Hoe vergroten we onze weerbaarheid tegen natuurrampen en klimaatverandering?
20 februari 2025
Ons klimaat blijft veranderen. Extreme weeromstandigheden nemen toe en de risico’s stapelen zich op. Hoe vergroten we onze weerbaarheid tegen natuurrampen en klimaatverandering? Dit was het onderwerp van de vierde Masterclass van het NIPV, die plaatsvond bij het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).

Vergroten van weerbaarheid
Sprekers Maarten van Aalst, hoofddirecteur bij het KNMI en hoogleraar aan de Universiteit Twente, en Charlotte van Ruijven, programmamanager Klimaatveiligheid bij het NIPV, vertelden over klimaatrisico’s en de uitdagingen waar crisisprofessionals voor komen te staan. Het beperken van schade veroorzaakt door klimaatrampen vergt uitvoerige voorbereidingen, samenwerking en veerkrachtige systemen. Niet alleen reageren, maar vooruitdenken en vandaag al actie ondernemen.
De belangrijkste leerpunten uit deze masterclass zijn:
1. Het goede van tevoren doen
De overstromingen in Limburg in 2021 tonen hoe door klimaatverandering risico’s zijn vergroot. We konden het gevaar voorspellen, maar onduidelijkheid over mandaten vertraagde actie. De les die dit ons heeft geleerd? We moeten van tevoren bepalen wie wanneer handelt bij dreigende rampen. Plannen is een essentieel aspect, waar het KNMI aan bijdraagt door te werken aan sterkere waarschuwingsketens zodat voorspellingen leiden tot effectieve actie. Ook is improvisatievermogen cruciaal en daar zijn heldere verantwoordelijkheden voor nodig.
2. Een klimaat dat blijft veranderen
Klimaatonderzoek gaat niet langer over de verre toekomst. Steeds vaker onderzoekt het KNMI het hier en nu: Is deze hittegolf of overstroming het gevolg van klimaatverandering en gaat dit vaker gebeuren? Voorheen waren klimaatscenario’s en weersverwachtingen aparte disciplines, maar deze zijn nu samengekomen. Het klimaat verandert continu. Wat gisteren normaal was, is dat morgen niet meer.
3. Blijf investeren in onderzoek, kennisontwikkeling, professionalisering, in samenwerken en netwerkvorming
Veiligheidsregio’s zetten hierin samen met het NIPV, KNMI en ministerie van Justitie en Veiligheid stappen binnen het programma Klimaatveiligheid. Dit programma heeft tot doel om (beter) zicht te krijgen op de mogelijkheden en onmogelijkheden voor een veilige en weerbare samenleving bij klimaatverandering nu en in de toekomst.
Voorbeelden zijn een handreiking met handvatten voor de rol van veiligheidsregio’s bij ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie en het gezamenlijk inzichtelijk maken van knelpunten en blinde vlekken bij de risico’s hitte, droogte, wateroverlast en overstroming.
4. Bouwen aan versterkte ketens
Effectieve klimaatwaarschuwingen vragen om samenwerking. Het KNMI werkt samen met waterschappen en veiligheidsregio’s om verwachtingen direct bruikbaar te maken. Met het nieuwe ‘Early Warning Centre’ groeit het KNMI van een dataleverancier naar een actieve schakel in de keten. Samen verkleinen we onze kwetsbaarheid.
5. Geen doemscenario’s, maar actie
Klimaatverandering betekent niet dat alles ten onder gaat, maar zonder energietransitie zijn de gevolgen groot. De snelheid waarmee we uitstoot verminderen en ons aanpassen, bepaalt hoe beheersbaar de risico’s blijven.
6. De omslag vindt plaats
Sinds het Akkoord van Parijs is de transitie naar duurzame energie in een stroomversnelling geraakt. Investeerders kijken steeds kritischer naar fossiele brandstoffen en klimaatrisico’s. Maar dit proces moet sneller. In de woorden van Obama: “We zijn de eerste generatie die het merkt, en de laatste die het kan oplossen.” We voelen de impact van klimaatverandering nu al. We moeten ons aanpassen aan onze omgeving en ons voorbereiden op mogelijke extremen. Dit bereiken we niet alleen met ons verstand, maar ook met ons verbeeldingsvermogen.
Bekijk ook
Waterveiligheid voor morgen vraagt sterkere samenwerking
20 februari 2025
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Unie van Waterschappen hebben aan het NIPV gevraagd onderzoek te doen naar de wijze waarop de positie van waterschappen in de crisisbeheersing versterkt kan worden, met name door de samenwerking tussen waterschappen en veiligheidsregio’s te verbeteren.

De samenwerking tussen waterschappen en veiligheidsregio’s is meestal voldoende om de huidige waterrisico’s het hoofd te bieden. De ernst en schaal van de waterrisico’s die op ons afkomen, dreigen hier echter verandering in te brengen. We verwachten dat waterincidenten steeds vaker maatschappelijke gevolgen en een bovenregionaal karakter kennen.
Dergelijke problematiek vereist een sterkere samenwerking. Dit rapport biedt aanbevelingen voor zowel de waterketen als de algemene keten om deze samenwerking te verstevigen.
- Capaciteit op crisisbeheersing bij waterschappen
Bij veel waterschappen is de capaciteit voor crisisbeheersing niet groot, waardoor het aan tijd en mankracht ontbreekt om relaties te onderhouden met veiligheidsregio’s. Waterschappen dienen meer FTE vrij te maken voor crisisbeheersing. - Automatische alarmering van waterschappen
Waterschappen zijn bij meer soorten crises betrokken dan veiligheidsregio’s vaak vermoeden. Laat de aanwezigheid van het waterschap in een crisisteam niet afhangen van de leider van dat team, maar laat het waterschap zelf bepalen of ze aansluiten. - Specifiek trainen voor mededeling in een crisisteam
Evaluaties tonen aan dat de samenwerking in crisisteams nog niet altijd goed gaat. Partners verwachten te veel van waterschappen, waterschappen weten technische informatie niet altijd goed te vertalen. Deze samenwerking is bij uitstek te trainen. - Elkaar betrekken, voor en na de crisis
Veiligheidsregio’s dienen waterschappen te betrekken bij planvorming, scenario-ontwikkelingen en oefeningen. Beide partijen dienen vaker samen op te trekken in het gezamenlijk evalueren van incidenten (waar relevant). - Bovenregionale en grensoverstijgende samenwerking
Meer zelfs dan bij andere crises vragen waterrisico’s om een grensoverstijgende blik in de warme en koude fase door de invloed van het water vanuit andere regio’s of landen (Duitsland en België) op het Nederlandse watersysteem. Zoek niet slechts apart de relaties over de grens, maar neem ook buurwaterschappen -regio’s mee te nemen in het contact met buurland(en). Oefen daarnaast met verschillende bovenregionale scenario’s waar ingewikkelde afwegingen in voorkomen, waarbij ook de ‘zware bestuurders’ meedoen. - Benoeming in Wet veiligheidsregio’s
Om te vermijden dat er een verkeerd signaal uitgaat van het schrappen van de waterschappen uit een opvolger van de Wet veiligheidsregio’s, adviseren wij om de vermelding van de waterschappen te handhaven.
In 2025 geeft het NIPV met het programma Klimaatveiligheid een impuls aan onderzoek, kennisontwikkeling, professionalisering, samenwerken en netwerkvorming op het gebied van klimaatveiligheid, natuurbrandveiligheid en waterveiligheid.
Lees het rapport
Ventilatie en detectie van waterstof
18 februari 2025
Ontsteking van waterstof kan leiden tot een explosie met overdrukeffecten, zeker als waterstof per ongeluk vrijkomt in een besloten ruimte. Ventilatie en detectie van waterstof zijn twee maatregelen die cruciaal zijn om explosiegevaar te beperken. Kennis en informatie over hoe je het beste kunt ventileren en kunt detecteren, is echter beperkt beschikbaar. Om dit kennishiaat te vullen, heeft het NIPV een literatuuronderzoek uitgevoerd.

Het hoe en wat van ventilatie en detectie
Het onderzoek geeft inzicht hoe ventilatie werkt en welke vormen van waterstofdetectie mogelijk zijn. Daarnaast wordt beschreven hoe ventilatie er voor kan zorgen dat vrijgekomen waterstof verdund wordt met lucht en hoe groot de ventilatiecapaciteit van de ruimte dan moet zijn. Tenslotte laat het onderzoek zien waar waterstofdetectoren het beste geplaatst kunnen worden om snel en betrouwbaar de aanwezigheid van waterstof te kunnen waarnemen.
Eisen stellen aan ventilatie en detectie
Ventilatie heeft invloed op de verspreiding van waterstof en daarmee ook op de detectie van waterstof. Het rapport beschrijft de wisselwerking tussen ventilatie en detectie maar ook de kennis die nodig is om deze twee maatregelen goed en veilig toe te passen in een ruimte.
De verkregen kennis uit dit onderzoek is:
- relevant voor het beoordelen van veiligheidsrisico’s van waterstof in besloten ruimtes door gebruikers, veiligheidsregio’s, omgevingsdiensten, overheden en andere organisaties.
- relevant voor het bepalen van de manier waarop ventilatie- en detectiesystemen in het ontwerp van (semi)besloten ruimtes met waterstofactiviteiten opgenomen kunnen worden.
Lees het rapport en de 2 factsheets
Kennisbundels veilige energietransitie geactualiseerd
9 januari 2025 (bijgewerkt op 18 februari 2025)
In 2021 en 2022 heeft het NIPV tien kennisbundels over nieuwe energiebronnen en -dragers gepubliceerd. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en andere nieuwe ontwikkelingen was het nodig om de kennisbundels te actualiseren.

Wegwijs in de veiligheidsrelevante facetten van de energietransitie
De kennisbundels geven informatie over wet- en regelgeving, vergunningverlening, pilots en veiligheidsmaatregelen. Ze zijn met name bedoeld voor de veiligheidsregio’s, de omgevingsdiensten en de bevoegd gezagen. Maar ook het bedrijfsleven en burgers kunnen baat hebben bij een goede en verantwoorde bundeling van kennis over de (veilige) energietransitie.
Bekijk de vernieuwde kennisbundels
-
Kennisbundel Windturbines
pdf | 5 MB | 17-02-2025 -
Kennisbundel Zonnepanelen
pdf | 4 MB | 11-12-2024 -
Kennisbundel Geothermie
pdf | 3 MB | 11-12-2024 -
Kennisbundel Transport van waterstof(dragers)
pdf | 2 MB | 11-12-2024 -
Kennisbundel Kooldioxide
pdf | 1 MB | 11-12-2024 -
Kennisbundel LNG
pdf | 2 MB | 04-11-2024 -
Kennisbundel Multi-energie tankstations
pdf | 2 MB | 04-11-2024 -
Kennisbundel Waterstof in de gebouwde omgeving
pdf | 2 MB | 04-11-2024 -
Kennisbundel Duurzaam bouwen
pdf | 2 MB | 04-11-2024 -
Kennisbundel Elektrificatie
pdf | 1 MB | 04-11-2024
Bekijk ook
Innovatief experiment: past Augmented Reality (AR) in praktijkoefeningen?
14 februari 2024
Officier van dienst (OvD) Harco van Oorschot maakte al veel oefeningen mee, maar dit keer was het anders: “Een innovatieve praktijkoefening met een Augmented Reality (AR)-bril op: de Apple Vision Pro. Welke voordelen en mogelijkheden heeft AR, en werkt het? Mijn conclusie: het zou wat mij betreft onderdeel van het brandweeronderwijs moeten zijn.”

Je ziet de wereld om je heen met toegevoegde virtuele elementen
AR is een technologie die digitale elementen over de echte wereld heen projecteert via een speciale bril. Je ziet realtime zowel de fysieke omgeving als virtuele elementen. Van Oorschot: “In ons geval bijvoorbeeld een brandweervoertuig en rookontwikkeling die ontstond in een fysiek pand. Ik wist al iets van de mogelijkheden van de AR-brillen, maar had ze nog nooit gebruikt. Aangezien ik ook in het oefenwereldje zit, ik ben naast OvD ook specialist vakbekwaamheid, was ik benieuwd of AR meerwaarde heeft. Daarnaast deed ik drie weken geleden nog een realistisch geënsceneerde OvD-oefening, dus kon ik een mooi bruggetje maken en verschillen zien.”
Geen rook happen en gassen inademen
Een goede praktijkoefening organiseren, brengt veel met zich mee. Je bent afhankelijk van de objecten die aangeboden worden. “Een brandweerauto moet op zo’n oefendag beschikbaar zijn en kost ook een hoop”, licht Van Oorschot toe. “Dan heb je nog de milieuaspecten van een auto die staat te draaien met diesel, en oefenrook of een echt vuurtje om de oefening realistisch te maken. Voor mij is dat maar een klein momentje, maar oefenleiders staan de hele dag rook te happen en gassen in te ademen. Daar kan AR een oplossing in bieden.”

Hoe ‘reality’ is AR?
“De vraag was voor mij wel: hoe ‘reality’ is het beeld dat je krijgt? Nou, tegenover huidige systemen is het innovatieve AR een stuk realistischer. Je staat niet in een grafische wereld maar juist in je eigen fysieke omgeving. Je ziet echte bomen en een echt gebouw. Dat het realistischer lijkt, zie je ook aan de bewegingen van mensen met een AR-bril op. Op een gegeven moment dacht mijn brein dat de virtuele tankautospuit echt was. Ik leunde er tegenaan en viel om, want die auto was er helemaal niet. Heel gek.”
Volledig virtueel (VR) versus combinatie virtueel en fysiek (AR)
“Kijken naar je eigen omgeving met AR, is het grootste positieve voordeel tegenover andere digitale middelen zoals Virtual Reality (VR)”, vindt Van Oorschot. Bij VR zet je ook een bril op, maar is de omgeving die je ziet volledig gesimuleerd in plaats van gedeeltelijk. “Ja, ik denk dat AR een hele goede combinatie is tussen grafische en realistische beelden. Maar VR heeft ook z’n voordelen. Bijvoorbeeld als je als manschap tijdens een praktijkoefening veel handelingen moet doen om je motorische vaardigheden te trainen. Of om in een nieuwe brandweerauto de nieuwe knopjes en pompen te beoefenen, dan is VR goed in te zetten. In een dynamische incident-oefening kan AR weer een betere rol spelen.”

AR voor oefenen van beeldvorming
Beeldvorming, in de beginfase op een afstandje kijken naar de ontwikkeling van een brand, daarvoor is AR volgens Van Oorschot zeker goed te gebruiken. Bijvoorbeeld voor OvD’s, hoofdofficieren van dienst (HOvD’s) en bevelvoerders die moeten inschatten hoe de brand er over een kwartier uitziet, wanneer ze moeten opschalen en wanneer ze een ambulance moeten vragen. “Of in de opleiding van de adviseur gevaarlijke stoffen (AGS), waarin beeldvorming ook een belangrijke rol speelt. Voor dit soort oefeningen werkt AR heel goed vind ik. Maar dan als toevoeging, want ik zeg niet meteen: doe maar al die oefencentra op slot. AR is een innovatie die wat mij betreft onderdeel van het brandweeronderwijs moet zijn en, afhankelijk van het oefendoel, hoop ik dat we AR in de toekomst zeker gaan gebruiken.”
Heli-Team Brandweer werkt flexibeler samen door nieuwe voertuigen
12 februari 2024
“Met onze nieuwe voertuigen zijn we flexibeler als er een grote natuurbrand is.” Christiaan Velthausz is teamleider bij Fire Bucket Operations (FBO). “Deze sterk terreinvaardige wagens helpen ons ook beter samen te werken met de lokale leiding tijdens een natuurbrand.”

Nieuwe pick-up heeft genoeg ruimte voor apparatuur en mensen
Het Heli-Team Brandweer had al een pick-up ter beschikking, maar die was wat ouder aan het worden en werd een beetje krap voor vier man en alle specialistische materialen. De nieuwe pick-up, gefinancierd door het NIPV, is een Ford Ranger. Velthausz: “Een beest van een auto, prachtig is hij. Deze zetten we in als materiaal- en verkenningswagen. Hij heeft genoeg ruimte voor de koffers met apparatuur en uitrusting en genoeg ruimte voor ons hele team.”

Fire Bucket Operations: helikopterinzet bij natuurbranden
“FBO is een specialistische eenheid die valt binnen het landelijk specialisme natuurbrandbeheersing. Wij springen desgevraagd bij als er een grote of complexe natuurbrand is. FBO bestaat uit drie onderdelen:
- helikopters van Defensie
- het MAOT-team van Defensie
- het Heli-Team Brandweer.
Die laatste dat zijn wij. Defensie heeft geen expertise in brandbestrijding, dus ons team adviseert en stuurt de helikopters aan. Dat betekent dat we snel en flexibel moeten kunnen opereren, ook op moeilijk terrein. Goed materieel is belangrijk om ons werk effectief te doen en ik ben blij dat we die kans krijgen.”

Vorig voertuig krijgt tweede leven bij droneteam
De oude pick-up is trouwens niet naar de sloop, maar krijgt een tweede leven. Team digitale verkenning (TDV) mag hem nu gebruiken als zij met hun drones ondersteunen bij natuurbranden. “We werken nauw samen met onze collega’s van TDV. Zij zijn bij een grote natuurbrand ook erg belangrijk om een goed overzicht te krijgen van de situatie. Maar het is wel belangrijk dat de drones geen gevaar vormen voor de helikopters. Daar helpt een sterk terreinvaardig voertuig zeker bij.”
Bekijk ook
Jacqueline, Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
februari 2026
In september 2026 start de 55e voltijdopleiding Brandweerofficier. Acht veiligheidsregio’s zijn hiervoor nu op zoek naar geschikte kandidaten om brandweerofficier te worden. Kandidaten komen in dienst van een veiligheidsregio en volgen de opleiding tot brandweerofficier bij het NIPV. Jacqueline Peters is oud-student van de 50e voltijdopleiding Brandweerofficier en nu werkzaam bij Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Zij vertelt hoe ze de opleiding en haar carrière daarna heeft ervaren. Meer informatie over opleiding is te vinden op www.brandweerofficier.nl.

Over Jacqueline
Ik ben Jacqueline Peters, 41 jaar, getrouwd en moeder van drie kinderen. Ik ben sectorhoofd incidentbestrijding bij Veiligheidsregio Brabant‑Zuidoost en verantwoordelijk voor de completeincidentbestrijding : de vrijwilligereen beroepsposten, uitruk en de preparatieve kant zoals planvorming, huisvesting, facilitair, techniek, voertuigen, trainen en oefenen. Ik maak onderdeel uit van het MT van de veiligheidsregio en draai eens per vier à vijf weken dienst als regionaal operationeel leider. In mijn vrije tijd geniet ik van mijn kinderen, fietsen, zeezeilen en houtbewerking.
Waarom heb je ervoor gekozen om bij de brandweer te gaan werken?
Er is nooit één specifieke reden geweest. Een deel ligt in mijn achtergrond: ik studeerde bouwkunde en werkte als architect aan projecten voor zorginstellingen. Die maatschappelijke component gaf mij voldoening, maar het werk voelde smal. Omdat ik nog aan het begin van mijn carrière stond en graag blijf leren en ontwikkelen, vroeg ik me af hoe ik mezelf uitgedaagd kon houden. Toevallig kwam de opleiding op mijn pad en tijdens een infodag vond ik precies wat mij aansprak: de maatschappelijke component, iets teruggeven aan de samenleving, bijdragen aan veiligheid en het recht op een veilige omgeving, een van mijn kernwaarden.
Daarnaast sprak het brede carrièrepad binnen een veiligheidsregio mij aan. Binnen de brandweer kun je zowel specialistisch doorgroeien als brede ervaring opdoen in vakbekwaamheid, planvorming, techniek of huisvesting. Je kunt je binnen één organisatie blijven ontwikkelen, wat voor mij ook met loyaliteit te maken heeft: niet telkens opnieuw beginnen, maar groeien in één organisatie. Binnen een veiligheidsregio komt daar ook nog bedrijfsvoering en crisisbeheersing bij, wat die breedte alleen maar vergroot.
Ook speelde leiderschap voor mij een grote rol. De focus lag tijdens mijn lichting, de 50e, op wie ik ben als leider in een publieke organisatie, met 24‑uursdiensten, vrijwilligers, fysieke afstanden en kantoorfuncties. Hoe geef je leiding aan zulke verschillende groepen? Wat vind je daarin zelf belangrijk? Leidinggeven aan zulke verschillende groepen is een enorme uitdaging, maar werken met mensen die zoveel hart hebben voor de medemens maakt het werk bijzonder en betekenisvol.
Had je voor de opleiding al ervaring bij de brandweer of een veiligheidsregio? En hoe heb je dat ervaren?
Nee. Ik had daar nog geen ervaring mee, in tegenstelling tot enkele andere medestudenten. Maar dat is ook zeker niet nodig om de voltijdopleiding te gaan doen.
ook de repressieve carrière binnen de brandweer biedt veel mogelijkheden om stappen te doorlopen. In breedte, leiderschap en afwisseling, wat mij sterk heeft aangetrokken. Als OvD heb je eens in de vier à vijf weken dienst en je beheersmatige taak is nauw verbonden met je repressieve rol. Je kunt zomaar uit je reguliere werkzaamheden worden gehaald. Juist die dynamiek zocht ik: het onverwachte, de energie en voldoening die het repressieve werk geeft. Het is fijn om dat wat je in de kantooromgeving ontwikkelt, in de praktijk waar te maken. De brandweer biedt ook ruimte om door te groeien. Voor iedereen is er wel een plek die past. De brandweer voelt als een eigen maatschappij, waar iedereen zijn of haar plek kan vinden.
Je oudste kind was nog een baby toen je begon aan de opleiding. Hoe heb je dat gecombineerd?
Het is een intensieve opleiding en elke keuze die je met een gezin maakt, maak je samen. Mijn man en ik zijn allebei bewust bezig met onze eigen ontwikkeling en stemmen onze opleidingen op elkaar af, zodat we niet tegelijk zulke trajecten volgen. We geven elkaar de ruimte om te groeien, terwijl we ook een gezin runnen. Dat hoort bij de organisatie van je leven en het kan alleen wanneer je een evenwichtige relatie hebt. Je doet het echt samen.
Hoe reageerde jouw omgeving op jouw keuze om te solliciteren op deze functie?
Mijn omgeving reageerde heel enthousiast. Ik kom uit een lijn van bouwkundigen. Maar mijn vader had zelf ooit bij de vrijwilligers willen solliciteren, al was hij toen net te oud door de leeftijdsgrens die er toen was. Dat had hij me nooit verteld, dus toen ik zei dat ik overwoog om naar de officiersopleiding te gaan, moest hij hard lachen en was hij trots. Ondanks dat het brandweervak niet in onze familie zit, kwam mijn keuze niet als verrassing: ze vonden dat het bij me past. Ook mijn man zag het direct. Hij kwam de opleiding tegen en zei: dit is iets voor jou.
Hoe kijk je terug op de opleiding?
Met mijn eerdere postacademische opleidingen had ik hoge verwachtingen van de opleiding. Als buitenstaander kijk je naar de krachtige uitstraling van de brandweer met grote voertuigen en een goed georganiseerde omgeving. Ik wist dat we gingen werken met een weekindeling van beheersmatig werk, leiderschap en repressie. Het repressieve deel voldeed aan mijn verwachtingen, maar leiderschap was zoeken: je krijgt veel aangereikt zonder praktijkervaring en bouwt vooral een gereedschapskist voor later. Het theoretische deel vond ik lastig, omdat mijn wetenschappelijke achtergrond botste met het sterk praktijkgerichte onderwijs, wat totaal anders was dan ik had gedacht.
De opleiding was veel meer gericht op samen leren, ervaringen delen en gastdocenten die vertelden hoe zij dingen deden. Ik merkte dat operationele voorbereiding per regio enorm verschilde, terwijl we één brandweer zijn, wat me verraste. De theoretische kant liet vooral zien dat er nog een opgave ligt voor de brandweer.
Terugkijkend was de anderhalf jaar één grote meerwaarde. Het totaalpakket vormt je echt: de klas, de groei, het jezelf tegenkomen en ontdekken wie je als leidinggevende wilt zijn. Het programma levert blijvende binding met klasgenoten op en relaties die je meeneemt in werk en privé.
Hoe ziet je loopbaan eruit sinds je de opleiding hebt afgerond?
Ik ging voor Zuid-Limburg naar de opleiding en werkte daarna direct in de regio. Ik begon bij crisisbeheersing op multidisciplinaire operationele voorbereiding en werkte onder andere aan het rampbestrijdingsplan voor Maastricht Aachen Airport en cyberveiligheid. Daarna was ik interim kazernechef in Heerlen en vervolgens in Sittard, waar ik een leiderschapsprogramma voortzette en verantwoordelijk was voor het servicecentrum kleine voertuigen. Later stapte ik over naar Brabant-Zuidoost als afdelingshoofd preparatie en sectorhoofd incidentbestrijding. In acht jaar bekleedde ik veel functies, wat het werk afwisselend en aantrekkelijk maakte. Die afwisseling is ook een van de redenen dat ik bij de brandweer werk.
Hoe zag je leven er verder uit tijdens de opleiding?
Veel klasgenoten verbleven in de buurt van het NIPV. Ik reed iedere dag met studiegenoot Jeroen op en neer naar Arnhem. Vanwege mijn gezin was vijf dagen van huis zijn geen optie. Op maandag en dinsdag reisden we heen en terug. Op woensdagavond reden we door naar het praktijkcentrum, omdat donderdag en vrijdag praktijkdagen waren. In het eerste half jaar was ik twee nachten per week van huis, wat intensief was: thuiskomen, douchen en direct naar bed. De manschapopleiding betekende twee dagen per week fysiek zware inzet, vaak vijf inzetten per dag. Als je niet zelf aan zet was, ondersteunde je. Tegelijkertijd leerde je veel inhoud, ontdekte je wie je was en speelde de groepsdynamiek een grote rol. De fysieke én mentale belasting was hoog. Je moet stevig in je schoenen staan en er serieus aan beginnen. Onze kleine klas van dertien ging er volledig voor, wat zorgde voor een snelle groeicurve en een unieke ervaring.
Hoe zie je de ervaring van de opleiding terug in je huidige functie?
De ervaringen uit de opleiding blijven waardevol: veel gelachen, veel geleerd en situaties herkennen die je nu in de praktijk tegenkomt. Je leert dicht bij jezelf te blijven en te ontdekken wat jij kunt inzetten. In de eerste jaren betekent dat veel experimenteren, oefenen met gesprekstechnieken en leiderschapsstijlen en je eigen kernwaarden verder verdiepen. Het vormingstraject stopt niet bij de opleiding, maar krijgt daar juist een stevige basis.
Wat vond je het leukste aan de opleiding?
Mijn klasgenoten, die dezelfde drive hadden, blijven belangrijk; met sommigen heb ik nog regelmatig contact, met anderen in fases. Als ik terugdenk aan de opleiding, herinner ik me vooral de hilarische momenten die bedoeld waren om te leren. Het voelde als één grote leerspeeltuin, waar je ook stevig op je plaat kon gaan. Juist die momenten, waarin je hard viel en weer opstond, blijven je altijd bij.
Het was heerlijk om met elkaar hard te kunnen lachen, juist omdat fouten maken mocht en zelfs de bedoeling was. Die veilige omgeving, waarin je vrij genoeg bent om te falen en daarvan te leren, is een van de grootste winsten. Dat neem je je hele leven mee. Het voedt je kwetsbaarheid en zorgt dat je je later ook buiten die groep veilig genoeg voelt om die te tonen.
Wat vond je de grootste uitdaging van de opleiding?
Het gemotiveerd blijven tijdens de theoriedagen vond ik een grote uitdaging. De werkmethodiek was anders dan het onderwijs dat ik gewend was. Daaraan aanpassen vond ik lastig. Daarnaast was het spannend om anderhalf jaar in opleiding te zijn voor een veiligheidsregio waar ik niemand kende. Juist daarom wilde ik het maximale uit de opleiding halen om zo goed mogelijk voorbereid te zijn.
Hoe heb je je loopbaan ervaren sinds je klaar bent met de voltijdopleiding?
Ik voel me bevoorrecht met alle mooie plekken waar ik ben geweest en ben daar ontzettend dankbaar voor. Vooral vanuit Zuid‑Limburg heb ik echt de kans gekregen om alles wat ik in de opleiding leerde in verschillende functies te ervaren en toe te passen. Ik kreeg het vertrouwen en de ruimte om mezelf te zijn en me te ontwikkelen. Die steun betekent veel voor me. Daardoor kon ik dicht bij mezelf blijven en uiteindelijk ben ik op de plek terechtgekomen die bij me past.
Wat vind je het mooiste aan je werk?
De brandweer is een unieke minimaatschappij, met mensen die soms dichtbij staan en soms verder weg, maar allemaal bereid zijn zichzelf aan de kant te zetten voor de veiligheid van een ander. Het is bijzonder om voor deze mensen het werk zo goed mogelijk te faciliteren, zodat we samen de wereld buiten zo veilig mogelijk houden. Dat is echt goud.
Wat vind je dan het meest uitdagend?
Het meeste draait uiteindelijk om wie je bent en de situatie in de regio. Het mooiste aan dit werk zijn de mensen en het organiseren van omstandigheden waarin zij hun werk zo goed mogelijk kunnen doen. Tegelijkertijd ben ik in die rol minder zichtbaar en minder aanwezig bij de mensen zelf. Dat schuurt soms. Want het liefst sta ik dicht bij hen, maar om hun werk mogelijk te maken, gaat dat soms ten koste van verbinding. Dat vind ik het lastigst.
Hoe heb je de sporttest ervaren?
De sporttest is maakbaar: je fitheid heb je zelf in de hand. Je persoonlijkheid moet passen, maar fysiek kun je trainen. Voor mij was de sporttest een half jaar na mijn bevalling. Weet wat je moet kunnen en bereid je daarop voor, want het laat zien dat je gemotiveerd bent en verantwoordelijkheid neemt voor je eigen groei. De opleiding is zwaar en je wilt fit zijn, zowel tijdens de opleiding als later als specialist of leidinggevende. Je hebt een voorbeeldfunctie, dus fysiek sterk en gezond blijven is essentieel.
Hoe heb je de cultuur ervaren binnen de opleiding?
Ik denk dat wij geen gemakkelijke klas waren voor het NIPV. Toen wij begonnen was er al jarenlang geen officiersopleiding meer geweest. We waren een relatief oude klas, veel van ons waren al ruim geleden afgestudeerd, hadden gewerkt en sommigen hadden ervaring binnen het onderwijs op wo-niveau. Daardoor hadden we onze eigen beelden en visie op hoe goed onderwijs eruit moet zien. We stelden veel vragen waar niet altijd antwoord op gegeven kon worden, wat lastig is voor een onderwijsinstelling. Zeker in een eerste jaar, een hernieuwde startfase. Als ik terugkijk snap ik dat beter. Wij zagen alleen het stukje opleiding en niet het hele systeem erachter. Wij zagen niet hoe alles aan de achterkant georganiseerd was en hoe alles werkt en waarom dit zo is. We zijn altijd in gesprek gegaan dus de cultuur was altijd heel goed, veilig en open, al hadden we graag meer verandering gezien. Maar uiteindelijk is dat prima. En zie je dat er de afgelopen jaren, want er is inmiddels 10 jaar verstreken, veel veranderingen zijn doorgevoerd. Het is mooi om te zien dat je input wordt gewaardeerd en gebruikt.
Wat zou je mee willen geven aan mensen die twijfelen?
Ik denk dat je echt overtuigd moet zijn om het te doen. Maar heb je twijfels? Ga in gesprek en zoek iemand op die de opleiding heeft gedaan. Praat over die twijfel want iedere twijfel is anders.
Wat zou je mee willen geven aan mensen die twijfelen?
Ik denk dat je echt overtuigd moet zijn om het te doen. Maar heb je twijfels? Ga in gesprek en zoek iemand op die de opleiding heeft gedaan. Praat over die twijfel want iedere twijfel is anders.
Wat zou je mee willen geven aan potentiële nieuwe studenten voor de 55e?
Voor de opleiding is het belangrijk dat je fysiek en mentaal gezond bent, maar ook dat het thuis goed georganiseerd is. Je hebt een stevig vangnet nodig, zoals ouders, een partner of vrienden. Want je doet het niet alleen. Of je nu alleen woont of bij familie, zorg dat je een goede basis hebt waar je op kunt terugvallen. Sta open voor wat komt. Dat maakt het proces een stuk makkelijker en rustiger om te ervaren.
Ik denk dat de opleiding nog steeds in ontwikkeling is en een goede kans is om in een hele mooie wereld te gaan werken. Het bereid je echt voor en het geeft je heel veel, meer dan wat erop papier staat.
Bekijk ook
De ‘whole of society approach’ voor een weerbaar en veerkrachtig Nederland
10 februari 2024
Hoe bereiden we de maatschappij voor op mogelijke oorlogsdreigingen of andere crises? En hoe maken we onze samenleving weerbaar en veerkrachtig? De derde masterclass van het NIPV vond plaats in de Bernardkazerne in Amersfoort, waar sprekers Michiel Verlinden en Paul Gelton vertelden over de ‘whole of society approach’ in het voorbereiden op crises in de huidige dreigende samenleving.

Volgens Verlinden en Gelton bevinden we ons op een kantelpunt. “De urgentie vanuit internationale dreigingen begint te groeien en ook Nederland moet zich gaan voorbereiden op een mogelijk militair conflict. Het is tijd om over te schakelen van een samenleving die afwacht en actie van de overheid verwacht – naar een samenleving die nauw samenwerkt om de weerbaarheid van ons land te vergroten.”
Belangrijkste lessen uit de masterclass
Uit de masterclass kwamen 5 lessen naar voren:
1. Een mindset shift
De urgentie groeit, maar is nog onvoldoende aanwezig onder de bevolking. Zonder deze urgentie komt de civiele bescherming niet op gang en dit vormt, in combinatie met de militaire bescherming, de weerbaarheid van een land in tijden van crisis of militair conflict.
2. Samenwerking is de sleutel
De ‘whole of society approach’ vergt nauwe samenwerking tussen de overheid, NGO’s, het bedrijfsleven én burgers. Er zijn momenteel niet voldoende operationele plannen en juridische kaders om deze samenwerking te reguleren. Het wordt tijd dat deze praktische plannen worden opgesteld en dat we ermee trainen.
3. Langjarig investeren en aandacht vasthouden
Het is essentieel dat we langjarige initiatieven en maatschappelijke netwerken gaan opbouwen. Niet alleen voor de tijden van crisis en oorlog, maar ook voor de fases van nazorg die volgen. Nog altijd wordt de nazorgfase van een crisis onderschat, maar deze fase is van uiterst belang voor de veerkracht van de samenleving.
4. Regie nemen
Er is regie nodig op de langjarige aanpak per maatschappelijke behoefte: netwerken, capabilities, slagkracht en netwerkkaarten. Een bericht aan elke crisisprofessional: neem initiatief en kom in beweging! Creëer de bouwstenen die nodig zullen zijn in tijden van crisis en oorlog, bijvoorbeeld in de vorm van maatschappelijke netwerkkaarten.
5. Vertrouwen
Zonder wederzijds vertrouwen kan er geen effectieve samenwerking plaatsvinden tussen overheid, bedrijven en burgers, maar hoe bouwen we vertrouwen op? Dit doen we door netwerken op te bouwen, elkaar te leren kennen en samen te oefenen.
Een succesvol netwerk creëer je door het vaststellen van gemeenschappelijke doelen, het vinden van actieve bondgenoten, het erkennen en accepteren van verschillende belangen, het beperken van de grootte van het netwerk, het aanwijzen van leiderschap en zo snel mogelijk resultaten behalen.
Platform WeerbaarNL
Met de lancering van WeerbaarNL is een platform opgericht waar professionals, vrijwilligers en betrokkenen vanuit de hele samenleving verbindingen kunnen leggen om kennis te delen, netwerken op te bouwen en initiatieven te bespreken. De community WeerbaarNL verbindt veiligheidspartners bij het vervullen van de grote maatschappelijke behoeften tijdens en na een ramp of crisis: welzijn, gezondheid, veiligheid, basisbehoeften en continuïteit maatschappij.
Bekijk ook
Jeroen, Veiligheidsregio Limburg-Noord
februari 2026
In september 2026 start de 55e voltijdopleiding Brandweerofficier. Acht veiligheidsregio’s zijn hiervoor nu op zoek naar geschikte kandidaten om brandweerofficier te worden. Kandidaten komen in dienst van een veiligheidsregio en volgen de opleiding tot brandweerofficier bij het NIPV. Jeroen Hermanns is oud-student van de 50e voltijdopleiding Brandweerofficier en nu werkzaam bij Veiligheidsregio Limburg-Noord. Hij vertelt hoe hij de opleiding en zijn carrière daarna heeft ervaren.

Wie ben je?
Mijn naam is Jeroen Hermanns, ik ben 33 jaar. Ik ben vader van twee jonge kinderen, actief badmintonner en ik speel graag piano. Ik ben afdelingshoofd Crisisbeheersing bij de Veiligheidsregio Limburg-Noord en ik draai piketdiensten als hoofdofficier van dienst voor de brandweer. Deze functie wordt in onze regio gecombineerd met de functie leider CoPI (Commando Plaats Incident). In 2018 heb ik de voltijdsopleiding tot brandweerofficier volbracht.
Wat is je huidige functie en wat doe je precies?
In het dagelijks leven ben ik even afdelingshoofd Crisisbeheersing en in deze rol geef ik leiding aan een team gedreven professionals. Het domein Crisisbeheersing is een dynamische omgeving binnen Veiligheidsregio Limburg-Noord. In deze omgeving werken we nauw samen met partners aan de veiligheid en gezondheid van de ruim 500.000 inwoners in de regio Noord- en Midden-Limburg. Dit doen we mede door middel van het (door)ontwikkelen van het domein, het coördineren en faciliteren van een piketorganisatie waarmee wij 24/7 klaar staan voor onze inwoners én door te investeren in de internationale samenwerkingen in onze uitgestrekte grensregio. Waardevol voor ons werk is daarnaast het landelijke netwerk. Om landelijk aangehaakt te blijven, ben ik namens de vakraad Risico en Crisisbeheersing portefeuillehouder op het thema internationale samenwerking. Dankzij de inzet van de collega’s Crisisbeheersing zijn we klaar voor de veranderende uitdagingen waar we als samenleving voor staan.
Wat vind je belangrijk in je werk?
Ik vind het heel belangrijk dat je je organisatie zo inricht, dat de inwoner bij jou als veiligheidsregio in goede handen is. Dat is wat wij als organisatie nastreven, net als alle andere veiligheidsregio’s in Nederland. Het maatschappelijke belang staat voorop. Dat merk ik ook in mijn werk: binnen de veiligheidsregio, de brandweer en crisisbeheersing. Samen kunnen we als veiligheidsorganisatie het verschil maken in de maatschappij. Ik vind het gaaf dat wij met één druk op de knop binnen Nederland zoveel mensen kunnen mobiliseren om een ander te gaan helpen. Dat zie ik in onze ambtelijke organisatie, maar zeker ook in onze vrijwillige organisatie.
Hoe ben je bij de brandweer terechtgekomen?
Ooit ben ik begonnen bij de jeugdbrandweer.* Daarna ben ik vrijwilliger geworden in een dorpje vlakbij mijn woonplaats. Zo is de interesse voor de brandweer ontstaan. Na de middelbare school heb ik Veiligheidskunde gestudeerd en ben ik bij de veiligheidsregio en het team, waar ik nu afdelingshoofd van ben, terechtgekomen. Na anderhalf jaar kwam de vacature voor de voltijdsopleiding brandweerofficier voorbij en heb ik gesolliciteerd.
Na mijn voltijdsopleiding tot brandweerofficier heb ik een jaar gewerkt als specialist Operationele Voorbereiding bij Brandweer Limburg-Noord. Daar heb ik mij met name gefocust op de thema’s beleid en innovatie van de brandweerorganisatie. Daarna heb ik zes jaar lang leiding gegeven aan de repressieve dienst van Cluster Roermond. Cluster Roermond bestaat uit een groep van bijna 220 betrokken vrijwilligers en 40 collega’s in vaste dienst, verdeeld over vijf gemeenten, die garant staan voor een betrouwbare repressieve brandweerzorg. Tijdens mijn werk voor de brandweer heb ik ontzettend veel geleerd omdat ik mij door de hele organisatie kon bewegen en mijn netwerk heb mogen verbreden.
* Ervaring bij de brandweer of bij een veiligheidsregio is niet nodig om te solliciteren naar de functie van brandweerofficier.
Waarom ben je overgestapt naar de functie van afdelingshoofd Crisisbeheersing?
In mijn rol als teamleider Incidentbestrijding binnen de brandweer was ik een echte mensenmanager. Ik was veel op de posten, voerde gesprekken en hield me bezig met mensgericht werken en cultuur. Na zes jaar was ik toe aan iets nieuws en trok de functie van hoofd Crisisbeheersing mijn aandacht. De ontwikkelingen binnen Crisisbeheersing spraken én spreken me aan: groeiende en complexere maatschappelijke risico’s, geopolitieke veranderingen en nieuwe dreigingen vragen om een andere aanpak dan het klassieke rampdenken. Dat heeft impact op zowel de inhoud als de mensen die ermee werken. In mijn huidige functie richt ik me op leiderschap en organisatieontwikkeling. Ik bouw aan een nieuw team en begeleid de overgang naar een matrixorganisatie om samenwerking te versterken. Mijn rol is mensen verbinden, binnen en buiten de organisatie. Dit levert me een prachtige functie op, die ik met veel plezier combineer met mijn piket bij de brandweer.
Wat was je motivatie om te solliciteren naar de functie van brandweerofficier?
Mij motiveert dat het zijn van brandweerofficier veel verder gaat dan alleen het werk op straat. Juist het nadenken, het maken van afwegingen en het bijdragen aan de ontwikkeling van een organisatie die van oudsher klassiek is ingericht, maar zich moet blijven bewegen in een snel veranderende maatschappij, spraken mij aan. In de rol van brandweerofficier zette ik me in om beweging te creëren: om verbeteringen in gang te zetten, een meer bedrijfsmatige manier van werken te stimuleren en daarbij altijd oog te houden voor de mensen in de organisatie.
Wat vond jouw omgeving dat jij ging solliciteren voor brandweerofficier?
Mijn omgeving stond er niet van te kijken dat ik solliciteerde voor de functie van brandweerofficier. Mijn vrienden en familie weten allemaal dat ik een brandweerhart heb. Het is heel bijzonder dat je in de voltijdsopleiding in een korte tijd veel leert over het brandweervak. Normaal gesproken heb je veel meer tijd nodig voor de modulen die aan bod komen. Dat heeft mij wel heel erg aangetrokken aan de opleiding. Ook omdat ik iemand ben die van snelheid en beweging houdt.
Hoe ben je aan de opleiding begonnen?
Op 23-jarige leeftijd begon ik vol energie aan de opleiding. Door de strenge selectie wist ik dat ik tussen goede mensen zou zitten, maar bij het NIPV voelde ik mij direct welkom en veilig. Dat gaf ruimte om aan mijzelf te werken. Ondanks enige naïviteit startte ik met een duidelijk doel: alles uit de opleiding halen en echt het verschil maken in mijn vak. Ik begon vol energie aan de opleiding. Door de strenge selectie wist ik dat ik tussen goede mensen zou zitten, maar bij het NIPV voelde ik mij direct welkom en veilig. Dat gaf ruimte om aan mijzelf te werken. Ondanks enige naïviteit startte ik met een duidelijk doel: alles uit de opleiding halen en echt het verschil maken in mijn vak.
Wat vond je het leukste van de opleiding en wat vond je een uitdaging?
Het leukste aan de opleiding vond ik de stages: je leert veel nieuwe mensen kennen en daar bracht ik de theorie echt in praktijk en kreeg ik gevoel bij het vak. Ik genoot van de combinatie van inhoudelijke leergangen, persoonlijke ontwikkeling en het groeien naar het vak van brandweerman, bevelvoerder of officier, met leiderschap als rode draad. Soms ging het mij te langzaam, maar de gezamenlijke reis, met mooie en minder mooie momenten, was waardevol en leerzaam. Dat gun ik iedereen.
Hoe zag je leven eruit tijdens de opleiding?
De opleiding duurde anderhalf jaar. Voor de lessen ben je in Arnhem, maar je komt in heel Nederland en zelfs het buitenland. Mijn stages deed ik in Amsterdam, Nijmegen en Venlo. Voor de buitenlandstage werd Minsk in Wit- Rusland bezocht. Vrije dagen werden benut om extra ervaring op te doen bij de kazernes in Venlo en Roermond. Door zoveel mogelijk mee te draaien met uitrukken, deed ik meer praktijkervaring op.
Hoe heb je de sporttest ervaren?
De sporttest vond ik leuk. Er wordt van je verwacht dat je in goede conditie bent. Ondanks mijn goede basisconditie bereidde ik me vooraf extra voor door meer te rennen en te zwemmen, omdat zwemmen toen een belangrijk onderdeel van de test was.*
* Zwemmen is in 2026 geen onderdeel meer van de sporttest.
Hoe kijk je terug op de cultuur binnen de opleiding?
De voltijdopleiding heeft ons, mij en mijn medestudenten, sterk verbonden. We hebben nog steeds contact, ontmoeten elkaar regelmatig en gebruiken onze appgroep om ervaringen en vragen te delen. Het is altijd fijn om elkaar weer te zien en bij te praten.
Wat heb je vanuit de opleiding meegenomen in je huidige functie?
Leiderschap heeft me altijd gefascineerd. De lessen en theorieën van ervaren leiders tijdens de opleiding kan ik nu, als leidinggevende, veel beter plaatsen. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is om echt contact te maken met mensen, zeker binnen de brandweer waar zoveel verschillende culturen samenkomen. Door oprechte interesse te tonen, te luisteren en vanuit stevigheid grenzen te stellen, kun je het verschil maken. Stevig, mensgericht leiderschap is echt nodig. De inzichten uit de opleiding gebruik ik dagelijks. Ik neem vooral mee dat nieuwsgierigheid, interesse in de mens en het besef dat iedereen een eigen verhaal heeft, essentieel zijn in mijn werk binnen de veiligheidsregio.
Wat wil je meegeven aan nieuwe studenten van de 55ste voltijdsopleiding?
De mensen die twijfelen over de opleiding of aan de opleiding gaan beginnen, geef ik graag mee: ben nieuwsgierig en in het moment. Er zijn momenten dat je heel erg geleefd wordt, maar nieuwsgierigheid heeft mij veel gebracht. De tijd vliegt en voordat je het weet is het voorbij. Terugkijkend was het een hele mooie, waardevolle periode in mijn leven. Niet alleen als professional maar ook als mens.
Ook vind ik het belangrijk om mee te geven dat het heel waardevol is dat er binnen de veiligheidsregio, waar brandweer en crisisbeheersing (en in enkele regio’s GGD) samenwerken, aandacht is voor diversiteit. Daar pleit ik ook binnen onze organisatie voor. Wees nieuwsgierigheid naar elkaar, omdat iedereen een uniek verhaal meebrengt. Dat is belangrijk in het werk voor een diverse samenleving. Ook in leiderschap draait het om beoordelen wat iemand doet, niet wie iemand is. Diversiteit en inclusie zouden elke dag aandacht moeten krijgen.
Willemijn, Veiligheidsregio IJsselland
februari 2026
In september 2026 start de 55e voltijdopleiding Brandweerofficier. Acht veiligheidsregio’s zijn hiervoor nu op zoek naar geschikte kandidaten om brandweerofficier te worden. Kandidaten komen in dienst van een veiligheidsregio en volgen de opleiding tot brandweerofficier bij het NIPV. Willemijn ten Hoopen is oud-student van de 50e voltijdopleiding Brandweerofficier en nu werkzaam bij Veiligheidsregio IJsselland. Zij vertelt hoe ze de opleiding en haar carrière daarna heeft ervaren.

Wie ben je en wat voor werk doe je nu bij de brandweer?
Ik ben Willemijn, 38 jaar en inmiddels al heel wat jaren met veel plezier werkzaam bij de brandweer. Nu werk ik als specialist bij het team Risicobeheersing bij Veiligheidsregio IJsselland en hou ik me voornamelijk bezig met evenementenveiligheid. Samen met organisatoren, gemeenten en andere crisispartners zorgen we voor mooie, maar vooral heel veel veilige evenementen in de regio IJsselland. Na de officiersopleiding in 2018 ben ik bij team Risicobeheersing gestart en niet meer weggegaan.
Hoe kwam je bij de brandweer terecht?
Ik heb de hbo-opleiding rechten gedaan, iets heel anders. Veel klasgenoten liepen stage bij notarissen en advocaten, maar ik werd daar niet gelukkig van. Ik dacht aan mijn schoonmoeder die al jaren vrijwilliger was bij de brandweer. Een veiligheidsorganisatie die midden in de samenleving staat en zichtbaar is. Zo deed ik mijn stage en afstudeerproject bij de brandweer en daarna ben ik er gaan werken. Daardoor was ik al lang verbonden aan de brandweer toen ik met de voltijdopleiding begon.
Wat was je motivatie om de opleiding tot brandweerofficier te gaan doen?
Na mijn stage wist ik dat ik heel graag bij de brandweer wilde werken. Een organisatie met een mooi maatschappelijk doel, fijne cultuur, werksfeer en mensen. Na mijn hbo-opleiding ben ik in 2012 gestart als teamondersteuner en planner. Ik wilde meer brandweeruitdaging en vakinhoudelijk alle kanten van het brandweervak leren. Toen kwam de vacature voor brandweerofficier voorbij en dat kwam heel mooi samen.
Hoe reageerde je omgeving?
Mijn omgeving was enthousiast toen ik vertelde dat ik de opleiding ging volgen. Zij zagen dat ik toe was aan meer brandweeruitdaging.
Wat was vooraf je beeld van de opleiding en de functie?
In de voorbereiding sprak ik met collega’s die de opleiding lang geleden hadden gevolgd. Hun verhalen gaven mij een goed beeld van wat ik kon verwachten en maakten me enthousiast. De opleiding is een mooie mix van repressieve kennis, beheersmatige verdieping en persoonlijke ontwikkeling. Je gaat kritisch aan de slag met de vraag wie je bent en waarom je bent zoals je bent. Dat helpt in leiderschap. Kennis is belangrijk, maar juist het leren kennen van je eigen kwaliteiten en valkuilen levert je uiteindelijk ontzettend veel op.
Hoe heb je je leven tijdens de 18 maanden opleiding ervaren?
Het was een pittige tijd, want ik woonde ruim een uur van Arnhem waar je de opleiding volgt. Ik reisde heen en weer. Het tempo lag hoog. Maar dat is prima, want dat mag verwacht worden als dit je fulltime baan is. Wat dat betreft wist ik van tevoren wat me te wachten stond. Na anderhalf jaar opleiding wilde ik heel graag weer aan het werk in mijn organisatie, maar het was het absoluut waard want je doet in korte tijd veel kennis en ervaring op.
Hoe zie je de ervaringen vanuit de opleiding terug in je huidige functie?
In mijn huidige werk zie ik veel terug van de opleiding. Alle facetten van het brandweervak komen aan bod: risicobeheersing, vakbekwaamheid, incidentbestrijding en operationele voorbereiding, leiderschap. Daardoor kan ik makkelijker over processen en teams heen kijken. Je ziet de meerwaarde en weet wanneer je welk team ergens moet bij betrekken. Het breed opgeleid worden vind ik echt een voordeel.
Wat vond je het leukst aan de opleiding?
Het leukst aan de opleiding vond ik het fijne netwerk dat ik eraan overhoud. Vrienden en vriendinnen die ik nu nog steeds zie en vakinhoudelijke collega’s die je altijd mag bellen of een bericht kan sturen.
Wat vond je de grootste uitdaging tijdens de opleiding?
De grootste uitdaging was het volle weekprogramma. Je bent vijf dagen per week bezig met de opleiding: overdag volg je de lessen en in de avond en het weekend maakte ik de huiswerkopdrachten. Daarnaast draaide ik op maandagavond de oefenavond mee bij mijn lokale brandweerpost en op vrije lesdagen dienst bij de beroepspost in Zwolle.
Hoe kijk je terug op je opleiding?
Ik kijk positief terug op de opleiding: anderhalf jaar hard werken, veel leren en fijne mensen leren kennen. Er waren momenten waarop ik dacht: nu ben ik er wel klaar mee. Maar ik heb zoveel toffe dingen mogen doen, bijzondere stages gelopen en vooral ontzettend veel geleerd. Het was voor mij echt heel waardevol!
Hoe heb je je loopbaan ervaren, sinds je je diploma hebt behaald?
Sinds ik mijn diploma heb behaald, ervaar ik mijn loopbaan positief. Er bleek plek te zijn bij Risicobeheersing en daar ben ik heel gelukkig mee. Ik vind het een mooi vak: er zijn veel verschillende partners en belangen en samen werken we aan een veilige leefomgeving.
Wat vind je het mooiste aan je werk?
Het mooiste aan mijn werk is de samenwerking met collega’s intern, crisispartners, gemeenten, organisatoren en collega’s van alle brandweerposten. De slogan van onze veiligheidsregio is: samen werken aan veiligheid. Dat is precies waar we als brandweer mee bezig zijn, ook binnen het vakgebied risicobeheersing. Dat wordt weleens vergeten, maar die kant van het brandweervak is ook heel belangrijk. Samen voorkomen en beperken van risico’s waar het kan en bestrijden we incidenten waar het moet.
Wat vind je het meest uitdagend aan je werk?
Wat ik het meest uitdagend vind, is dat de wereld snel verandert en dat we als brandweer niet altijd meteen een antwoord hebben. Nieuwe technologieën gaan snel en maatschappelijke ontwikkelingen vragen veel flexibiliteit en veerkracht.
Onderdeel van het selectieproces is de sporttest. Heb je nog tips voor de sporttest?
Zorg voor een basisniveau van fitheid, dat is voldoende.
Hoe heb je de cultuur binnen de opleiding en op de werkvloer ervaren?
De cultuur binnen de opleiding en op de werkvloer heb ik ervaren als heel behulpzaam. Als je inzet toont, nieuwsgierig bent en oprechte interesse laat zien, wil iedereen je helpen. Ik heb tijdens de opleiding veel meegedraaid bij mijn lokale brandweerpost en de beroepspost in Zwolle, daar heeft iedereen me zo prettig geholpen om het brandweervak te leren. Daarnaast waren de docenten van de opleiding prettig en ik hou er een fijn netwerk aan over.
Wat zou je mee willen geven aan potentiële nieuwe studenten, aan mensen die overwegen te solliciteren?
Aan nieuwe studenten zou ik willen meegeven dat je ook met een andere achtergrond van grote meerwaarde kunt zijn voor de brandweer. Dus ook mensen met bijvoorbeeld een milieu- of bouwkundige achtergrond zijn heel welkom. De brandweer is voor iedereen. We hebben verschillende blikken en achtergronden nodig om toekomstbestendig te zijn!
Wat zou je willen dan meegeven aan mensen die twijfelen?
Zoek contact met de collega’s bij de brandweerregio waar je wil solliciteren, stel vragen en wees nieuwsgierig. Ik zou bij twijfel gewoon solliciteren. Maar het helpt wel als je van tevoren met mensen kunt praten, je twijfels kunt uitspreken en vragen kunt stellen.
