#inthespotlight: urgentiebesef als motor voor samenwerking bij grootschalige evacuaties
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026
“De sleutel voor een betere voorbereiding op grootschalige evacuaties zit niet alleen in planvorming, maar vooral in samenwerking, regie en urgentiebesef”, zegt Marcel Huijbrechts. Naast beleidsadviseur brandweerzorg en crisisbeheersing bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is Huijbrechts HOVD, Leider CoPI en groepscommandant USAR.

Foto: Beeldarchief Rijkswaterstaat.
Samenwerken vanuit noodzaak
“Een van onze grootste klimaatrisico’s is het overstromingsrisico. Vanuit mijn rol als waterfunctionaris werkte ik al aan de planvorming rondom dat scenario, zowel vanuit crisisbeheersing als risicobeheersing. Daarbij is er een duidelijke link met het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden, waarin de opdracht lag om een bovenregionaal evacuatieplan verder vorm te geven.”
Die opdracht vormde de aanleiding voor een samenwerking tussen meerdere veiligheidsregio’s. “We zijn met veiligheidsregio’s als Utrecht, Gelderland-Zuid, Midden West-Brabant en de veiligheidsregio’s in Zuid-Holland (W4) aan de slag gegaan. Later haakten ook Zeeland, Amsterdam-Amstelland, Zaanstreek-Waterland en Noord-Holland Noord aan. Uiteindelijk werken we met een consortium van elf regio’s samen aan hetzelfde vraagstuk.”
Ons project richt zich op verschillende onderdelen van evacuatie, zoals vervoer, opvang, communicatie, leiding en coördinatie en nazorg. “We hebben de thema’s verdeeld over regio’s, zodat iedereen een onderdeel verder uitwerkt. Op die manier benut je bestaande kennis en voorkom je dat iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden.”
Leren van bestaande planvorming
Een belangrijk inzicht uit het traject is dat er al veel kennis beschikbaar is, maar dat deze vaak versnipperd is. “Er was niet echt een bovenregionaal platform waar regionale planvorming samenkomt. Daarom heb ik een Teams-omgeving ingericht waarin regio’s hun documenten kunnen delen. Dan zie je dat iemand zegt: wacht even, hier hebben wij al over nagedacht. Zo breng je bestaande kennis bij elkaar en maak je die bruikbaar voor anderen.”
Volgens Huijbrechts zit daar een belangrijke les. “De kracht zit vooral in het samenbrengen van planvorming die al aanwezig is. Door dat inzichtelijk te maken, ontstaat er versnelling.”
Een concreet voorbeeld is de ontwikkeling van een overzicht waarin maatregelen gekoppeld zijn aan dreigingsniveaus. “Daarin zie je welke besluiten je moet nemen bij oplopende dreiging, zodat je tijdig een evacuatie kunt starten en afronden voordat de piek van een overstroming optreedt.”
Praktische invulling van evacuatie
Binnen het project wordt nadrukkelijk gekeken naar praktische uitvoerbaarheid. “Bij vervoer hebben wij bijvoorbeeld een vervoerscoördinator gekoppeld aan de planvorming. Het idee is dat iedere veiligheidsregio zo’n coördinator heeft, zodat de vervoerscoördinatoren gebruik kunt maken van elkaars logistieke netwerk. Dan hoef je niet alleen binnen je eigen regio te zoeken naar capaciteit, maar kun je landelijk kijken waar middelen beschikbaar zijn.”
Ook bij opvang wordt voortgebouwd op bestaande ervaringen. “We kijken naar methoden die zijn gebruikt bij de opvang van vluchtelingen en ontheemden uit Oekraïne. Het streven is dat regio’s zich committeren aan een bepaald aantal opvangplekken, zodat je snel kunt schakelen als een evacuatie nodig is.”
Verschillen in prioriteit
Samenwerken met veel partners brengt ook uitdagingen met zich mee. “De prioriteit verschilt per regio. De ene regio heeft meer ruimte dan de andere. Daardoor lopen sommige thema’s sneller dan andere. Het blijft zoeken hoe je de doorzettingskracht kunt vergroten, zodat het project niet afhankelijk wordt van één regio.”
Volgens Huijbrechts is het belangrijk om capaciteit structureel te organiseren. “Het helpt dat er nu initiatieven zijn om bovenregionaal capaciteit vrij te maken voor klimaat- en watervraagstukken. Dan wordt het minder vrijblijvend en krijgen mensen ook de ruimte om hier tijd in te investeren.”
Urgentiebesef als sleutel
De belangrijkste les uit het traject is volgens Huijbrechts het belang van urgentiebesef. “Klimaat is een sluipende crisis. Als je er nu niets aan doet, merk je daar vandaag misschien weinig van. Maar over twintig of vijfentwintig jaar heb je er veel last van. Dan zeggen we: hadden we toen maar die beweging gemaakt.”
Volgens hem helpt een crisis soms om dat besef te vergroten. “Na grote incidenten zie je dat er veel aandacht ontstaat voor preventie. Maar na verloop van tijd zakt dat weer weg. Terwijl het urgentiebesef juist nodig is om nu stappen te zetten.”
Stresstesten kunnen helpen om dat gesprek te voeren. “Zo’n stresstest is ook een communicatiemiddel. Het laat zien wat de impact kan zijn van extreme neerslag of overstroming. Dan wordt inzichtelijk wat uitval van systemen betekent en wat dat vraagt van onze voorbereiding.”
Neem regie en begin
Aan collega’s die met vergelijkbare vraagstukken aan de slag gaan, geeft Huijbrechts een duidelijk advies. “Pak regie en ga aan de slag. Als je de regie neemt, kun je zelf de voortgang bepalen en laten zien hoe samenwerking kan werken. Ik hoop dat er meer van dit soort initiatieven ontstaan.”
Volgens hem werkt een aanpak vanuit gezamenlijke motivatie beter dan een opgelegde opdracht. “Ik heb dit opgepakt vanuit de noodzaak die we met elkaar voelen. Dan ontstaat er een andere energie om samen te werken. Dat is juist bij klimaatvraagstukken belangrijk.”
Vooruitkijken: ethische dilemma’s en herstel
Naast de praktische voorbereiding ziet Huijbrechts ook andere vraagstukken opkomen. “We krijgen steeds vaker te maken met ethische dilemma’s. Bijvoorbeeld de vraag waar je capaciteit inzet als niet iedereen tegelijk geholpen kan worden. Dat zijn moeilijke keuzes, maar het helpt om daar vooraf over na te denken.”
Ook herstel verdient volgens hem meer aandacht. “We hebben veel aandacht voor de voorkant van een crisis, maar herstel is minstens zo belangrijk. Na een overstroming moet je zorgen dat een getroffen gebied weer stabiel wordt. Daar is nog niet altijd een duidelijke structuur voor.”
Volgens Huijbrechts vraagt klimaatveiligheid daarom om een brede blik. “Het gaat niet alleen om planvorming, maar ook om samenwerking, morele afwegingen en lange termijn herstel. Door daar nu in te investeren, bouwen we aan een robuustere aanpak voor de toekomst.”
Bekijk ook
KNMI: samenwerken aan beter begrip van klimaatrisico’s
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026
Lone Mokkenstorm – klimaatadviseur en meteoroloog bij het KNMI – werkt op het snijvlak van wetenschap en praktijk om organisaties beter gebruik te laten maken van klimaatinformatie. Volgens haar begint klimaatveiligheid met inzicht in risico’s én met samenwerking tussen disciplines om de impact van extreem weer beter te begrijpen.

Van weer naar impact
“Ik ben klimaatadviseur en zit tussen onderzoek, operatie en de buitenwereld in. Ik help organisaties met het gebruik van onze data en informatie, en ik geef duiding aan weersverwachtingen, zeker als er sprake is van extreem weer. Volgens Mokkenstorm nemen veel weersextremen toe in een veranderend klimaat. “Denk aan extreme hitte of extreme neerslag. Dat maakt het steeds belangrijker om vooruit te kijken. Als je niet weet wat de risico’s straks zijn, kun je mensen er ook niet op voorbereiden.”
Een belangrijk onderdeel van haar werk is klimaatattributie: onderzoek naar de relatie tussen extreem weer en klimaatverandering. “Op het moment dat er een weersextreem plaatsvindt, doen we zo snel mogelijk onderzoek naar wat de link met klimaatverandering is. Wat zegt dat over hoe risico’s veranderen en wat we in de toekomst kunnen verwachten? Dat helpt om het concreet te maken voor beleidsmakers.”
Klimaatveiligheid vraagt samenwerking
Volgens Mokkenstorm is meteorologische kennis alleen niet voldoende om klimaatveiligheid goed te begrijpen. “Wij kunnen wel aangeven hoe het weer verandert, maar als je niet weet wat de impact daarvan is op de samenleving, kun je er eigenlijk nog niet zoveel mee. Daarom werken we steeds meer samen met partners, zoals de veiligheidsregio’s en het NIPV. Wij brengen onze meteokennis in en zij brengen kennis van het werkveld. Samen krijg je een completer beeld van wat klimaatverandering betekent voor de maatschappij.”
Het beter begrijpen van impact vraagt ook dat organisaties elkaars werk leren kennen. “Je moet een beetje elkaars taal leren spreken. Op het gebied van water gaat dat al vrij goed, omdat we daar al langer samenwerken met bijvoorbeeld Rijkswaterstaat. Maar ook met andere partners, zoals de politie of veiligheidsregio’s, helpt het enorm om inzicht te krijgen in elkaars werkpraktijk. Als je beter begrijpt hoe iemand werkt, kun je ook beter bepalen wat relevante informatie is.”
Volgens haar helpt het om letterlijk mee te kijken in elkaars werk. “Het kan heel waardevol zijn om een keer een dienst mee te draaien in de Weerkamer, of om iemand uit te nodigen bij een partnerorganisatie. Dan zie je waar de informatie uiteindelijk voor wordt gebruikt.”
Van data naar bruikbare informatie
Een belangrijke ontwikkeling is dat meteorologische informatie steeds meer wordt gekoppeld aan toepassingen voor veiligheidsregio’s. “We maken bijvoorbeeld een risicobeeld waarin we verder vooruitkijken dan de reguliere verwachting en de kans op gevaarlijk weer aangeven. Veiligheidsregio’s kunnen die informatie combineren met kennis over wat er lokaal speelt, zoals grote evenementen. Wij hebben niet altijd zicht op wat er in een regio gebeurt, terwijl dat wel van invloed is op de impact van weer.”
Ook bij hitte wordt gewerkt aan nieuwe manieren om risico’s beter inzichtelijk te maken. “We kijken hoe we de hittekracht – gebaseerd op de WBGT – kunnen meenemen in onze informatievoorziening. De WBGT wordt al gebruikt bij sommige grote evenementen en geeft een beter beeld van de belasting van hitte op het lichaam dan temperatuur alleen. De hittekracht vertaalt die waarde naar een schaal van 0 tot 10. Dat kan helpen om risico’s beter te duiden, bijvoorbeeld bij evenementen of langdurige hitte.”
Volgens Mokkenstorm is het belangrijk dat dit soort informatie goed landt bij gebruikers. “In het extranet van de veiligheidsregio’s is de WBGT bijvoorbeeld al tot twee dagen vooruit beschikbaar. Dat soort informatie kan helpen om beter voorbereid te zijn.”
Wetenschappelijke basis voor klimaatveiligheid
Het KNMI levert ook een belangrijke inhoudelijke basis voor klimaatveiligheid via publicaties zoals De Staat van ons Klimaat. “In dat rapport kijken we jaarlijks terug op het weer van het afgelopen jaar en plaatsen dat in de context van klimaatverandering. Daarmee bieden we de wetenschappelijke basis over wat er verandert. Klimaatveiligheid gaat vervolgens over de beleidsvraag: hoe beschermen we ons tegen die veranderingen?”
Volgens Mokkenstorm versterken wetenschap en praktijk elkaar. “Het helpt als je extreme gebeurtenissen concreet kunt maken. Als je statistisch kunt laten zien hoe vaak iets voorkomt en hoe dat verandert, wordt het voor beleidsmakers beter bruikbaar dan algemene uitspraken over gemiddelden.”
Motivatie: bijdragen aan maatschappelijke impact
“Ik ben ooit begonnen in de Weerkamer met het idee dat ik iets wilde doen met maatschappelijke impact. Ik ben bewust niet alleen het onderzoek ingegaan, omdat ik juist de praktische toepassing belangrijk vind: wat kunnen we doen om de impact van klimaatverandering te beperken?”Volgens Mokkenstorm ligt daar ook een belangrijke les voor klimaatveiligheid. “Je hebt verschillende soorten kennis nodig om tot goede oplossingen te komen. Door samen te werken, kun je beter begrijpen wat klimaatverandering betekent en hoe je daarop kunt anticiperen. Uiteindelijk helpt dat om Nederland ook in de toekomst veilig te houden.”
Bekijk ook
Heat Action Day 2026: van bewustwording naar actie
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026
Extreme hitte komt steeds vaker voor en vormt een groeiend risico voor gezondheid, continuïteit van hulpverlening en veiligheid in onze leefomgeving. Heat Action Day 2026 (HAD 2026) biedt een krachtig momentum om aandacht te vragen voor voorbereiding op hitte én om concrete acties te organiseren in de regio.

Tijdens de netwerkdag klimaatveiligheid hebben we gezamenlijk ideeën verzameld om HAD 2026 zichtbaar en impactvol te maken. Hieronder vind je inspiratie om ook in jouw regio stappen te zetten.
Tip: het KNMI publiceert op HAD 2026 de nieuwe hittekrachtindex. Dit biedt kansen om communicatie te koppelen aan handelingsperspectieven voor professionals en inwoners.
Zet professionals in beweging met gerichte communicatie
Heat Action Day is een goed moment om professionals bewust te maken van de impact van hitte op het werk en op de hulpverlening.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Informatie over de introductie van de hittekrachtindex en wat dit betekent voor het handelingsperspectief van veiligheidsregio’s
- Een LinkedIn-campagne in de aanloop naar HAD, met posts over hitte en klimaatveiligheid
- Interviews met bestuurders en directeuren uit jouw regio over het belang van voorbereiding op hitte
- Aandacht voor onderdelen uit bestaande programma’s en coalities rond hitte
Door bestaande kennis en producten opnieuw onder de aandacht te brengen, versterken we het gevoel van urgentie én handelingsperspectief. Bijvoorbeeld deze publicatie met een indicatie van de mogelijke gevolgen van hitte op de publieke veiligheid.
Betrek collega’s binnen de veiligheidsregio
Ook intern biedt HAD 2026 een kans om het gesprek over hitte aan te jagen.
Ideeën uit de brainstorm:
- Een landelijk voorbereid intranetbericht over dilemma’s rond werken tijdens hitte
- Een prikkelende mail aan medewerkers, bijvoorbeeld over schaarse koele werkplekken tijdens warme dagen
- Lokale acties zoals ijsjes uitdelen op kazernes gecombineerd met informatie over veilig werken bij hitte
Door hitte tastbaar te maken in de eigen werkomgeving ontstaat meer bewustzijn over risico’s én oplossingen.
Werk samen met partners en bereik het publiek
Heat Action Day biedt kansen om samen met partners zichtbare activiteiten te organiseren.
Voorbeelden:
- Deel het nieuwsbericht dat we vanuit het programma klimaatveiligheid publiceren op 2 juni (via LinkedIn account van het NIPV en op www.nipv.nl)
- In samenwerking met het veiligheidsberaad deelt het programma klimaatveiligheid een artikel waarin het belang van klimaatveiligheid en een goede voorbereiding op hitte wordt onderstreept. Dit artikel zal in de aanloop naar 2 juni worden gedeeld, zodat dit op Heat Action Day kan worden gepubliceerd. Waarbij er ook ruimte is het artikel aan te vullen met eigen regionale context.
- Sociale media inzetten voor korte, toegankelijke berichten over omgaan met hitte
- Lokale (HAD) acties onder de aandacht brengen via de eigen communicatie kanalen zoals:
- tegels wippen
- wateractiviteiten op scholen
- verkoelende initiatieven in wijken
- Samenwerkingen met partijen zoals NS of Rijkswaterstaat voor communicatie via schermen of borden
- Creatieve middelen zoals waaiers, hitte-bingo of een expositie over de impact van hitte op hulpverleners
Door hitte te koppelen aan bestaande initiatieven, zoals de DenkVooruit-campagne, kan de boodschap breder landen.
Gebruik de ideeënlijst en laat zien wat jouw regio doet
Speelt het thema hitte al in jouw regio? Gebruik dan de ideeën uit de brainstorm als inspiratie voor activiteiten tijdens HAD 2026. Laat de kerngroep weten wanneer jullie iets organiseren, mogelijk kunnen we daar extra aandacht op vestigen.Samen zorgen we ervoor dat Heat Action Day niet alleen een bewustwordingsmoment is, maar ook een startpunt voor structurele voorbereiding op hitte.
Op de website van het klimaatverbond vind je een overzicht van geplande acties in heel Nederland.
Bekijk ook
Update vanuit het netwerk klimaatveiligheid
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026
Hallo allemaal,
Graag begin ik dit nieuwsbriefbericht met een mooie update: we hebben een covoorzitter voor het netwerk, Nanette Verburg. Nanette is al meerdere jaren actief lid van de kerngroep als vertegenwoordiger van de coalitie West‑4 en heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan verschillende projectwerkplaatsen binnen het programma. Om het voorzitterschap van het netwerk verder te versterken en de werkzaamheden beter te verdelen, ben ik erg blij dat Nanette deze taken samen met mij wil oppakken.

Een van de bijzondere kenmerken van ons netwerk is dat zowel collega’s uit het risicobeheersings‑ als uit het crisisbeheersingsdomein deelnemen. Dit zorgt voor veel verbinding en verrijkende discussies, die ook helpen bij het versterken van diezelfde verbinding in de regio’s.
Bij het thema klimaatveiligheid komen deze domeinen immers altijd samen: enerzijds het voorbereiden op onvermijdelijke extreme weersituaties en hoogwater, en anderzijds het zo goed mogelijk benutten van de tijd daarvoor. Door tijdig veiligheidsadvies te geven en urgentie te creëren bij uitvoerende partijen op het gebied van klimaatadaptatie en waterveiligheid, kunnen oncontroleerbaarheid, grootschaligheid, gelijktijdigheid en cascade‑effecten zoveel mogelijk worden beperkt. Ook voor het besturen van een crisis is het beheersen van risico’s via klimaatadaptatie van groot belang.

Omdat wij deze gezamenlijke opgave binnen het netwerk herkennen, staan de netwerkbijeenkomsten dit jaar opnieuw in het teken van een inhoudelijk sterke en evenwichtige combinatie van onderwerpen. Tip: lees vooral ook het nieuwsbriefstuk van Charlotte met updates vanuit het programma. De daarin benoemde crisisthema’s komen dit jaar zeker terug tijdens de bijeenkomsten.
Daarnaast werken verschillende regio’s aan het steeds concreter borgen van klimaatveiligheidsadvies binnen de instrumenten van de Omgevingswet. Zo voeren collega’s in West‑4 een test uit met planregels voor dit onderwerp, en wordt elders in het land gewerkt aan een thematisch omgevingsprogramma fysieke veiligheid, waarin klimaatveiligheid eveneens een plek kan krijgen. Als netwerk willen we hier uiteraard meer over weten; ook deze ontwikkelingen komen dit jaar aan bod tijdens de bijeenkomsten.
Het is mooi om te zien hoe we als netwerk steeds meer van elkaar leren. We zijn voorbij het stadium van alleen begrijpen wat klimaatveiligheid inhoudt en werken nu al een tijdje daadwerkelijk aan uitwerking en toepassing in de regio’s. Ik waardeer het enorm hoe actief jullie ervaringen met elkaar delen en elkaar weten te vinden voor hulp en advies. Dat maakt ons netwerk zo sterk. Lekker bezig!
Tot de volgende netwerkbijeenkomst!
Mede namens de kerngroep en Nanette,
Een hartelijke groet,
Lana Garrels
P.S. Heb je vragen of ideeën voor het netwerk? Neem dan contact op met je coalitievertegenwoordiger in de kerngroep. Heb je hun contactgegevens niet, laat het ons weten. Je kunt ons bereiken via: lana.garrels@veiligheidsregioaa.nl & nanette.verburg@vr-rr.nl
Bekijk ook
Update vanuit het Programma
Klimaatveiligheid
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026
Dag allen,
Nederland staat voor lastige keuzes. Voorbereiden op extremer klimaat is onvermijdelijk. Dit is de kop van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bij de publicatie van het rapport Voorbij de risico’s: keuzes voor een klimaatbestendige leefomgeving dat op 31 maart jl. is verschenen.
Gesteld wordt dat: Nederland is nog onvoldoende voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering. Zonder extra maatregelen krijgen Nederlanders steeds vaker te maken met de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast – met impact op hun gezondheid, leefomgeving en de economie. Het is belangrijk om nú zowel technische maatregelen te nemen die op korte termijn de gevolgen beperken, als maatregelen gericht op de langere termijn, die ingrijpen op de ruimtelijke inrichting (pbl.nl). Het rapport benadrukt dat Nederland voor ingrijpende keuzes staat en dat volledige bescherming tegen klimaatrisico’s niet mogelijk is. Vanuit het perspectief van klimaatveiligheid sluit dit aan op de zorgen die er binnen veiligheidsregio’s leven over klimaatrisico’s. Niet voor niets benadrukken we het belang van ketensamenwerking via het meerlaagsveiligheidsdenken. Gemaakte keuzes voor de inrichting van de leefomgeving hebben invloed op de crisisbeheersing en herstel wanneer we als maatschappij worden geconfronteerd met klimaatdreigingen. Zo blijkt ook uit de Praatplaat meerlaagsveiligheid.
Binnen veiligheidsregio’s groeit de aandacht voor klimaatveiligheid. In verschillende veiligheidsregio’s worden klimaatdreigingen als wateroverlast en overstroming bijvoorbeeld specifiek meegenomen in weerbaarheidsprogramma’s. Met het onderzoek naar bovenregionale scenario-ontwikkeling gaan we binnen het programma aan de slag met het vergroten van het inzicht op de kritieke kantelpunten en factoren bij hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. De ambitie is om dit jaar toe te werken naar landelijke uitgangspunten voor de crisisbeheersing. Hiermee ontwikkelen we een uniforme basis in de crisisaanpak voor de 25 veiligheidsregio’s die bijdraagt bij de aanpak van bovenregionale crisisbeheersing.
Op dit moment wordt binnen het programma ook gewerkt aan een water-crisistraining. Deze training kan ingezet worden door veiligheidsregio’s, waterschappen en Rijkswaterstaat om op een laagdrempelige manier meer inzicht te krijgen in elkaars crisisstructuren en opschaling, vakjargon en uitdagingen in een crisis.
Wordt vervolgd!
Hartelijke groet,
Charlotte van Ruijven
Programmamanager Klimaatveiligheid
Bekijk ook
NIPV en Stichting Salvage bundelen data krachten.
11 april 2022
Data verrijking levert meer inzicht op voor brandveiligheid en brandpreventie.

Vrijdag 8 april hebben Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en Stichting Salvage een overeenkomst getekend waarin is afgesproken dat elkaars data, die betrekking hebben op branden in Nederland, worden aangevuld. Door deze samenwerking ontstaat meer inzicht in mogelijke brandoorzaken.
IJle Stelstra, directeur NIPV: ‘Samenwerken is essentieel om tot betere inzichten te komen voor onder andere woningbrandoorzaken. Daarmee dragen we bij aan het vergroten van de publieke veiligheid. Met Stichting Salvage vormen we op deze manier een steeds beter en betrouwbare bron van gegevens waar uit geput kan worden door betrokken partijen. Dat zijn de Veiligheidsregio’s, de meldkamer maar ook Stichting Salvage. En NIPV kan die data weer gebruiken voor veel (landelijke) onderzoeken op het gebied van brandveiligheid en preventie.’
Johan van den Berg, directeur Stichting Salvage vervolgt: ‘Door NIPV te helpen, aan te vullen in data en uiteindelijk meer sturingsinformatie, intelligence te bevorderen, kunnen de kolommen in de Veiligheidsregio zich beter voorbereiden op wat komen gaat in de toekomst. Andersom krijgt Salvage een beter beeld van de regio’s die nog meer gebruik kunnen maken van de dienstverlening van Salvage. Door nog meer betrokken te worden bij incidenten die binnen het mandaat vallen van Salvage (namens brandverzekeraars in Nederland) zal de ‘missing’ in de data die Salvage vervolgens weer verstrekt aan het NIPV, steeds minder worden.’
Kennis en ervaring zullen dankzij deze overeenkomst beter samen komen. NIPV beschikt over brandonderzoekers die grote en impactvolle branden onderzoeken, maar niet bij alle branden aanwezig kunnen zijn. Stichting Salvage is bij veel meer landelijke branden aanwezig. De stichting doet geen zelfstandig brandonderzoek maar registreert wel alle feiten en omstandigheden die op de incidentlocatie worden waargenomen waaronder ook een vermoedelijke oorzaak. Door de gegevens van Salvage samen te voegen met de dataset van NIPV kan een completer beeld worden gegenereerd met als doel mogelijke trends te kunnen waarnemen. Dit helpt zowel de veiligheidspartners binnen de Veiligheidsregio’s alsmede de verzekeringsbranche beter voorbereid te zijn op de toekomst.
Lees ook
Voor het eerst zijn de regionale risicoprofielen van alle Nederlandse veiligheidsregio’s kwantitatief met elkaar vergeleken.
Omneja Wessels werkte voorheen als adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Heusden en is eind juli gestart als adviseur openbare orde en veiligheid bij de gemeente Goirle. Vanuit haar dagelijkse praktijk ziet zij hoe belangrijk samenwerking is om crises effectief aan te pakken.
De extreme hittegolf van eind juni 2026 had grote gevolgen voor de samenleving. In het rapport ‘Extreme hitte in Nederland’ brengt het NIPV de impact van de hitteperiode van 18 tot en met 29 juni 2026 in kaart en beschrijft het hoe organisaties hierop hebben gereageerd.
Voor professionals binnen veiligheidsregio of meldkamer is er een uitgebreid onderwijsaanbod om vakbekwaam te worden én te blijven met NL-Alert.
De snelle kennismobilisatie biedt bruikbare inzichten voor de landelijke pilots noodsteunpunten die in 2026 in alle 25 veiligheidsregio’s van start gaan.
De afgelopen periode ontwikkelden 24 collega’s uit verschillende veiligheidsregio’s de vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken. Zij rondden de leergang OvD met succes af.
Veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en het NIPV sloegen de handen ineen voor een gezamenlijk, eenjarig opleidingstraject op maat. Negen deelnemers hebben nu succesvol het traject afgerond en hun diploma ontvangen.
Door een veranderend klimaat komen (grootschalige) natuurbranden steeds vaker voor en de impact van deze branden neemt toe.
Het onderzoek geeft inzicht in de stand van zaken en in mogelijke knelpunten. Ook biedt het handvatten om de multidisciplinaire voorbereiding op en respons bij natuurbranden te versterken.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina80
- Volgende pagina
Werken aan een toekomstbestendige brandweer in Europa met het Officer Development Program (ODP)
31 maart 2022
Achttien Europese brandweerofficieren deden mee aan de eerste editie van het Europese Officer Development Program (ODP). Het doel van ODP is om leiders van de brandweer zich te laten buigen over strategische vraagstukken die van belang zijn voor de brandweer in Europa, nu en in de toekomst. ODP is een initiatief van de Federation of European Fire Officers (FEU), gefaciliteerd door NIPV. Deze organisaties hebben het programma gezamenlijk ontwikkeld.

Het programma kende korte online bijeenkomsten en een programma op locatie bestaande uit vijf dagen. Deze vijfdaagse vond plaats bij NIPV en een bezoek aan de Twente Safety Campus maakte deel uit van de week. In het programma stond het ‘futureproofen’ van de brandweer centraal en uitdagingen op het vlak van duurzaamheid zoals een veilige energietransitie en een meer diverse samenstelling van personeel van de brandweer. Als onderdeel was er aandacht voor hoe de brandweer als collectief een proactieve en positieve bijdrage aan Europees beleid kan leveren op het vlak van duurzaamheid en in algemene zin.
Basis voor toekomstige samenwerking
Marianne Heijndijk, projectleider FEU-ODP 2022 bij NIPV: “De deelnemers hebben kennis en ideeën opgedaan die ze direct in hun dagelijkse werk kunnen gebruiken. Ze leerden elkaar op professioneel en persoonlijk vlak kennen en ze hebben een mooie basis gelegd voor toekomstige samenwerking. Dat is ook een van de doelen die de FEU met dit programma heeft. Het is mooi dat we met een programma als ODP hier een bijdrage aan kunnen leveren.”
Vervolg
De FEU verwacht in de toekomst meer edities van het ODP programma aan te gaan bieden. Kijk voor meer informatie over de activiteiten op de website van de FEU.
Lees ook
Voor het eerst zijn de regionale risicoprofielen van alle Nederlandse veiligheidsregio’s kwantitatief met elkaar vergeleken.
Omneja Wessels werkte voorheen als adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Heusden en is eind juli gestart als adviseur openbare orde en veiligheid bij de gemeente Goirle. Vanuit haar dagelijkse praktijk ziet zij hoe belangrijk samenwerking is om crises effectief aan te pakken.
De extreme hittegolf van eind juni 2026 had grote gevolgen voor de samenleving. In het rapport ‘Extreme hitte in Nederland’ brengt het NIPV de impact van de hitteperiode van 18 tot en met 29 juni 2026 in kaart en beschrijft het hoe organisaties hierop hebben gereageerd.
Voor professionals binnen veiligheidsregio of meldkamer is er een uitgebreid onderwijsaanbod om vakbekwaam te worden én te blijven met NL-Alert.
De snelle kennismobilisatie biedt bruikbare inzichten voor de landelijke pilots noodsteunpunten die in 2026 in alle 25 veiligheidsregio’s van start gaan.
De afgelopen periode ontwikkelden 24 collega’s uit verschillende veiligheidsregio’s de vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken. Zij rondden de leergang OvD met succes af.
Veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en het NIPV sloegen de handen ineen voor een gezamenlijk, eenjarig opleidingstraject op maat. Negen deelnemers hebben nu succesvol het traject afgerond en hun diploma ontvangen.
Door een veranderend klimaat komen (grootschalige) natuurbranden steeds vaker voor en de impact van deze branden neemt toe.
Het onderzoek geeft inzicht in de stand van zaken en in mogelijke knelpunten. Ook biedt het handvatten om de multidisciplinaire voorbereiding op en respons bij natuurbranden te versterken.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina80
- Volgende pagina
NIPV tijdelijk geassocieerd lid Vereniging Hogescholen
30 maart 2022
Op dinsdag 29 maart is het memorandum van overeenstemming getekend tussen de Vereniging Hogescholen (VH) en het NIPV.

IJle Stelstra, algemeen directeur NIPV, : “Deze ondertekening is een belangrijke mijlpaal voor NIPV om het onderwijs en de lectoraten een stevige plek in het onderwijs- en onderzoeksveld te kunnen (blijven) geven”. Voorzitter Maurice Limmen van VH vult aan: “We verwelkomen het NIPV als lid van de Vereniging Hogescholen en samen bouwen we verder aan een innovatieve hbo-sector.”
Aanleiding voor het sluiten van deze overeenkomst is het feit dat de bepaling uit de Wet veiligheidsregio’s voor het NIPV, namelijk het ontwikkelen en in stand houden van expertise, zo nodig door het verrichten van toegepast wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening, op gespannen voet kwam te staan met de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Het NIPV is géén hogeschool, maar heeft wèl een zelfstandige, praktijkgerichte onderzoekstaak en die – om redenen van herkenbaarheid voor de buitenwereld – heeft georganiseerd in lectoraten met lectoren in dienst. Volgens de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is dat echter niet toegestaan
Memorandum van overeenstemming en voorwaarden
Het memorandum van overeenstemming biedt hierin de oplossing voor beide partijen. Het NIPV wordt toegelaten als tijdelijk geassocieerd lid van de VH. De VH heeft belang bij het borgen van de kwaliteit van de lectoraten van het NIPV: de statuten en het huishoudelijk reglement van de VH worden aangepast.
Voorwaarde voor het tijdelijk geassocieerd lidmaatschap is dat we binnen een periode van 5 jaar een geaccrediteerde bacheloropleiding (mede)aanbieden, waarna het NIPV geassocieerd lid is. Daar worden door het NIPV al stappen in gezet:
- Er is een samenwerkingsverband aangegaan met Saxion Hogescholen om een hbo-bacheloropleiding te gaan verzorgen
- Daarnaast verzorgt het NIPV samen met de Politieacademie de onbekostigde masteropleiding Master of Crisis and Public Order Management.
Lees ook
Voor het eerst zijn de regionale risicoprofielen van alle Nederlandse veiligheidsregio’s kwantitatief met elkaar vergeleken.
Omneja Wessels werkte voorheen als adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Heusden en is eind juli gestart als adviseur openbare orde en veiligheid bij de gemeente Goirle. Vanuit haar dagelijkse praktijk ziet zij hoe belangrijk samenwerking is om crises effectief aan te pakken.
De extreme hittegolf van eind juni 2026 had grote gevolgen voor de samenleving. In het rapport ‘Extreme hitte in Nederland’ brengt het NIPV de impact van de hitteperiode van 18 tot en met 29 juni 2026 in kaart en beschrijft het hoe organisaties hierop hebben gereageerd.
Voor professionals binnen veiligheidsregio of meldkamer is er een uitgebreid onderwijsaanbod om vakbekwaam te worden én te blijven met NL-Alert.
De snelle kennismobilisatie biedt bruikbare inzichten voor de landelijke pilots noodsteunpunten die in 2026 in alle 25 veiligheidsregio’s van start gaan.
De afgelopen periode ontwikkelden 24 collega’s uit verschillende veiligheidsregio’s de vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken. Zij rondden de leergang OvD met succes af.
Veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en het NIPV sloegen de handen ineen voor een gezamenlijk, eenjarig opleidingstraject op maat. Negen deelnemers hebben nu succesvol het traject afgerond en hun diploma ontvangen.
Door een veranderend klimaat komen (grootschalige) natuurbranden steeds vaker voor en de impact van deze branden neemt toe.
Het onderzoek geeft inzicht in de stand van zaken en in mogelijke knelpunten. Ook biedt het handvatten om de multidisciplinaire voorbereiding op en respons bij natuurbranden te versterken.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina80
- Volgende pagina
Loftrompet voor het Rode Kruis
22 maart 2022
Van nuffig imago naar professionele organisatie: Rode Kruis speelt na jaren weer een rol van betekenis.

Ik zit nu al ruim 35 jaar in het vak van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. In die jaren heb ik regelmatig direct of indirect te maken gehad met het Rode Kruis (RK). En… de eerste dertig jaar was dat vaak niet alleen maar positief. Vele jaren lang had het Rode Kruis in het kader van de Nederlandse rampenbestrijding een nuffig imago. Overwegend oude mannen waren vooral bezig met het behartigen van het Rode Kruis belang maar feitelijk was het Rode Kruis van bijzonder weinig waarde voor die rampenbestrijding.
Men kon geneeskundige colonnes ophoesten en speelde een rol bij een eventuele opvang van slachtoffers (dat dan weer met oude breidende dames) maar in de praktijk had je daar weinig aan gedurende de eerste uren. Kortom – de lezer begrijpt het – ik kleur het wat extra in, maar feitelijk speelde het Rode Kruis bij rampen en crisis in het eigen land (let op: over de rol van het Rode Kruis ver weg gaat dit stukje niet!) geen enkele rol van betekenis. Regio’s waren ook steeds minder bereid een cent aan die rol van het Rode Kruis uit te geven.
Hoe anders is dat de laatste jaren. Waarschijnlijk hebben nieuw binnengekomen directieleden en andere jonge enthousiaste medewerkers een ‘boost’ gegeven aan de organisatie. Daarbij zal zeker de komst en het initiatief van Ready2Help en recente crises een fors vliegwieleffect hebben gesorteerd.
Een aantal jaren geleden startte het RK met het idee (onder andere geïnspireerd door het Oostenrijkse RK) om een nieuw type vrijwilligers te werven – burgerhulpverleners – en die bij rampen en crisis dan flexibel in te kunnen zetten, op oproepbasis, zonder verplichte tijdsinvestering of trainingen. Zelf betwijfelde ik of het zou gaan werken in een land dat gelukkig zo schaars rampspoed kende. Snel waren er enkele duizenden Ready2Helpers en tijdens de vluchtelingencrisis van 2015-2016 steeg dat naar enkele tienduizenden. In de jaren daarna was er minder te doen, op enkele initiatieven na, zoals bijvoorbeeld de samenwerking met de politie om te ondersteunen bij het zoeken naar urgent vermiste personen en het ondersteunen van waterschappen met het leggen van zandzakken.
De echte vlucht naar voren kwam natuurlijk met de coronacrisis. Bij deze crisis bleek het systeem van Ready2Help van grote waarde en nam het aantal Ready2Helpers ook toe van 43.000 naar ruim 90.000. Op veel manieren verleenden deze vrijwilligers van het RK hand en spandiensten, zoals het inpakken en uitdelen van voedselpakketten, begeleiden van patiënten in zorginstellingen, ondersteuning in test- en vaccinatiestraten van de GGD, inrichten van opvanglocaties voor dak- en thuisloze personen en het doen van boodschappen voor kwetsbare mensen in thuisisolatie.
Inmiddels zijn er bijna 100.000 vrijwilligers bij Ready2Help en is het Rode Kruis soepel van de coronacrisis overgestapt naar de Oekraïnecrisis en speelt het inmiddels al een cruciale rol bij de opvang. Daarbij is het RK niet alleen een organisatie met een groot leger aan vrijwilligers maar ook inmiddels met een goede professionele organisatie geworden die heel goed weet dat ze met vele andere partners – en een stevig netwerk – een betekenisvolle rol kan spelen. Hulde dus.
Menno van Duin, lector Crisisbeheersing
Lees ook
Voor het eerst zijn de regionale risicoprofielen van alle Nederlandse veiligheidsregio’s kwantitatief met elkaar vergeleken.
Omneja Wessels werkte voorheen als adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Heusden en is eind juli gestart als adviseur openbare orde en veiligheid bij de gemeente Goirle. Vanuit haar dagelijkse praktijk ziet zij hoe belangrijk samenwerking is om crises effectief aan te pakken.
De extreme hittegolf van eind juni 2026 had grote gevolgen voor de samenleving. In het rapport ‘Extreme hitte in Nederland’ brengt het NIPV de impact van de hitteperiode van 18 tot en met 29 juni 2026 in kaart en beschrijft het hoe organisaties hierop hebben gereageerd.
Voor professionals binnen veiligheidsregio of meldkamer is er een uitgebreid onderwijsaanbod om vakbekwaam te worden én te blijven met NL-Alert.
De snelle kennismobilisatie biedt bruikbare inzichten voor de landelijke pilots noodsteunpunten die in 2026 in alle 25 veiligheidsregio’s van start gaan.
De afgelopen periode ontwikkelden 24 collega’s uit verschillende veiligheidsregio’s de vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken. Zij rondden de leergang OvD met succes af.
Veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en het NIPV sloegen de handen ineen voor een gezamenlijk, eenjarig opleidingstraject op maat. Negen deelnemers hebben nu succesvol het traject afgerond en hun diploma ontvangen.
Door een veranderend klimaat komen (grootschalige) natuurbranden steeds vaker voor en de impact van deze branden neemt toe.
Het onderzoek geeft inzicht in de stand van zaken en in mogelijke knelpunten. Ook biedt het handvatten om de multidisciplinaire voorbereiding op en respons bij natuurbranden te versterken.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina80
- Volgende pagina
Blog: Zowel één landelijk als lokale steunpunten gewenst!*
14 maart 2022
Voorkom dat mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Jan Mans – burgemeester van Enschede ten tijde van de vuurwerkramp – werd in 2000 overvallen toen opeens een legertje ambtenaren van VWS op de stoep stond in het gemeentehuis van Enschede en hem aangaf dat een informatie- en adviescentrum zou worden opgestart.
Dit onverwachte activisme vanuit het ministerie was een rechtstreeks gevolg van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp (rapport verscheen in 1999) die vaststelde dat indertijd in 1992 een goede gecoördineerde informatievoorziening ontbrak. De toenmalige minister (mevrouw Borst) moest bijna aftreden en had in 2000 haar lesje geleerd.
De kern van een IAC is dat het uitgaat van de één loketfunctie. Een slachtoffer van een calamiteit of andere directe betrokkene dient niet steeds van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Er wordt fysiek dan wel virtueel één plaats gecreëerd waar deze persoon terecht kan. Achter dat ene loket zijn dat verschillende hulp- en ondersteuningsfuncties (over onderdak en wonen, over werk en uitkering, over medische en psychosociale zorg, e.v.) verenigd. Het zal duidelijk zijn dat bij een ’klassieke’ ramp die zich op één plaats voltrekt, het organiseren van een IAC nog betrekkelijk eenvoudig is. De nabestaanden van MH-17 woonden door het gehele land en toen is dan er ook voor gekozen een digitaal centrum in te richten.
Bij de coronacrisis zagen wij wel vele plekken waar mensen informatie konden verkrijgen (Infoportalen) maar lang niet iedereen was op de hoogte van al deze – veelal gescheiden – informatie- en adviespunten.
In deze Oekraïne-situatie is het zeker ook ingewikkeld hoe je dat het beste kan organiseren; we zien al vele initiatieven en coördinatiepunten. Op landelijk niveau lijkt met het Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne (KCIO) een centrale actor in de maak die zowel de professionals als de burgers kan ondersteunen. Daarvoor is het nodig dat dit punt (of een ander) wel het landelijk aangewezen centrale punt wordt met een duidelijk budget, mandaat en bevoegdheden.
Al zal dit de duidelijkheid en communicatie landelijk aanmerkelijk kunnen bevorderen, hiermee zijn we er zeker nog niet. In een fors aantal steden (naar schatting zo’n 50-75, maar ook denkbaar is dat alle gemeenten een apart herkenbaar loket inrichten) zal ook een fysiek IAC ingericht moeten worden. Een plek waar Oekraïners (en mogelijk straks ook Russen) maar ook de eigen inwoners in de regio terecht kunnen voor informatie en advies.
Menno van Duin, lector Crisisbeheersing
* Michel Duckers, Marleen Kraaij, IJle Stelstra, Maaike van Dam en Vina Wijkhuijs dank voor het meelezen
Lees ook
Voor het eerst zijn de regionale risicoprofielen van alle Nederlandse veiligheidsregio’s kwantitatief met elkaar vergeleken.
Omneja Wessels werkte voorheen als adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Heusden en is eind juli gestart als adviseur openbare orde en veiligheid bij de gemeente Goirle. Vanuit haar dagelijkse praktijk ziet zij hoe belangrijk samenwerking is om crises effectief aan te pakken.
De extreme hittegolf van eind juni 2026 had grote gevolgen voor de samenleving. In het rapport ‘Extreme hitte in Nederland’ brengt het NIPV de impact van de hitteperiode van 18 tot en met 29 juni 2026 in kaart en beschrijft het hoe organisaties hierop hebben gereageerd.
Voor professionals binnen veiligheidsregio of meldkamer is er een uitgebreid onderwijsaanbod om vakbekwaam te worden én te blijven met NL-Alert.
De snelle kennismobilisatie biedt bruikbare inzichten voor de landelijke pilots noodsteunpunten die in 2026 in alle 25 veiligheidsregio’s van start gaan.
De afgelopen periode ontwikkelden 24 collega’s uit verschillende veiligheidsregio’s de vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken. Zij rondden de leergang OvD met succes af.
Veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en het NIPV sloegen de handen ineen voor een gezamenlijk, eenjarig opleidingstraject op maat. Negen deelnemers hebben nu succesvol het traject afgerond en hun diploma ontvangen.
Door een veranderend klimaat komen (grootschalige) natuurbranden steeds vaker voor en de impact van deze branden neemt toe.
Het onderzoek geeft inzicht in de stand van zaken en in mogelijke knelpunten. Ook biedt het handvatten om de multidisciplinaire voorbereiding op en respons bij natuurbranden te versterken.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina80
- Volgende pagina
