label Fysiek veilige leefomgeving

Nieuwe versie Richtinggevend kader bijzondere verkeersbevoegdheden van kracht

15 januari 2026 (bijgewerkt op 12 mei 2026)

Op 1 mei 2026 is het herziene ‘Richtinggevend kader bijzondere verkeersbevoegdheden’ in werking getreden. Het vorige kader, dat dateerde uit 2015, is herzien door een werkgroep waarin brandweer, politie, ambulance, defensie en particuliere rijopleiders vertegenwoordigd waren. Naast een update en tekstuele aanpassingen bevat het kader nieuwe thema’s, waaronder het rijden in tunnels, omgaan met rijhulpsystemen, middendoor rijden en tegengesteld opvallend naderen (‘tonnen’).

Foto: Shutterstock.

Vlot en veilig, maar ook voorspelbaar door het verkeer gaan

Het ‘Richtinggevend kader bijzondere verkeersbevoegdheden’ geeft aan hoe voorrangsvoertuigbestuurders zich in de ideale situatie zouden moeten gedragen op de weg. Het is een aanvulling op de reguliere rijprocedure. Het kader zorgt ervoor dat bestuurders van voorrangsvoertuigen van verschillende hulpdiensten niet alleen vlot en veilig, maar ook voorspelbaar door het verkeer gaan. Het kader is tevens de basis voor de lesstof van bestuurders van voorrangsvoertuigen en voor het examen van OGS+-instructeurs.

Herziene kader van kracht sinds 1 mei jl.

Sinds 1 mei 2026 is het herziene kader van kracht. Het kader is vastgesteld door Ambulancezorg Nederland, Brandweer Nederland en Defensie.

Lees het kader en bijbehorende informatie

“Kennis en kunde Seveso kunnen breder worden benut binnen risicobeheersing”

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, mei 2026

Sinds oktober 2025 is Ramon Blaauw teamleider Risicobeheersing in Veiligheidsregio IJsselland. In die hoedanigheid kwam ook de vacature voor vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband Oost-5 in het Managementoverleg Industriële Veiligheid (MO IV) onder zijn aandacht. Hij besloot de uitdaging aan te pakken om zijn kennis en ervaring op het raakvlak van brandveiligheid en industriële veiligheid op een ander niveau in te zetten. Zijn streven voor de komende jaren: industriële veiligheid als taakveld voor de veiligheidsregio’s beter ‘op de kaart zetten’ bij bestuurders en IV-kennis en werkwijzen in het totale domein van risicobeheersing breder benutten.

Ramon Blaauw, teamleider Risicobeheersing in Veiligheidsregio IJsselland.

Blaauw geeft sinds oktober leiding aan het 27 fte tellende team Risicobeheersing van Veiligheidsregio IJsselland. Een regio waar hij al meerdere taakvelden aan de linkerkant van de veiligheidsketen doorliep. In 2016 begon hij er als bouwadviseur brandveiligheid, waarna hij zich bekwaamde tot specialist brandveiligheid. “In die functie ontdekte ik al snel dat ik de combinatie van brandveiligheid en industriële veiligheid heel boeiend vond. De taakvelden raken elkaar onder andere bij projecten als opslaggebouwen voor gevaarlijke stoffen. Nadat mijn interesse voor de industriële veiligheid was gewekt, ben ik de SIV-opleiding (Specialist industriële veiligheid, red.) gaan volgen, die ik in 2023 heb afgerond. In mijn eerdere rollen was ik vooral bezig met veiligheid in de categorie risicorelevante bedrijven; vanaf 2023 kantelde mijn aandacht steeds meer naar de zwaardere risicocategorie Seveso. Vervolgens heb ik ruim twee jaar in de Seveso-adviespraktijk gewerkt. Toen de mogelijkheid om teamleider Risicobeheersing te worden op mijn bordje kwam, besloot ik die stap te zetten.”

Hechte samenwerking

Kijkend naar de Oost-5-regio’s (IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Twente, Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid), past volgens Blaauw enige bescheidenheid, want bij elkaar opgeteld zijn in de 5 veiligheidsregio’s circa 50 Seveso-bedrijven actief. Een zwaar IV-profiel zoals het Rijnmondgebied of Zuid-Limburg heeft Oost-Nederland dus niet, maar dat doet niets af aan het belang van kwalitatief goede advisering en toezicht. Het uitgangspunt is daarbij dat de IV-specialisten met hun deskundigheid zo veel mogelijk ‘een goed gesprek’ aangaan met bedrijven om de veiligheid bij Seveso-bedrijven te waarborgen en knelpunten op te lossen. Een ‘partnerschap’ met een coöperatieve benadering waar het kan en opschalen naar strenge handhaving waar het moet als de regels worden ontweken. Wel noodzaakt de geografie met een grote spreiding van Seveso-bedrijven tot meer samenwerking om de binnen de veiligheidsregio’s aanwezige IV-expertise zo doeltreffend en slim mogelijk in te zetten.

“Dat doet het samenwerkingsverband Oost-5 best goed”, stelt Blaauw vast. “Hoewel de gezamenlijke regio’s een omvangrijk werkgebied hebben, van noord naar zuid en van west naar oost, zijn grote afstanden geen enkele belemmering om IV-specialisten over en weer in te zetten voor adviesprojecten en inspecties. Samen vormen ze in wezen één groot gemeenschappelijk team. Maar adviseurs en inspecteurs zijn wel heel veel op pad, dus is er ook grote behoefte aan gezamenlijke contactmomenten zoals kennisdagen, om ervoor te zorgen dat we ook een team blijven en samen kennis en ervaringen te delen.”

Meerwaarde voor risicobeheersing

Het feit dat de IV-specialisten in Oost-5 veel op pad zijn in een groot werkgebied, heeft als keerzijde dat ze, zowel binnen de eigen organisatie als voor de buitenwacht, soms minder goed zichtbaar zijn. Blaauw ziet dat als een aandachtspunt in zijn rollen als teamleider en MO-lid. “Seveso-advisering en -toezicht en het aanwijzen en toezicht op bedrijfsbrandweren zijn in feite de enige wettelijke grondslagen voor het taakveld industriële veiligheid van de veiligheidsregio’s. De regiobesturen aan wie we verantwoording afleggen voor die taken, vinden het vanzelfsprekend dat die taken goed worden uitgevoerd, maar beseffen vaak niet welk netwerk van vakspecialisten met hoogwaardige kennis en deskundigheid achter dat werk schuilgaat. Wat doen die mensen nou eigenlijk precies en hoe dragen zij concreet bij aan het bevorderen van de fysieke veiligheid in de gemeenten en regio? Daar mogen we de regiobesturen best eens wat meer inzicht in geven. Op brandveiligheidsgebied gebeurt dat wel, maar in het taakveld IV naar mijn mening nog onvoldoende. ”

Hetzelfde geldt volgens Blauuw voor de interne organisatie van de veiligheidsregio’s. In zijn beleving zijn de verschillende taakvelden soms min of meer ‘organisatie-eilandjes’, met hun eigen opgaven en hun eigen specialistenteams. Maken die wel optimaal gebruik van elkaars kennis en kunde? In versterking van die synergie zijn in de beleving van Blaauw nog wel stappen te zetten.

“Als IV-specialisten veel op pad zijn, zijn ze minder makkelijk benaderbaar voor collega’s op andere taakvelden, zoals brandpreventie en ruimtelijke veiligheid, terwijl zij wederzijds veel aan elkaars kennis kunnen hebben. Bijvoorbeeld als het gaat om conceptueel denken en risicogericht werken bij advisering. Ik zie nu soms dat collega’s op brandveiligheid voor een bepaald vraagstuk extern op zoek gaan naar mensen met kennis en deskundigheid, terwijl ze binnen hun eigen organisatie ook collega’s hebben die die expertise hebben. Binnen de afdeling Risicobeheersing en binnen de veiligheidsregio als geheel kunnen we elkaars kennis in mijn ogen nog veel beter benutten. Daar wil ik samen met de managementcollega’s en de collega’s van de teams energie in gaan steken. Maar voorlopig heb ik ook zelf nog een weg af te leggen in verdere kennismaking met alle collega’s in dit mooie vakgebied, binnen Oost-5 en ook in de landelijke overlegstructuren.”


“We kunnen nooit genoeg investeren in hulpdiensten die alles oplossen”

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, mei 2026

Anne van Diepen is adviseur Crisisbeheersing bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. In haar werk kijkt zij naar hoe klimaatverandering doorwerkt in risico’s, besluitvorming en de voorbereiding op crises. Daarbij ligt de nadruk op één belangrijke vraag: hoe zorgen we voor een klimaat- en waterveilige regio nu en in de toekomst.

Anne van Diepen
Anne van Diepen.

Klimaatadaptatie is ook een veiligheidsvraagstuk

“Voor onze organisatie betekent klimaatveiligheid dat klimaatadaptatie op een veilige manier wordt gedaan. Daarbij willen we dat organisaties zelf plannen maken om bestand te zijn tegen klimaateffecten, in plaats van alleen te leunen op hulpdiensten. Als het dan toch misgaat, kunnen ze ons bellen.”

“Wij adviseren bijvoorbeeld gemeenten bij klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte. Als er nieuwe waterdoorlatende wegen worden aangelegd, moet er nog steeds een zware brandweerauto overheen kunnen. Of als waterkanten natuurinclusiever worden ingericht, moet het water wel bereikbaar blijven voor de bluswatervoorziening. Klimaatadaptatie raakt dus direct aan veiligheid. Daarnaast kijken we vanuit crisisbeheersing naar planvorming. We bereiden ons voor op klimaatverandering en ook op de kans dat meerdere dingen tegelijk gebeuren. Bijvoorbeeld een overstroming gecombineerd met stroomuitval en alle cascade-effecten die daarbij horen.”

Bewustzijn begint ook persoonlijk

“Ik weet wat er gebeurt wanneer in de regio waar ik woon de dijken doorbreken. Dat maakt het ook persoonlijk. Ik heb gekeken: waar woon ik eigenlijk, hoe hoog komt het water daar? Voor mij is klimaatveiligheid ook bewustzijn en voorbereiding. Ik heb een watervoorraad aangelegd en een noodpakket. Dat wordt vaak gekoppeld aan stroomuitval, maar voor mij zit daar ook een klimaataanleiding achter.”

“Water is daarin voor mij een belangrijk thema, omdat de impact zo lang kan duren. Als stroom uitvalt en weer terugkomt, herstelt het leven relatief snel. Maar water kan weken of maanden blijven staan en hele gebieden langdurig ontwrichten.”

We zijn te lang te zeker geweest

“Ik denk dat we in Nederland te naïef zijn geworden. De overheid heeft lang gezegd: wij kunnen water managen, wij houden het droog. Daar mogen we trots op zijn, maar het heeft er ook voor gezorgd dat mensen denken: ik hoef me daar niet mee bezig te houden. Terwijl de overheid dat niet meer kan garanderen. En nu wordt de verantwoordelijkheid meer bij de burger gelegd, maar die is daar helemaal niet op voorbereid.”

“Het probleem speelt ook niet op één plek. Als je naar de waterkaarten kijkt, zie je dat het in heel Nederland speelt en dat het alleen maar groter wordt, zeker omdat we blijven bouwen in kwetsbare gebieden.”

Van ruimtelijke ordening naar veiligheidsvraagstuk

“Wat mij betreft moeten we ruimtelijke inrichting niet meer zien als alleen een vraagstuk van de openbare ruimte, maar als een veiligheidsvraagstuk. Klimaatadaptatie heeft direct invloed op hoe snel iets een crisis wordt. Zolang veiligheid niet structureel wordt meegenomen in besluitvorming, blijven we achter de feiten aanlopen.”

“Je kunt namelijk nooit genoeg investeren in hulpdiensten om alles op te lossen. Voorkomen is altijd effectiever dan oplossen. Voorbeelden zoals Limburg, Doetinchem en Enschede laten zien wat er gebeurt als het misgaat.”

Kleine keuzes maken samen verschil

“Wat ik belangrijk vind om mee te geven: hoe klein je eigen bijdrage ook lijkt, het heeft effect. Ik eet bijvoorbeeld vegan. Dat lijkt als individu misschien onbeduidend, maar als meer mensen kleine keuzes maken en elkaar beïnvloeden, ontstaat er wel degelijk impact.” “Dat geldt ook voor klimaatveiligheid. Het is een groot en complex onderwerp, maar uiteindelijk moeten we het samen doen, en heeft elke keuze, groot of klein, een impact.”

label Veilige energietransitie

Risico’s biogas zijn bekend, kennis nu gebundeld 

4 mei 2026

In het Klimaatakkoord is afgesproken om de productie van groen gas fors te vergroten. Een groot deel van dat groene gas moet uit biogas geproduceerd worden. Dit was voor het NIPV de aanleiding om in een verkenning aandacht te besteden aan biogas: aan de productie, opslag, transport en gebruik van biogas, de veiligheidsrisico’s, wet- en regelgeving en de handelingsperspectieven voor de brandweer bij incidenten met biogas(installaties).

Biogas
Foto: Shutterstock.

Ontstaan biogas

Biogas ontstaat door vergisting van biologisch materiaal, zoals mest, slib en groente-, fruit- en tuinafval. Het gas bestaat grotendeels uit methaan (CH₄) en bevat ook waterstofsulfide (H₂S), wat risico’s met zich meebrengt zoals brand, explosie, verstikking en vergiftiging bij vrijkomen. Deze risico’s zijn vergelijkbaar met die van mestgassen en zijn vooral relevant voor mensen die direct met installaties werken of incidenten met biogasinstallaties moeten bestrijden, maar er bestaan ook externe veiligheidsrisico’s.

Veilig optreden bij incidenten

Voor de brandweer bestaan er al duidelijke handelingsperspectieven, waaronder de Aandachtskaart Biovergistingsinstallaties en scenariokaarten binnen het Scenarioboek Energietransitie. Deze bieden richtlijnen voor veilig optreden bij incidenten.

De mogelijke toename van het aantal biogasinstallaties is geen aanleiding om deze handelingsperspectieven aan te passen. Omdat de aard van de biogasrisico’s niet verandert, zijn de bestaande handelingsperspectieven voor biogas toereikend.

Achtergronddocument

De verkenning bundelt bestaande kennis over biogas, de bijbehorende veiligheidsrisico’s en het optreden bij incidenten. Het rapport moet vooral worden gezien als een achtergronddocument.

Lees het rapport

Netwerkdag LEC Industriële Veiligheid 12 maart: focus op stationaire blussystemen

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, mei 2026

Een stationair blussysteem, zoals Hi-Ex schuimblusinstallatie, kan een prima ‘line of defence’ zijn voor opslaggebouwen met een hoog brandrisico. Maar dan moeten ze wel doen wat er van ze wordt verwacht. Tijdens de Netwerkdag LEC Industriële Veiligheid op 12 maart jl. maakte een plenaire presentatie tijdens het ochtendprogramma duidelijk dat effectief blussen of falen in belangrijke mate afhankelijk is van keuzes in de ontwerp- en installatiefase.

Foto: LEC Industriële Veiligheid.

‘Ouderwets de diepte in op de inhoud’, was de belofte van de organisatoren van de netwerkdag. Die belofte werd ingelost met niet minder dan zes keuzeworkshops, waarvan enkele over automatische VBB-systemen. Bij de aftrap van de netwerkdag meldde programmamanager Ron Bouwman eerst twee nieuwsfeiten binnen het netwerk. Ten eerste de officiële benoeming van Linda van de Ven tot landelijk regisseur spoorveiligheid namens de veiligheidsregio’s, waarmee het Netwerk Industriële Veiligheid zijn werkveld uitbreidt naar spoorse veiligheidsvraagstukken. Ten tweede de start van het nieuwe traineeship Risicobeheersing, waarvoor de werving op 10 maart is gestart. Nieuw in deze ronde is de uitbreiding met het taakveld brandveiligheid. Aan deze tweede ronde nemen 17 veiligheidsregio’s deel, die gezamenlijk plaats hebben voor 18 trainees.

Programmamanager Ron Bouwman. Foto: LEC Industriële Veiligheid.

Hi-Ex systemen kwetsbaar

Hoofdtopic in het plenaire programma was de presentatie van Jörgen van Trijp en Jeroen Dekkers van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant over Hi-Ex schuimblusinstallaties. Voorzieningen die kwetsbaar zijn als bij ontwerp en installatie niet de juiste keuzes worden gemaakt. Met casuïstiek van vijf incidenten rond (on)gewenste activering uit de eigen regio, lieten zij zien dat faalrisico’s vooraf niet altijd goed worden ingecalculeerd, waardoor het systeem op het Uur U niet conform de prestatie-eisen functioneert. Zoals kwalitatief onvoldoende afdichting van buiten- of compartimentdeuren, waardoor het schuim uit het compartiment loopt.

Ook blijkt een Hi-Ex systeem soms niet geschikt voor het type opgeslagen producten, waardoor de brand niet goed kan worden beheerst. Dat bleek onder andere bij een grote brand in een aanmaakblokjesfabriek, waar bovendien een fout tijdens een praktijktest leidde tot het falen van het systeem, omdat onvoldoende buitenlucht kon worden aangevoerd om schuim te genereren. Ook een goede verificatie van brandmeldingen blijkt een lastig gegeven, omdat het voor de gearriveerde brandweer bijzonder lastig is vast te stellen wat er in een volgeschuimde loods precies is gebeurd. Het zijn leermomenten die volgens van Trijp en Dekkers de neiging hebben zich te herhalen. Een tweetal onderzoeksrapporten, een van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en een van de Vakgroep Brandveiligheid, zouden mogelijk kunnen leiden tot aanpassing van de regelgeving ten aanzien van ontwerpeisen en certificering.

Geerlof Bijsterbosch, Anton Slofstra en Leon Houben. Foto: LEC Industriële Veiligheid.

Rondetafelgesprek

In het rondetafelgesprek sprak Ron Bouwman met directeuren veiligheidsregio Leon Houben en Anton Slofstra en Geerlof Bijsterbosch van de Vakgroep Milieu en Industrie over actuele thema’s. Aan de orde kwam onder andere het borgen van de spoorveiligheid in combinatie met de grote ruimtelijke opgaven voor woningbouw. Slofstra (Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden) is bezorgd over het feit dat in de besluitvorming over die thema’s de fysieke veiligheidsrisico’s niet expliciet worden afgewogen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat van de ‘risicodrempels’ af wil. Hij zegt het bestuurlijk commitment te missen van een ministerie dat voor de veiligheidsregio’s op de bres springt en is blij met de aanstelling van Linda van de Ven die alle partijen rond dit complexe dossier met elkaar gaat verbinden. Leon Houben (Veiligheidsregio Zuid-Limburg) sluit zich bij deze zorgen aan. Hij vindt dat de veiligheidsregio’s in Den Haag te weinig ‘lobbykracht’ hebben, wat mede het gevolg is van het feit dat de 25 veiligheidsregio’s autonoom zijn. Krachtenbundeling is daarom ook in zijn ogen noodzaak.

Meer aanhaken aan de voorkant van plan- en besluitvorming is de sterke wens van de sprekers aan de rondetafel. Dat geldt voor het dossier spoor en ruimte, maar ook voor een ander thema dat steeds nadrukkelijker op het bordje van de specialisten risicobeheersing komt: militaire dreiging en de groei van de defensie-industrie in Nederland. Welke vraagstukken levert dit voor de veiligheidsregio’s op? Zuid-Limburg heeft er al nadrukkelijk mee te maken, nu VDL in Born militaire producten gaat bouwen. Dat maakt het bedrijf, dat voorheen personenauto’s produceerde, plotseling tot een vitaal en strategisch object. Hoe kan de veiligheidsregio hier de vinger aan de pols houden? Om te beginnen door te investeren in relaties en in vertrouwen tussen de partners. “Een bijzondere uitdaging”, stelt Houben vast. “Dit is inhoudelijk heel wat ingewikkelder dan bijvoorbeeld een gebruiksvergunning verlenen.” En zo hebben de veiligheidsregio’s er op het gebied van risicobeheersing en industriële veiligheid weer een nieuw dossier bij op hun toch al goed gevulde takenlijstje.

In het middagprogramma konden de deelnemers naar eigen behoefte kennis ophalen in een van de zes workshops, over de kwaliteitsborging van VBB-installaties, voorbereiding op de uitval van repressieve lines of defence, PFAS-vrije schuimsprinklers, veilige ammoniakopslag volgens de PGS 12, paraatheid op langdurige stroomuitval bij chemische bedrijven en bedrijfsbrandweerzorg in de haven van Rotterdam.


Traineeship Risicobeheersing: “Over twee jaar ben je opgeleid en mag je jezelf specialist noemen”

30 april 2026

Ben je onlangs afgestudeerd en zoek je een functie waarin je kunt bijdragen aan een duurzame en veilige samenleving? Dan is het traineeship Risicobeheersing van de veiligheidsregio’s misschien iets voor jou. Oud-trainee Shelley Heskes vertelt: “Door het werk dat wij doen, hoeven de hulpdiensten hopelijk minder vaak te komen.”

Shelley Heskes. Foto: Megan Zondervan.

Heskes studeerde Integrale Veiligheidskunde en wist aan het eind van haar studie niet zo goed welke kant ze op wilde. Ze had nog geen echte specialisatie, maar was ook wel een beetje klaar met fulltime studeren. “Het traineeship was voor mij de perfecte combinatie: wel beginnen met werken, en tegelijk ook een opleiding mogen doen.”

Inmiddels heeft ze een baan als beleidsmedewerker op de afdeling Veilige Leefomgeving bij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. “Ik heb me nu gespecialiseerd in iets waarvan ik zelf nooit had gedacht dat dit een beroep is. Er wordt in deze tijd veel gevraagd: we zitten natuurlijk met een woningtekort, een energietransitie die gewoon moet gebeuren en dan is er ook nog de klimaatverandering. Ik houd me vooral bezig met advisering en ik ben inmiddels accountmanager voor vier gemeenten.”

Openstaan om te leren

Heskes startte samen met elf andere trainees, maar iedereen heeft een andere achtergrond en komt uit een andere regio. “Wat we gemeen hebben, is dat we er allemaal open voor staan om te leren en ervaringen op te doen. Ook hebben we het enthousiasme om vragen te stellen en breder te kijken dan ons eigen vakgebied.”

Op een leuke manier leren: alles kan

Tijdens het traineeship staan er vier lijnen centraal: de werklijn in je eigen veiligheidsregio, de persoonlijke lijn die draait om coaching en persoonlijke ontwikkeling, de leerlijn bij het NIPV en de netwerklijn met werkbezoeken, expertsessies en netwerkdagen. “We hebben zoveel leuke dingen gedaan! We zijn bijvoorbeeld op bezoek geweest bij het vliegveld in Maastricht, we hebben achter de schermen gekeken bij de Efteling, en we zijn bij een kernreactor in Noord-Holland gaan kijken: allemaal om te leren hoe zij de veiligheid aanpakken.”

“Daarom zou ik het traineeship ook aanraden: ik heb het gevoel dat alles kan en mag. Als we als trainees aangeven dat we iets willen doen, dan is er superveel mogelijk. Dat ervaar ik ook binnen mijn eigen regio, ik mag altijd meelopen met collega’s of bij andere afdelingen kijken. Je krijgt heel veel kansen die je ook echt allemaal mag aangrijpen om alles uit je traineeship te halen.”

Alle trainees hebben een leerwerkplekbegeleider. “In mijn geval een collega die dezelfde opleiding heeft gevolgd en een soortgelijk takenpakket heeft als waar ik naartoe heb gewerkt. Hij was van het begin mijn aanspreekpunt; echt alles mocht ik aan hem vragen. Zelfs met examenonderdelen heeft hij meegelezen.”

Alle ruimte als het lastig was

Naast het werken in een veiligheidsregio volgen de trainees een opleiding bij het NIPV. “Dit is heel goed te combineren. Soms was het huiswerk heus wel even doorzetten – ik had niet in elk vak een achtergrond waardoor het soms lastig kon zijn. Maar daar mocht ik ook alle tijd voor maken, want ik was 25 procent aan het werk en 75 procent aan het leren. Dat betekent ook echt dat je niet in het diepe wordt gegooid. Als je verder in je traineeship komt, verschuift dit percentage.”

Na de twee jaar in het traineeship heb je heel veel geleerd, en mag je jezelf specialist noemen. Je bent klaargestoomd voor een baan binnen de veiligheidsregio, met de intentie op een vaste baan na het afronden van je traineeship.

Meer informatie

Bekijk uitgebreide informatie over het traineeship Risicobeheersing op de website van Brandweer Nederland.

“We kunnen klimaatverandering niet stoppen, maar we kunnen wel zorgen dat we beter voorbereid zijn”

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026

Alfons Hofman is beleidsadviseur binnen Brandweerzorg bij Veiligheidsregio Groningen. Vanuit zijn rol werkt hij onder andere aan het inzichtelijk maken van risico’s en het versterken van de voorbereiding op crises. Waaronder de mogelijke gevolgen van klimaatverandering.

Alfons Hofman portretfoto
Alfons Hofman.

Klimaatveiligheid begint aan de voorkant

“Vanuit risicobeheersing kijken we juist naar de voorkant van risico’s. Je wilt goed voorbereid zijn als er daadwerkelijk iets gebeurt. En je wilt kijken waar je aan de voorkant invloed kunt uitoefenen. Klimaat is niet de oorzaak van alles, maar het zorgt er wel voor dat we opnieuw moeten kijken naar risico’s en hoe we daarmee omgaan.”

Binnen Veiligheidsregio Groningen is klimaatveiligheid belegd over meerdere disciplines. “We hebben geen mensen die zich volledig met klimaat bezighouden. Ik pak een deel vanuit brandweerzorg op en collega’s vanuit crisisbeheersing doen dat ook. Klimaatveiligheid komt bijvoorbeeld terug in het regionaal risicoprofiel en in beleidsplannen voor de komende jaren. Daar geven we verder duiding aan door constant de vraag te stellen: wat betekent klimaatveiligheid precies voor onze regio en hoe gaan we de daaraan gerelateerde risico’s beïnvloeden?”

Water als tastbaar risico

Voor Groningen is water traditioneel een belangrijk thema. “Water speelt hier een grote rol. Een deel van Groningen ligt onder zeeniveau en we hebben te maken met kust (primaire keringen) en boezem (regionale keringen) waterkeringen. We hebben in het verleden meerdere keren te maken gehad met hoogwater. In 1998 dreigde de stad Groningen te overstromen door extreme regenval, wat werd voorkomen door gecontroleerd polders onder water te zetten. En in 2012 moesten honderden bewoners worden geëvacueerd omdat de kade langs het Eemskanaal op doorbreken stond door een kritiek hoog waterpeil. En ik vaar zelf ook met een bootje, het water heeft op mij en velen andere ook een aantrekkingskracht. Dat maakt het onderwerp tastbaar.” Volgens Hofman is dat niet voor alle klimaatrisico’s vanzelfsprekend. “Water is concreet en zichtbaar. Voor onderwerpen zoals droogte of hitte is het soms lastiger om dezelfde urgentie te voelen. Daar moet nog een ontwikkeling plaatsvinden. Je ziet dat partners vaak beginnen vanuit water, terwijl klimaatveiligheid natuurlijk breder is.”

Omdat niet elke regio met dezelfde risico’s te maken heeft, is samenwerking essentieel. “In Groningen hebben we minder te maken met natuurbrandrisico’s dan bijvoorbeeld Drenthe of de Veluwe. Dan leunen we op de expertise van andere regio’s. Andersom houden wij ons weer meer bezig met water en energie. Het is belangrijk dat we daarin samenwerken en gebruikmaken van elkaars kennis, want we hebben niet de capaciteit om alles zelf uit te zoeken.”

Complexe risico’s en cascade-effecten

Klimaatverandering zorgt volgens Hofman niet alleen voor andere risico’s, maar ook voor grotere gevolgen. “Alles is afhankelijk van elektriciteit en infrastructuur. Daardoor kunnen de gevolgen van een incident veel groter zijn dan vroeger. Stel dat tijdens een zware storm langdurig de stroom uitvalt in een laaggelegen gebied: gemalen functioneren niet meer, communicatie valt weg en kwetsbare bewoners zijn moeilijk bereikbaar. Dan zie je hoe een waterincident kan doorslaan naar een probleem met zorg, energie en openbare orde. Dat soort cascade-effecten maken duidelijk waarom voorbereiding zo belangrijk is. Niet omdat we elk risico kunnen voorkomen, maar omdat de gevolgen anders snel groter worden dan nodig.”

Volgens Hofman is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar het voorkomen van incidenten, maar ook naar het beperken van impact. “Ik kan klimaatverandering niet stoppen. Waar ik wel aan kan bijdragen is zorgen dat we goed voorbereid zijn en de impact zo klein mogelijk houden. Bijvoorbeeld door slimmer na te denken over de inrichting van onze leefomgeving en klimaatadaptief te bouwen. Je kunt dijken hoger maken, maar het kan nog steeds een keer misgaan. Dus je moet ook nadenken over wat er gebeurt als het wél misgaat.”

Samenwerken aan oplossingen

Een belangrijke uitdaging is volgens Hofman het verbinden van verschillende opgaven. “We hebben te maken met veel ontwikkelingen tegelijk: de woningbouwopgave, de energietransitie, leefbaarheid en in Groningen ook de aardbevingsproblematiek. Dat komt allemaal samen. De uitdaging is om met de beschikbare capaciteit die we hebben die opgaven met elkaar te verbinden.” Volgens Hofman is het belangrijk om als veiligheidsregio vroegtijdig betrokken te zijn. “Via netwerken zoals de DPRA-werkregio werken we samen met gemeenten, waterschappen en andere partners. Dat helpt om op tijd aan tafel te zitten, bijvoorbeeld bij omgevingsvisies. Dan kun je aan de voorkant meedenken en invloed uitoefenen.”

Focus houden en samen stappen zetten

Tot slot benadrukt Hofman dat focus essentieel is in een complex speelveld. “Er gebeurt ontzettend veel op het gebied van klimaatveiligheid. Je kunt elke dag wel naar bijeenkomsten of netwerken. Maar het is belangrijk om focus te houden en kleine stappen te zetten die ook echt iets opleveren. We willen niet alleen aangeven wat niet kan, maar juist meedenken over wat wél kan. Door samen te werken en kennis te delen kunnen we beter omgaan met de gevolgen van klimaatverandering en zorgen dat we als samenleving beter voorbereid zijn.”

“Als je niet weet wat de risico’s straks zijn, kun je mensen er ook niet op voorbereiden”

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026

Lone Mokkenstorm (KNMI) werkt als klimaatadviseur op het snijvlak van onderzoek, operatie en praktijk. Vanuit die rol helpt zij organisaties om klimaatdata en meteorologische kennis te vertalen naar toepasbare inzichten. Daarmee draagt zij bij aan het centrale doel van het KNMI: Nederland veilig houden – nu en in de toekomst.

Portretfoto Lone Mokkenstorm
Lone Mokkenstorm.

Klimaatveiligheid als verlengstuk van de KNMI-missie

“Veel weersextremen nemen toe, zoals de kans op zoals extreme hitte en extreme neerslag. Daarmee wordt het steeds belangrijker om goed te begrijpen hoe risico’s veranderen en wat we in de toekomst kunnen verwachten. Klimaatveiligheid benadrukt eigenlijk het belang van onze missie, maar laat ook zien hoe groot de uitdaging is om die rol te blijven vervullen in een veranderend klimaat.”

Van weer naar impact

“Wij houden ons bezig met het weer, maar dat is eigenlijk maar één kant van het verhaal. Wij kunnen wel zeggen hoe het weer verandert, maar als je niet weet wat het effect daarvan is op de samenleving, dan kun je er eigenlijk nog niet zoveel mee.”

“Daarom werken we steeds meer samen met partners, zoals de veiligheidsregio’s en het NIPV. Wij brengen onze meteokennis in, en partners brengen hun kennis van het werkveld. Samen kom je tot een completer beeld van wat klimaatverandering betekent voor de maatschappij en wat klimaatveiligheid concreet inhoudt.”

“We proberen bijvoorbeeld steeds beter rekening te houden met impactfactoren: wanneer treedt extreem weer op, op welke locatie, en wat betekent dat voor mensen en infrastructuur? Maar om echt goed te begrijpen wat de impact is, heb je andere organisaties nodig die weten wat er speelt in de praktijk.”

Elkaars werkveld begrijpen

“Een belangrijke uitdaging is elkaars taal leren spreken. Op het gebied van water werkt dat al langer goed, bijvoorbeeld met Rijkswaterstaat. Het helpt om echt meer inzicht te krijgen in elkaars werk. Door een keer mee te lopen met een organisatie, of iemand uit te nodigen bij ons in de Weerkamer, leer je beter begrijpen wat relevant is voor de ander.”

“De veiligheidsregio’s hebben bijvoorbeeld goed zicht op wat er lokaal speelt, zoals evenementen of kwetsbare situaties. Wij hebben dat overzicht minder. Door die kennis te combineren ontstaat een beter beeld van risico’s en kunnen waarschuwingen beter worden geduid.”

Klimaatkennis toepassen in de praktijk

“We werken bijvoorbeeld aan klimaatattributie. Dit is snel onderzoek doen naar de relatie tussen een gebeurtenis van extreem weer en klimaatverandering. Zodat we beter kunnen inschatten hoe vaak zo’n gebeurtenis voorkomt, hoe dat mogelijk verandert in de toekomst en wat dat betekent voor beleid.”

Gedreven door maatschappelijke impact

“Ik ben ooit begonnen in de Weerkamer met het idee dat ik iets wilde doen met maatschappelijke impact. Veiligheid is voor mij een belangrijk thema. Ik heb er bewust voor gekozen om niet alleen onderzoek te doen, maar juist te kijken naar de praktische toepassing: wat kunnen we doen om de impact te beperken?”

“Wat ik leuk vind aan dit werk is dat je samenwerkt met veel verschillende partners en expertises. Daardoor leer je steeds meer over andere veiligheidsvraagstukken, zoals natuurbrandrisico of waterveiligheid. Die brede blik op veiligheid vind ik heel interessant.”

“Juist door kennis te combineren en praktisch toepasbaar te maken, kun je bijdragen aan klimaatveiligheid. Want als je niet weet wat de risico’s straks zijn, kun je mensen er ook niet op voorbereiden.”

“Klimaatveiligheid betekent voor mij dat we voorbereid zijn op de effecten van klimaatverandering, zowel in onze bedrijfsvoering als in het politiewerk zelf”

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026

Ingelou Sybrandij is programmamanager Duurzaamheid en Milieuveiligheid bij de Politie. Vanuit haar rol werkt zij, naast duurzaamheid & milieuveiligheid, aan de vraag hoe de politie weerbaar blijft in een veranderend klimaat. Van hitte en overstromingen tot nieuwe vormen van criminaliteit die samenhangen met de energietransitie.

Ingelou Sybrandij, portretfoto
Ingelou Sybrandij.

Klimaatveiligheid raakt zowel operatie als bedrijfsvoering

“Voor de politie betekent klimaatveiligheid dat we weten wat onze rol is bij een klimaatcrisis, maar ook dat we zelf weerbaar zijn. Bijvoorbeeld: wat is de ligging van onze locaties bij een overstroming? Kunnen we dan blijven functioneren? Soms zijn dat heel praktische inzichten. Zo blijkt dat bewijsmateriaal vaak in kelders ligt opgeslagen. Dan moet je dus letterlijk anders gaan inrichten, zodat je door kunt blijven gaan, wat er ook gebeurt.”

“Klimaatveiligheid gaat niet alleen over het politiewerk op straat, maar ook over bedrijfsvoering. Kunnen we blijven uitrukken als energie uitvalt? Zijn we dan nog bereikbaar? Wat betekent het voor medewerkers als zij worden opgeroepen terwijl hun gezin thuis misschien ook in nood is? Dat zijn vraagstukken die eigenlijk voor de hele veiligheidssector gelden.”

Nieuwe risico’s door klimaatverandering en energietransitie

Volgens Sybrandij heeft klimaatverandering ook invloed op het veiligheidsbeeld. “Het sluimerende effect van klimaatverandering zorgt voor nieuwe kansen in het criminele circuit. Door nieuwe wetgeving rond duurzaamheid en milieu ontstaan nieuwe illegale markten. Denk aan verboden koelmiddelen, de zogenaamde f-gassen, waar nu een illegale handel in ontstaat. De energietransitie is natuurlijk heel goed, maar creëert ook nieuwe vormen van criminaliteit waar de pakkans nog relatief laag is.”

“Daarnaast kijken we naar de cascade-effecten van klimaatcrises. Bij een overstroming moet je evacueren, maar daarna zie je bijvoorbeeld dat identiteitsfraude, plunderingen of verzekeringsfraude voorkomt. In Limburg zagen we dat horecaondernemers die niet verzekerd waren kwetsbaar werden voor ondermijning, doordat criminelen zich inkochten in hun bedrijf. Als politie willen we daar eerder zicht op krijgen, zodat we sneller kunnen handelen.”

Van bewustwording naar toepassing in de praktijk

Binnen de politie staat duurzaamheid, milieu en klimaat inmiddels nadrukkelijk op de agenda. “Het is bij ons een belangrijk thema in onze strategische agenda. Tegelijk voelt het voor veel mensen nog als iets van de toekomst. Daarom proberen we zoveel mogelijk te trainen op klimaatcrises binnen bestaande crisisstructuren en voorbeelden uit de praktijk te gebruiken. De ervaringen uit Limburg helpen bijvoorbeeld om het concreet te maken.”

Om klimaatveiligheid verder te brengen, wordt gewerkt aan kennis én toepassing. “We hebben elf onderzoeken lopen, bijvoorbeeld naar de impact van hitte op medewerkers. Samen met TNO testen we in een klimaatkamer wat hoge temperaturen doen met het reactievermogen van agenten. Dat vertalen we door naar praktische keuzes, zoals hoe je diensten indeelt tijdens hitte of hoe je inzet veilig blijft tijdens evenementen. Kennis is belangrijk, maar het moet niet bij kennis blijven. We moeten ook trainen, protocollen aanpassen en mensen informeren.”

Urgentie vasthouden in een volle agenda

De grootste uitdaging is volgens haar herkenbaar voor veel organisaties. “De politie is heel goed in handelen als het nodig is. Er is elke dag urgentie. Klimaatveiligheid voelt soms nog niet als ‘bloed is spoed’. De vraag is hoe je de urgentie vasthoudt, terwijl het niet altijd direct zichtbaar is. Tegelijk gaat het verrassend goed, juist omdat het als prioriteit is benoemd.”

Sluit aan bij wat er al gebeurt

“Mijn advies aan andere professionals: sluit aan bij wat er al gebeurt. “Koppel klimaatveiligheid aan bestaande opgaven, zoals weerbaarheid of uitval van energie. Probeer niet alles zelf te doen, maar haak aan bij programma’s die er al zijn. Dat is uiteindelijk effectiever. En blijf nieuwsgierig. Ga in gesprek met mensen die een klimaatramp hebben meegemaakt, want daar zitten inzichten die je niet uit een rapport haalt.”

“En maak het praktisch. Vertaal scenario’s naar wat het betekent voor je eigen organisatie en je kerntaak. Dan wordt klimaatveiligheid concreet en relevant, en kun je er echt op handelen.”

“Voor mij raakt klimaatveiligheid direct aan waarom ik ooit met hulpverlening ben begonnen”

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026

“Dagelijks zie ik hoe de effecten van klimaatverandering steeds concreter worden voor het veiligheidsdomein. We proberen er voldoende aandacht aan te geven, maar het blijft best moeilijk om de urgentie vast te houden, zegt Marcel Huijbrechs, beleidsadviseur Brandweerzorg en crisisbeheersing bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuiden. Die daarnaast ook operationele rollen als HOVD, Leider CoPI en groepscommandant USAR vervult.

Marcel Huijbrechts, portretfoto
Marcel Huijbrechts.

Urgentie vasthouden in de waan van de dag

“Je wordt toch vaak geleefd door de waan van de dag, door prioriteiten die directer op je afkomen. Tegelijk zie je landelijk wel een beweging ontstaan. Door elkaar regelmatig te treffen, bijvoorbeeld via het netwerk klimaatveiligheid. Het helpt om die urgentie te blijven delen en met elkaar in beweging te komen. Mijn zorg is wel, stel dat we een bepaald punt bereiken met planvorming en bewustwording, hoe zorgen we er dan voor dat het niet weer wegzakt? Hoe houden we dit top of mind?”

Persoonlijke motivatie: hulpverlening en weerbaarheid

“Vanaf mijn tiende ben ik lid van een reddingsbrigade. Daar is mijn hulpverlening begonnen. Ik ben daar nog steeds actief, ook op landelijk niveau. Vanuit die passie ben ik uiteindelijk bij de veiligheidsregio terechtgekomen. Eerst als maritiem officier op zee, daarna als brandweerofficier. Ik ben actief binnen USAR en word ingezet bij aardbevingen in het buitenland. Ook was ik betrokken bij de bestrijding van de overstromingen in Nederland en België met de nationale reddingsvloot.”

“In mijn dagelijkse werk zie ik welke effecten veranderingen op aarde hebben op mensen en hun veiligheid. Omdat mijn werk ook bestaat uit voorbereiding op overstromingen, ligt de link met klimaat heel dichtbij. Ik ben erg geïnteresseerd in het begrip weerbaarheid. We moeten ervoor zorgen dat mensen beter kunnen omgaan met natuurverschijnselen die we niet kunnen tegenhouden.”

Meebewegen met de natuur

“We zullen keuzes moeten maken in hoeverre we ons blijven verzetten tegen de natuur, bijvoorbeeld met technische maatregelen zoals de deltawerken, en in hoeverre we meebewegen met de natuur. Waar ligt die grens? Dat vraagt iets van techniek, van ruimtelijke ordening en investeringen, maar ook van ons als mens. We zullen moeten accepteren dat we moeten meebewegen met de grillen van de aarde en bepalen hoe we daarmee om willen gaan.”

Een vraagstuk van mindset

“Als je kijkt naar de industrialisering en de welvaart die we hebben opgebouwd, dan denk ik dat we een piek hebben bereikt. We zullen zuiniger moeten omgaan met onze wereld. Anders creëren we een groot probleem voor onze kinderen en kleinkinderen. De natuur kan zich herstellen, maar het gaat nu te snel de verkeerde kant op.”

“Het gaat uiteindelijk om mindset. Waar ben je tevreden mee? Moet de hele wereld je achtertuin zijn? Of kun je ook tevreden zijn met minder reizen en bewuster omgaan met je footprint? Natuurlijk is het waardevol om de wereld te zien, maar het hoeft niet altijd en overal. Met de digitale mogelijkheden van nu kun je ook veel op afstand doen. Het gaat om bewuste keuzes maken.”

Klimaatveiligheid als gezamenlijke opgave

“We moeten kijken naar een ‘whole of society approach’, maar wel genuanceerd. Het gaat erom dat we bewuste keuzes maken over de belasting die we veroorzaken. Niet alles vanzelfsprekend vinden, maar nadenken over wat nodig is en wat verstandig is.”

“Vanuit mijn achtergrond in hulpverlening zie ik dagelijks wat natuurkrachten kunnen doen. Dat motiveert mij om te blijven werken aan weerbaarheid. Uiteindelijk gaat het erom dat we voorbereid zijn en dat we onze samenleving helpen om beter om te gaan met de veranderingen die op ons afkomen.”