Release LCMS 2025 Q4 – Operationele omgeving

20 november 2025

Op dinsdag 25 november wordt de release LCMS 2025 Q4 uitgerold op de Operationele omgeving. In het liveblog onderaan dit bericht houden we je tijdens de release op de hoogte van de voortgang.

Beschikbaarheid omgevingen

Tijdens de uitrol op 25 november is de Operationele omgeving tijdelijk niet beschikbaar. Dit betekent het volgende: 

  • De Operationele omgeving is niet beschikbaar van 09.00-12.00 uur.  
  • De Oefenomgeving blijft beschikbaar. Wijk bij crisissituaties uit naar de Oefenomgeving. 
  • Maak vanaf maandag 24 november 16.00 uur geen nieuwe activiteiten meer aan op de Operationele omgeving. Wijk vanaf dat moment uit naar de Oefenomgeving.  

Inhoud release 
In dit bericht vind je meer informatie over de inhoud van de release.

Heb je vragen over de release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie.

Liveblog

Release Operationele omgeving 25 november
Gestart: 20 november 2025, 09:43 Aangepast: 25 november 2025, 12:42

Release LCMS 2025 Q4

Via dit liveblog volg je de voortgang van de release LCMS 2025 Q4 op de Operationele omgeving.

Nieuwe update

Dit liveblog is gesloten. 

De uitrol op de Operationele omgeving is succesvol afgerond. Dit betekent dat de Operationele omgeving weer beschikbaar is. 

Vanwege de wijzigingen adviseren wij je de cache en cookies te wissen.  

Heb je vragen over deze release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw eigen organisatie. De organisatiebeheerder heeft de contactgegevens van het NIPV en kan contact met ons opnemen.

De uitrol van de Release LCMS 2025 Q4 neemt meer tijd in beslag dan voorzien. Naar verwachting zijn de werkzaamheden rond 13.00 uur voltooid.

De release verloopt conform planning. 

Operationele omgeving niet beschikbaar

Vanwege de release is de Operationele omgeving momenteel (tussen 09.00-12.00 uur) niet beschikbaar. 

De Oefenomgeving blijft beschikbaar. Het is daardoor mogelijk om bij crisissituaties uit te wijken naar de Oefenomgeving. Maak eventuele operationele activiteiten aan op de Oefenomgeving, en vermeld daarbij dat het om een ‘operationele activiteit’ gaat.

We zijn gestart met de uitrol van de Release LCMS 2025 Q4 op de Operationele omgeving.

label Informatiegestuurde veiligheid

Met de TGV nog veiliger inloggen op informatiesystemen voor crisisbeheersing en brandweerzorg 

19 november 2025

Makkelijker, maar vooral veiliger inloggen op het LCMS, het Veiligheidsbeeld, de Databank Logistiek en de onderwijssystemen Canvas en Educator. Dat is vanaf nu mogelijk voor de veiligheidsregio’s en hun crisispartners. Deze informatiesystemen zijn in de afgelopen maanden namelijk gekoppeld aan de zogenoemde Toegangsservice Gezamenlijke Voorzieningen (TGV). Een mooie stap op weg naar een veilige en uniforme toegang tot alle landelijke informatievoorzieningen voor crisisbeheersing en brandweerzorg.

Inlogscherm van de TGV (Foto: NIPV).

Op het linkerbeeldscherm de inlogpagina van de TGV (Foto: NIPV).

Veilige toegang tot informatievoorziening voor veiligheidsregio’s en crisispartners

De Toegangsservice Gezamenlijke Voorzieningen (TGV) is een oplossing die de toegang tot de landelijke informatiesystemen en websites voor gebruikers binnen de veiligheidsregio’s en hun crisispartners regelt. Hierbij is uniforme en veilige toegang het uitgangspunt. De gebruiker logt in bij de veiligheidsregio en krijgt via de TGV automatisch toegang tot de voorzieningen waarvoor deze persoon is geautoriseerd is. De zogenaamde ‘Single Sign On’. 

“Hiermee zijn we op weg naar een uniforme en nog veiligere toegang tot alle door het NIPV beschikbaar gestelde landelijke informatievoorzieningen voor crisisbeheersing en brandweerzorg”, vertelt Jeroen Sannen, projectleider TGV. “Het LCMS en de onderwijssystemen hebben de meeste gebruikers en kregen daarom de hoogste prioriteit in het aansluiten op de TGV. De andere landelijke voorzieningen volgen in 2026.”

66 gekoppelde organisaties

Naast de informatiesystemen sluiten ook de veiligheidsregio’s zelf en hun crisispartners aan op de TGV. Dit verloopt voorspoedig, vertelt Jeroen: “Inmiddels zijn 66 organisaties gekoppeld:  

  • 25 veiligheidsregio’s, inclusief 17 GHOR regio’s, 
  • 21 waterschappen, 
  • 4 GGD/GHOR-regio’s, 
  • 16 andere organisaties, waaronder nutsbedrijven, het Rode Kruis, de Politie en het NIPV.  

Na het koppelen aan de TGV regelen de veiligheidsregio’s en de GHOR deze inlogmogelijkheid binnen de eigen organisatie verder in. Zo koppelen zij de komende maanden ook de op het LCMS of onderwijs aangesloten gebruikers van zo’n 1000 partners, zoals huisartsenposten, ziekenhuizen en gemeenten.” 

Landelijke informatievoorziening altijd in ontwikkeling


De landelijke voorzieningen van het NIPV helpen professionals van veiligheidsregio’s en andere crisispartners hun werk te doen. Nu en in de toekomst. Ze vergemakkelijken de samenwerking en ondersteunen de informatie-uitwisseling. De landelijke voorzieningen zijn veilig, betrouwbaar en beschikbaar. Ze worden ondersteund door een stevige en stabiele infrastructuur. Gevoed door en in nauwe samenwerking met het veld, is onze informatievoorziening altijd in ontwikkeling. De implementatie van de TGV is daar een mooi voorbeeld van en zorgt ervoor dat we voldoen aan de aangescherpte eisen op het gebied van informatieveiligheid. 

Van waterland naar klimaatland: adaptief denken als tweede natuur

17 november 2025

Als afdelingshoofd Veiligheidsregio’s en Crisisbeheersing bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) heeft Jeroen Renes één heldere missie: zo goed mogelijk de veiligheidsregio’s, en daarmee Nederland, faciliteren, zodat ze klaarstaan voor de risico’s van morgen. “We maken beleid met één doel: dat de professionals in het veld ook in de toekomst hun werk goed kunnen blijven doen.” 

Jeroen Renes.
Jeroen Renes.

Zijn afdeling, bestaande uit zo’n 25 mensen, ondersteunt niet alleen de bewindspersonen in hun optreden en Kamerwerk, maar richt zich vooral op het versterken van het stelsel van veiligheidsregio’s. “We werken niet direct voor burgers, maar voor de professionals die Nederland veilig houden. Wij helpen het stelsel toekomstbestendig te maken.” 

Klimaatveiligheid raakt het hele stelsel

Klimaatveiligheid is volgens Renes een van de meest urgente thema’s binnen het nationale risicobeeld. “We zien risico’s toenemen: natuurbranden, droogte, hittestress, hevige regenval. De overstromingen in Limburg hebben dat pijnlijk duidelijk gemaakt.” 

“Vanuit het ministerie is de inzet helder: niet zelf het klimaatprobleem oplossen, maar het stelsel van veiligheidsregio’s helpen zich beter op deze risico’s voor te bereiden. We enthousiasmeren, ondersteunen met beleid, met subsidies of met programma’s. Met het programma Klimaatveiligheid, maar ook met programma’s rond maatschappelijke weerbaarheid of onderwijs. Zo stimuleren we dat het hele stelsel zich verder ontwikkelt op de thema’s die er in de toekomst toedoen.” 

Van bewustwording naar integratie

Een belangrijke stap is volgens Renes bewustwording. “Ongeacht of je ‘gelooft’ in klimaatverandering of niet: we moeten ons realiseren wat er op ons afkomt.” Renes ziet die bewustwording steeds breder doordringen in het veld. “Waar het eerst een onderwerp was van een klein groepje betrokkenen, zie je nu dat klimaatveiligheid in steeds meer vakraden maar ook breder binnen de veiligheidsregio’s wordt besproken. Dat is een beweging die ik toejuich: dat het onderdeel wordt van het reguliere denken binnen de veiligheidsregio’s.” 

Ook in regionale beleidsplannen ziet Renes het thema nadrukkelijk terugkomen. “Bij een bezoek aan Flevoland zag ik bijvoorbeeld hoe klimaatveiligheid daar inmiddels structureel is opgenomen. Dat soort ontwikkelingen stemt hoopvol.” 

Verbinding met de Nationale Adaptatiestrategie

De Nationale Adaptatiestrategie (NAS) vormt het landelijke beleidskader voor klimaatadaptatie. “De NAS werkt niet rechtstreeks door naar veiligheidsregio’s, maar we zorgen er wel voor dat hun rol ten aanzien van crisisbeheersing daarin stevig geborgd is”, vertelt Renes.  

Daarnaast bewaakt het ministerie de positie van de veiligheidsregio’s in de verschillende beleidsnetwerken. “We zorgen dat hun kennis en ervaring meewegen in landelijke discussies, bijvoorbeeld rond de energietransitie. Ook dat is een klimaatgedreven ontwikkeling met nieuwe veiligheidsrisico’s. Onze verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen dat de veiligheidsregio’s daarbij niet over het hoofd worden gezien.” 

Kijk voorbij de discussie

Het gesprek over klimaat is soms gepolariseerd, merkt Renes op. “Klimaat is een opiniewoord geworden. Mensen vinden er wat van, ook als ze geen expert zijn.” Toch ziet hij voor crisisprofessionals een belangrijke uitdaging: “Blijf niet hangen in de discussie. Richt je op de risico’s die zich daadwerkelijk voordoen. Of die nou worden veroorzaakt door klimaatverandering of niet: het is onze taak om Nederland veilig te houden.” 

Nederland heeft daarbij een sterke basis, benadrukt Renes. “We zijn van oudsher een waterland. Onze dijken zijn misschien wel de oudste klimaatadaptieve maatregel die er is. Dat adaptieve denken zit in ons DNA. Laten we vanuit die kracht verder bouwen aan nieuwe maatregelen.” 

Vertrouwen in het vakmanschap

Renes moedigt veiligheidsregio’s aan om hun rol met zelfvertrouwen te pakken. “We hebben als veiligheidsregio’s een stevige vakinhoudelijke positie. We kennen de netwerken, we hebben goede relaties met partners als de waterschappen. Vanuit die positie kunnen we zowel adviseren als handelen wanneer het echt nodig is.” 

Dat vraagt om samenwerking én voorbereiding. “Zorg dat je netwerk op orde is. Bouw voort op de sterke samenwerkingen die er al zijn, zoals bij waterveiligheid. Gebruik die ervaring ook bij andere klimaatrisico’s, zoals hittestress of langdurige droogte.” 

Samen verder bouwen

Tot slot spreekt Renes zijn waardering uit voor iedereen die al jaren aan het thema werkt. “Er zijn zoveel mensen binnen het programma en het netwerk Klimaatveiligheid die hier met passie aan trekken. Dankzij hen zetten we écht stappen.”  

Programma Klimaatveiligheid: voor een veilige en weerbare samenleving

Het programma Klimaatveiligheid heeft tot doel om (beter) zicht te krijgen op de mogelijkheden en onmogelijkheden voor een veilige en weerbare samenleving bij klimaatverandering nu en in de toekomst. Hiervoor wordt geïnvesteerd in onderzoek en kennisontwikkeling, professionalisering, samenwerking en netwerkvorming. Het programma is een samenwerking tussen de veiligheidsregio’s, NIPV, ministerie van Justitie en Veiligheid en KNMI.

Vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering van start in 2026

November 2025

Professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid kunnen vanaf volgend jaar deelnemen aan de vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering (FSE). De Brandpreventie Academy (BPA), Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica (SKB) en het NIPV slaan de handen ineen voor deze herziene opleiding.  

Fire Safety Engineering.
Een maquette van gebouwen en natuur.

Brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag 

“Fire Safety Engineering richt zich op het analyseren van brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag op basis van natuurkundige principes en rekenkundige modellen”, vertelt Maarten de Groot, decaan Risicomanagement bij het NIPV en een van de initiatiefnemers van het vernieuwen van de post-hbo FSE. “De opleiding is bedoeld voor onder meer brandveiligheidsadviseurs, preventiemedewerkers, brandonderzoekers, bouw- en woningtoezichthouders en vergunningverleners.”  

Betere aansluiting bij actuele eisen binnen vakgebied 

Het studieprogramma is volledig herzien en sluit nu beter aan op de actuele eisen in het vakgebied. Er zijn drie inhoudsdeskundigen verantwoordelijk voor het vaststellen van het curriculum: Rudolf van Mierlo (vakspecialist, namens BPA), Ruud van Herpen (fellow fire engineering TU/e, namens SKB) en Lieuwe de Witte (lector brandveiligheidskunde, namens NIPV).  

Start in mei 2026 

“In mei 2026 gaat de vernieuwde opleiding van start. Deze duurt een jaar en bestaat uit ongeveer 30 lesdagen. Hiermee wordt het post-hbo-niveau stevig geborgd, met een sterke focus op theoretische verdieping en praktische toepasbaarheid. De ambitie is om de post-hbo opleiding een keer per jaar te geven”, aldus De Groot.  

Gedeelde ambitie 

De samenwerking tussen BPA, SKB en het NIPV is ontstaan vanuit een gedeelde ambitie om werknemers binnen de brandveiligheid op te leiden. Samen zetten zij zich in voor onderwijs dat aansluit bij de nieuwste ontwikkelingen in de bouw, industrie en omgevingsveiligheid. Daarnaast zorgen zij dat het onderwijs past bij de nieuwe visies op brandveiligheidskunde en brandweerkunde. 

Neem voor vragen over deze opleiding contact op. 

label Informatiegestuurde veiligheid

CrisisTutorial: “Betrouwbare crisisinformatie vind je niet via Google”

17 november 2025

“Waar vind ik snel adequate informatie voor besluitvorming in crisisbeheersing? Een plek waar alle crisisorganisaties terecht kunnen?” Koos Kranenburg, gedetacheerd bij Defensie, zet zich al jaren in voor het verbeteren van multidisciplinaire (multi) samenwerking.

Voorbeeld van de Crisis tutorial app met rechts de een vraag aan de chatbot en daaronder een antwoord.
Links: startscherm van de CrisisTutorial. Rechts: chatbot geeft antwoord op een vraag. Afbeelding: NIPV.

“Mijn idee om adequate informatie beter aan te bieden, wilde ik multi aanvliegen en zo kwam ik terecht bij het NIPV. Het idee is inmiddels uitgegroeid tot een innovatieve voorziening: de CrisisTutorial. Deze app helpt crisisprofessionals om tijdens én voorafgaand aan een crisis snel en betrouwbaar informatie te vinden. De laatste fase van de pilot is gestart: de app is inmiddels toegankelijk voor alle crisisprofessionals en moet nu toegroeien naar een volwassen voorziening met de relevante en actuele informatie.”

Van idee naar landelijke voorziening

“Inmiddels ben ik al geruime tijd gedetacheerd bij Defensie vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Ik opereer op de scheidslijn tussen het civiele en militaire domein. Het kruispunt van crisis- en defensiestructuur fascineert me. Tijdens multidisciplinaire oefeningen en planvorming zie ik hoe tijdrovend besluitvorming kan zijn. Ontwikkelingen in AI en apps maken duidelijk: we moeten iets hebben op onze telefoon dat besluitvorming ondersteunt. Niet eerst Google, maar direct gecontroleerde, gevalideerde informatie.”

Waarom de CrisisTutorial?

“De kern van de CrisisTutorial is snelheid en betrouwbaarheid. Besluitvorming kost veel tijd. Als je tijdens een vergadering niet goed op de hoogte bent, verlies je snelheid. Met de CrisisTutorial heb je één vraagbaak die sneller antwoord geeft. De app biedt gecontroleerde informatie (open source) en de ontwikkeling wordt begeleid door een redactieraad van experts uit verschillende disciplines. Het gaat om beperkte, relevante informatie, altijd de laatste versie. De tool werkt zowel in de koude fase waarin we ons voorbereiden op crises, als in de warme fase, dus tijdens een crisis. Afgeschermd, helder, gevalideerd. Uniformiteit en snelheid, dat is wat we willen.”

AI als versneller

“De CrisisTutorial maakt gebruik van AI en een chatbot. Soms ben ik zelf verbaasd over wat eruit komt. Maar we weten ook dat bots soms hallucineren en onzin uitkramen. Met deze app voorkomen we hallucineren niet 100 procent, maar het risico is klein. Het systeem is namelijk getraind op een kleine, betrouwbare bron. Ook krijg je bij een antwoord in de chat altijd een link naar de brondocumenten. En er blijft altijd een disclaimer: gebruik de app met een ‘gezond wantrouwen’.”

Koos Kranenburg kijkt in de camera met een pen in zijn hand.
Initiatiefnemer van de CrisisTutorial Koos Kranenburg. Foto: eigen foto.

Proef op de som tijdens NAVO-top

“Een belangrijk moment in de ontwikkeling was de NAVO-top, waar de CrisisTutorial in de praktijk werd getest. We wilden weten of het echt werkt in de praktijk. Tijdens deze praktijktest zagen we duidelijk wat relevant is. Het is niet 100 procent gebruikt als instrument. Er is nog gezond wantrouwen. Maar wie het gebruikte, was positief verrast. Iedereen ziet de meerwaarde. Maar het duurt soms wat langer voordat mensen het gaan gebruiken. AI wordt steeds meer gemeengoed, dus ik denk dat dit dat ook gaat worden.”

Laatste fase van de pilot

“De CrisisTutorial is nu behoorlijk gevuld en biedt op zeer veel van de crisisgerelateerde vragen een adequaat antwoord. Nu werken we aan actualisatie van de inhoud en vanuit het NIPV start het project voor de doorontwikkeling naar de volgende fase. We willen dat de chatbot niet alleen verwijst naar bronnen, maar ook direct het relevante tekstkader toont.”

“Om de CrisisTutorial echt gebruiksvriendelijk en breed toepasbaar te maken, heb ik een oproep aan alle crisisprofessionals: voel je uitgedaagd om deze ontwikkeling helpen uit te breiden naar een een optimaal bruikbare tool. Download de app, gebruik hem en geef feedback. Wees positief kritisch, realiseer dat het AI is en help mee om de CrisisTutorial maximaal te faciliteren door bijvoorbeeld het aanreiken van actuele documentatie. Uiteindelijk willen we dat burgers zich veilig voelen. Adequate en eenvoudig beschikbare informatie en daarmee besluitvorming helpt daarbij.”

Download de CrisisTutorial-app

Release LCMS 2025 Q4 – Oefenomgeving

17 november 2025

Op dinsdag 18 november wordt de release LCMS 2025 Q4 uitgerold op de Oefenomgeving. In het liveblog onderaan dit bericht houden we je tijdens de release op de hoogte van de voortgang.

Planning release Oefenomgeving
Tijdens de release zijn er periodes waarin het LCMS enige tijd niet of verminderd beschikbaar. De planning van de release is als volgt: 

  • Beide omgevingen (Oefen en Operationeel) zijn niet beschikbaar van 09.00-11.30 uur. Niet beschikbaar houdt in dat je het LCMS niet kan gebruiken.
  • De Operationele omgeving is vanaf 11:30 uur weer beschikbaar. 
  • De Oefenomgeving is naar verwachting vanaf 16:00 uur weer beschikbaar. 
  • Tussen 11.00-17.00 uur is er kans op korte onderbrekingen of traagheid op beide omgevingen. 

Geplande oefeningen 
Heb je een oefening gepland? Plaats deze op dinsdag 18 november vanaf 11:00 uur tijdelijk op de Operationele omgeving. Vermeld daarbij duidelijk het woord ‘Oefening’ in de naam van de activiteit. 

Inhoud release 
In dit bericht vind je meer informatie over de inhoud van de release.

Heb je vragen over de release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie.

Liveblog

Release Oefenomgeving 18 november
Gestart: 17 november 2025, 12:06 Aangepast: 18 november 2025, 15:28

Release LCMS 2025 Q4

Via dit liveblog volg je de voortgang van de release LCMS 2025 Q4 op de Oefenomgeving.

label Fysiek veilige leefomgeving

Video: scheepsincidenten raken ons allemaal

10 november 2025

Nederland is een land van water. Schepen varen door heel Nederland en daarmee verspreiden ook de risico’s zich over het hele land. Incidenten op schepen zijn vaak complex en vragen om specialistische kennis. Scheepsincidentbestrijding (SIB) is sinds 2024 dan ook een landelijk brandweerspecialisme. Bekijk de video en ontdek hoe we samen werken aan een veilige aanpak van nautische incidenten.

Video over het landelijk specialisme Scheepsincidentbestrijding.

Risico’s zijn divers en vaak technisch ingewikkeld

Scheepsincidenten kunnen overal voorkomen – van grote zeeschepen tot kleine recreatievaartuigen. De risico’s zijn divers en vaak technisch ingewikkeld. Denk aan:

  • Brand aan boord
  • Incidenten met gevaarlijke stoffen
  • Waterongevallen.

Wilfred van Randwijk, portefeuillehouder Scheepsincidentbestrijding in de vakraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland, vertelt: “We zien dat de energietransitie invloed heeft op de ontwikkelingen in de scheepvaart. We zien ook dat de intensiteit van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water aan het toenemen is.”

Van Randwijk vervolgt: “Het SIB wordt ondersteund door het NIPV om het specialisme vooral goed landelijk te kunnen inbedden, zodat we met elkaar klaar zijn voor de toekomst om de maatgevende scenario’s met elkaar te kunnen bestrijden.”

label Maatschappelijke veerkracht

Blog: “Informatiehonger tijdens crises: waarom geruchten sneller gaan dan de waarheid”

7 november 2025

Water? Nee. Eten? Ook niet. Licht? Nog steeds niet. Waar hadden mensen tijdens de grote stroomstoring in Spanje en Portugal van afgelopen voorjaar de meeste behoefte aan? Aan informatie. Dat blijkt uit de enquête die het NIPV uitzette onder aanwezigen tijdens de stroomstoring, blogt onderzoeker-adviseur Charlotte Boin.

Afbeelding: Shutterstock.

Dit zou socioloog Tamotsu Shibutani niet verbaasd hebben. Hij deed tijdens de Tweede Wereldoorlog observaties in de concentratiekampen in de VS, waar zo’n 120.000 Japanners en Amerikanen van Japanse afkomst werden geïnterneerd na de aanslag op Pearl Harbour. Op basis van deze observaties schreef hij Improvised News (1966), hét klassieke werk over informatiehonger bij rampen.

Rampen als desoriëntatie

Rampen werken desoriënterend, is Shibutani’s uitgangspunt. Plotseling bevindt men zich in een veranderde en onbekende situatie. Het handelingsrepertoire dat in de normale gang van zaken voldoet, volstaat opeens niet meer.
 
Mensen willen handelen – maar om te kunnen handelen, moeten ze zich eerst heroriënteren. De dringende vraag wordt: wat houdt deze nieuwe situatie in, en welke acties passen daarbij? Tot het moment dat mensen hier een beeld van hebben gevormd, worden ze gegrepen door een sterke honger naar informatie.
 
Shibutani ontdekte iets opmerkelijks over het ongemak van onzekerheid. Tussen de aanval op Pearl Harbor en de uiteindelijke toevoer van Japanners naar de Amerikaanse concentratiekampen lag een lange periode van onduidelijkheid, waarin geruchten volop de ronde deden en niemand wist wat hem of haar te wachten stond. Toen Japanners eindelijk toetraden tot de kampen, voelden velen opluchting. Eindelijk was de onzekerheid voorbij.
 
Dit patroon trekt zich door de geschiedenis. Na de verwoestende aardbeving in San Francisco (1906), die 3.000 levens eiste en 80% van de stad vernietigde, kwam een nieuwswagentje de stad in rollen. De uitgeputte, hongerige bevolking stroomde direct toe. Shibutani citeert: “no bread wagon, no supply of blankets aroused as much interest as the arrival of news.”.Gezien onze huidige 24/7 nieuwscyclus is deze informatiehonger vandaag waarschijnlijk nog sterker.

De opkomst van geruchten

Veruit de meeste mensen geven tijdens een crisis de voorkeur aan officiële informatiebronnen. Maar tijdens een crisis – en zeker tijdens een stroomstoring – zijn deze kanalen niet altijd toegankelijk. In afwezigheid van deze kanalen en betrouwbare informatie creëren mensen hun eigen nieuws: geruchten.

In onze enquête onder Nederlanders in Spanje en Portugal zagen wij ook dat veel geruchten de ronde deden. Een selectie van de meest markante:

  • “Het eerste dat we hoorden via onze reisleiders was dat er een burgervliegtuig was neergehaald en neergestort op een kritische plek waarvandaan de elektra geregeld werd.”
  • “Er gaan direct verhalen de ronde over een terroristische cyberaanval.”
  • “Op het moment van de stroomuitval waren we op een toeristische plek. Vandaar dat we daar nog informatie konden ophalen bij een toeristen office – die ons informeerde over een cyberaanval waardoor een groot deel van Marokko, Spanje, Portugal, Frankrijk, België, Nederland, Engeland en Ierland geen stroom had.”

Opvallend is hoe ver ze afwijken van de echte aard van de storing (een kettingreactie in het elektriciteitsnet, veroorzaakt door grote spanningsschommelingen). Ook de schaal van de geruchten valt op: geen nationale stroomstoring, maar cyberaanvallen die hele continenten treffen. Geen technische storing, maar neerstortende vliegtuigen. Hoe minder informatie voorhanden, hoe groter de leemte waarin geruchten gevormd kunnen worden.

Shibutani ziet het creëren en verspreiden van geruchten als een vorm van gezamenlijk problemen oplossen. Een groep probeert vat te krijgen op een nieuwe werkelijkheid door een gedeeld beeld van die situatie te vormen. “If enough news is not available to meet the problematic situation, a definition must be improvised”, schreef hij.

Mensen delen tijdens een ramp informatie met elkaar, ook met vreemdelingen op straat, met de bedoeling om elkaar te helpen. Deze goedbedoelde hulppoging kan averechts werken: wanneer geruchten de situatie volledig verkeerd duiden, creëren ze meer verwarring dan duidelijkheid.

Wat betekent dit voor crisissituaties?

Shibutani’s inzichten uit 1966 blijven verrassend actueel. Mensen delen tijdens crises niet uit kwaadwillendheid geruchten, maar uit een diepe behoefte om grip te krijgen op onzekerheid. Ze willen het liefst informatie van officiële bronnen – maar alleen als die bronnen snel, betrouwbaar en toegankelijk zijn.

Voor crisiscommunicatieprofessionals is de boodschap helder: informatiehonger is net zo urgent als honger naar eten of water. Wie geen betrouwbare, snelle informatie biedt tijdens een crisis, laat een vacuüm ontstaan dat onvermijdelijk wordt gevuld door geruchten. De vraag is niet óf mensen informatie zoeken, maar waar ze die vinden – en of jij als eerste ter plekke bent.

Deze conclusie roept concrete vragen op. Voor scenario’s van stroomuitval is het van belang om na te gaan hoe de overheid informatie alsnog bij mensen kan krijgen. Noodsteunpunten zouden hier een belangrijke rol in kunnen vervullen. Het NIPV verkent deze functie momenteel in de lopende ‘snelle kennismobilisatie’ naar noodsteunpunten.  

Charlotte Boin
onderzoek-adviseur

label Fysiek veilige leefomgeving

Nieuwe instructeurscursus veilig werken met de kettingzaag van start 

6 november 2025

“Omgevallen bomen of loshangende takken. De brandweer moet ze soms wegzagen, om mensen uit benarde situaties te redden of om wegen vrij te maken. Het zagen gebeurt met een kettingzaag en dat is niet zonder risico. Het is dus belangrijk dat brandweermensen dit veilig doen en dat zij over de juiste kennis en vaardigheden beschikken”, vertelt Arjan Bruinstroop, trainer-adviseur voor de operationele brandweeropleidingen van het NIPV. “Daarom is er nu de eendaagse cursus over veilig werken met een kettingzaag voor brandweerinstructeurs. Zij kunnen vervolgens zelfstandig hun collega’s in de regio bijscholen.” 

Een brandweerman oefent met kettingzaag op een tak tijdens de instructeurscursus over veilig werken met de kettingzaag. Foto: NIPV.
Een brandweerman oefent met kettingzaag op een tak tijdens de instructeurscursus over veilig werken met de kettingzaag. Foto: NIPV.

Huidige manier van zagen niet toereikend

“Uit het werkveld kwam het signaal dat de huidige manier van zagen niet toereikend is in de praktijk. Dat was natuurlijk een belangrijke aanleiding om deze cursus te ontwikkelen. Een veelgehoorde vraag is bijvoorbeeld de afweging wanneer je als brandweer wel moet gaan zagen en wanneer niet. Met deze cursus willen we alle deelnemende instructeurs dezelfde basiskennis, vaardigheden en oefeningen meegeven. Een stuk theorie en natuurlijk ook oefenen in de praktijk. Zo kan een regio zelf bepalen wanneer er wordt gezaagd en met welke techniek.”

Praktijkcursus en module in Canvas

“De cursus is samengesteld met collega’s uit diverse veiligheidsregio’s en in overleg met het landelijk netwerk Technische hulpverlening en de vakgroep Incidentbestrijding van Brandweer Nederland. De eerste deelnemers hebben de cursus inmiddels gevolgd. Dit najaar worden instructeurs van alle veiligheidsregio’s bijgeschoold. Ook komt in de elektronische leeromgeving Canvas een module beschikbaar over zagen voor manschappen en bevelvoerders, voor vakbekwaam worden en vakbekwaam blijven.”

Uitleg tijdens de instructeurscursus over veilig werken met de kettingzaag. Foto: NIPV.
Uitleg tijdens de instructeurscursus over veilig werken met de kettingzaag. Foto: NIPV.

Samenwerking met opleidingsinstituut IPC Groene Ruimte 

“De cursus is ontwikkeld met met bosbouw- en zaagexperts van opleidingsinstituut IPC Groene Ruimte. Zij hebben de zaag- en boomkennis waarover wij als NIPV niet beschikken. De training wordt gegeven bij IPC in Arnhem met docenten van beide organisaties.” 

label Veilige energietransitie

Verwachte toename van opslag en transport van ammoniak vereist nieuwe inzetstrategieën en -technieken brandweer

6 november 2025

Door de opkomst van ammoniak als waterstofdrager in de energietransitie neemt de kans op grootschalige ammoniakincidenten toe. Het NIPV onderzocht welke lessen geleerd kunnen worden uit eerdere ammoniakincidenten. En hoe de brandweer zich (beter) kan voorbereiden op de bestrijding van toekomstige ammoniakincidenten.

incidentbestrijding van ammoniakincidenten.
Foto: H2K.

Ammoniak als alternatief voor waterstof: nieuwe veiligheidsvragen

Ammoniak wordt gezien als een goed alternatief voor waterstofopslag en -transport. De grootschaligheid waarmee ammoniak opgeslagen en getransporteerd moet gaan worden, brengt nieuwe veiligheidsvraagstukken met zich mee, zoals hoe en waarmee de brandweer een groot ammoniakincident kan bestrijden. In het onderzoek zijn literatuur, incidentdatabases en interviews met experts IBGS (incidentbestrijding gevaarlijke stoffen) gebruikt om inzicht te krijgen in de repressieve (on)mogelijkheden van de brandweer bij ammoniakincidenten.

De meeste ammoniakincidenten doen zich voor in de voedingsindustrie en zijn relatief klein. Maar in andere sectoren, zoals opslag en transport, kan het vrijkomen van ammoniak aanzienlijk groter zijn. De incidentbestrijding door de brandweer betreft vooral maatregelen als het stoppen van de toevoer van ammoniak, het evacueren en assisteren bij het schuilen van personen in de omgeving van de lekkage en het gebruik van waterschermen.

Brandweer onvoldoende voorbereid op grote ammoniaklekkages

De geïnterviewde experts geven aan dat de brandweer onvoldoende is voorbereid op grootschalige ammoniaklekkages. Er is behoefte aan onderbouwde handelingsperspectieven, oefenlocaties, praktijkonderzoek en landelijke richtlijnen. Bedrijfsbrandweren beschikken vaak over meer kennis, ervaring en specialistisch materieel dan gemeentelijke korpsen.

Handvatten voor betere voorbereiding op ammoniakincidenten

Het rapport geeft veiligheidsregio’s, bedrijfsbrandweren en beleidsmakers aanbevelingen en inzichten om hun voorbereiding op ammoniakincidenten te verbeteren. Zo wordt geadviseerd om meer te investeren in training en om bestrijdingsstrategieën en -technieken te ontwikkelen.

Lees het rapport