Aankondiging Release LCMS 2026 Q3
3 juni 2026
De release LCMS 2026 Q3 komt eraan. In dit bericht informeren we je over de planning & impact, en inhoud van deze release.
Planning & impact
Acceptatieomgeving: uitrol op dinsdag 2 juni
- Op dinsdag 2 juni wordt de release uitgerold op de acceptatieomgeving.
Oefenomgeving: uitrol op dinsdag 30 juni
Op dinsdag 30 juni tussen 9:00-16:00 uur wordt de Oefenomgeving bijgewerkt. Dit betekent het volgende:
- Er is sprake van downtime: zowel de Oefen als de Operationele omgeving is niet beschikbaar tussen 9:00-12:00.
- Is er sprake van een incident of calamiteit? Stem met de beheerder van jouw organisatie af over hoe te handelen.
- Vanaf 12:00 uur kan de Operationele omgeving weer gebruikt worden. Zet in het geval van een oefening, duidelijk ‘Oefening’ in de naam van een activiteit.
Operationele omgeving
Op dinsdag 7 juli tussen 09:00-16:00 uur wordt de release uitgerold op de Operationele omgeving. Dit betekent het volgende:
- Maak tijdens de update gebruik van de Oefenomgeving, ook bij een daadwerkelijk incident. Zet daarbij in de titel van de activiteit dat het een ‘operationele activiteit’ betreft.
- Vanaf 16.00 uur is de Operationele omgeving weer te gebruiken.
Liveblog
Tijdens de releases kun je de voortgang volgen via een liveblog op lcms.nl.
Inhoud release
De release 2026 Q3 bevat een aantal technische- en functionele verbeteringen, aangevuld met bugfixes. De belangrijkste wijzigingen zijn:
- Inloggen met ‘Gebruikersnaam en Wachtwoord’ is niet langer mogelijk.
- De optionele rechten zijn technisch uitgefaseerd. Hiermee is het rechtenmodel voor iedereen vastgezet. Het is niet meer mogelijk om per organisatie wijzigingen aan te brengen.
- Binnen GMS wordt de gehele eenheidsregel gemarkeerd, zodat wijzigingen duidelijker kunnen worden herkend. Dit betreft de koppeling tussen de Meldkamer en het LCMS, specifiek voor de veiligheidsregio’s.
- Het LCMS heeft een update naar een moderner framework gekregen. Dit nieuwe fundament biedt een toekomstbestendige basis met betere prestaties, een hogere stabiliteit en meer flexibiliteit voor verdere doorontwikkeling.
Vragen?
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie.
Blijf op de hoogte van het programma Onderwijs Onderweg
2 juni 2026
De vierde editie van het Swipezine van het programma Onderwijs Onderweg staat online. In deze nieuwe editie nemen we je mee in de laatste ontwikkelingen, opbrengsten en praktijkverhalen uit het programma.

Onderwijs Onderweg is één van de grote veranderopgaven (Grote Werk 2) van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Het programma richt zich op het verbeteren van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing. De ambitie is om samen toe te werken naar een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en actueel onderwijs voor alle mensen binnen de brandweer en crisisbeheersing in de veiligheidsregio’s.
Met het Swipezine worden collega’s, partners en andere betrokkenen meegenomen in de voortgang van het programma. Niet alleen door te laten zien waar aan wordt gewerkt, maar juist ook door ervaringen, inzichten en perspectieven uit de praktijk te delen. In deze vierde editie lees je onder andere over de opbrengsten tot nu toe, de vertaling van onderwijsvisie naar de praktijk, het project mentale weerbaarheid en veel meer.
Blijf op de hoogte
Wil je de ontwikkelingen rondom Onderwijs Onderweg blijven volgen? Kijk dan ook op het platform van het programma. Daar vind je naast het online magazine ook achtergrondinformatie, updates en meer over de verschillende projecten en thema’s binnen het programma. Volg daarnaast ook de updates via LinkedIn.
Meer informatie
Het programma Onderwijs Onderweg staat ook bekend als Grote Werk 2 en werkt aan een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en actueel onderwijs voor alle brandweer- en crisisprofessionals van de veiligheidsregio’s. Meer informatie over wat er bereikt is in de afgelopen periode is te lezen in het online magazine. Op het platform Onderwijs Onderweg is meer te vinden over het programma en de vervolgstappen.
- Benieuwd wat het programma de afgelopen periode heeft gedaan? Lees dan het vierde ‘Swipezine’ (online magazine) dat deze week is verschenen.
- Meer informatie over het programma en de vervolgstappen is te vinden op het platform van Onderwijs Onderweg.
Bekijk ook
ISCRAM 2026: kennisuitwisseling tussen wetenschap én praktijk
1 juni 2026
Deze week komen op de Universiteit van Leiden, locatie Den Haag, wetenschappers van over de hele wereld samen om traditiegetrouw kennis op het snijvlak van informatiesystemen en crisisbeheersing uit te wisselen. Hier vindt namelijk de jaarlijkse internationale ISCRAM-conferentie plaats.

ISCRAM 2026
ISCRAM staat voor Information Systems for Crisis Response and Management. Een unicum voor deze editie is dat niet alleen wetenschappers, maar ook professionals uit het veld hun paper presenteren. Dit doen zij via de zogeheten practitioners-track. Hiermee wordt de link tussen de wetenschap en de praktijk gelegd, een beweging die het thema van dit jaar illustreert: ‘Building stronger futures’.
Informatievoorziening rondom crisisbeheersing
Beroepsprofessionals uit binnen- en buitenland delen hun ervaringen en inzichten. Ook professionals vanuit het NIPV leveren met hun papers een bijdrage aan de kennisuitwisseling over informatievoorziening rondom crisisbeheersing. Deze collega’s hebben veel operationele ervaring vanuit hun rollen binnen diverse veiligheidsregio’s en in de samenwerking met het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2).

Zo vertelt Piet Aantjes over de kracht van informatie(systemen). Dit doet hij aan de hand van de inzet daarvan tijdens de grote heidebrand die op 3 april 2025 plaatsvond in Ede. Het internationale publiek van de conferentie maakt daarbij kennis met een aantal van de informatiesystemen die we in de Nederlandse crisisbeheersing en brandweerzorg gebruiken: het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS), het Veiligheidsbeeld, de Virtuele Assistent, en datasets met kaartlagen.
Martijn van Wijlen blikt terug op de informatie-uitwisseling tussen crisispartners rondom Oud & Nieuw 2025; het drukste evenement en tegelijkertijd incident. Daarnaast legt Jochem van Heek het dilemma tussen het menselijke beoordelingsvermogen en de mogelijkheden van automatisering en de grote hoeveelheid data voor.

Inzendingen ISCRAM 2026
Benieuwd naar de inhoud van deze en andere papers? Bekijk alle papers van de practitioners-track op de website van ISCRAM. Het totaaloverzicht van alle inzendingen, ook de wetenschappelijke papers en workshops, vind je ook op deze website.
Organisatie ISCRAM 2026
De organisatie van ISCRAM is in handen van de Universiteit leiden en het NIPV. Ook in deze samenwerking komen wetenschap, toegepaste kennis, en expertise op het gebied van crisisbeheersing bij elkaar – Building stronger futures together!
Bekijk ook
Vernieuwde post-hbo Fire Safety Engineering van start
25 mei 2026
Negentien studenten zijn gestart met de vernieuwde post-hbo Fire Safety Engineering (FSE). Na een korte introductie door Maarten de Groot (decaan NIPV), Björn Peters (SKB) en Emiel van Rossum (Brandpreventie Academy), verzorgde lector Brandveiligheidskunde Lieuwe de Witte de eerste lesdag, met als centraal onderwerp doelgerichte brandveiligheid.

De opleiding is ontwikkeld voor professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid en is tot stand gekomen in een publiek-private-samenwerking tussen de Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica (SKB), de Brandpreventie Academy en het NIPV.
Brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag
Fire Safety Engineering richt zich op het analyseren van brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag op basis van natuurkundige principes en rekenkundige modellen. De opleiding is bedoeld voor onder meer brandveiligheidsadviseurs, preventiemedewerkers, brandonderzoekers, bouw- en woningtoezichthouders en vergunningverleners.
Betere aansluiting bij actuele eisen binnen vakgebied
Het studieprogramma is volledig herzien en sluit nu beter aan op de actuele eisen in het vakgebied. Er zijn drie inhoudsdeskundigen verantwoordelijk voor het vaststellen van het curriculum: Rudolf van Mierlo (vakspecialist, namens de Brandpreventie Academy, BPA), Ruud van Herpen (fellow fire engineering TU/e, namens de Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica, SKB) en Lieuwe de Witte (lector Brandveiligheidskunde, namens het NIPV).
Gedeelde ambitie vastgelegd in convenant
De Brandpreventie Academy (BPA), Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica (SKB) en het NIPV hebben de handen ineengeslagen voor deze herziene opleiding. De samenwerking tussen BPA, SKB en het NIPV is ontstaan vanuit een gedeelde ambitie om professionals binnen de brandveiligheid verder op te leiden en en daarvoor de benodigde verdieping achtergronden te geven. Samen zetten zij zich in voor onderwijs dat aansluit bij de nieuwste ontwikkelingen in de bouw, industrie en omgevingsveiligheid. Daarnaast zorgen zij dat het onderwijs past bij de nieuwe visies op brandveiligheidskunde en brandweerkunde. De drie organisaties hebben een convenant ondertekend waarin deze samenwerking is bekrachtigd.
Bekijk ook
Brandveiligheid in woonvormen met zorg: tussen regels en realiteit
22 mei 2026
De zorg in ons land is de laatste 10 jaar sterk verschoven naar zelfstandig wonen. Steeds meer mensen met een (zwaardere) zorgvraag wonen in reguliere woongebouwen. Het brandveiligheidsbeleid en de bijbehorende voorschriften zijn niet in hetzelfde tempo meegegroeid. Het NIPV onderzocht hoe in de praktijk wordt omgegaan met de brandveiligheid in woongebouwen waarin mensen met een zorgvraag wonen. Het onderzoek is gedaan in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).

Onderzoeksaanpak
Projectleider en senior onderzoeker Johan van der Graaf: “De kern van het onderzoek bestond uit 17 gebouwbezoeken. Op basis van deze gebouwbezoeken, gesprekken en andere informatie, zoals gebruiksmeldingen, ontruimingsplannen en websites, hebben we een beeld geschetst van hoe ‘wonen met zorg’ er in de dagelijkse praktijk uitziet. Daarnaast hebben we met een literatuuronderzoek het landschap van wonen met zorg systematisch in kaart gebracht. Ook hebben we de historische ontwikkeling van wonen met zorg beschreven. En hebben we een literatuurstudie gedaan naar bestaande onderzoeken over brandveiligheid bij ouderen en anderen kwetsbare groepen.”
Nieuwe realiteit voor wonen, zorg en brandveiligheid
“Uit ons onderzoek blijkt dat door de verplaatsing van zorg van instelling naar thuis, de beperkte verpleeghuiscapaciteit en de wens van mensen om langer in hun eigen woonomgeving te blijven, er thuissituaties ontstaan zonder de brandveiligheidsvoorzieningen die in instellingen normaal zijn. Dit levert in de praktijk onduidelijkheid en spanningen op over passende brandveiligheidsmaatregelen in woningen waarin zorg wordt verleend. En over wie waarvoor verantwoordelijk is”, vertelt Van der Graaf.
Belangrijkste bevindingen
- Meer zorg thuis: steeds meer mensen met een intensieve zorgbehoefte wonen zelfstandig. Bij brand zijn zij vaak afhankelijk van hulp, terwijl brandveiligheidsregels nog grotendeels uitgaan van zelfredzame bewoners.
- Mismatch in veiligheidsniveau: in veel woonvormen ontbreken voorzieningen zoals 24/7 toezicht, brandmeldinstallaties en duidelijke ontruimingsplannen, terwijl bewoners daarvan wel afhankelijk zijn.
- Grote verschillen in zelfredzaamheid: bewoners verschillen sterk in hun vermogen om bij brand zelfstandig te handelen. Dat maakt een veilige en snelle evacuatie complex, zeker in gebouwen waar zorgbehoevende bewoners verspreid over het gebouw wonen.
- Regelgeving sluit niet aan op de praktijk: de huidige indeling in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is vooral gebaseerd op het zorgaanbod en minder op de feitelijke zorgbehoefte van bewoners. Dit kan leiden tot verhoogde risico’s voor zowel bewoners als hulpverleners.
- Onduidelijke verantwoordelijkheden: de rolverdeling tussen de betrokken partijen is niet altijd helder. Er is behoefte aan meer eenduidigheid en een betere wettelijke borging van brandveiligheidsmaatregelen.
Vervolg
“Als vervolg op het onderzoek kijken we samen met de betrokken klankbordgroep naar mogelijke nieuwe manieren om de brandveiligheid van minder zelfredzame mensen te borgen. De resultaten daarvan worden eind dit jaar verwacht”, sluit Van der Graaf af.
Lees het rapport
Het rapport bestaat uit drie delen met elk een ander perspectief. Deel 1 bevat de belangrijkste bevindingen en conclusies. Deel 2 beschrijft de onderbouwing vanuit de praktijk, terwijl deel 3 een onderbouwing geeft vanuit theorie en beleid.
Lees de Kamerbrief
Lees de Kamerbrief van minister Boekholt-O’Sullivan van VRO van 22 mei 2026 over de nadere uitwerking van de beleidsagenda bouwregelgeving
Bekijk ook
‘Leven tussen hoop en vrees: omgaan met veiligheidsrisico’s en onzekerheden van de energietransitie’
21 mei 2026
Met de titel ‘Leven tussen hoop en vrees: omgaan met veiligheidsrisico’s en onzekerheden van de energietransitie’, aanvaardde lector Nils Rosmuller op donderdag 21 mei officieel zijn ambt als bijzonder hoogleraar op de leerstoel ‘Veiligheidsaspecten van de energietransitie in de gebouwde omgeving’ aan de Universiteit Twente. Ruim 150 gasten waren aanwezig bij zijn oratie.

Energietransitie en veiligheid: een bredere blik op risico’s en onzekerheden
In zijn oratie ging Rosmuller in op de veiligheidsrisico’s en onzekerheden die samenhangen met duurzame vormen van energieproductie, -opslag, -transport en -gebruik. Volgens hem kent iedere vorm van hernieuwbare energie eigen gevaren en veiligheidsvraagstukken.
Zijn oratie laat zich op hoofdlijnen samenvatten in vijf kernpunten:
- De energietransitie gaat gepaard met duurzame(re) vormen van energieproductie, -transport, -opslag en -gebruik, die elk hun eigen gevaren, veiligheidsrisico’s en onzekerheden kennen.
- Het is niet gezegd dat de energietransitie de samenleving onveiliger maakt. Wel zijn er, ten opzichte van de fossiele energiebronnen, andersoortige incidentscenario’s, kansen en effecten als gevolg van incidenten met hernieuwbare energiebronnen en -dragers.
- De energietransitie betreft een scala aan onderliggende risico inducerende mechanismen (nieuwe technologie nabij burgers, veranderende energieketens, onervaren partijen, beperkt datasets, na-ijlende wet- en regelgeving) die allen de veiligheidsrisico’s beïnvloeden en die gepaard gaan met verschillende soorten onzekerheden.
- Met een bredere aanpak (safety by design, ketenbenadering en een integrale veiligheidsanalyse), en de expliciete beschouwing van onzekerheden, wordt meer recht gedaan aan de dynamische en onvoorspelbare aard van de veiligheidsrisico’s als gevolg van de energietransitie.
- De veiligheid van de energietransitie vraagt als normatief leidend beginsel ook expliciete aandacht voor het voorzorgsbeginsel door actief op zoek te gaan naar onzekerheden en te trachten zulke onzekerheden te vertalen in termen van bespreekbare risico’s.
Ambitieus maar niet onmogelijk
Rosmuller: ‘Het zal duidelijk zijn dat de benadering die ik voorsta en de eerste conceptuele aanzet hiertoe in deze oratie, ambitieus is. Hier passen dan ook bescheidenheid en een uitgestoken hand. Bescheidenheid omdat ik niet alle kennis en kunde bezit om het brede scala aan vraagstukken en benodigde disciplines te beheersen. Een uitgestoken hand, omdat ik met kennisinstellingen, overheden en bedrijfsleven de veilige energietransitie wil faciliteren en tot een succes wil gaan maken.
Vanuit die rol als bijzonder hoogleraar én als lector Energie- en transportveiligheid bij het NIPV krijg ik de mogelijkheid om wetenschappelijke inzichten te verbinden met de praktijk van veiligheidsprofessionals, beleidsmakers en overheden, zodat de energietransitie niet alleen duurzaam, maar ook veilig en maatschappelijk verantwoord verloopt. Daarbij staan risicobeheersing, omgaan met onzekerheden en het voorzorgsbeginsel centraal.”
Directeur Onderzoek en Onderwijs Coby Flier: “Namens het NIPV feliciteer ik Nils van harte met zijn benoeming. De energietransitie vraagt om nieuwe, fundamentele en toegepaste kennis over veiligheid, risico’s en maatschappelijke impact. Samen met de Universiteit Twente investeren we in kennisontwikkeling die direct bijdraagt aan een veilige leefomgeving en aan de professionals die dagelijks werken aan de energietransitie. Ik ben er trots op dat Nils met zijn expertise en onderzoeksgroep hierin een voortrekkersrol vervult en wens hem heel veel succes in deze rol.”
Lees de oratie
Bekijk ook
Congres Crisisbeheersing 2026 in teken van samenwerking met de samenleving
20 mei 2026
Op 20 mei kwamen in Spant in Bussum meer dan 500 professionals samen voor het landelijk Congres Crisisbeheersing: crisisbeheersing voor en met de samenleving. Met ruim twintig deelsessies stond het congres in het teken van de samenwerking tussen crisisorganisaties en de maatschappij.

Tijdens de dag werd gesproken over de verwachtingen van inwoners tijdens crises en de vraag hoe overheden, hulpdiensten en maatschappelijke partners inwoners beter kunnen bereiken en betrekken. Keynote sprekers Anja Schouten, burgemeester van Alkmaar, en Daan Roovers, voormalig Denker des Vaderlands en lid van de Eerste Kamer, startten het plenaire gedeelte van het congres.
Kiezen we voor efficiëntie of voor veerkracht?
Zo begon Roovers met een reflectie op bestuurlijke logica. Volgens haar is Nederland sterk gericht op efficiëntie: hoe efficiënter processen worden ingericht, hoe beter dat doorgaans wordt gevonden. In de relatie tussen overheid en samenleving schiet die logica echter tekort. Ze ging in op de paradox van efficiëntie en stelde daarbij de vraag centraal: kiezen we voor efficiëntie of voor veerkracht?
Eerste Impact Award Crisisbeheersing
Tijdens het congres werd voor het eerst de Impact Award Crisisbeheersing uitgereikt. Deze prijs is een initiatief van het NIPV, het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Vakraad Risico- en Crisisbeheersing van de RCDV (Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio).
Met deze award wordt jaarlijks aandacht gevraagd voor inspirerende initiatieven binnen het brede domein van crisisbeheersing. Elk jaar zal de award aansluiten bij het overkoepelende thema van het Congres Crisisbeheersing van dat jaar.
Dit jaar waren 3 initiatieven genomineerd waarin burgerparticipatie en maatschappelijke betrokkenheid centraal staan. De award ging naar het burgerinitiatief ‘Praat met je straat’: een lokaal initiatief dat buurtbewoners met elkaar in gesprek wil brengen over weerbaarheid, vertrouwen en samenredzaamheid in de wijk. Het initiatief kreeg onder meer vorm in het Ludenkwartier in Doorn, waar bewoners samen activiteiten organiseren rondom crisisvoorbereiding, buurtverbinding en maatschappelijke weerbaarheid.

Koninklijke onderscheiding voor Menno van Duin
Een bijzonder moment tijdens het congres was de uitreiking van een koninklijke onderscheiding aan lector Crisisbeheersing Menno van Duin. Hij werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn jarenlange bijdrage aan crisisbeheersing en rampenbestrijding in Nederland.
Han ter Heegde, burgemeester van Gooise Meren, reikte de onderscheiding uit. Van Duin geldt als één van de grondleggers van het congres en speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vakgebied crisisbeheersing, onder meer als lector Crisisbeheersing en auteur van diverse standaardwerken en evaluatiemethoden.

Bekijk ook
Menno van Duin benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau
20 mei 2026
Lector Crisisbeheersing Menno van Duin is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De onderscheiding werd op 20 mei uitgereikt tijdens het jaarlijkse Congres Crisisbeheersing, waarvan Van Duin één van de grondleggers is. Han ter Heegde, burgemeester van Gooise Meren, speldde hem de bijbehorende versierselen op.

Eerbetoon voor jarenlange inzet
Met de onderscheiding wordt Van Duin geëerd voor zijn uitzonderlijke bijdrage aan de ontwikkeling van crisisbeheersing en rampenbestrijding in Nederland. Gedurende meer dan 40 jaar zette hij zich in voor de versterking van het vakgebied, zowel in wetenschap, onderwijs als praktijk.
Belangrijke bijdrage aan crisisbeheersing
Van Duin begon zijn loopbaan in de jaren tachtig aan de Rijksuniversiteit Leiden en promoveerde in 1992 op het proefschrift ‘Van rampen leren’. Zijn onderzoek vormde een belangrijk fundament voor de verdere professionalisering van crisisbeheersing in Nederland. Na een aantal jaren werkzaam te zijn geweest bij het COT, Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, trad hij in1995 in dienst bij het Nibra, één van de voorlopers van het huidige NIPV.
In 2010 werd Van Duin benoemd als eerste lector van het gezamenlijke lectoraat Crisisbeheersing van het toenmalige NIFV en de Politieacademie. Als lector Crisisbeheersing speelde Van Duin een belangrijke rol in het verbinden van onderzoek, onderwijs en praktijk. Hij stond bovendien aan de basis van de jaarlijkse reeks ‘Lessen uit crises en mini-crises’ en was medeauteur van het ‘Basisboek Crisisbeheersing’, dat geldt als standaardwerk binnen het vakgebied.
Opleider en innovator
Naast zijn onderzoek leverde Van Duin een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van crisisprofessionals. Als decaan van de Master of Crisis and Public Order Management (MCPM) begeleidde en inspireerde hij generaties bestuurders, onderzoekers en crisisfunctionarissen.
Ook ontwikkelde hij vernieuwende evaluatiemethoden, waaronder de zogenoemde dilemma-methodiek. Deze methode wordt inmiddels breed toegepast binnen evaluaties en beleidsanalyses in de crisisbeheersing.
Maatschappelijke betrokkenheid
Naast zijn werkzaamheden in het veiligheidsdomein vervulde Van Duin diverse maatschappelijke en bestuurlijke nevenfuncties. Zo was hij gemeenteraadslid in zijn woonplaats Capelle aan den IJssel, lid van de Rekenkamercommissie Lopik en actief binnen verschillende redactieraden en wetenschappelijke tijdschriften op het gebied van veiligheid en crisismanagement.
Op 12 mei jl. bereikte Van Duin de pensioengerechtigde leeftijd. Op 26 juni a.s. neemt hij afscheid van het NIPV.
Bekijk ook
Natuurbrandveiligheid: de overgangszone tussen vegetatie en bebouwing
20 mei 2026
Door klimaatverandering en intensief ruimtegebruik veranderen de natuurbrandrisico’s in Nederland en neemt de kans op (gelijktijdige) branden met directe impact op de samenleving toe. De natuurbranden van een paar weken geleden laten dit zien. Omdat natuur, bebouwing en mensen dicht op elkaar zitten, kan een brand makkelijk overslaan van vegetatie naar bebouwing, en omgekeerd. Het NIPV onderzoekt daarom de overgangszone tussen vegetatie en bebouwing: om welke gebieden gaat het en welke maatregelen zijn daar mogelijk?

35 experts hebben meegedacht
Als eerste is in het onderzoek gekeken naar een Nederlandse benaming, definitie en kaartmethodiek voor de overgangszone, in het Engels Wildland-Urban Interface (WUI) genoemd. Zo’n 35 experts, afkomstig van veiligheidsregio’s, terreinbeheer, overheid en onderzoek, hebben hierover meegedacht. In drie rondes zijn ideeën verzameld, geprioriteerd en aangescherpt tot breed gedragen conclusies.
De belangrijkste afspraken
- Er is gekozen voor de term ‘vegetatie-bebouwingsovergangszone (VBO)’. Dit past goed bij de Nederlandse context, waar geen wildernis in de klassieke zin van het woord is.
- Er is consensus onder de experts over een definitie die aansluit bij de Nederlandse realiteit van verweven functies.
- Om de overgangszones in ons land in kaart te brengen wordt een combinatie van 3 internationale methoden gebruikt.
- Om mogelijke overgangszones te bepalen wordt gekeken naar vegetatievlekken van minimaal 1 hectare groot en een buffer van 200 meter rondom de vegetatie.
Impact van natuurbranden zo klein mogelijk houden
Lieuwe de Witte, lector Brandveiligheidskunde: “Dit document zet een eerste stap in het zichtbaar maken van de overgangszones tussen vegetatie en bebouwing in ons land. Kennis hierover is niet alleen essentieel voor gemeenten, provincies, brandweer en natuur- en terreinbeheerders, maar ook voor bewoners. De kennis helpt overheden en beheerders bij het maken van risicobeoordelingen, ruimtelijke keuzes, natuurbeheer en operationele voorbereidingen. Met als uiteindelijk doel de impact van natuurbranden op mens, gebouwen en natuur zo klein mogelijk te houden.”
Vervolgonderzoek
De onderzoekers brengen momenteel in kaart waar in ons land vegetatie-bebouwingsovergangszones zijn. Op basis hiervan kunnen maatregelen en richtlijnen voor deze zones worden opgesteld.
Definitie van de vegetatie-bebouwingsovergangszone (VBO)
De overgangszone waar vegetatie direct grenst aan, of verweven is met, bebouwing, infrastructuur of andere menselijke functies zoals wonen, werken of recreatie. Waardoor er een verhoogde blootstelling aan en kwetsbaarheid voor de impact van vegetatiebranden bestaan.
Bekijk ook
Onderwijs Onderweg naar nieuwe fase: van praten naar doen
18 mei 2026
Het programma Onderwijs Onderweg begon als een zoektocht naar wat er precies niet klopte in het onderwijs voor brandweer- en crisisprofessionals. Inmiddels ligt er een gedeelde visie en een stevig fundament voor verandering.

Al doende leren en samen bouwen
“We zijn al lerende gaan doen”, vertelt Frans Schippers, voormalig programmadirecteur van Onderwijs Onderweg die recent afscheid heeft genomen. “Daarbij hebben we nadrukkelijk gebruikgemaakt van de deskundigheid van de mensen die het werk uiteindelijk moeten uitvoeren zoals manschappen, crisisbestrijders, leidinggevenden en operationeel leiders. Ook aan de onderwijskant hebben we dat gedaan. De visie is dus niet achter een bureau bedacht, maar samen met onderwijskundigen ontwikkeld. Om iedereen mee te nemen, hebben we gewerkt in etappes. Steeds keken we terug: wat hebben we gedaan? En vooruit: wat staat er nog te gebeuren? Zo gingen we stap voor stap verder, terwijl we onderweg steeds afstemden of we nog dezelfde bestemming voor ogen hadden, of moesten bijsturen.”
Wat er in beweging is gekomen
“Het belangrijkste is dat vakraden en opleidingsinstituten zich bewuster zijn geworden van hun eigen rol. Voorheen werd er vaak voor elkaar gedacht en dat pakte niet altijd goed uit. Nu is iedereen beter in staat om bij de eigen verantwoordelijkheid te blijven. Daarnaast is er inmiddels een gedeeld beeld van hoe het onderwijsstelsel idealiter zou moeten werken. Er ligt een gezamenlijke onderwijsvisie, zowel voor het NIPV als voor de regionale opleidingsinstituten. Ook hebben we inzicht gekregen in de financiën. Daarmee ligt er een stevig fundament. De volgende stap is om alles daadwerkelijk in te regelen.”
Trots op wat er staat
“Ik ben trots op mijn team, dat echt sterk werk heeft geleverd. Maar ook op het NIPV, dat heeft erkend dat dingen anders moesten en die zoektocht is aangegaan. En hetzelfde geldt voor de veiligheidsregio’s. Zij hebben laten zien dat ze bereid zijn om anders te kijken naar hun rol en soms ook iets los te laten.”
De volgende stap: van denken naar doen
“Nu begint het echte werk. Alles wat we hebben bedacht, moet worden uitgevoerd en geborgd in regelgeving, zodat helder is wie waarvoor verantwoordelijk is. Daarnaast moeten we het stelsel steeds goed blijven uitleggen. En we hebben nog een opgave in het verder inzichtelijk maken van de financiële kant: hoe lopen de geldstromen en hoe kunnen we die vereenvoudigen ten gunste van beter onderwijs?”
Wat levert het op?
“Als dit programma slaagt, profiteren heel veel mensen daarvan. Dan hebben we ons onderwijs beter georganiseerd, en vooral professioneler gemaakt. Brandweer- en crisisprofessionals kunnen dan opleidingen volgen die echt aansluiten bij hun praktijk, binnen een stelsel dat met hen meebeweegt. En als dat ook nog lukt binnen de financiële kaders, dan is dit programma wat mij betreft geslaagd.”
Waarmaken wat we hebben bedacht
“Onderwijs Onderweg was nodig omdat we met ons onderwijs simpelweg niet wendbaar genoeg waren”, vertelt Coby Flier, directeur Onderzoek en Onderwijs van het NIPV. “Aanpassingen duurden te lang, we waren te afhankelijk van externe partijen en er was te veel rolvermenging. Als instituut waren we soms meer een schakel of makelaar dan een partij met een eigen, duidelijke rol. Wat dit programma sterk maakt, is dat het echt samen is opgepakt: door de regio’s als werkgevers én door het NIPV. Want dit kún je alleen samen doen. Inmiddels ligt er, na een grondige analyse, een duidelijke visie, een rollennotitie en een spoorboekje voor het vervolg.”
Van plannen naar doen
“Nu breekt een cruciale fase aan: van plannen naar doen. We moeten gaan ontwikkelen vanuit de onderwijsvisie die er ligt en tegelijkertijd zorgen dat de vraag vanuit het werkveld goed georganiseerd is. En ja, dat betekent ook dat we elkaar ruimte moeten gunnen om te leren, te zoeken en soms nog niet alles zeker te weten. Dat vraagt vertrouwen, tijd en middelen. Maar ook professionalisering: in hoe we onderwijs maken, geven en examineren, en in hoe we transparant zijn over kosten en kwaliteit. Over twee jaar verwacht ik dat er geen onduidelijkheid meer is over wat het NIPV biedt, met welke kwaliteit en tegen welke kosten. Dat we eerste vernieuwde, wendbare opleidingen hebben staan én dat het werkveld goed is georganiseerd om daar richting aan te geven. Spannend? Zeker. Want het echte werk begint nu pas. We zullen ook samen moeten blijven dragen. Tot nu toe hebben we gebouwd en getest. Nu mogen we het waarmaken.”
Dit artikel is een ingekorte versie van het bericht op het online platform Onderwijs Onderweg. Lees het volledige artikel op het platform.
