Toolkit nazorg bij grof en extreem geweld

Handvatten voor leidinggevenden en medewerkers binnen de politie, brandweer, GHOR en gemeente die een rol spelen in het bieden van nazorg aan hulpverleners en crisisprofessionals zijn gebundeld in een toolkit voor nazorg bij grof en extreem geweld.


Deze toolkit pagina bevat informatie over hoe de toolkit ‘Nazorg bij grof en extreem geweld’ tot stand is gekomen, voor wie de toolkit is bedoeld en wat de toolkit u kan bieden. Via de bijbehorende onderwerpen hierboven komt u bij drie toegespitste toolkitpagina’s over nazorg van hulpverleners en crisisprofessionals die een rol hebben vervuld bij een incident met grof en extreem geweld.


Voorbereiden op grof en extreem geweld

In het kader van terrorisme gevolgbestrijding (TGB) en grof en extreem geweld bereiden Nederlandse hulpdiensten zich voor op een terroristische aanslag en andere schokkende gebeurtenissen, waarbij grof en extreem geweld wordt gebruikt. Die voorbereiding richt zich onder meer op:

  • Multidisciplinaire planvorming en inzetdoctrines
  • Multidisciplinair trainen en oefenen
  • Kennis en expertiseopbouw

Bij die voorbereiding zijn diverse partners betrokken, waaronder de Nationale Politie, de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) en de veiligheidsregio’s.
De Inspectie Justitie en Veiligheid (2019) stelt dat de hulpverlening bij een terroristische aanslag anders en moeilijker is dan bij reguliere incidenten, onder andere door een andere en ernstiger aard van de verwondingen en het moeten optreden van hulpverleners in een gevaarlijke situatie. De impact van grof en extreem geweld op hulpverleners is potentieel dan ook groot, zo leren ervaringen vanuit het buitenland.


Opdracht

In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid, Nationale Politie, Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s en het IFV hebben ARQ Kenniscentrum Impact van Rampen en Crises (ARQ) en het lectoraat Crisisbeheersing (NIPV) onderzoek gedaan naar de psychosociale impact van grof en extreem geweld op hulpverleners.

Doel van het onderzoek was het ontwikkelen van handvatten voor opvang en nazorg aan hulpverleners.


Aanpak

In het kader van dit onderzoek hebben ARQ en het IFV een literatuurstudie gedaan, interviews afgenomen met medewerkers betrokken bij nazorg en ervaringen en lessen opgehaald bij buitenlandse deskundigen.

De resultaten van de literatuurstudie zijn opgenomen in de Factsheet Toolkit opvang en nazorg na grof en extreem geweld – Literatuuronderzoek, die als bijlage bij de toolkit wordt gepresenteerd.

De kennis opgedaan in dit literatuuronderzoek, heeft vervolgens de basis gevormd voor de topiclijsten waarmee semigestructureerde interviews zijn uitgevoerd met direct betrokkenen en experts uit België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Nederland, Noord-Ierland, Noorwegen en Oostenrijk.

Bij deze interviews is geput uit ervaringen rond de volgende incidenten:

Om de bevindingen uit de interviews met de verschillende Europese experts bij elkaar te brengen is bovendien een validatiesessie georganiseerd met alle geïnterviewden. 


Richtlijn Psychosociale ondersteuning geüniformeerden

Veel van de betrokken partijen hebben reeds (veel) aandacht besteed aan het optuigen van een structuur voor de opvang en nazorg van de medewerkers. Doorgaans vormt de Richtlijn psychosociale ondersteuning geüniformeerden (Impact, 2012), vanaf nu richtlijn, hier een belangrijke basis voor. Daar komt bij dat veel aandachtspunten tijdens de opvang en nazorg trajecten na ‘reguliere’ incidenten tevens van belang zijn wanneer sprake is geweest van een terroristisch incident of grof en extreem geweld. Om deze Toolkit Nazorg bij grof en extreem geweld beknopt en overzichtelijk te houden is er voor gekozen om veel van deze algemene aanbevelingen en kennis niet op te nemen. In plaats hiervan, wordt in de toolkit verwezen naar de richtlijn, waar meer en uitgebreidere informatie te vinden is over de betreffende thema’s. 

Aanbeveling: Hanteer de toolkit in combinatie met de bestaande richtlijn als leidraad voor grof en extreem geweld en terroristische aanslagen. Daarbij adviseren we speciale aandacht te hebben voor niet-geüniformeerden, zoals medewerkers van de gemeente of meldkamer.


Wat biedt de toolkit?

De Toolkit Nazorg bij Grof en Extreem Geweld biedt:

  1. Psychosociale Impact: Geeft inzicht in de huidige kennis rond psychosociale gevolgen van grof en extreem geweld op hulpverleners en crisisprofessionals.
  2. Preparatie: Geeft handelingsperspectieven voor de voorbereiding op de behoeften binnen de organisatie na inzet bij grof en extreem geweld.
  3. Opvang en Nazorg: Geeft handelingsperspectieven voor opvang en nazorg van hulpverleners/ professionals na inzet bij grof en extreem geweld.


Wie kan de toolkit gebruiken?

Deze toolkit kan worden gebruikt door leidinggevenden en medewerkers binnen (hulpverlenings)organisaties zoals de politie, brandweer, GGD/GHOR, meldkamer en gemeente, die een verantwoordelijkheid hebben in het proces van opvang en nazorg aan hulpverleners en crisisprofessionals.

Let op: de toolkit is niet bedoeld voor opvang en nazorg aan getroffenen en de bevolking. Hiervoor zijn andere handreikingen beschikbaar.

De wijze waarop opvang en nazorg invulling krijgt kan per veiligheidsregio, hulpverleningskolom of organisatie verschillen. De opvang van medewerkers wordt – vanuit de verantwoordelijkheid van de werkgever – vaak georganiseerd vanuit collegiale opvang (zoals bijvoorbeeld BOT, COT en TCO). Nazorg is meestal belegd binnen de zorgstructuur van deze organisaties. Deze toolkit biedt inzichten en adviezen die betrekking hebben op zowel opvang als nazorg. Aangezien de verantwoordelijkheid voor de correcte opzet en uitvoering hiervan bij verschillende organisatie-delen ligt, is de toolkit van toegevoegde waarde voor alle afdelingen binnen de (hulpverlenings)organisaties die hierbij betrokken zijn.

Doelgroepen Toolkit nazorg bij grof en extreem geweld


Doelgroepen voor nazorg (diagnose tool)

Toelichting: Nazorg zou voor alle direct en indirect betrokken hulpverleners en functionarissen toegankelijk moeten zijn.

Aandachtspunt: In de praktijk blijkt dat er aan bepaalde groepen (onbewust) onvoldoende aandacht wordt besteed in de nazorg, bijvoorbeeld functionarissen in het operationeel team en leidinggevenden. De figuur bevat een overzicht van mogelijk relevante doelgroepen.

Advies: Maak na een incident binnen je organisatie een doelgroep-analyse voor de nazorg. Wie houden zich direct of indirect bezig met het incident en hebben eventueel behoefte aan nazorg? Gebruik de onderstaande figuur als diagnosetool om relevante doelgroepen in beeld te brengen. Stem vervolgens de nazorg af op de specifieke behoeften van de doelgroep.


Centrale begrippen

Hulpverleners / crisisprofessionals: Onder hulpverleners verstaan we al diegenen binnen de hulpverlenende diensten met een professionele rol in de acute incidentbestrijding en bredere crisisbeheersing. Daarbij gaat het dus om first responders (gealarmeerde hulpverlener, die als eerste ter plaatse komt en competent is eerste hulp te verlenen in een situatie waarbij dit noodzakelijk is), maar ook leidinggevenden en professionals in de crisisbeheersing (bijv. bestuurders en leden OT/BT).

Grof en extreem geweld, waaronder terrorisme, kent vele verschijningsvormen. Brandweer Nederland onderscheidt vijf verschijningsvormen van extreem geweld: 

  1. Vuur- of steekwapens, handgranaten;
  2. Objecten (voertuigen, vaartuigen, vliegtuigen, drones);
  3. Explosieven (bomaanslag);
  4. Chemische, biologische, radioactieve en/of nucleaire middelen (CBRN);
  5. Gijzeling of geplande aanhouding.


Daarnaast kunnen zich meerdere vormen van (dreigend) extreem geweld voordoen tijdens het regulier optreden van hulpdiensten. Voorbeelden hiervan zijn het verlenen van assistentie van de politie bij de aanhouding van een verward persoon, de standby-regeling voor de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD), een plofkraak of anderszins incidenten met criminele grondslag waarbij hulpdiensten gepland of per ongeluk betrokken raken. Extreem geweld kan ook voorkomen bij maatschappelijke onrust of rellen, anders gezegd het optreden in grote mensenmassa’s (zie ook: Brancheopvatting Brandweer, Grof en Extreem Geweld, 2018).

Terrorisme is het uit ideologische motieven plegen van op mensenlevens gericht geweld, dan wel het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke ondermijning en destabilisatie te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden (NCTV). Terrorisme kent verschillende verschijningsvormen variërend van dreiging, sabotage-acties tot op mensen gericht geweld. Met name incidenten met bijzonder veel getroffenen, zogeheten ‘masualty attacks’ of ‘mass casualty incidents’ (Aylwin et al., 2007) kunnen grote impact hebben op hulpverleners en de bredere bevolking.


Dankwoord

NIPV en ARQ zijn de betrokkenen die medewerking hebben verleend bij het opstellen van de toolkit zeer erkentelijk. Een bijzonder woord van dank gaat uit naar de deelnemers aan de interviews en validatiesessie (zowel in de Nederlandse als internationale context). Hun ervaring en expertise was onmisbaar. Daarnaast danken wij de klankbordgroep voor hun kritische blik op de inhoud van de toolkit en het ontwikkelingsproces, het inzetten van hun netwerk en het waarborgen van de aansluiting met de verschillende doelgroepen/(hulpverlenings)organisaties.


Psychosociale impact

De psychische toestand van mensen is verbonden met omstandigheden in hun sociale omgeving (Impact, 2014). Mensen die ontregeld zijn geraakt door een (heftige) gebeurtenis of de stress die daaruit voortkomt, worden hierdoor beïnvloed in hun psychosociale toestand. Getroffenen staan voor de opgave om daarmee om te gaan, net als met stressreacties die kunnen volgen na een potentieel schokkende gebeurtenis en de reacties uit de sociale omgeving (Impact, 2014). De factoren die de psychosociale toestand beïnvloeden en de mate waarin ze dit doen, noemen we in deze toolkit psychosociale impact.


Voorbereiding

Het vragen van hulp en uiten van nazorgbehoeften wordt nog niet door alle hulpverleners als vanzelfsprekend ervaren. Veel hulpverleningskolommen en -diensten integreren nazorg daarom steeds meer in het alledaagse werk. Om nazorg zoveel mogelijk te normaliseren, moet ondersteuning en nazorg laagdrempelig, bespreekbaar, veilig en toegankelijk zijn. Stigma en taboe kan het bespreekbaar maken van nazorg in de weg staan. De leidinggevende kan hierin een sleutelrol spelen en aandacht geven aan voorbereiding.


Opvang en nazorg

De behoeften in de opvang en nazorg zijn persoonsgebonden, er is geen one-size-fits-all. Waar mogelijk dienen deze individueel in kaart gebracht te worden om effectief te kunnen reageren op de klachten van een medewerker en behoeften aan opvang en nazorg.