Release LCMS 2025 Q4 – Oefenomgeving
17 november 2025
Op dinsdag 18 november wordt de release LCMS 2025 Q4 uitgerold op de Oefenomgeving. In het liveblog onderaan dit bericht houden we je tijdens de release op de hoogte van de voortgang.
Planning release Oefenomgeving
Tijdens de release zijn er periodes waarin het LCMS enige tijd niet of verminderd beschikbaar. De planning van de release is als volgt:
- Beide omgevingen (Oefen en Operationeel) zijn niet beschikbaar van 09.00-11.30 uur. Niet beschikbaar houdt in dat je het LCMS niet kan gebruiken.
- De Operationele omgeving is vanaf 11:30 uur weer beschikbaar.
- De Oefenomgeving is naar verwachting vanaf 16:00 uur weer beschikbaar.
- Tussen 11.00-17.00 uur is er kans op korte onderbrekingen of traagheid op beide omgevingen.
Geplande oefeningen
Heb je een oefening gepland? Plaats deze op dinsdag 18 november vanaf 11:00 uur tijdelijk op de Operationele omgeving. Vermeld daarbij duidelijk het woord ‘Oefening’ in de naam van de activiteit.
Inhoud release
In dit bericht vind je meer informatie over de inhoud van de release.
Heb je vragen over de release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie.
Liveblog
Release LCMS 2025 Q4
Via dit liveblog volg je de voortgang van de release LCMS 2025 Q4 op de Oefenomgeving.
Dit liveblog is gesloten.
De uitrol op de Oefenomgeving is succesvol afgerond. Dit betekent dat ook de Oefenomgeving weer beschikbaar is.
Vanwege de wijzigingen adviseren wij je de cache en cookies te wissen.
Heb je vragen over deze release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw eigen organisatie. De organisatiebeheerder heeft de contactgegevens van het NIPV en kan contact met ons opnemen.
De uitrol van de release op de Oefenomgeving verloopt conform planning.
De Operationele omgeving is weer beschikbaar!
Heb je een oefening gepland? Plaats deze dan tijdelijk op de Operationele omgeving. Let op: zet ‘Oefening’ in de naam van de activiteit.
De Oefenomgeving is naar verwachting 16:00 uur weer beschikbaar.
De uitrol van de Release LCMS 2025 Q4 neemt meer tijd in beslag dan voorzien. Zodra de Operationele omgeving weer beschikbaar is, volgt een update.
Vanwege lopende activiteiten in het land zijn we iets later van start gegaan. Naar verwachting is de Operationele omgeving om 11:30 uur weer beschikbaar.
Start release
We zijn gestart met de uitrol van de Release LCMS 2025 Q4 op de Oefenomgeving.
Video: scheepsincidenten raken ons allemaal
10 november 2025
Nederland is een land van water. Schepen varen door heel Nederland en daarmee verspreiden ook de risico’s zich over het hele land. Incidenten op schepen zijn vaak complex en vragen om specialistische kennis. Scheepsincidentbestrijding (SIB) is sinds 2024 dan ook een landelijk brandweerspecialisme. Bekijk de video en ontdek hoe we samen werken aan een veilige aanpak van nautische incidenten.
Risico’s zijn divers en vaak technisch ingewikkeld
Scheepsincidenten kunnen overal voorkomen – van grote zeeschepen tot kleine recreatievaartuigen. De risico’s zijn divers en vaak technisch ingewikkeld. Denk aan:
- Brand aan boord
- Incidenten met gevaarlijke stoffen
- Waterongevallen.
Wilfred van Randwijk, portefeuillehouder Scheepsincidentbestrijding in de vakraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland, vertelt: “We zien dat de energietransitie invloed heeft op de ontwikkelingen in de scheepvaart. We zien ook dat de intensiteit van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water aan het toenemen is.”
Van Randwijk vervolgt: “Het SIB wordt ondersteund door het NIPV om het specialisme vooral goed landelijk te kunnen inbedden, zodat we met elkaar klaar zijn voor de toekomst om de maatgevende scenario’s met elkaar te kunnen bestrijden.”
Bekijk ook
Blog: “Informatiehonger tijdens crises: waarom geruchten sneller gaan dan de waarheid”
7 november 2025
Water? Nee. Eten? Ook niet. Licht? Nog steeds niet. Waar hadden mensen tijdens de grote stroomstoring in Spanje en Portugal van afgelopen voorjaar de meeste behoefte aan? Aan informatie. Dat blijkt uit de enquête die het NIPV uitzette onder aanwezigen tijdens de stroomstoring, blogt onderzoeker-adviseur Charlotte Boin.

Dit zou socioloog Tamotsu Shibutani niet verbaasd hebben. Hij deed tijdens de Tweede Wereldoorlog observaties in de concentratiekampen in de VS, waar zo’n 120.000 Japanners en Amerikanen van Japanse afkomst werden geïnterneerd na de aanslag op Pearl Harbour. Op basis van deze observaties schreef hij Improvised News (1966), hét klassieke werk over informatiehonger bij rampen.
Rampen als desoriëntatie
Rampen werken desoriënterend, is Shibutani’s uitgangspunt. Plotseling bevindt men zich in een veranderde en onbekende situatie. Het handelingsrepertoire dat in de normale gang van zaken voldoet, volstaat opeens niet meer.
Mensen willen handelen – maar om te kunnen handelen, moeten ze zich eerst heroriënteren. De dringende vraag wordt: wat houdt deze nieuwe situatie in, en welke acties passen daarbij? Tot het moment dat mensen hier een beeld van hebben gevormd, worden ze gegrepen door een sterke honger naar informatie.
Shibutani ontdekte iets opmerkelijks over het ongemak van onzekerheid. Tussen de aanval op Pearl Harbor en de uiteindelijke toevoer van Japanners naar de Amerikaanse concentratiekampen lag een lange periode van onduidelijkheid, waarin geruchten volop de ronde deden en niemand wist wat hem of haar te wachten stond. Toen Japanners eindelijk toetraden tot de kampen, voelden velen opluchting. Eindelijk was de onzekerheid voorbij.
Dit patroon trekt zich door de geschiedenis. Na de verwoestende aardbeving in San Francisco (1906), die 3.000 levens eiste en 80% van de stad vernietigde, kwam een nieuwswagentje de stad in rollen. De uitgeputte, hongerige bevolking stroomde direct toe. Shibutani citeert: “no bread wagon, no supply of blankets aroused as much interest as the arrival of news.”.Gezien onze huidige 24/7 nieuwscyclus is deze informatiehonger vandaag waarschijnlijk nog sterker.
De opkomst van geruchten
Veruit de meeste mensen geven tijdens een crisis de voorkeur aan officiële informatiebronnen. Maar tijdens een crisis – en zeker tijdens een stroomstoring – zijn deze kanalen niet altijd toegankelijk. In afwezigheid van deze kanalen en betrouwbare informatie creëren mensen hun eigen nieuws: geruchten.
In onze enquête onder Nederlanders in Spanje en Portugal zagen wij ook dat veel geruchten de ronde deden. Een selectie van de meest markante:
- “Het eerste dat we hoorden via onze reisleiders was dat er een burgervliegtuig was neergehaald en neergestort op een kritische plek waarvandaan de elektra geregeld werd.”
- “Er gaan direct verhalen de ronde over een terroristische cyberaanval.”
- “Op het moment van de stroomuitval waren we op een toeristische plek. Vandaar dat we daar nog informatie konden ophalen bij een toeristen office – die ons informeerde over een cyberaanval waardoor een groot deel van Marokko, Spanje, Portugal, Frankrijk, België, Nederland, Engeland en Ierland geen stroom had.”
Opvallend is hoe ver ze afwijken van de echte aard van de storing (een kettingreactie in het elektriciteitsnet, veroorzaakt door grote spanningsschommelingen). Ook de schaal van de geruchten valt op: geen nationale stroomstoring, maar cyberaanvallen die hele continenten treffen. Geen technische storing, maar neerstortende vliegtuigen. Hoe minder informatie voorhanden, hoe groter de leemte waarin geruchten gevormd kunnen worden.
Shibutani ziet het creëren en verspreiden van geruchten als een vorm van gezamenlijk problemen oplossen. Een groep probeert vat te krijgen op een nieuwe werkelijkheid door een gedeeld beeld van die situatie te vormen. “If enough news is not available to meet the problematic situation, a definition must be improvised”, schreef hij.
Mensen delen tijdens een ramp informatie met elkaar, ook met vreemdelingen op straat, met de bedoeling om elkaar te helpen. Deze goedbedoelde hulppoging kan averechts werken: wanneer geruchten de situatie volledig verkeerd duiden, creëren ze meer verwarring dan duidelijkheid.
Wat betekent dit voor crisissituaties?
Shibutani’s inzichten uit 1966 blijven verrassend actueel. Mensen delen tijdens crises niet uit kwaadwillendheid geruchten, maar uit een diepe behoefte om grip te krijgen op onzekerheid. Ze willen het liefst informatie van officiële bronnen – maar alleen als die bronnen snel, betrouwbaar en toegankelijk zijn.
Voor crisiscommunicatieprofessionals is de boodschap helder: informatiehonger is net zo urgent als honger naar eten of water. Wie geen betrouwbare, snelle informatie biedt tijdens een crisis, laat een vacuüm ontstaan dat onvermijdelijk wordt gevuld door geruchten. De vraag is niet óf mensen informatie zoeken, maar waar ze die vinden – en of jij als eerste ter plekke bent.
Deze conclusie roept concrete vragen op. Voor scenario’s van stroomuitval is het van belang om na te gaan hoe de overheid informatie alsnog bij mensen kan krijgen. Noodsteunpunten zouden hier een belangrijke rol in kunnen vervullen. Het NIPV verkent deze functie momenteel in de lopende ‘snelle kennismobilisatie’ naar noodsteunpunten.
Charlotte Boin
onderzoek-adviseur
Bekijk ook
Nieuwe instructeurscursus veilig werken met de kettingzaag van start
6 november 2025
“Omgevallen bomen of loshangende takken. De brandweer moet ze soms wegzagen, om mensen uit benarde situaties te redden of om wegen vrij te maken. Het zagen gebeurt met een kettingzaag en dat is niet zonder risico. Het is dus belangrijk dat brandweermensen dit veilig doen en dat zij over de juiste kennis en vaardigheden beschikken”, vertelt Arjan Bruinstroop, trainer-adviseur voor de operationele brandweeropleidingen van het NIPV. “Daarom is er nu de eendaagse cursus over veilig werken met een kettingzaag voor brandweerinstructeurs. Zij kunnen vervolgens zelfstandig hun collega’s in de regio bijscholen.”

Huidige manier van zagen niet toereikend
“Uit het werkveld kwam het signaal dat de huidige manier van zagen niet toereikend is in de praktijk. Dat was natuurlijk een belangrijke aanleiding om deze cursus te ontwikkelen. Een veelgehoorde vraag is bijvoorbeeld de afweging wanneer je als brandweer wel moet gaan zagen en wanneer niet. Met deze cursus willen we alle deelnemende instructeurs dezelfde basiskennis, vaardigheden en oefeningen meegeven. Een stuk theorie en natuurlijk ook oefenen in de praktijk. Zo kan een regio zelf bepalen wanneer er wordt gezaagd en met welke techniek.”
Praktijkcursus en module in Canvas
“De cursus is samengesteld met collega’s uit diverse veiligheidsregio’s en in overleg met het landelijk netwerk Technische hulpverlening en de vakgroep Incidentbestrijding van Brandweer Nederland. De eerste deelnemers hebben de cursus inmiddels gevolgd. Dit najaar worden instructeurs van alle veiligheidsregio’s bijgeschoold. Ook komt in de elektronische leeromgeving Canvas een module beschikbaar over zagen voor manschappen en bevelvoerders, voor vakbekwaam worden en vakbekwaam blijven.”

Samenwerking met opleidingsinstituut IPC Groene Ruimte
“De cursus is ontwikkeld met met bosbouw- en zaagexperts van opleidingsinstituut IPC Groene Ruimte. Zij hebben de zaag- en boomkennis waarover wij als NIPV niet beschikken. De training wordt gegeven bij IPC in Arnhem met docenten van beide organisaties.”
Bekijk ook
Verwachte toename van opslag en transport van ammoniak vereist nieuwe inzetstrategieën en -technieken brandweer
6 november 2025
Door de opkomst van ammoniak als waterstofdrager in de energietransitie neemt de kans op grootschalige ammoniakincidenten toe. Het NIPV onderzocht welke lessen geleerd kunnen worden uit eerdere ammoniakincidenten. En hoe de brandweer zich (beter) kan voorbereiden op de bestrijding van toekomstige ammoniakincidenten.

Ammoniak als alternatief voor waterstof: nieuwe veiligheidsvragen
Ammoniak wordt gezien als een goed alternatief voor waterstofopslag en -transport. De grootschaligheid waarmee ammoniak opgeslagen en getransporteerd moet gaan worden, brengt nieuwe veiligheidsvraagstukken met zich mee, zoals hoe en waarmee de brandweer een groot ammoniakincident kan bestrijden. In het onderzoek zijn literatuur, incidentdatabases en interviews met experts IBGS (incidentbestrijding gevaarlijke stoffen) gebruikt om inzicht te krijgen in de repressieve (on)mogelijkheden van de brandweer bij ammoniakincidenten.
De meeste ammoniakincidenten doen zich voor in de voedingsindustrie en zijn relatief klein. Maar in andere sectoren, zoals opslag en transport, kan het vrijkomen van ammoniak aanzienlijk groter zijn. De incidentbestrijding door de brandweer betreft vooral maatregelen als het stoppen van de toevoer van ammoniak, het evacueren en assisteren bij het schuilen van personen in de omgeving van de lekkage en het gebruik van waterschermen.
Brandweer onvoldoende voorbereid op grote ammoniaklekkages
De geïnterviewde experts geven aan dat de brandweer onvoldoende is voorbereid op grootschalige ammoniaklekkages. Er is behoefte aan onderbouwde handelingsperspectieven, oefenlocaties, praktijkonderzoek en landelijke richtlijnen. Bedrijfsbrandweren beschikken vaak over meer kennis, ervaring en specialistisch materieel dan gemeentelijke korpsen.
Handvatten voor betere voorbereiding op ammoniakincidenten
Het rapport geeft veiligheidsregio’s, bedrijfsbrandweren en beleidsmakers aanbevelingen en inzichten om hun voorbereiding op ammoniakincidenten te verbeteren. Zo wordt geadviseerd om meer te investeren in training en om bestrijdingsstrategieën en -technieken te ontwikkelen.
Lees het rapport
Bekijk ook
ILT gaat inspecteren op PFAS-houdend blusschuim
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, november 2025
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) gaat vanaf december bedrijven controleren op naleving van het verbod op PFAS-houdend blusschuim. Daarmee wordt de urgentie voor bedrijven die dit type schuim gebruiken om over te schakelen op een PFAS-vrij alternatief nog groter, want bedrijven die nog niets hebben gedaan aan ‘schuimtransitie’ riskeren sancties, zoals een boete. De Inspectie roept bedrijven op haast te maken met het maken van een transitieplan, nu met ingang van 4 december ook PFOA in blusschuim wordt verboden. Het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) wil bedrijven nogmaals wijzen op de Management of Change (MOC)-handreiking blusschuimtransitie; een waardevol hulpinstrument waarmee bedrijven op een planmatige manier kunnen overstappen op een fluorvrij alternatief.

Bedrijven kunnen onaangekondigd worden bezocht en geïnspecteerd
Gebruik van veel PFAS-typen in blusschuim is al sinds 2011 verboden, maar voor sommige typen geldt de Europese POP-verordening waarin dat verbod is vastgelegd nog niet. PFOA is er één van. Aanvankelijk zou ook dit type fluorverbinding in blusschuim vanaf 4 juli dit jaar verboden worden, maar omdat bedrijven aangaven meer tijd nodig te hebben om over te stappen, is de restrictie uitgesteld tot 4 december. Vanaf dat moment wil de ILT ook echt gaan inspecteren en zo nodig handhaven. De Inspectie waarschuwt dat bedrijven onaangekondigd kunnen worden bezocht en geïnspecteerd. De inspecteurs willen dan in ieder geval zien hoe ver bedrijven zijn met hun transitieproces en moeten een ‘overstapplan’ laten zien.
Bestaande voorraden registreren
Bedrijven zijn ook verplicht bestaande voorraden PFAS-houdend schuimmiddel, die in de POP-verordening worden genoemd, te inventariseren en analyseren en die informatie, samen met hun transitieplan, via een POP-melding te registreren bij de ILT. De ILT doet de dringende aanbeveling aan de industrie om ook andere PFAS-typen die nog niet onder de verordening vallen direct te registreren. Een tweede aanbeveling is niet over te stappen op een nu nog niet verboden PFAS-type, maar direct de transitie te maken naar volledig PFAS-vrij schuim.
Groei in werkzaamheden
Hoewel de huidige schuimvormende middelen zich bewezen hebben in de praktijk en breed toepasbaar lijken, zijn veiligheidsregio’s voorstander van een overgang naar PFAS-vrij schuim. Een niet goed doordachte overgang kan echter flinke consequenties hebben, ook voor de veiligheidsregio’s, zoals al merkbaar is bij (semi)-stationaire installaties. De verwachting is dat de dreigende handhaving leidt tot een groei in het aantal adviesaanvragen van bedrijven of ter toetsing voorgelegde herziene UPD’s. Die ontwikkeling kan leiden tot een groei in werkzaamheden, wellicht met langere doorlooptijden tot gevolg. Dit signaal is ook al eens door de advies- en certificeringsbranche afgegeven. Ook om die reden houden de veiligheidsregio’s – via het LEC IV – contact met toezichthouder ILT om de effecten te monitoren. Daarnaast zijn de overzichten van plaatsen waar ‘oud’ schuim zich bevindt nuttige informatie voor de veiligheidsregio’s.
Gebruik MOC-handreiking blusschuimtransitie
De kernboodschap van het LEC IV is dus: stap over op PFAS-vrij schuim, maar doe het met verstand. De MOC-handreiking blusschuimtransitie is hierbij voor zowel bedrijven als de veiligheidsregio’s een nuttig hulpmiddel.
Netwerken en kennis delen op het Brandweerevent 2025
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, november 2025
Het Brandweerevent in Maastricht op 29 en 30 oktober was voor het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) een ideale gelegenheid om zich binnen het Nederlandse brandweernetwerk te laten zien, bestaande contacten te verdiepen en nieuwe contacten te leggen. Naast een informatiestand op het Inspiratieplein in het Maastrichtse congrescentrum MECC, verzorgden we een deelsessie over weerbaarheid bij Seveso-bedrijven, met als rode draad: de gevolgen van langdurige stroomuitval. Het is de industriële component in het vraagstuk ‘weerbaarheid’ dat in de veiligheidsregio’s en binnen de brandweer een steeds belangrijker beleidsthema wordt, zoals ook bleek tijdens het Brandweerevent.

De vertegenwoordigers van het LEC IV hebben goede gesprekken gehad met deelnemers aan het event. Met mensen uit het eigen Netwerk IV, de specialisten industriële veiligheid, maar ook met vertegenwoordigers van andere brandweerdisciplines, zoals brandveiligheid en operationele voorbereiding.
Klimaatverandering
Een van de nieuwe kennisdocumenten op de LEC IV-stand was de kennispublicatie ‘Klimaatverandering en Seveso-bedrijven’. Een thema dat goed aansluit bij het bredere beleidsthema klimaatverandering en klimaatadaptatie binnen de veiligheidsregio’s. De regio’s moeten aan de slag met klimaatscenario’s en de effecten die deze kunnen hebben op de veiligheid en gezondheid van inwoners, maar ook op het functioneren van de hulpverlenings- en crisisbeheersingssector. De publicatie van het LEC IV is ook opgenomen in het landelijke programma Klimaatveiligheid van Brandweer Nederland.
De toenemende kans op extreme droogte en hitte en aan de andere kant extreem weer met storm en zware buien, verhoogt het risico van onbeheersbare natuurbranden en overstromingen. Die extremen leiden ook tot toenemende risico’s voor de hoogrisico-industrie. Chemiebedrijven langs rivieren en in havens zijn kwetsbaar voor hoog water. En door keteneffecten kan de industrie bijvoorbeeld worden geconfronteerd met stroomuitval, een van de scenario’s uit de workshoppresentatie van Norbert Gret over weerbaarheid in de Seveso-industrie tijdens het Brandweerevent.

Steeds meer aandacht voor risicobeheersing
Ron Bouwman, hoofd van het LEC IV, vat zijn indrukken van het Brandweerevent 2025 als volgt samen: “Van oudsher lag de focus van het Brandweerevent sterk op incidentbestrijding, maar de laatste jaren zie ik in het programma steeds meer aandacht voor risicobeheersing. Dat is ook interessant voor ons, want industriële veiligheid wordt toch vaak gezien als iets van risicobeheersing. Daarbij zien we steeds meer samenhang met andere specialismen, zoals brandpreventie en nu ook de link naar klimaatadaptatie. Daarnaast is het event van belang omdat we hier de regio’s waar wij dit allemaal voor doen tegenkomen. Het gaat dan om de zes IV-veiligheidsregio’s, die net zo trots kunnen zijn als ik dat we hier met het LEC IV staan, maar ook alle overige regio’s waarvoor wij werken. De gesprekken op het Inspiratieplein zijn ideaal om informeel bij te praten met onze stakeholders.”

Samen veilig op en rond Chemelot
Met het Brandweerevent op korte afstand van een van de grootste chemische industrieclusters van Nederland in Sittard-Geleen, was de industriële veiligheid ook via een andere route sterk vertegenwoordigd. Sitech-Chemelot en Veiligheidsregio Zuid-Limburg verzorgden een gezamenlijke deelsessie over het programma ‘Samen veilig op en rond Chemelot’, een meerjarig programma met als ambitie om van Chemelot het veiligste chemiecluster van Nederland te maken. Congresdeelnemers die met eigen ogen wilden zien hoe de veiligheid op dit uitgestrekte industriecluster wordt geborgd en bewaakt, konden bij de afsluiting van het Brandweerevent op de tweede dag ‘op excursie’ over het terrein.
Inschrijving leerblokken Industriële veiligheid 2025-2026 geopend
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, november 2025
Het NIPV heeft de adviesleerroute Industriële veiligheid voor 2025 moeten uitstellen, omdat zich hiervoor te weinig cursisten hadden aangemeld. Voor wie toch aan de slag wil, is er een alternatief; diverse leerblokken binnen het leerlandschap risicomanagement zijn nu open voor inschrijving. Deze leerblokken bieden waardevolle verdieping en zijn geschikt voor professionals die zich willen ontwikkelen binnen het domein industriële veiligheid.

Beschikbare leerblokken
De volgende leerblokken binnen het leerlandschap risicomanagement zijn beschikbaar via open inschrijving:
- Milieubelastende activiteiten en de veiligheidsregio’s – start: januari 2026
- Milieuadvisering – start: januari 2026
- Toezicht en handhaven – start: mei 2026
- Bedrijfsbrandweer – start: september 2026
Persoonlijke leerbehoefte
Deze leerblokken zijn onderdeel van het flexibele leerlandschap risicomanagement en sluiten aan bij de kwalificatiedossiers Adviseur industriële Veiligheid (AIV) en Inspecteur industriële Veiligheid (IIV). De leerblokken bieden praktische handvatten voor inspectie- en adviestaken en verdieping in actuele thema’s zoals de Omgevingswet en milieubelastende activiteiten. Gebruikmaken van dit alternatieve aanbod geeft deelnemers maximale flexibiliteit; zij kunnen één of meerdere blokken volgen die aansluiten bij hun persoonlijke leerbehoefte. Ook krijgen deelnemers toegang tot een netwerk van professionals binnen het vakgebied industriële veiligheid.
Vervolg in 2026
De volledige adviesleerroute Industriële Veiligheid is opnieuw gepland voor september 2026, onder voorbehoud van voldoende aanmeldingen. Wil je meer weten over de inhoud, toelatingseisen en startdata? Bekijk de webpagina van de leerroute of neem direct contact op met het decanaat Risicomanagement van het NIPV.
Contact
Methoden om gezondheid en blootstelling van brandweermensen te monitoren
5 november 2025
Het NIPV heeft onderzoek gedaan naar methoden om de gezondheid van brandweermensen te monitoren en blootstelling tijdens het werk te registreren. De onderzoekers doen aanbevelingen voor het opzetten van een monitoringsysteem.

Inzicht geven in de positieve en negatieve effecten
Brandweermensen lopen door de aard van hun werk een verhoogd risico op gezondheidsklachten en op blootstelling aan bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen. Hoewel sommige veiligheidsregio’s al inzicht hebben in deze risico’s, ontbreekt een landelijk beeld. Gezondheidsmonitoring en blootstellingsregistratie kunnen inzicht geven in de positieve en negatieve effecten. Op basis daarvan is het mogelijk om preventieve maatregelen te nemen die het welzijn en de duurzame inzetbaarheid van brandweermensen bevorderen.
Systematisch data verzamelen
Het rapport beschrijft methoden om gezondheidsklachten en blootstelling te monitoren. Door systematisch data te verzamelen via vragenlijsten, biometrische testen, digitale registratiesystemen en sensoren, kan op termijn inzicht ontstaan in de mate waarin klachten voorkomen en of er verbanden zijn met blootstelling.
Aandacht voor ethische aspecten
Uit het literatuuronderzoek blijkt dat werknemers in zware beroepen behoefte hebben aan het meten van hartslag, bloeddruk, kerntemperatuur en GPS-gegevens om blootstelling inzichtelijk te maken. Tegelijkertijd is er in de literatuur aandacht voor ethische aspecten zoals privacy, anonimiteit en het recht op zelfbeschikking over persoonlijke data. Werknemers en sporters zijn kritisch over het delen van gezondheidsgegevens, vooral richting werkgevers.
Vertrouwen in de organisatie, vrijwilligheid en dataveiligheid
Uit gesprekken die gevoerd zijn met vertegenwoordigers van andere sectoren, blijkt dat er al wordt gemonitord via systemen voor gevaarlijke stoffen en hitte. En via medische onderzoeken en HR-data. De topsportsector gebruikt openbare bronnen om gezondheidseffecten te analyseren. Vertrouwen in de organisatie, vrijwilligheid en dataveiligheid zijn belangrijke voorwaarden voor een succesvolle invoering van een monitoringsysteem.
Kennis delen en van elkaar leren
De onderzoekers adviseren om bestaande monitoringinitiatieven te inventariseren in de veiligheidsregio’s, in het buitenland en in andere sectoren zoals defensie, politie, ambulancezorg en de bouw. Door kennis te delen en van elkaar te leren, kan een robuust monitoringsysteem voor brandweermensen worden opgezet.
Lees het rapport en de samenvatting
-
Zicht op monitoren. Manieren voor het monitoren van beroepsgerelateerde blootstelling en gezondheid, relevant voor de brandweersector
pdf | 1 MB | 05-11-2025 -
Samenvatting Zicht op monitoren. Manieren voor het monitoren van beroepsgerelateerde blootstelling en gezondheid, relevant voor de brandweersector
pdf | 366 KB | 05-11-2025
Bekijk ook
Grootste stroomstoring in Europa in jaren: lessen uit Spanje en Portugal
4 november 2025
Op 28 april 2025 werden Spanje en Portugal getroffen door de grootste stroomstoring in Europa van de afgelopen jaren. Ook in een klein deel van Zuid-Frankrijk ondervonden inwoners hinder. Het NIPV heeft samen met Veiligheidsregio Kennemerland onderzoek gedaan naar de maatschappelijke gevolgen en het gedrag van burgers en organisaties tijdens deze crisis.

Overspanning van het stroomnet
Volgens een uitgebreid rapport van de Spaanse overheid was de oorzaak van de stroomstoring een overspanning van het stroomnet. De gevolgen waren enorm: miljoenen huishoudens zaten urenlang zonder elektriciteit, mobiele netwerken vielen uit, verkeerslichten stopten, treinen kwamen stil te staan en hulpdiensten hadden moeite om met elkaar te communiceren. Het duurde circa 18 uur voordat het stroomnet volledig hersteld was.
Belang voor Nederland
Crisisprofessionals in Nederland volgen dergelijke grootschalige stroomuitvallen nauwlettend. Het incident in Spanje en Portugal biedt belangrijke inzichten over de maatschappelijke impact, menselijk gedrag en crisisrespons. Hoe worden verschillende sectoren en groepen in de maatschappij geraakt? Hoe gedragen mensen zich tijdens langdurige uitval? En hoe functioneren crisisorganisaties onder deze omstandigheden?
Wat valt op?
Uit interviews en enquêtes met inwoners, bezoekers, zorgmedewerkers en hulpdiensten blijken de volgende aandachtspunten:
- Informatie is schaars maar cruciaal
Tijdens de stroomuitval was de behoefte aan betrouwbare informatie groter dan aan fysieke hulpmiddelen. Het gebrek aan berichtgeving leidde tot geruchten en onzekerheid. - Zorgcontinuïteit baarde zorgen
Hoewel alle ziekenhuizen noodgeneratoren hadden, bleek de brandstofvoorraad vaak beperkt. De Portugese premier noemde het bijvullen van generatoren voor spoedzorg en IC’s zijn grootste zorg. - Beschikbaarheid van crisisprofessionals en vrijwilligers
Uit de ervaringen van het Rode Kruis in Spanje blijkt dat de inzetbaarheid van vrijwilligers tijdens de stroomuitval beperkt was. Veel vrijwilligers kozen er begrijpelijkerwijs voor om eerst voor hun eigen familie te zorgen, voordat zij zich beschikbaar stelden voor hulpverlening. - Zelfredzaamheid en onderlinge steun als uitgangspunt
Mensen bleven over het algemeen kalm, waren zelfredzaam en zorgden voor elkaar – in tegenstelling tot de vaak veronderstelde paniek of chaos. - Voorbereiding verschilt per groep
Toeristen hadden vaak geen noodvoorzieningen, terwijl lokale inwoners relatief goed voorbereid waren door ervaring met natuurgeweld. - Essentiële middelen
Een radio op batterijen en voldoende contant geld blijken cruciaal. - Grootschalige evacuaties
Treinen en metro’s kwamen abrupt tot stilstand; tienduizenden reizigers moesten worden geëvacueerd, wat de hulpdiensten zwaar belastte.
Reflectie
De gebeurtenissen in Spanje en Portugal zijn een wake-upcall voor crisismanagement: goed functionerende informatievoorziening, zicht op kwetsbare groepen, het benutten van de veerkracht van inwoners en planning en coördinatie zijn cruciaal om chaos en geruchten tegen te gaan.
Dit rapport is het eerste van twee; in 2026 verschijnt een tweede rapport dat onderzoekt wat de impact zou zijn van een grootschalige stroomuitval in Nederland en welke lessen kunnen worden toegepast op onze crisisorganisatie.

