Literatuuronderzoek naar rookgaskoeling en straalpijptechnieken
26 oktober 2022
Bij het uitvoeren van een offensieve binneninzet in een kleine ruimte kan de brandweer met verschillende technieken rookgassen koelen. Wat is er in de internationale literatuur te vinden over de toepassing van die verschillende rookgaskoelingstechnieken en welke risico’s zitten hieraan vast? Dat onderzocht het lectoraat Brandweerkunde van het NIPV.

De onderzoekers concluderen dat er in de literatuur vrij weinig experimenteel onderzoek is te vinden over het toepassen van rookgaskoelingstechnieken. In de discussies en in de experimenten lopen verschillende technieken en omstandigheden door elkaar heen, zodat er geen harde conclusie is te trekken. De belangrijkste bevindingen zijn:
- Stoomvorming lijkt het grootste risico te zijn, hoewel niet helder is hoe groot dat probleem daadwerkelijk is. Er is namelijk geen praktijkonderzoek naar gedaan.
- Aangezien er bij het raken van hete oppervlakken met veel water veel stoom wordt gevormd, is het het veiligste om ook voor een uitstroom te zorgen en om als brandweer uit de uitstroom te blijven. Maar bij welke hoeveelheid stoom er sprake is van overdruk en van uitstroom is niet helder. Ook de mate waarin de rookgaslaag krimpt of juist uitzet, is niet duidelijk.
- Er is geen indicatie te vinden in de literatuur dat het toepassen van de boogmethode een risico oplevert. Er lijkt wel consensus te bestaan over het belang van het debiet voor rookgaskoeling. Het toepassen van optimale debieten lijkt belangrijker te zijn dan de straalpijptechniek.
Aanleiding voor dit literatuuronderzoek
Wereldwijd is er veel discussie over straalpijptechnieken, debieten en met name wat de veiligste en eenvoudigste manier is om rookgassen te koelen. Een belangrijke vraag is of er niet een eenvoudig uitvoerbare techniek is die altijd werkt. Omdat de deskundigen nogal van mening verschillen, heeft de Brandweeracademie vorig jaar praktijkonderzoek gedaan naar het effect van verschillende rookgaskoelingstechnieken. De conclusie van dat onderzoek was dat de ‘boogmethode’ het best aan de voorwaarden van uitvoerbaarheid en effectiviteit voldoet. Vervolgens ontstond er direct een discussie over de vraag of deze methode wel onder alle omstandigheden veilig is vanwege (vermeende) stoomvorming. Daarom is besloten om deze literatuurscan te doen.
Lees de rapporten
Download hier alle documenten.
Bekijk ook
Meer informatie over onze onderzoeken naar rookgaskoeling vindt u op de onderzoekspagina Rookgaskoeling.
Lees ook
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen.
Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De opleiding is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid.
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de nieuwe Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld.
In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met drones en robots informatie verzamelen voor betere beeldvorming tijdens incidenten.
Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 7 april via het liveblog.
De bijscholingen gaan over: accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen, LNG en andere cryogene stoffen en multi-energiestations.
Onderzoek naar hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden de psychosociale ondersteuning voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten ervaren.
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina72
- Volgende pagina
Zakboek Energietransitie voor incidentbestrijders
18 oktober 2022
Hoe treedt u als brandweer op bij incidenten met nieuwe energiedragers, zoals LNG, accu’s en waterstof? Dit zakboek biedt een bundeling van de voornaamste risico’s en handelingsperspectieven in een handig formaat. Zo heeft u de belangrijkste informatie altijd bij de hand.

Achtereenvolgens komen in het zakboek aan bod:
- Accu’s
- Biomassa
- Elektriciteit
- Geothermie
- Koolstofdioxide
- Liquified Natural Gas (LNG)
- Multifuel tankstations
- Waterstof
- Windturbines
- Zonnepanelen
Kennis gebundeld
Nils Rosmuller, lector Energie- en transportveiligheid: “De energietransitie staat niet stil. De afgelopen jaren hebben NIPV en Brandweer Nederland een aanzienlijke hoeveelheid hulpmiddelen, aandachtskaarten en protocollen gepubliceerd. Denk aan aandachtskaarten voor LNG, waterstof en energieopslagsystemen. In dit zakboek hebben we die operationele kennis gebundeld. Een mooie toevoeging is dat per energiedrager een QR-code is toegevoegd naar de actuele aandachtskaart(en). Zo heeft u de belangrijkste informatie altijd bij de hand.”
Voor wie?
Dit zakboek is primair bedoeld voor manschappen, bevelvoerders, (hoofd)officieren van dienst en adviseurs gevaarlijke stoffen. Uitgebreidere informatie over dit onderwerp is te vinden in het geactualiseerde infoblad Energietransitie voor incidentbestrijders.
Download het zakboek en infoblad Energietransitie voor incidentbestrijders
Lees ook
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen.
Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De opleiding is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid.
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de nieuwe Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld.
In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met drones en robots informatie verzamelen voor betere beeldvorming tijdens incidenten.
Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 7 april via het liveblog.
De bijscholingen gaan over: accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen, LNG en andere cryogene stoffen en multi-energiestations.
Onderzoek naar hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden de psychosociale ondersteuning voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten ervaren.
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina72
- Volgende pagina
Blog: ‘Wat als de bom valt….’
14 oktober 2022
Lector Crisisbeheersing Menno van Duin bespreekt in zijn blog de situatie in Rusland. ‘Feitelijk zijn we weer min of meer in een nieuwe Koude Oorlog beland.’

Eerder wijdde ik een blog aan het bekende thema van onzekerheid naar aanleiding van de inval van Rusland in de Oekraïne. Ik sloot die blog af met de zin: We hopen maar, met Sting, dat Poetin naar zijn onderdanen gaat luisteren. Sting zong immers 37 jaar geleden al in het prachtige nummer Russians (1985): “How can I save my little boy from Oppenheimer’s deadly toy” en “What might save us, me and you, is if the Russians love their children too.”
Het is feitelijk nog steeds volstrekt onzeker of Poetin dat gaat doen. Als er één doemscenario is dan is het wel dat Poetin ‒ volledig in het nauw gedreven en in ego weinig meer te verliezen ‒ alsnog gebruik gaat maken van een (klein) nucleair wapen. Militairen zeggen dan wel steeds dat Poetin ‘not mad but bad’ is, maar hoe zeker zijn we daarvan?
Eén van Nederlands meest populaire popgroepen, Doe Maar, kwam al wat eerder (1982) ‒ ook direct gerelateerd aan de Koude Oorlog ‒ met het geweldige nummer De bom: “Want als de bom valt, dan lig ik in mijn nette pak, diploma’s en mijn cheques op zak, mijn polis en mijn woordenschat aaoei, onder de flatgebouwen van de stad naast jou …”
Voorlopig leeft deze nieuwe ‘cold war’ nog niet echt want een nieuwe De Bom of Russians heeft zich nog niet gemeld, maar wat niet is… Deze nieuwe situatie roept wel de vraag op wat dat nu voor ons persoonlijk maar ook professioneel betekent. Vooral sommige jongeren, zo hoor ik wel al wat om me heen, worden knap onrustig van deze nieuwe dreigingen. Ook wel begrijpelijk: hebben ze eerst als geen andere groep geleden onder de beperkingen van de coronacrisis en vervolgens hangt dit weer boven hun hoofd.
Zouden we ons moeten/kunnen voorbereiden op ‘als de bom valt’. De schuilkelders (onder flatgebouwen van de stad) zijn er niet meer, maar dat betekent nog niet per se dat we niets meer zouden kunnen doen. Enige voorbereiding op een dergelijke situatie kan waardevol zijn. Ik denk dat het goed zou zijn hier toch al wat meer over na te denken en mogelijk wat – zeker in het communicatieve! – maatregelen te nemen. Om wat te noemen.
- Welke gevolgen heeft een eventuele nucleaire fall-out voor ons land. Het antwoord in technische zin (stralingsrisico) zal zijn: heel weinig. Maar dat zal zeker niet iedereen voetstoots aannemen. Een mens lijdt immers het meest van het lijden dat hij vreest. De belevingsaspecten zijn vaak belangrijker dan de feiten.
- Moeten wij alvast of snel aan de jodiumprofylaxe? Ook hier zal het antwoord nee zijn, maar daarbij zal verdere uitleg wenselijk zijn. Liggen alle Q&A’s hierover klaar of vraagt dat nog wat aandacht?
- Welke indirecte gevolgen kunnen er zijn en zijn daar onderwerpen bij die nu voorbereid kunnen worden (aanpak import mogelijk besmette producten, nieuwe vluchtelingenstromen).
Eén ding is zeker. Ook al blijft het verder beperkt tot (be)dreigingen. De samenleving of tenminste een deel van de samenleving wordt (wat) onrustig en zal gaandeweg met vragen komen. Communicatief ‒ risico- en crisiscommunicatie – wacht mogelijk een pittige klus. Daarop in relatieve rust (die er natuurlijk niet meer is nu de crises over elkaar heen rollen) al wat anticiperen kan mijns inziens geen kwaad.
Misschien verbaast sommigen deze oproep omdat ik vooral bekend sta als een veerkracht-aanhanger. Dat blijf ik ook onverkort, maar dat laat onverlet dat ik vind dat overheidscommunicatie langzamerhand wel op zijn plaats is. Niet dat daarmee antwoorden zullen komen; wel dat begrip wordt getoond voor de gevoelde onrust en mogelijk ook al wat wordt gezegd hoe de overheid zich hierop voorbereid.
Lees ook
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen.
Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De opleiding is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid.
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de nieuwe Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld.
In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met drones en robots informatie verzamelen voor betere beeldvorming tijdens incidenten.
Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 7 april via het liveblog.
De bijscholingen gaan over: accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen, LNG en andere cryogene stoffen en multi-energiestations.
Onderzoek naar hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden de psychosociale ondersteuning voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten ervaren.
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina72
- Volgende pagina
Centrum voor Veiligheid en Digitalisering officieel geopend
13 oktober 2022
Maandag 10 oktober opende Hester Somsen, plaatsvervangend Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en directeur Cybersecurity en Statelijke dreigingen, officieel de locatie van het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering (CVD) in Apeldoorn.

Somsen sprak over de nieuwe Nederlandse Cybersecuritystrategie en de rol die het CVD in de nationale vraagstukken kan spelen. Lodewijk Asscher, aanjager van het CVD: “Digitale veiligheid raakt ons allemaal. We moeten sneller en beter nadenken over hoe we werkende Nederlanders digitaal weerbaar maken. Het CVD pakt die taak met steeds meer partijen samen op, en het is geweldig dat ze nu ook de deuren openen van een eigen thuishonk in Apeldoorn.”
Ambitie voor initiatiefnemers
Het CVD is een initiatief van hogeschool Saxion, de Politieacademie, de Universiteit Twente, de gemeente Apeldoorn en de recent toegetreden leden Aventus en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Samen met partners als Centraal Beheer/Achmea, het Kadaster, de Belastingdienst en de Landmacht wordt onder andere een krachtig stelsel van learning communities ontwikkeld met als doel om jaarlijks ruim 1.000 professionals, docenten en onderzoekers in partnership te laten samenwerken. Ben Kokkeler, directeur-bestuurder van het CVD: “Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is een centraal programma van het CVD. Samen met onze kennispartners en werkgevers zetten wij unieke doorlopende leerlijnen neer voor de 100.000+ medewerkers in het domein veiligheid en digitalisering.”
Algemeen directeur IJle Stelstra (NIPV) vult aan: “Digitale veiligheid is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Niet alleen van de veiligheidsprofessional, niet alleen van de IT-er. Het is van èn voor ons allemaal. Er is in gezamenlijkheid geopend, want het landelijk belang wordt gedragen door de regio maar ook door organisaties als Achmea en de Belastingdienst. Met goede samenwerkingen, opleidingen en kennis is er met het CVD een belangrijke gezet om Nederlands digitaal veiliger en weerbaarder te maken, want we zijn er nog niet: werk aan de winkel!”
Een fysieke ontmoetingsplek
Wil je de digitale veiligheidsvraagstukken van nu serieus oppakken, dan moet je dat integraal doen. Bedrijfsleven, kennisinstituten en overheid hebben elkaar nodig om te kunnen leren, onderzoeken en innoveren. Het CVD zet trajecten op waarin ze theorie en praktijk bij elkaar brengt. “Nu we onze intrek hebben genomen op de eerste verdieping van de Wapenrustlaan 11 kunnen we leren en innoveren op allerlei manieren in de praktijk brengen. Je werkt, studeert of volgt een training in een van onze multifunctionele ruimtes en labs. Het is dé plek waar docenten en onderzoekers van kennisinstellingen en praktijkexperts uit het domein veiligheid en digitalisering samenwerken en elkaar ontmoeten,” aldus een trotse Kokkeler.
Lees ook
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen.
Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De opleiding is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid.
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de nieuwe Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld.
In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met drones en robots informatie verzamelen voor betere beeldvorming tijdens incidenten.
Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 7 april via het liveblog.
De bijscholingen gaan over: accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen, LNG en andere cryogene stoffen en multi-energiestations.
Onderzoek naar hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden de psychosociale ondersteuning voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten ervaren.
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina72
- Volgende pagina
LCMS biedt steeds betere ondersteuning in crisissituaties
13 oktober 2022
Binnen het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) delen crisispartners informatie voor een actueel, gedeeld beeld van een crisissituatie. Met het vernieuwde LCMS is het mogelijk om zowel landelijke als organisatie specifieke dashboards met meer informatie in te voegen. Daarnaast is een belangrijke stap gezet in het faciliteren van het veilig samenwerken tussen verschillende sectoren (politie, medische partners, veiligheidsregio’s etc.). Zo is het LCMS steeds beter uitgerust om te ondersteunen in de onvoorziene en (langdurige) crisis maar ook bij grote evenementen.

Om betere samenwerking en informatie-uitwisseling binnen het LCMS mogelijk te maken, is eenduidige taal nodig. Crisispartners gebruiken bijvoorbeeld verschillende termen voor hetzelfde onderwerp. Om hier meer eenheid in te creëren is in het LCMS nu voor alle deelnemende organisaties vastgesteld welke rechten zij hebben, bijvoorbeeld het mogen lezen van informatie, maar ook het mogen bewerken van teksten en tekeningen. Het blijkt dat alle organisaties met deze 14 ‘standaard’ rollen prima uit de voeten kunnen. Dat is goed nieuws, want dit bevordert de samenwerking tussen organisaties uit verschillende disciplines.
Spreiding van vluchtelingen
Een voorbeeld waarbij het LCMS recent is ingezet was bij de spreiding van vluchtelingen uit Oekraïne. Met een nieuwe functionaliteit in het LCMS kunnen rapporten vanuit Microsoft PowerBI in het LCMS worden gekoppeld. Hierdoor kunnen live-dashboards met actuele informatie, bijvoorbeeld over de spreiding van vluchtelingen en de beschikbare opvangplekken, worden geïntegreerd in het LCMS. Deze functionaliteit kwam in het Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne (KCIO) van pas om de spreiding van vluchtelingen voorspoedig te laten verlopen. Tom Hage (hoofd Informatiemanagement KCIO) gaf aan dat deze functionaliteit van grote meerwaarde was om de standaard Netcentrische werkwijze met LCMS flexibeler te maken.

Formule 1 Grand Prix van Zandvoort
Een ander voorbeeld waarbij het LCMS is ingezet was bij de Grand Prix van Zandvoort. Veiligheidsregio Kennemerland gebruikte het systeem samen met andere partners (o.a. ProRail, NS, de meldkamer, politie en gemeentes) voor de monitoring van de veiligheid en het verloop van het evenement.
Door de informatie centraal te delen in een gezamenlijk beeld met de betrokken partijen konden diverse processen sneller en efficiënter worden uitgevoerd, bijvoorbeeld het uitvragen van parkeren en toegangspassen. De beeldvorming van de omgeving werd gedurende het evenement op een snelle manier up-to-date gehouden doordat partijen elkaar snel op de hoogte konden brengen over de stand van zaken. De informatiemanagers van de veiligheidsregio Kennemerland, Simon Stenneberg en Danielle Winter, gaven aan dat het LCMS in combinatie met de Netcentrische werkwijze zeer geschikt is om in te zetten tijdens grootschalige evenementen. Kers op de taart was natuurlijk dat Max Verstappen zijn thuisrace won.
De informatiemanagers van de veiligheidsregio Kennemerland, Simon Stenneberg en Danielle Winter, hebben de regie over het beeld gehad van het hele weekend, zij zorgden dat de informatie door alle partijen tijdig werd doorgegeven, in enkele gevallen vulde zij de informatie aan in LCMS.

Verdere ontwikkeling LCMS
Door een nieuwe ontwikkelproces, zal het LCMS in 2023 vaker nieuwe functionaliteiten bevatten, zonder in te boeten aan de stabiliteit en betrouwbaarheid waar het systeem om bekend staat.
Meer informatie
Lees ook
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen.
Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De opleiding is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid.
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de nieuwe Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld.
In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met drones en robots informatie verzamelen voor betere beeldvorming tijdens incidenten.
Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 7 april via het liveblog.
De bijscholingen gaan over: accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen, LNG en andere cryogene stoffen en multi-energiestations.
Onderzoek naar hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden de psychosociale ondersteuning voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten ervaren.
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina72
- Volgende pagina
De vraagstukken voor de brandweer in 2030
12 oktober 2022
De wereld verandert razendsnel. Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Hoe ziet de Nederlandse samenleving er in 2030 uit? Wat betekent dit voor de rol en de taken van de brandweer? Dat onderzocht het lectoraat Brandweerkunde van NIPV in opdracht van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV). Met de kennis en inzichten uit het onderzoek kan de RCDV haar strategische agenda voor de komende jaren opstellen.

Hans Hazebroek, senior onderzoeker, was de projectleider van het omvangrijke project. “De expliciete opdracht van de RCDV was om van buiten naar binnen te kijken en een gedragen toekomstverkenning op te leveren waarin de brandweer zich kan herkennen. Naast literatuuronderzoek hebben we daarom twee grote events georganiseerd volgens de methode van de Future Search en zijn de vakraden aangesloten. Verder hebben we mensen van binnen en buiten de brandweer geïnterviewd. Vervolgens hebben we alle opgehaalde inzichten geanalyseerd, geprioriteerd en geclusterd. Zo zijn we uitgekomen op 7 perspectieven, in het rapport ‘samenlevingen’ genoemd, en op 5 overkoepelende strategische vraagstukken voor de brandweer.”
Herkenbaar rapport
“Ik ben buitengewoon trots op het rapport dat er nu ligt”, vertelt Petra de Kam, voorzitter van de Stuurgroep Toekomstverkenning brandweer namens Brandweer Nederland. “Ondanks de coronabeperkingen is het ons gelukt om meerdere malen met grote groepen mensen van binnen én buiten de brandweer naar de toekomst te kijken. Dat is belangrijk omdat – zoals het rapport laat zien – een toekomstverkenning geen wiskundig proces is waar een bepaalde concrete uitkomst uit rolt. Alle deelnemers hebben de ruimte en vrijheid gekregen om elkaar aan te vullen en de toekomstvisie van de brandweer te verrijken. Op deze manier hebben we een rapport gekregen waarin iedereen zich kan herkennen. Het is echt een rapport van ons samen geworden.”
Strategische agenda
Lector Brandweerkunde Ricardo Weewer: “Ik ben blij dat we dit onderzoek voor de RCDV hebben mogen doen. Het was een heel interessante exercitie om opnieuw naar de toekomst van de brandweer te kijken en daaraan strategische thema’s te verbinden. Dit onderzoek is niet alleen het uitgangspunt voor de RCDV voor het opstellen van haar strategische agenda. Voor ons vormt het de basis voor de strategische onderzoeksagenda voor de komende jaren.”
Vijf strategische vraagstukken
De 5 strategische vraagstukken voor de brandweer zijn:
- Moet de maatschappelijke opgave van de brandweer worden verbreed naar 1) grootschaliger incidenten en 2) het inzetten van daadkracht, netwerk en middelen bij crises met behoud van lokale inbedding?
- In welke netwerken en op welk niveau is samenwerking gewenst en hoe kan dit het beste flexibel worden georganiseerd?
- Hoe organiseer je flexibiliteit, wendbaarheid en veerkracht binnen de brandweer? Let wel: organisatie én mens! Wil de brandweer een rol spelen in het organiseren van flexibiliteit en veerkracht binnen de samenleving en zo ja hoe?
- Hoe zorg je ervoor dat de brandweer voortdurend inhoudelijke kennis opdoet, deelt en innoveert om mee te komen met de 7 gevonden trends?
- Hoe beweegt de brandweer qua werkgeverschap en leiderschap? Hoe breng je mens en werk in balans in de organisatie en in de ontwikkelingen die de organisatie zal doormaken?
Lees het rapport en de interactieve samenvatting
Download de documenten op de onderzoekspagina Toekomstverkenning Brandweer.
Bekijk ook: Toekomstverkenning crisisbeheersing
Behalve voor de brandweer wordt een soortgelijke toekomstverkenning voor het vakgebied crisisbeheersing uitgevoerd. Zie voor meer informatie Toekomstverkenning Crisisbeheersing.
Lees ook
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen.
Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De opleiding is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid.
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de nieuwe Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld.
In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met drones en robots informatie verzamelen voor betere beeldvorming tijdens incidenten.
Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 7 april via het liveblog.
De bijscholingen gaan over: accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen, LNG en andere cryogene stoffen en multi-energiestations.
Onderzoek naar hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden de psychosociale ondersteuning voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten ervaren.
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina72
- Volgende pagina
Ongevallenstatistiek voorrangsvoertuigen 2020-2021
6 oktober 2022
Vandaag presenteerde het NIPV de cijfers van ongevallen met voorrangsvoertuigen over 2020 en 2021. Doel van het tweejaarlijkse onderzoek is om inzicht te krijgen in het aantal en de kenmerken van ongevallen met voorrangsvoertuigen.

In 2020 en 2021 vonden er in totaal 219 ongevallen met voorrangsvoertuigen plaats. Deze ongevallen leidden tot 102 gewonden, waarvan 54 hulpverleners (44 politie, 5 ambulance, 3 brandweer en 2 overige diensten) en 48 andere weggebruikers. Bij 145 ongevallen waren politievoertuigen betrokken, bij 53 ongevallen ambulances en bij 16 ongevallen brandweervoertuigen. Bij 5 ongevallen waren voertuigen betrokken van overige hulpverleningsdiensten die optische en geluidssignalen mogen voeren.
Kenmerken ongevallen
De twee belangrijkste ongevalstypen waren: een verkeerssituatie waarin de weggebruiker niet oplet of onverwacht gedrag vertoont (29 procent) en een kruispunt met verkeerslichten, waarop de voorrangsvoertuigbestuurder door rood licht rijdt, terwijl de andere weggebruiker groen licht heeft (24 procent). Bij de meeste ongevallen was er sprake van een wederpartij (80 procent). Bij meer dan de helft van deze ongevallen – voor zover bekend – had de wederpartij het voorrangsvoertuig niet gezien of gehoord. Bij twee derde van de ongevallen was er sprake van een flankbotsing. Driekwart van de ongevallen gebeurde binnen de bebouwde kom. Hier deden zich ook de meest ernstige ongevallen voor.
Interpretatie cijfers
De hulpverleningsorganisaties hebben in het rijden met optische en geluidssignalen een min of meer gelijksoortige taak. Bij de interpretatie van de cijfers is het echter belangrijk om in gedachten te houden dat de organisaties op andere aspecten verschillen, zoals de grootte van het wagenpark, het aantal uitrukken en de kenmerken van de uitrukken. Deze verschillen kunnen invloed hebben op de omvang en de ernst van ongevallen met voorrangsvoertuigen.
Blog: ‘t Is weer voorbij die droge zomer …
5 oktober 2022
“Er zijn voor het natuurbrandrisico twee centrale vraagstukken waaraan gewerkt moet worden: wat moeten we doen om het natuurbrandrisico in Nederland beheersbaar te maken? En hoe gaat BV Nederland de maatregelen die genomen moeten worden, betalen?”, blogt senior onderzoeker Hans Hazebroek.

Na een lange, droge zomer is er inmiddels overal weer ruim neerslag gevallen en lijkt Nederland gevoelsmatig eerder ‘te nat en koud’ dan ‘te warm en droog’ te worden. Het wisselen van seizoenen activeert in Nederland meestal een natuurlijke cyclus waarin de aandacht voor natuurbranden verschuift naar de traditionele drukke invulling van het najaar met bijeenkomsten, vergaderingen en deadlines voor het ‘normale’ werk. Want natuurbrand is in Nederland een risico waar we ons tot nu toe alleen écht druk over maken als het al een paar weken droog is en terreinbeheerders en brandweermensen elkaar bezorgd aankijken.
Droogte maakt opeens van alles mogelijk
Als het droog is, krijgt het natuurbrandrisico aandacht en lijkt er ook ruimte te zijn om maatregelen te nemen, al is het soms alleen op de korte termijn. Zo was Nederland eerder nooit écht geïnteresseerd in RescEU, een Europees bijstandsmechanisme waarmee de inzet van blusvliegtuigen en -helikopters wordt gecoördineerd. Maar in deze droge zomer nam een senior ambtelijk vertegenwoordiger van het ministerie van Justitie en Veiligheid deel aan gesprekken over hoe dit mechanisme verder kan worden versterkt. Daarnaast is deze zomer een oproep van de brandweer om bermen te maaien door veel wegbeheerders, zowel gemeentelijk, provinciaal als landelijk, opgevolgd.
Overigens laat de reactie op een dergelijke oproep ook zien hoe ad hoc wij onze natuurbrandbeheersing hebben geregeld: sommige wegbeheerders reageerden dat een dergelijke maaiactie eigenlijk niet in het onderhoudscontract was opgenomen. Met andere woorden: wij hebben ons systeem er niet op ingericht dat we in een droge periode soms aanvullende of andere maatregelen moeten nemen dan we gewend zijn. Ook een aantal organisaties die het behoud van de natuur tot doelstelling hebben, maakten bezwaar tegen het maaien van bermen omdat dit de flora en fauna verstoort. Met andere woorden: we hebben nog geen structureel gesprek gevoerd over het wegen van het belang van veiligheid (voor mens, flora en fauna) versus natuur- en andere waarden die hieraan direct gelinkt zijn.
Positieve ontwikkelingen
Dit jaar zijn er echter positieve ontwikkelingen die er hopelijk toe leiden dat hoewel de seizoenen wisselen, het natuurbranddossier NIET tot de lente wordt opgeborgen. Afgelopen week is de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid gepubliceerd, waarin onder regie van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid alle risico’s die Nederland (gaan) bedreigen in kaart zijn gebracht en ten opzichte van elkaar zijn gewogen in ‘kans’ en ‘effect’. Uitkomst: natuurbranden kennen én een hoge waarschijnlijkheid én een ernstig potentieel effect en dat is een aanzienlijke verzwaring van de inschatting van dit risico ten opzichte van 2016. Daarmee komt natuurbrand, zonder er een competitie van risico’s van te willen maken, in Nederland voor het eerst in het redelijk selecte rijtje van andere risico’s te staan die eveneens een hoge kans/ernstig effect hebben. Dat is mede omdat gelijktijdigheid bij natuurbranden een belangrijke factor is: de kans op twee of meer grote natuurbranden tegelijk is bijvoorbeeld vele malen groter dan dat er in twee chemische plants tegelijk een groot probleem ontstaat (zie ook mijn eerdere blog ‘Voorbereiden op de natuurbrand van morgen’). In de risicoanalyse wordt aan de indeling ‘hoge waarschijnlijkheid en potentieel ernstig effect’ de conclusie verbonden dat het ‘zinnig is om daar als samenleving op voorbereid te zijn en na te gaan of de weerbaarheid op orde is. Dit is weer input voor de Nationale Veiligheidsstrategie, die hopelijk activerend werkt in het beleidsmatig beheersen van natuurbranden.
Natuurmonumenten, Landschappen NL en het Wereldnatuurfonds deden afgelopen deze week een landelijke oproep (zie Binnenlands Bestuur van 29 september 2022) aan provincies en waterschappen om structurele maatregelen te nemen tegen de verdroging die plaatsvindt. Verdroging is één van de belangrijkste ‘drivers’ van natuurbrandgevaar, en dus zou het nemen van maatregelen tegen verdroging ook positief werken voor het beperken van natuurbrandgevaar.
Daarnaast heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opdracht gegeven om een werkgroep in te richten om het natuurbrandprobleem te gaan adresseren én is de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) bezig om een taskforce in te richten om vanuit het perspectief van de brandweerzorg en crisisbeheersing actie te gaan ondernemen. Bijzonder is immers dat natuurbrand – in tegenstelling tot gebouwbranden – een beleidsarm dossier is: er is geen gezamenlijk beleid, er zijn geen gezamenlijke regels en eigenlijk ook geen organisatievorm om natuurbranden beheersbaar te houden. Samenvattend: er is positieve beweging, iedereen doet zijn best, maar de structuur van en samenhang in natuurbrandbeheersing kunnen en moeten worden verbeterd.
Twee centrale vraagstukken
Er zijn twee centrale vraagstukken in het beheersen van het natuurbrandrisico. Het eerste: is: ‘hoe kunnen we het natuurbrandrisico in Nederland beheersbaar maken en houden met klimaatverandering als uitgangspunt?’ Dit is geen structuur- maar een inhoudelijke vraag waarvoor kennis noodzakelijk is die we nu niet hebben. Want met welke landschapsinrichting en beheermaatregelen houden we bijvoorbeeld een brand binnen een perceel, zelfs als de brandweer op dat punt niks kan doen? Wat moeten we doen om er redelijk zeker van te zijn dat een natuurbrand niet kan overslaan op een camping? Hoe bestrijden we een natuurbrand als het koelend vermogen achterblijft bij het brandvermogen? Hoe beïnvloeden we het publieke gedrag zodanig dat burgers voorbereid zijn op evacuaties? Welke risicocommunicatie over natuurbrand leidt tot het beste resultaat? Het zijn vragen waarop we nu op basis van onze beperkte ervaring eigenlijk geen onderbouwd antwoord kunnen geven. Zeker niet omdat ervaring gaat over incidenten uit het verleden, terwijl we weten dat door klimaatontwikkeling de natuurbranden anders zullen worden en ervaring daarom niet automatisch tot de beste oplossing zal leiden.
Het tweede centrale vraagstuk is – heel Hollands -: ‘wie gaat dat betalen?’ Want ook al worden er perfecte maatregelen en middelen ontwikkeld om het risico op natuurbranden te beheersen én om deze te bestrijden, dan zullen deze niet worden toegepast totdat er geld beschikbaar is. Anton Slofstra, voorzitter van de taskforce natuurbranden van de RCDV, pleit terecht voor een deltaplan natuurbranden in lijn met het samenstel van maatregelen dat ertoe heeft geleid dat Zuidwest-Nederland sinds 1953 niet meer is overstroomd. Vraag is wel waarom het Deltaplan zo succesvol is geworden. Want net als voor natuurbranden geldt, was het beheersen van dat risico bij heel veel verschillende (overheids)partijen en -lagen ondergebracht met ieder hun eigen bevoegdheden, hun eigen visie op dé oplossing en hun eigen rol daarin. Naast een hele concrete aanleiding (de Watersnoodramp van 1953) en centrale regie (onder één ministerie) was geld misschien wel de belangrijkste reden waarom het Deltaplan geslaagd is. Omdat er (ruim) geld beschikbaar was, zijn partijen die aanvankelijk terughoudend waren om mee te werken, over de streep getrokken. In de zoektocht naar een deltaplan natuurbranden moeten we dus in het achterhoofd houden dat een deltaplan dus ook of zelfs vooral draait om het vinden van geld. Daarbij kunnen coalities (met bijvoorbeeld natuurorganisaties) of verbindingen met andere actuele dossiers waarin veel geld omgaat, zoals klimaatadaptatie en stikstof, behulpzaam zijn.
Hans Hazebroek
senior onderzoeker brandweerzorg
Lees ook
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen.
Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De opleiding is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid.
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de nieuwe Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld.
In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met drones en robots informatie verzamelen voor betere beeldvorming tijdens incidenten.
Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 7 april via het liveblog.
De bijscholingen gaan over: accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen, LNG en andere cryogene stoffen en multi-energiestations.
Onderzoek naar hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden de psychosociale ondersteuning voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten ervaren.
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina72
- Volgende pagina
Evaluatie storm Eunice: inzet NL-Alert was noodzakelijk
5 oktober 2022
Het NIPV voerde in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid een evaluatie uit naar de overbelasting van 112 tijdens de storm Eunice op 18 februari 2022. De evaluatie gaat over de inzet van de betrokken organisaties bij de voorbereiding op en de gebeurtenissen tijdens de storm Eunice.

Uit de evaluatie komt naar voren dat ondanks een maximale bezetting van de landelijke 112-centrale en de regionale meldkamers niet voorkomen kon worden dat bellers het alarmnummer 112 niet konden bereiken. Pas na het uitzenden van een NL-Alert waarin werd opgeroepen om alleen 112 te bellen bij levensgevaarlijke situaties, nam het aantal oproepen naar de landelijke 112-centrale af, en daarmee ook de wachtrij voor de regionale meldkamers.
De onderzoekers constateren dat de overbelasting met name werd veroorzaakt door het groot aantal mensen dat tegelijkertijd met 112 belde voor situaties waarvoor spoedeisende hulp niet noodzakelijk was. De onbereikbaarheid van 112 heeft gelukkig niet geleid tot slachtoffers.
Aanbevelingen
Het NIPV doet in zijn evaluatierapport diverse aanbevelingen om de inzet en samenwerking van de betrokken organisaties bij situaties als storm Eunice te verbeteren. Volgens de onderzoekers laat de storm Eunice zien dat er voor de veiligheidsregio’s, naast de hoeveelheid werk die zich tijdens een dergelijke gebeurtenis ontvouwt, een bovenregionale en vooral operationele lacune ontstaat in kennisdeling en afstemming. Die lacune zou kunnen worden opgevuld door een landelijk operationeel leider.
Daarnaast wordt aanbevolen om meer en beter gebruik te maken van telefoonnummers voor niet-spoed-meldingen, en om de ideeën voor het digitaliseren van meldingen multidisciplinair nader uit te werken.
Tevens bevelen de onderzoekers aan om de discussie te starten over hoe breed of smal het gebruik van NL-Alert zou moeten c.q. mogen zijn. Wellicht kan een vroege NL-Alert een overbelasting van de meldkamer voorkomen. Verder doen zij aanbevelingen over de inzet van risicocommunicatie, het nader bezien van de opschaling van kleurcode oranje naar kleurcode rood, de samenwerking tussen calamiteitencoördinatoren en de inzet van de brandweer tijdens stormen.
Lees het rapport
Download het rapport op de onderzoekspagina Incidentonderzoek.
Kamerbrief
Lees de Kamerbrief met beleidsreactie op evaluatie inzet van betrokken organisaties bij storm Eunice.
Blog: Ervaringen bij onderzoek van de Bijlmerramp
30 september 2022, Menno van Duin
Lector Crisisbeheersing Menno van Duin kijkt in een drieluik terug op de Bijlmerramp, 30 jaar geleden. In deze tweede blog beschrijft hij zijn ervaringen als onderzoeker: de eerste dagen na de ramp.

Wij zaten die bewuste avond, 4 oktober 1992, aan tafel. Mijn vrouw en ik waren net begonnen aan het avondeten toen een collega van het COT belde dat er in Amsterdam een vliegtuig zou zijn neergestort. Omdat het COT eerder dat jaar onderzoek had gedaan naar de explosie/ramp bij Cindu in Uithoorn, hadden we wat inseinafspraken gemaakt met de Algemene Verkeersdienst van de Rijkspolitie om ter plekke onderzoek te kunnen doen bij crises. Dat betekende dat we vervolgens snel tot actie overgingen.
Vanuit verschillende plaatsen in het land trokken onderzoekers en student-assistenten naar Amsterdam. Zelf reed ik met Uri Rosenthal mee. Hij beschikte indertijd al over een autotelefoon die, met alles erbij, de omvang had van een kleine hutkoffer. Zo onderhielden we in de auto contact met Amsterdam en werden we naar de Bijlmersporthal geleid. Toen we daar tegen tienen aankwamen, bleek Werner Overdijk – toen nog student-assistent bij het COT ‒ al aanwezig en tot onze verrassing ter plekke te zijn gebombardeerd tot een soort van opvangcoördinator.
Die avond zagen we de sporthal volstromen met vooral ‘allochtonen’ – een woord dat in die tijd nog werd gebruikt – maar er klopten ook vele (potentiële) hulpverleners aan. Vele psychologen meldden zich spontaan. De meeste van hen hadden overigens geen enkel idee wat de overlevenden van de ramp of andere ontheemden die eerste uren wensten. Eigenlijk nooit een psycholoog, maar vooral wat warmte, een arm om de schouder, iets te eten en vooral informatie, informatie en informatie.
De dagen erna waren sommigen van ons nog in Amsterdam, maar volgden wij ‒ net als de rest van Nederland – de gebeurtenissen toch vooral via de televisie. De eindeloze beelden van het rampterrein, de indrukwekkende tocht naar de RAI waar een herdenkingsdienst plaatsvond en de veelkleurige vormen van rouw.
Weken later startten wij ons evaluatieonderzoek in opdracht van de gemeente. Sommige van die gesprekken ‒ bijvoorbeeld met Hugo Ernst de brandweercommandant – zal ik nooit vergeten. Brandweermensen zien ‒ ook in de flats in de Bijlmermeer ‒ het nodige, maar spreken hier verder niet over. Ook bij een volgende brand willen ze immers onbelemmerd toegang hebben. Ook boeiend was een gesprek met wethouder Frank de Grave (de eerste locoburgemeester van de stad) die ten tijde van de ramp in het verre buitenland was. Toen hij na een aantal dagen terugkeerde in Amsterdam, had hij dagenlang een achterstand. Hij voelde zich aanvankelijk een buitenstaander; had de ramp niet meebeleefd.
Hoewel wij als COT al wat evaluaties hadden verricht, was dit natuurlijk van een totaal andere orde. Gelukkig hadden we de tijd om niet alleen stukken te lezen en gesprekken te voeren, maar ook om met elkaar observaties te delen en gaandeweg ons een beeld te vormen. We waren dan ook zeer tevreden met het eindresultaat.
Het rapport werd goed ontvangen en de naam van het COT was gevestigd. Uri Rosenthal had een team om zich heen dat van waarde was. Voor ons verdween de ramp echter meer en meer naar de achtergrond, want nieuwe crises dienden zich aan zoals bijvoorbeeld de hoogwatersituaties van 1993 en begin 1995. Maar de Bijlmerramp en vooral de nasleep ervan verdwenen bij anderen helemaal niet uit beeld. Enkele journalisten doken met een ongekende hardnekkigheid op de gebeurtenissen die zich kort na de ramp zouden hebben voltrokken. Hulpverleners zouden zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen; dat verklaarde dat verschillende van hen ziek waren geworden. Mannen in witte pakken hadden de nacht(en?) na de ramp allerlei belastende informatie op het rampterrein verdonkeremaand.
De hardnekkige zoektocht naar de waarheid en de toenemende onduidelijkheden over wat er nu echt gebeurd was, leidden uiteindelijk in 1998 tot de Bijlmerramp-enquête. Dagenlang volgden velen de verhoren op televisie. Het werd vooral spannend toen iemand met een laadbrief kwam, die schokkende informatie bevatte. Hoge ambtenaren van het verantwoordelijk ministerie van Verkeer en Waterstaat zouden deze informatie ‘onder de pet’ hebben gehouden. Kwalijk was echter vooral dat de enquêtecommissie al vrij snel wist dat het de laadbrief van een ander toestel betrof en dat vervolgens zelf enkele dagen ‘onder de pet hield’.
Zelf had ik in die periode nog een radio-interview met Clairy Polak, die vooral wilde suggereren dat de gemeente Amsterdam nauwelijks was voorbereid op een ramp. Dat werd gaandeweg de ‘tone of voice’ ten tijde van de parlementaire enquête. Ze noemde het voorbeeld van politiechef Nordholt die in zijn ‘verhoor’ aangaf dat hij op 4 oktober als eerste aankwam bij het beleidscentrum in de Stopera en flink had moeten zoeken naar het licht. Mijn wedervraag of soms in het gemeentelijk rampenplan ook de plaats van de lichtknopjes zou moeten worden opgenomen, werd niet erg gewaardeerd. Relativeringen waren minder welkom.
Hoewel uiteindelijk ook de enquêtecommissie oordeelde dat de rampenbestrijding goed was aangepakt, was de commissie van oordeel dat de gemeente indertijd meer had moeten doen om zekerheid te hebben omtrent de lading en de eventuele aanwezigheid van bepaalde gevaarlijke stoffen aan boord van het vrachtvliegtuig. Achteraf kan dat natuurlijk geconcludeerd worden. Feit is dat het thema van de lading in 1992 geen enkele rol speelde en wij in de gesprekken nooit een woord hierover gehoord hebben (en er ook niet naar hebben gevaagd). De lading was simpelweg een non-issue en achteraf ‒ na uitvoerig onderzoek van de commissie ‒ ook wel weer min of meer begrijpelijk. Er was ook weinig betekenisvols gevonden.
Eén conclusie van de commissie bleef na afloop een heikel punt. De commissie zag een rechtstreeks verband tussen de gezondheidsklachten en de Bijlmerramp. In een motie van wantrouwen werd dat met name minister Borst, in 1999 verantwoordelijk voor Volksgezondheid (maar in 1992 niet!), fors aangerekend. De motie werd maar net overleefd. Feitelijk was het verband vooral indirect. Ook het RIVM had in onderzoek aangegeven slechts een indirecte relatie te zien.
Minister Borst, ten slotte, leerde snel van de motie van wantrouwen. Dat verklaarde ook dat een aantal maanden later bij de vuurwerkramp in Enschede (mei 2000) al na enkele dagen een team van het ministerie van Volksgezondheid zich in Enschede meldde. Er moest op stel en sprong een gezondheidsonderzoek worden gestart en een informatie- en adviescentrum worden ingericht.
Zelfs dertig jaar later biedt de Bijlmerramp nog volop interessante inzichten. Welke lessen zijn er voor mij uit deze ramp te trekken? Ik noem er enkelen:
- De Bijlmerramp toonde in optima forma de gelaagdheid en de ‘gekleurdheid’ van onze samenleving.
- Rampen met de omvang van de Bijlmerramp werpen lange schaduwen vooruit; ze houden lang grote attentiewaarde.
- Evalueren is al snel ook een ‘politieke’ aangelegenheid met veel gevoeligheden; voor een parlementaire enquête geldt dat des te meer.
- Publicaties van journalisten krijgen vaak – zeker afgezet tegen de kwaliteit – onevenredig veel aandacht.
- De (dreigende) ramp na de ramp verdient veel aandacht (maar dan niet zozeer de complotten maar wel het zorgvuldige nazorg-traject) hetgeen vaak lastig blijkt, omdat velen weer willen overgaan op de ‘orde van de dag’.
Menno van Duin, Lector Crisisbeheersing
Lees ook de eerste blog: Het Bijlmerramp-complot
Lees ook
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden.
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen.
Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. De opleiding is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid.
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de nieuwe Handleiding regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld.
In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met drones en robots informatie verzamelen voor betere beeldvorming tijdens incidenten.
Volg de voortgang van de release op de Oefenomgeving op 7 april via het liveblog.
De bijscholingen gaan over: accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen, LNG en andere cryogene stoffen en multi-energiestations.
Onderzoek naar hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden de psychosociale ondersteuning voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten ervaren.
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina72
- Volgende pagina
