen vragen om een nieuwe manier van samenwerken. Het meerlaagsveiligheidsmodel biedt daarvoor een praktisch perspectief.

26-06-2026
Update Ontwikkelfonds: herverdeling middelen voor Manschap 3.0

Nieuwe inzichten en ontwikkelingen vragen om aanpassing van prioriteiten. In dit geval heeft de vakraad Incidentbestrijding in afstemming met de vakraad Leren & Ontwikkelen besloten om middelen en capaciteit vanuit het Ontwikkelfonds voor dit jaar anders in te zetten.

25-06-2026
Scriptie over gebruik van biobased coatings in houten gevels winnaar NIPV-VVBA-scriptieprijs 2026

Laura Dohmen van de TU Eindhoven heeft met haar masterscriptie over de toepassing van biobased coatings in houten gevels de NIPV-VVBA-scriptieprijs 2026 gewonnen.

25-06-2026
Lessen voor toekomstige natuurbranden in Nederland

Natuurbranden in Nederland vragen om een brede, integrale kennisontwikkeling met ruimte voor het leren van ervaringen en het omgaan met onzekerheden.

24-06-2026
Release LCMS 2026 Q3-30.5 – Oefenomgeving

Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 30 juni via het liveblog.

LOT-C na ruim twee jaar ontmanteld

21 april 2022

Deze week publiceert de Rijksoverheid in alle huis-aan-huisbladen advertenties met de strekking ‘Alles is weer open. Dat hebben we met elkaar bereikt. Voor de een is het even wennen; voor de ander voelt het als vanouds. Maar corona is niet weg. Elke dag zijn er nog veel besmettingen. De Gezondheidsraad adviseert daarom een herhaalprik voor mensen die extra risico lopen om ernstig ziek te worden door corona.’

Corona is dus nog niet voorbij en gaat ook niet meer weg. Het Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C) – waarvoor zo vele NIPV-collega’s werkzaam waren – is echter wel per eind maart ontmanteld. Dit multidisciplinaire team – het knooppunt tussen Rijk en regio in de coronapandemie – werd in maart 2020 met vereende krachten en onder aansturing van de RCDV en het LOCC vanuit de brandweerkazerne in Zeist opgestart.   

Bij de opstart werd het LOT-C toegevoegd aan de nationale crisisstructuur en het werk werd verdeeld in zeven secties: Gezondheid en zorg, Continuïteit en schaarste, Scenario’s, Plannen en handelingsperspectief, Bestuurs- en partnersamenwerking, Samenleving en veerkracht in beeld en Informatie en communicatie.

‘Met het oog op de ernst en duur van de Covid-19 pandemie hebben de veiligheidsregio’s en het ministerie van JenV de behoeften toen vertaald naar passende producten en diensten’, stelt operationeel leider Erie Braakhekke. Erie heeft vanaf de start van het LOT-C een actieve bijdrage geleverd aan het LOT-C. ‘Wij zorgden met vele collega’s dat er 24/7 vanuit een centraal punt zicht was op ontwikkelingen op nationale en regionale niveau en op ontwikkelingen in de witte kolom. Dit ten behoeve van het Veiligheidsberaad, de veiligheidsregio’s, de NCTV en de gezamenlijke departementen VWS, SZW, JenV en LNV. Het was een enorme klus dat we met velen hebben geklaard.’

Lange adem

‘Er is met het LOT-C sprake van een unieke samenwerking en samen met onze partners zetten wij alles op alles om de veiligheidsregio’s maximale ondersteuning te bieden’, vertelde IJle Stelstra destijds in een van de interviews. ‘De coronacrisis is ernstig en is er één van de lange adem. Wij zijn dan ook voor een langere periode – zolang het nodig is – in de lucht.’ Zijn uitspraken bleken later te kloppen. Het LOT-C fungeerde twee jaar lang als een onmisbaar landelijk knooppunt in de coronapandemie en verbond Veiligheidsregio’s, het Rijk en crisispartners met elkaar en ondersteunde hen om zo de eenduidige en gezamenlijk optredende overheid vorm en inhoud te geven.

Het LOT-C verenigde krachten, kennis en expertise om daarmee anderen te ondersteunen. Het team was dienstbaar en bestond uit professionals afkomstig uit verschillende organisaties die in netwerkverband met elkaar samenwerken zoals onder andere het Rijk, de Veiligheidsregio’s, GGD-GHOR Defensie, VNG, TNO, Politie, brandweer, Rode Kruis, LOCC en het NIPV.  

Producten

In de twee jaar zijn vele verschillende producten opgeleverd, zoals een periodiek actueel nalevingsbeeld, een periodiek algemeen landelijk beeld en een actueel beeld met duiding van kwetsbare groepen. Maar er was ook een juridische helpdesk, er werden vragen uit het hele land beantwoord en de verbinding met de operationeel leiders van de veiligheidsregio’s werd in stand gehouden. Ook legde het LOT-C een strategische noodvoorraad Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) voor essentiële processen aan en werd het samenwerkingsplatform arbeidsmigranten opgericht.

Uitdaging

‘Een crisistijd is geen ideale tijd voor het oprichten van een landelijk operationeel actiecentrum’, stelt Albert-Jan van Maren, hoofd LOT-C. ‘Het was dan ook een uitdaging om begin maart 2020 vanuit het niets het team van de grond te krijgen. We hebben deze uitdaging succesvol opgepakt in samenwerking met de veiligheidsregio’s, het Rijk en andere crisispartners.’

KCIO

De kantoren in Zeist worden nu bemenst door het Knooppunt Coördinatie Informatie Oekraïne (KCIO), een informatieplatform tussen het Rijk, de 25 veiligheidsregio’s en betrokken partners als bijvoorbeeld het Nederlandse Rode Kruis, VNG en COA. ‘Professionals kunnen hier terecht met vragen over beschikbare opvangplekken. Onderdeel van het knooppunt is het Landelijk Coördinatiepunt Vluchtelingen Spreiding (LCVS). Vanuit dit verzamelpunt wordt het overzicht van de beschikbare gemeentelijke opvangplekken op bovenregionale/landelijke schaal in beeld gebracht en gecoördineerd.Hierbij maken we gebruik van de structuren die zijn opgetuigd door het LOT-C’, vertelt Albert-Jan.

Nieuw knooppunt

Landelijk zijn diverse crisispartners in opdracht van de Veiligheidsregio’s en het ministerie van Justitie en Veiligheid, druk bezig met het realiseren van het Knooppunt Coördinatie regio’s – Rijk (KCR2). Een functionaliteit die nu en in de toekomst hard nodig is om de crisisbeheersing te versterken. Het KCR2 wordt hét centrale koppelvlak en coördinatiepunt voor bovenregionale en landelijke informatiestromen van onder andere vitale ketens naar regio’s en andersom. Het KCR2 ontwikkelt het landelijke beeld en heeft het overzicht en de kwaliteit om ketens in iedere fase (koud, lauw en warm) met elkaar te verbinden. Het onderhoudt en activeert benodigde netwerken voor een eenduidig informatiebeeld, duiding en coördinatie van activiteiten, en draagt bij aan eenduidige communicatie richting burgers.

Oplevering VR-simulatie buurtbatterijen

20 april 2022

Veiligheidsregio’s Haaglanden, Midden-West Brabant, Gelderland-Zuid en het NIPV ontwikkelden samen een virtual reality simulatie voor de brandweer om te oefenen met brand met buurtbatterijen.

Deelnemers aan het project: veiligheidsregio’s Haaglanden, Midden- en West-Brabant, NIPV en Playmax Group (de leverancier), Gelderland-Zuid (op de foto afwezig).

Ook binnen de brandweer wordt steeds meer gebruik gemaakt van Virtual Reality (VR) voor het trainen van brandweermensen. In een digitale trainingsomgevingen kunnen situaties met een hoog risico veilig worden geoefend. Veiligheidsregio’s Haaglanden, Midden-West Brabant, Gelderland-Zuid en het NIPV ontwikkelden samen een VR-simulatie voor de brandweer om te oefenen met brand met buurtbatterijen.

Veiligheidsregio Midden-West Brabant ontwikkelde eerder al een VR-tool om brandweermensen te laten oefenen met brand bij zonnepanelen en kleine batterijen. Door de uitbreiding met buurtbatterijen kan nu ook worden geoefend met brandweeroptreden bij grotere energieopslagsystemen (EOS’en). Dit onderwerp leent zich bij uitstek om virtueel mee te oefenen, omdat het aantal buurtbatterijen en daarmee de mogelijkheid fysiek te oefenen nu nog beperkt zijn. Daarnaast biedt het een goed platform om de procedures die rondom incidentbestrijding bij EOS’en zijn ontwikkeld in de praktijk te toetsen. Het NIPV leverde kennis en expertise op zowel de inhoud van de simulatie (hoe ziet een EOS eruit, hoe treedt de brandweer hierbij op) als het proces van aanschaf van de VR-middelen en scenario-ontwikkeling.

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Eric Didderen.

#inthespotlight: urgentiebesef als motor voor samenwerking bij grootschalige evacuaties

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026

“De sleutel voor een betere voorbereiding op grootschalige evacuaties zit niet alleen in planvorming, maar vooral in samenwerking, regie en urgentiebesef”, zegt Marcel Huijbrechts. Naast beleidsadviseur brandweerzorg en crisisbeheersing bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is Huijbrechts HOVD, Leider CoPI en groepscommandant USAR.

Route opvangcentra overstromingen 1995.
Foto: Beeldarchief Rijkswaterstaat.

Samenwerken vanuit noodzaak

“Een van onze grootste klimaatrisico’s is het overstromingsrisico. Vanuit mijn rol als waterfunctionaris werkte ik al aan de planvorming rondom dat scenario, zowel vanuit crisisbeheersing als risicobeheersing. Daarbij is er een duidelijke link met het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden, waarin de opdracht lag om een bovenregionaal evacuatieplan verder vorm te geven.”

Die opdracht vormde de aanleiding voor een samenwerking tussen meerdere veiligheidsregio’s. “We zijn met veiligheidsregio’s als Utrecht, Gelderland-Zuid, Midden West-Brabant en de veiligheidsregio’s in Zuid-Holland (W4) aan de slag gegaan. Later haakten ook Zeeland, Amsterdam-Amstelland, Zaanstreek-Waterland en Noord-Holland Noord aan. Uiteindelijk werken we met een consortium van elf regio’s samen aan hetzelfde vraagstuk.”

Ons project richt zich op verschillende onderdelen van evacuatie, zoals vervoer, opvang, communicatie, leiding en coördinatie en nazorg. “We hebben de thema’s verdeeld over regio’s, zodat iedereen een onderdeel verder uitwerkt. Op die manier benut je bestaande kennis en voorkom je dat iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden.”

Leren van bestaande planvorming

Een belangrijk inzicht uit het traject is dat er al veel kennis beschikbaar is, maar dat deze vaak versnipperd is. “Er was niet echt een bovenregionaal platform waar regionale planvorming samenkomt. Daarom heb ik een Teams-omgeving ingericht waarin regio’s hun documenten kunnen delen. Dan zie je dat iemand zegt: wacht even, hier hebben wij al over nagedacht. Zo breng je bestaande kennis bij elkaar en maak je die bruikbaar voor anderen.”

Volgens Huijbrechts zit daar een belangrijke les. “De kracht zit vooral in het samenbrengen van planvorming die al aanwezig is. Door dat inzichtelijk te maken, ontstaat er versnelling.”

Een concreet voorbeeld is de ontwikkeling van een overzicht waarin maatregelen gekoppeld zijn aan dreigingsniveaus. “Daarin zie je welke besluiten je moet nemen bij oplopende dreiging, zodat je tijdig een evacuatie kunt starten en afronden voordat de piek van een overstroming optreedt.”

Praktische invulling van evacuatie

Binnen het project wordt nadrukkelijk gekeken naar praktische uitvoerbaarheid. “Bij vervoer hebben wij bijvoorbeeld een vervoerscoördinator gekoppeld aan de planvorming. Het idee is dat iedere veiligheidsregio zo’n coördinator heeft, zodat de vervoerscoördinatoren gebruik kunt maken van elkaars logistieke netwerk. Dan hoef je niet alleen binnen je eigen regio te zoeken naar capaciteit, maar kun je landelijk kijken waar middelen beschikbaar zijn.”

Ook bij opvang wordt voortgebouwd op bestaande ervaringen. “We kijken naar methoden die zijn gebruikt bij de opvang van vluchtelingen en ontheemden uit Oekraïne. Het streven is dat regio’s zich committeren aan een bepaald aantal opvangplekken, zodat je snel kunt schakelen als een evacuatie nodig is.”

Verschillen in prioriteit

Samenwerken met veel partners brengt ook uitdagingen met zich mee. “De prioriteit verschilt per regio. De ene regio heeft meer ruimte dan de andere. Daardoor lopen sommige thema’s sneller dan andere. Het blijft zoeken hoe je de doorzettingskracht kunt vergroten, zodat het project niet afhankelijk wordt van één regio.”

Volgens Huijbrechts is het belangrijk om capaciteit structureel te organiseren. “Het helpt dat er nu initiatieven zijn om bovenregionaal capaciteit vrij te maken voor klimaat- en watervraagstukken. Dan wordt het minder vrijblijvend en krijgen mensen ook de ruimte om hier tijd in te investeren.”

Urgentiebesef als sleutel

De belangrijkste les uit het traject is volgens Huijbrechts het belang van urgentiebesef. “Klimaat is een sluipende crisis. Als je er nu niets aan doet, merk je daar vandaag misschien weinig van. Maar over twintig of vijfentwintig jaar heb je er veel last van. Dan zeggen we: hadden we toen maar die beweging gemaakt.”

Volgens hem helpt een crisis soms om dat besef te vergroten. “Na grote incidenten zie je dat er veel aandacht ontstaat voor preventie. Maar na verloop van tijd zakt dat weer weg. Terwijl het urgentiebesef juist nodig is om nu stappen te zetten.”

Stresstesten kunnen helpen om dat gesprek te voeren. “Zo’n stresstest is ook een communicatiemiddel. Het laat zien wat de impact kan zijn van extreme neerslag of overstroming. Dan wordt inzichtelijk wat uitval van systemen betekent en wat dat vraagt van onze voorbereiding.”

Neem regie en begin

Aan collega’s die met vergelijkbare vraagstukken aan de slag gaan, geeft Huijbrechts een duidelijk advies. “Pak regie en ga aan de slag. Als je de regie neemt, kun je zelf de voortgang bepalen en laten zien hoe samenwerking kan werken. Ik hoop dat er meer van dit soort initiatieven ontstaan.”

Volgens hem werkt een aanpak vanuit gezamenlijke motivatie beter dan een opgelegde opdracht. “Ik heb dit opgepakt vanuit de noodzaak die we met elkaar voelen. Dan ontstaat er een andere energie om samen te werken. Dat is juist bij klimaatvraagstukken belangrijk.”

Vooruitkijken: ethische dilemma’s en herstel

Naast de praktische voorbereiding ziet Huijbrechts ook andere vraagstukken opkomen. “We krijgen steeds vaker te maken met ethische dilemma’s. Bijvoorbeeld de vraag waar je capaciteit inzet als niet iedereen tegelijk geholpen kan worden. Dat zijn moeilijke keuzes, maar het helpt om daar vooraf over na te denken.”

Ook herstel verdient volgens hem meer aandacht. “We hebben veel aandacht voor de voorkant van een crisis, maar herstel is minstens zo belangrijk. Na een overstroming moet je zorgen dat een getroffen gebied weer stabiel wordt. Daar is nog niet altijd een duidelijke structuur voor.”

Volgens Huijbrechts vraagt klimaatveiligheid daarom om een brede blik. “Het gaat niet alleen om planvorming, maar ook om samenwerking, morele afwegingen en lange termijn herstel. Door daar nu in te investeren, bouwen we aan een robuustere aanpak voor de toekomst.”

KNMI: samenwerken aan beter begrip van klimaatrisico’s

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026

Lone Mokkenstorm – klimaatadviseur en meteoroloog bij het KNMI – werkt op het snijvlak van wetenschap en praktijk om organisaties beter gebruik te laten maken van klimaatinformatie. Volgens haar begint klimaatveiligheid met inzicht in risico’s én met samenwerking tussen disciplines om de impact van extreem weer beter te begrijpen.

Leerarena Edense natuurbrand

Van weer naar impact

“Ik ben klimaatadviseur en zit tussen onderzoek, operatie en de buitenwereld in. Ik help organisaties met het gebruik van onze data en informatie, en ik geef duiding aan weersverwachtingen, zeker als er sprake is van extreem weer. Volgens Mokkenstorm nemen veel weersextremen toe in een veranderend klimaat. “Denk aan extreme hitte of extreme neerslag. Dat maakt het steeds belangrijker om vooruit te kijken. Als je niet weet wat de risico’s straks zijn, kun je mensen er ook niet op voorbereiden.”

Een belangrijk onderdeel van haar werk is klimaatattributie: onderzoek naar de relatie tussen extreem weer en klimaatverandering. “Op het moment dat er een weersextreem plaatsvindt, doen we zo snel mogelijk onderzoek naar wat de link met klimaatverandering is. Wat zegt dat over hoe risico’s veranderen en wat we in de toekomst kunnen verwachten? Dat helpt om het concreet te maken voor beleidsmakers.”

Klimaatveiligheid vraagt samenwerking

Volgens Mokkenstorm is meteorologische kennis alleen niet voldoende om klimaatveiligheid goed te begrijpen. “Wij kunnen wel aangeven hoe het weer verandert, maar als je niet weet wat de impact daarvan is op de samenleving, kun je er eigenlijk nog niet zoveel mee. Daarom werken we steeds meer samen met partners, zoals de veiligheidsregio’s en het NIPV. Wij brengen onze meteokennis in en zij brengen kennis van het werkveld. Samen krijg je een completer beeld van wat klimaatverandering betekent voor de maatschappij.”

Het beter begrijpen van impact vraagt ook dat organisaties elkaars werk leren kennen. “Je moet een beetje elkaars taal leren spreken. Op het gebied van water gaat dat al vrij goed, omdat we daar al langer samenwerken met bijvoorbeeld Rijkswaterstaat. Maar ook met andere partners, zoals de politie of veiligheidsregio’s, helpt het enorm om inzicht te krijgen in elkaars werkpraktijk. Als je beter begrijpt hoe iemand werkt, kun je ook beter bepalen wat relevante informatie is.”

Volgens haar helpt het om letterlijk mee te kijken in elkaars werk. “Het kan heel waardevol zijn om een keer een dienst mee te draaien in de Weerkamer, of om iemand uit te nodigen bij een partnerorganisatie. Dan zie je waar de informatie uiteindelijk voor wordt gebruikt.”

Van data naar bruikbare informatie

Een belangrijke ontwikkeling is dat meteorologische informatie steeds meer wordt gekoppeld aan toepassingen voor veiligheidsregio’s. “We maken bijvoorbeeld een risicobeeld waarin we verder vooruitkijken dan de reguliere verwachting en de kans op gevaarlijk weer aangeven. Veiligheidsregio’s kunnen die informatie combineren met kennis over wat er lokaal speelt, zoals grote evenementen. Wij hebben niet altijd zicht op wat er in een regio gebeurt, terwijl dat wel van invloed is op de impact van weer.”

Ook bij hitte wordt gewerkt aan nieuwe manieren om risico’s beter inzichtelijk te maken. “We kijken hoe we de hittekracht – gebaseerd op de WBGT – kunnen meenemen in onze informatievoorziening. De WBGT wordt al gebruikt bij sommige grote evenementen en geeft een beter beeld van de belasting van hitte op het lichaam dan temperatuur alleen. De hittekracht vertaalt die waarde naar een schaal van 0 tot 10. Dat kan helpen om risico’s beter te duiden, bijvoorbeeld bij evenementen of langdurige hitte.”

Volgens Mokkenstorm is het belangrijk dat dit soort informatie goed landt bij gebruikers. “In het extranet van de veiligheidsregio’s is de WBGT bijvoorbeeld al tot twee dagen vooruit beschikbaar. Dat soort informatie kan helpen om beter voorbereid te zijn.”

Wetenschappelijke basis voor klimaatveiligheid

Het KNMI levert ook een belangrijke inhoudelijke basis voor klimaatveiligheid via publicaties zoals De Staat van ons Klimaat. “In dat rapport kijken we jaarlijks terug op het weer van het afgelopen jaar en plaatsen dat in de context van klimaatverandering. Daarmee bieden we de wetenschappelijke basis over wat er verandert.  Klimaatveiligheid gaat vervolgens over de beleidsvraag: hoe beschermen we ons tegen die veranderingen?”

Volgens Mokkenstorm versterken wetenschap en praktijk elkaar. “Het helpt als je extreme gebeurtenissen concreet kunt maken. Als je statistisch kunt laten zien hoe vaak iets voorkomt en hoe dat verandert, wordt het voor beleidsmakers beter bruikbaar dan algemene uitspraken over gemiddelden.”

Motivatie: bijdragen aan maatschappelijke impact

“Ik ben ooit begonnen in de Weerkamer met het idee dat ik iets wilde doen met maatschappelijke impact. Ik ben bewust niet alleen het onderzoek ingegaan, omdat ik juist de praktische toepassing belangrijk vind: wat kunnen we doen om de impact van klimaatverandering te beperken?”Volgens Mokkenstorm ligt daar ook een belangrijke les voor klimaatveiligheid. “Je hebt verschillende soorten kennis nodig om tot goede oplossingen te komen. Door samen te werken, kun je beter begrijpen wat klimaatverandering betekent en hoe je daarop kunt anticiperen. Uiteindelijk helpt dat om Nederland ook in de toekomst veilig te houden.”

Heat Action Day 2026: van bewustwording naar actie

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026

Extreme hitte komt steeds vaker voor en vormt een groeiend risico voor gezondheid, continuïteit van hulpverlening en veiligheid in onze leefomgeving. Heat Action Day 2026 (HAD 2026) biedt een krachtig momentum om aandacht te vragen voor voorbereiding op hitte én om concrete acties te organiseren in de regio.

Screenshot praatplaat Hitte in beeld.

Tijdens de netwerkdag klimaatveiligheid hebben we gezamenlijk ideeën verzameld om HAD 2026 zichtbaar en impactvol te maken. Hieronder vind je inspiratie om ook in jouw regio stappen te zetten.

Tip: het KNMI publiceert op HAD 2026 de nieuwe hittekrachtindex. Dit biedt kansen om communicatie te koppelen aan handelingsperspectieven voor professionals en inwoners.

Zet professionals in beweging met gerichte communicatie

Heat Action Day is een goed moment om professionals bewust te maken van de impact van hitte op het werk en op de hulpverlening.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Informatie over de introductie van de hittekrachtindex en wat dit betekent voor het handelingsperspectief van veiligheidsregio’s
  • Een LinkedIn-campagne in de aanloop naar HAD, met posts over hitte en klimaatveiligheid
  • Interviews met bestuurders en directeuren uit jouw regio over het belang van voorbereiding op hitte
  • Aandacht voor onderdelen uit bestaande programma’s en coalities rond hitte

Door bestaande kennis en producten opnieuw onder de aandacht te brengen, versterken we het gevoel van urgentie én handelingsperspectief. Bijvoorbeeld deze publicatie met een indicatie van de mogelijke gevolgen van hitte op de publieke veiligheid.

Betrek collega’s binnen de veiligheidsregio

Ook intern biedt HAD 2026 een kans om het gesprek over hitte aan te jagen.

Ideeën uit de brainstorm:

  • Een landelijk voorbereid intranetbericht over dilemma’s rond werken tijdens hitte
  • Een prikkelende mail aan medewerkers, bijvoorbeeld over schaarse koele werkplekken tijdens warme dagen
  • Lokale acties zoals ijsjes uitdelen op kazernes gecombineerd met informatie over veilig werken bij hitte

Door hitte tastbaar te maken in de eigen werkomgeving ontstaat meer bewustzijn over risico’s én oplossingen.

Werk samen met partners en bereik het publiek

Heat Action Day biedt kansen om samen met partners zichtbare activiteiten te organiseren.

Voorbeelden:

  • Deel het nieuwsbericht dat we vanuit het programma klimaatveiligheid publiceren op 2 juni (via LinkedIn account van het NIPV en op www.nipv.nl)
  • In samenwerking met het veiligheidsberaad deelt het programma klimaatveiligheid een artikel waarin het belang van klimaatveiligheid en een goede voorbereiding op hitte wordt onderstreept. Dit artikel zal in de aanloop naar 2 juni worden gedeeld, zodat dit op Heat Action Day kan worden gepubliceerd. Waarbij er ook ruimte is het artikel aan te vullen met eigen regionale context.   
  • Sociale media inzetten voor korte, toegankelijke berichten over omgaan met hitte
  • Lokale (HAD) acties onder de aandacht brengen via de eigen communicatie kanalen zoals:
    • tegels wippen
    • wateractiviteiten op scholen
    • verkoelende initiatieven in wijken
  • Samenwerkingen met partijen zoals NS of Rijkswaterstaat voor communicatie via schermen of borden
  • Creatieve middelen zoals waaiers, hitte-bingo of een expositie over de impact van hitte op hulpverleners

Door hitte te koppelen aan bestaande initiatieven, zoals de DenkVooruit-campagne, kan de boodschap breder landen.

Gebruik de ideeënlijst en laat zien wat jouw regio doet

Speelt het thema hitte al in jouw regio? Gebruik dan de ideeën uit de brainstorm als inspiratie voor activiteiten tijdens HAD 2026. Laat de kerngroep weten wanneer jullie iets organiseren, mogelijk kunnen we daar extra aandacht op vestigen.Samen zorgen we ervoor dat Heat Action Day niet alleen een bewustwordingsmoment is, maar ook een startpunt voor structurele voorbereiding op hitte.

Op de website van het klimaatverbond vind je een overzicht van geplande acties in heel Nederland.

Update vanuit het netwerk klimaatveiligheid

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026​

Hallo allemaal,

Graag begin ik dit nieuwsbriefbericht met een mooie update: we hebben een covoorzitter voor het netwerk, Nanette Verburg. Nanette is al meerdere jaren actief lid van de kerngroep als vertegenwoordiger van de coalitie West‑4 en heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan verschillende projectwerkplaatsen binnen het programma. Om het voorzitterschap van het netwerk verder te versterken en de werkzaamheden beter te verdelen, ben ik erg blij dat Nanette deze taken samen met mij wil oppakken.

Netwerkbijeenkomst klimaatveiligheid 19 maart.

Een van de bijzondere kenmerken van ons netwerk is dat zowel collega’s uit het risicobeheersings‑ als uit het crisisbeheersingsdomein deelnemen. Dit zorgt voor veel verbinding en verrijkende discussies, die ook helpen bij het versterken van diezelfde verbinding in de regio’s.

Bij het thema klimaatveiligheid komen deze domeinen immers altijd samen: enerzijds het voorbereiden op onvermijdelijke extreme weersituaties en hoogwater, en anderzijds het zo goed mogelijk benutten van de tijd daarvoor. Door tijdig veiligheidsadvies te geven en urgentie te creëren bij uitvoerende partijen op het gebied van klimaatadaptatie en waterveiligheid, kunnen oncontroleerbaarheid, grootschaligheid, gelijktijdigheid en cascade‑effecten zoveel mogelijk worden beperkt. Ook voor het besturen van een crisis is het beheersen van risico’s via klimaatadaptatie van groot belang.

Screenshot ‘Klimaatadaptatie, gevolgen voor crisis beperken’.

Omdat wij deze gezamenlijke opgave binnen het netwerk herkennen, staan de netwerkbijeenkomsten dit jaar opnieuw in het teken van een inhoudelijk sterke en evenwichtige combinatie van onderwerpen. Tip: lees vooral ook het nieuwsbriefstuk van Charlotte met updates vanuit het programma. De daarin benoemde crisisthema’s komen dit jaar zeker terug tijdens de bijeenkomsten.

Daarnaast werken verschillende regio’s aan het steeds concreter borgen van klimaatveiligheidsadvies binnen de instrumenten van de Omgevingswet. Zo voeren collega’s in West‑4 een test uit met planregels voor dit onderwerp, en wordt elders in het land gewerkt aan een thematisch omgevingsprogramma fysieke veiligheid, waarin klimaatveiligheid eveneens een plek kan krijgen. Als netwerk willen we hier uiteraard meer over weten; ook deze ontwikkelingen komen dit jaar aan bod tijdens de bijeenkomsten.

Het is mooi om te zien hoe we als netwerk steeds meer van elkaar leren. We zijn voorbij het stadium van alleen begrijpen wat klimaatveiligheid inhoudt en werken nu al een tijdje daadwerkelijk aan uitwerking en toepassing in de regio’s. Ik waardeer het enorm hoe actief jullie ervaringen met elkaar delen en elkaar weten te vinden voor hulp en advies. Dat maakt ons netwerk zo sterk. Lekker bezig!

Tot de volgende netwerkbijeenkomst!

Mede namens de kerngroep en Nanette,
Een hartelijke groet,
Lana Garrels

P.S. Heb je vragen of ideeën voor het netwerk? Neem dan contact op met je coalitievertegenwoordiger in de kerngroep. Heb je hun contactgegevens niet, laat het ons weten. Je kunt ons bereiken via: lana.garrels@veiligheidsregioaa.nl & nanette.verburg@vr-rr.nl

Update vanuit het Programma
Klimaatveiligheid

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026

Dag allen,

Nederland staat voor lastige keuzes. Voorbereiden op extremer klimaat is onvermijdelijk. Dit is de kop van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bij de publicatie van het rapport Voorbij de risico’s: keuzes voor een klimaatbestendige leefomgeving dat op 31 maart jl. is verschenen.

Gesteld wordt dat: Nederland is nog onvoldoende voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering. Zonder extra maatregelen krijgen Nederlanders steeds vaker te maken met de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast – met impact op hun gezondheid, leefomgeving en de economie. Het is belangrijk om nú zowel technische maatregelen te nemen die op korte termijn de gevolgen beperken, als maatregelen gericht op de langere termijn, die ingrijpen op de ruimtelijke inrichting (pbl.nl). Het rapport benadrukt dat Nederland voor ingrijpende keuzes staat en dat volledige bescherming tegen klimaatrisico’s niet mogelijk is. Vanuit het perspectief van klimaatveiligheid sluit dit aan op de zorgen die er binnen veiligheidsregio’s leven over klimaatrisico’s. Niet voor niets benadrukken we het belang van ketensamenwerking via het meerlaagsveiligheidsdenken. Gemaakte keuzes voor de inrichting van de leefomgeving hebben invloed op de crisisbeheersing en herstel wanneer we als maatschappij worden geconfronteerd met klimaatdreigingen. Zo blijkt ook uit de Praatplaat meerlaagsveiligheid

Binnen veiligheidsregio’s groeit de aandacht voor klimaatveiligheid. In verschillende veiligheidsregio’s worden klimaatdreigingen als wateroverlast en overstroming bijvoorbeeld specifiek meegenomen in weerbaarheidsprogramma’s. Met het onderzoek naar bovenregionale scenario-ontwikkeling gaan we binnen het programma aan de slag met het vergroten van het inzicht op de kritieke kantelpunten en factoren bij hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. De ambitie is om dit jaar toe te werken naar landelijke uitgangspunten voor de crisisbeheersing. Hiermee ontwikkelen we een uniforme basis in de crisisaanpak voor de 25 veiligheidsregio’s die bijdraagt bij de aanpak van bovenregionale crisisbeheersing.

Op dit moment wordt binnen het programma ook gewerkt aan een water-crisistraining. Deze training kan ingezet worden door veiligheidsregio’s, waterschappen en Rijkswaterstaat om op een laagdrempelige manier meer inzicht te krijgen in elkaars crisisstructuren en opschaling, vakjargon en uitdagingen in een crisis.

Wordt vervolgd!

Hartelijke groet,

Charlotte van Ruijven
Programmamanager Klimaatveiligheid 

NIPV en Stichting Salvage bundelen data krachten.

11 april 2022

Data verrijking levert meer inzicht op voor brandveiligheid en brandpreventie.

IJle Stelstra, NIPV en Johan van den Berg, Stichting Salvage

Vrijdag 8 april hebben Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en Stichting Salvage een overeenkomst getekend waarin is afgesproken dat elkaars data, die betrekking hebben op branden in Nederland, worden aangevuld. Door deze samenwerking ontstaat meer inzicht in mogelijke brandoorzaken.

IJle Stelstra, directeur NIPV: ‘Samenwerken is essentieel om tot betere inzichten te komen voor onder andere woningbrandoorzaken. Daarmee dragen we bij aan het vergroten van de publieke veiligheid. Met Stichting Salvage vormen we op deze manier een steeds beter en betrouwbare bron van gegevens waar uit geput kan worden door betrokken partijen. Dat zijn de Veiligheidsregio’s, de meldkamer maar ook Stichting Salvage. En NIPV kan die data weer gebruiken voor veel (landelijke) onderzoeken op het gebied van brandveiligheid en preventie.’

Johan van den Berg, directeur Stichting Salvage vervolgt: ‘Door NIPV te helpen, aan te vullen in data en uiteindelijk meer sturingsinformatie, intelligence te bevorderen, kunnen de kolommen in de Veiligheidsregio zich beter voorbereiden op wat komen gaat in de toekomst. Andersom krijgt Salvage een beter beeld van de regio’s die nog meer gebruik kunnen maken van de dienstverlening van Salvage. Door nog meer betrokken te worden bij incidenten die  binnen het mandaat vallen van Salvage (namens brandverzekeraars in Nederland) zal de ‘missing’ in de data die Salvage vervolgens weer verstrekt aan het NIPV, steeds minder worden.’

Kennis en ervaring zullen dankzij deze overeenkomst beter samen komen. NIPV beschikt over brandonderzoekers die grote en impactvolle branden onderzoeken, maar niet bij alle branden aanwezig kunnen zijn. Stichting Salvage is bij veel meer landelijke branden aanwezig. De stichting doet geen zelfstandig brandonderzoek maar registreert wel alle feiten en omstandigheden die op de incidentlocatie worden waargenomen waaronder ook een vermoedelijke oorzaak. Door de gegevens van Salvage samen te voegen met de dataset van NIPV kan een completer beeld worden gegenereerd met als doel mogelijke trends te kunnen waarnemen. Dit helpt zowel de veiligheidspartners binnen de Veiligheidsregio’s alsmede de verzekeringsbranche beter voorbereid te zijn op de toekomst.

Lees ook

03-07-2026
Actualisatie bestuurlijke netwerkkaarten geneeskundige hulpverlening algemeen en infectieziekte 

De bestuurlijke netwerkkaarten geneeskundige hulpverlening algemeen en infectieziekte zijn geactualiseerd.

01-07-2026
Whole of society: de herkomst en betekenis van het begrip

Waar komt de term whole of society vandaan en welke invulling wordt eraan gegeven in wetenschappelijke literatuur en beleidsdocumenten?

30-06-2026
Release LCMS 2026 Q3 30.5 – Operationele omgeving

Volg de voortgang van de release op de Operationele omgeving op 7 juli via het liveblog.

30-06-2026
Ontwikkeling landelijke richtlijn nazorg en herstel: de eerste stappen zijn gezet

Hoe krijgen inwoners, organisaties en overheden na een ramp of crisis de juiste ondersteuning? Het NIPV, ARQ en het RIVM ontwikkelen samen een landelijke richtlijn voor nazorg en herstel.

29-06-2026
Samenwerken aan meerlaagsveiligheid als wenkend perspectief voor klimaatveiligheid

Hitte, droogte en overstromingen vragen om een nieuwe manier van samenwerken. Het meerlaagsveiligheidsmodel biedt daarvoor een praktisch perspectief.

26-06-2026
Update Ontwikkelfonds: herverdeling middelen voor Manschap 3.0

Nieuwe inzichten en ontwikkelingen vragen om aanpassing van prioriteiten. In dit geval heeft de vakraad Incidentbestrijding in afstemming met de vakraad Leren & Ontwikkelen besloten om middelen en capaciteit vanuit het Ontwikkelfonds voor dit jaar anders in te zetten.

25-06-2026
Scriptie over gebruik van biobased coatings in houten gevels winnaar NIPV-VVBA-scriptieprijs 2026

Laura Dohmen van de TU Eindhoven heeft met haar masterscriptie over de toepassing van biobased coatings in houten gevels de NIPV-VVBA-scriptieprijs 2026 gewonnen.

25-06-2026
Lessen voor toekomstige natuurbranden in Nederland

Natuurbranden in Nederland vragen om een brede, integrale kennisontwikkeling met ruimte voor het leren van ervaringen en het omgaan met onzekerheden.

24-06-2026
Release LCMS 2026 Q3-30.5 – Oefenomgeving

Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 30 juni via het liveblog.