Jaarplan 2026: goede samenwerking is van doorslaggevend belang
17 december 2025
Het Algemeen Bestuur, bestaande uit de voorzitters van de veiligheidsregio’s, heeft op vrijdag 12 december ingestemd met ons jaarplan 2026. Dit jaarplan, waarin de visie, plannen en begroting voor het komende jaar beschreven, werd toegelicht door waarnemend algemeen directeur Coby Flier.

Landingsplaats voor en van de veiligheidsregio’s
Het veiligheidsdomein staat voor grote uitdagingen én kansen. Crises volgen elkaar in hoog tempo op, noodpakketten worden klaargelegd en er wordt een steeds groter beroep gedaan op onze crisisprofessionals. In deze dynamiek vervult het NIPV een cruciale, verbindende rol. Door middel van onderzoek, onderwijs, ondersteuning en een robuuste informatievoorziening brengen wij kennis samen, versterken wij de samenwerking en dragen wij bij aan de weerbaarheid van Nederland.
Goede samenwerking is daarbij van doorslaggevend belang. Als NIPV omarmen wij de ontwikkeling van de Samenwerkingsagenda Veiligheidsregio’s’. Wij volgen deze ontwikkeling op de voet en dragen waar mogelijk actief bij, met als doel dé landingsplaats te zijn voor en van de veiligheidsregio’s. Een landingsplaats ook voor samenwerking tussen veiligheidsregio’s, kennisinstellingen, het Veiligheidsberaad en gemeenten als belangrijke partners.
Toekomstbestendige en transparante samenwerking
In 2025 is bovendien het traject ‘Herijking randvoorwaarden samenwerking veiligheidsregio’s en NIPV’ gestart. Dit traject moet leiden tot een toekomstbestendige en transparante samenwerking. Dit jaarplan en de bijbehorende begroting zijn daarmee de laatste in de huidige vorm. Vanaf volgend jaar presenteren en verantwoorden wij onze producten en diensten op basis van de uitkomsten van dit traject.
In het derde hoofdstuk van het jaarplan staan de ambities van het NIPV voor 2026 beschreven. Daarbij richten wij ons niet op lopende werkzaamheden, maar op accentverschuivingen en extra impulsen binnen onze vier pijlers van dienstverlening: onderzoek, onderwijs, ondersteuning en informatie. Iedere paragraaf in dit hoofdstuk sluit af met een overzicht van de belangrijkste activiteiten binnen deze pijlers.
Lees het jaarplan 2026
Bekijk ook
Een Extreem Rapport: extreem weer in tijden van klimaatverandering
16 december 2025
Zo had het kunnen gaan. Maar zo ging het niet. Met deze zinnen starten de negen weersextremen die het KNMI publiceert in ‘Een Extreem Rapport’. Weersextremen die grote impact kunnen hebben op de maatschappij. Voor het rapport werkte het KNMI samen met diverse partners, waaronder het NIPV. Onderzoeker Brian Verhoeven schreef mee aan een casus over een natuurbrand en de impact daarvan op de brandweerinzet.

Heidebrand in Wateren
In de casus gaat het om de grote heidebrand in het Drentse Wateren, in Nationaal Park Drents-Friese Wold. De brand woedde op 7 augustus 2018 tijdens een zeer droge en warme zomer. Verhoeven: “In de casus schetsen we een beeld van wat er had kunnen gebeuren als deze brand niet op 7 augustus was ontstaan, maar op 27 juli, een dag met nog brandgevaarlijkere weersomstandigheden. Met de droger wordende zomers in Nederland is deze casus illustratief voor risico’s in ons veranderende klimaat. En de mogelijke gevolgen voor hulpdiensten en de maatschappij.”
Lees het nieuwsbericht en rapport op de website van het KNMI
Bekijk ook
Nieuwe look voor webpagina’s LEC Industriële Veiligheid
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025
De webpagina’s van het LEC Industriële Veiligheid hebben sinds november een nieuwe ‘look’. Met de nieuwe indeling en lay-out willen we de vindbaarheid van thema’s en documentatie verbeteren.

Vakinhoudelijke content geclusterd per tegel
De vakinhoudelijke content is overzichtelijk gerangschikt in ‘tegels’. Zo kunnen bezoekers snel navigeren naar vijf rubrieken:
- (Model)beleid en werkwijzers
- Kennis en handreikingen
- Scenarioboek Industriële Veiligheid
- Bijeenkomsten en cursussen
- Netwerk Industriële Veiligheid.
Laatstgenoemde rubriek is nieuw en bevat een totaaloverzicht van alle relevante overleggremia en werkgroepen van het Netwerk Industriële Veiligheid, met de betrokken functionarissen; de coördinatoren IV, het Management- en Directeurenoverleg, maar ook alle actieve werkgroepen en de Sector Milieu & Industrie van Brandweer Nederland.
Ook is er een top 5 met meest geraadpleegde kennisdocumenten. Dankzij de overzichtelijke en compacte lay-out hoeven bezoekers minder ‘door te klikken’ en te scrollen om bij de gewenste informatie of documenten uit te komen. Met de nieuwe opzet hopen we te voorzien in de behoefte van IV-functionarissen voor gemakkelijker vindbare informatie.
Een kijkje nemen?
Jaarplan LEC en Netwerk Industriële Veiligheid 2026: focus op doorontwikkeling samenwerking
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025
Versterking van samenwerking is een van de speerpunten in het Jaarplan 2026 van het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) en het Netwerk Industriële Veiligheid (IV). Samenwerking tussen de veiligheidsregio’s en IV-samenwerkingsgebieden, maar ook met andere ketenpartners en zelfs op Europees niveau. Zo worden in 2026 de eerste stappen gezet naar het samen met andere landen opzetten van een Europees netwerk ‘Seveso en brandweer’. Verder staan voor 2026 weer diverse belangrijke kennisdocumenten op stapel. Een greep uit de highlights.

Jaar met uitdagingen
Het Jaarplan 2026 is het derde jaarplan met een nadere invulling van activiteiten en beleidsvoornemens uit het Meerjarenplan 2024-2027. Komend jaar wordt een jaar met uitdagingen, want de veiligheidsregio’s krijgen minder geld door bezuinigingen op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BduR) van het Rijk én het gemeentefonds. Wat dit in de praktijk gaat betekenen, moeten we komende jaren zien. Vooralsnog lijkt de uitwerking van de bezuinigingen voor het IV-werkveld mee te vallen.
Intensivering samenwerking
Voor het LEC IV blijft professionalisering door samenwerking een belangrijk thema. Het LEC IV gaat samen met het Netwerk IV inventariseren hoe de samenwerking tussen de regio’s kan worden doorontwikkeld om de IV-taken en -projecten zo goed mogelijk te kunnen blijven uitvoeren. In 2026 wordt een draagkrachtmeting binnen de veiligheidsregio’s uitgevoerd en wordt uitgevraagd welke wensen er zijn ten aanzien van samenwerking en ondersteuning.
Op Europees niveau zoeken het LEC IV en het Netwerk IV samenwerking met partnerorganisaties. Met als doel kennis vanuit de lidstaten samen te brengen en meer samen te werken bij het bevorderen van de industriële veiligheid binnen Europa. In 2026 vinden eerste gesprekken plaats over de wensen voor Europese samenwerking. En moet er meer inzicht komen in welke partijen op brandweer-/veiligheidsgebied binnen de lidstaten zich bezighouden met Seveso-taken. Wellicht volgt in 2027 een Europees congres over dit thema.
2027 wordt voor het LEC IV ook een bijzonder jaar, omdat het samenwerkingsverband dan 20 jaar bestaat. Komend jaar worden activiteiten opgestart om dit jubileum te vieren. Het LEC IV is al 20 jaar relevant voor de veiligheidsregio’s als kennis- en ondersteuningsplatform voor de specialistische Seveso- en IV-taken. Die relevantie wordt ook onderstreept door de plaats die het LEC IV inneemt binnen het Nederlandse veiligheidsdomein. Ook in 2026 wordt geïnvesteerd in versterking van die positie in het netwerk, onder andere door een nog betere inbedding binnen de structuur van Brandweer Nederland. Om de herkenbaarheid en zichtbaarheid binnen het netwerk te bevorderen, zal het LEC IV aansluiten bij relevante landelijke kennisevents van ketenpartners. En uiteraard organiseert het LEC IV zelf weer twee netwerkdagen voor de achterban.
Kennisdocumenten
De publicatie van kennisdocumenten ten dienste van de veiligheidsregio’s blijft een belangrijke pijler. Voor 2026 staat onder andere een kennisdocument op de rol over de GHOR-adviestaak bij omgevingsveiligheid en industriële veiligheid. Deze extra adviestaak vanuit medisch-gezondheidskundig perspectief is benoemd in de Omgevingswet. Maar in de praktijk wordt het GHOR-advies nog niet overal structureel meegenomen in de advisering. Een gerichte handreiking moet de veiligheidsregio’s houvast geven bij het inrichten van dit GHOR-advies. Andere te actualiseren documenten zijn de Handleiding beoordeling van passieve brandveiligheid, Borging van het integrale brandveiligheidsproces en het Handboek mobiele en stationaire blusinstallaties.
In 2026 staat weer een aantal nieuwe en herziene PGS-documenten gepland, waaraan het Netwerk IV een bijdrage levert. Op de agenda staan de PGS 35 (tanken van waterstof), 39 (vergistingsinstallaties) en 40 (waterstofproductie via elektrolyse). Het LEC IV verzorgt bijscholing via workshops en e-learning om de kennis over nieuwe of geactualiseerde documenten te bevorderen.
Tweede traineeship
Last but not least: in 2026 wordt het eerste traineeship Omgevingsveiligheid afgesloten. Een succesvol programma, dat de veiligheidsregio’s meerdere enthousiaste jonge collega’s op de specialismen industriële veiligheid en omgevingsveiligheid heeft opgeleverd. Tegelijk start komend jaar het tweede traineeship, dat wordt uitgebreid met het specialisme brandveiligheid. De werving start in februari/maart. Tot die tijd kunnen veiligheidsregio’s die trainees willen plaatsen zich aanmelden bij het LEC IV.
Programmamanager Ron Bouwman erkent dat het Jaarplan 2026 ‘vol en ambitieus’ is. “Maar er gebeurt ook veel, binnen ons eigen netwerk en binnen het veiligheidsdomein in brede zin. Zo leveren we ook komend jaar onze bijdrage aan de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s, waar die evaluatie raakt aan thema’s rond industriële veiligheid. Het voordeel van het werken met een meerjarenbeleidsplan is dat niet alles wat we in 2026 opstarten ook dat jaar gereed moet zijn.”
Bekijk het jaarplan LEC en Netwerk Industriële Veiligheid 2026
Training gedragsbeïnvloeding: steun voor effectieve advies- en inspectiepraktijk
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025
Om als specialist industriële veiligheid (IV) tijdens een adviesgesprek of een Seveso-inspectie sterk in de schoenen te staan, moet je iets weten van menselijk gedrag en hoe je daarin ‘smart’ kunt sturen met enige achtergrondkennis van menselijk gedrag. Daarom biedt het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) een training gedragsbeïnvloeding voor specialisten IV aan. De eerste training heeft in november en december plaatsgevonden. Op 15 januari start de volgende training.

Om als specialist industriële veiligheid (IV) tijdens een adviesgesprek of een Seveso-inspectie sterk in de schoenen te staan, moet je iets weten van menselijk gedrag en hoe je daarin ‘smart’ kunt sturen met enige achtergrondkennis van menselijk gedrag. Daarom wordt via het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) een training gedragsbeïnvloeding voor specialisten IV aangeboden. De eerste training heeft in november en december plaatsgevonden. Op 15 januari start de volgende training.
De training gedragsbeïnvloeding voor IV-professionals neemt drie werkdagen in beslag. De deelnemers krijgen handvatten mee voor adviesgesprekken met het bevoegd gezag en inspectiebezoeken aan bedrijven. Zo leren zij hoe ze kunnen omgaan met lastige gesprekken en hoe gesprekspartners op een positieve manier zodanig zijn te beïnvloeden en te overtuigen dat het gesprek het gewenste effect heeft.
Voor deze training zijn de meest recente inzichten uit de gedragswetenschap en gedragspsychologie geraadpleegd en door onderwijskundigen vertaald naar de toepassingspraktijk van IV-specialisten. Met deze kennisbagage hebben adviseurs en inspecteurs een steviger basis om het gesprek met vertegenwoordigers van het bevoegd gezag en bedrijven aan te gaan.
De eerste reacties op de training van november/december waren zeer positief. Ook leden van het managementoverleg en de coördinatoren hebben een dag meegekeken om te ervaren welke kennis en vaardigheden hun collega’s in de uitvoering worden bijgebracht. De komende training vindt plaats op 15 januari, 29 januari en 12 februari 2026. Na afloop wordt de training geëvalueerd om te bepalen of deze in de nabije toekomst nogmaals wordt aangeboden. De verdieping van vaardigheden voor gedragsbeïnvloeding laat zien dat specialisten IV nooit ‘uitgeleerd’ zijn en dat, naast vakinhoudelijke kennis, ook kennis van menselijk gedrag belangrijk is om effectief het gesprek aan te gaan in de advies- en inspectiepraktijk.
Meer informatie
Bekijk meer informatie over programma en aanmelding voor de driedaagse training gedragsbeïnvloeding.
Terugblik Netwerkdag Industriële Veiligheid en Omgevingsveiligheid: “Maak principiële keuzes voor veiligheid en economie”
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025
Als Nederland de veiligheid van haar burgers, leefbaarheid en economisch perspectief samen wil waarborgen, moeten principiëlere keuzes worden gemaakt inzake woningbouw, transportstromen en industrie. Een pittige stelling van burgemeester Leon Anink van Zwijndrecht, keynote spreker op de Netwerkdag Industriële Veiligheid en Omgevingsveiligheid op 13 november. De netwerkdag had een bijzonder karakter, want voor het eerst trokken het Netwerk Industriële Veiligheid en het Netwerk Omgevingsveiligheid samen op in de organisatie van het halfjaarlijkse kennisevent. Een initiatief dat voor herhaling vatbaar is, want tijdens het programma bleek hoeveel raakvlakken de twee taakvelden hebben.

Leon Anink heeft als gemeentebestuurder heel wat vraagstukken over ruimtelijke ordening, economie en veiligheid op zijn bordje. Want Zwijndrecht ligt met haar 45.000 inwoners letterlijk ingeklemd tussen industrieën en intensieve transportstromen over de weg, het water en het spoor. Niet in de laatste plaats via de roemruchte ‘Spoorzone Zwijndrecht-Dordrecht’. “Internationaal zijn er bijna geen andere plaatsen waar zoveel transport van gevaarlijke stoffen direct langs en dwars door bewoond gebied gaat en daar hebben we last van”, betoogt Anink. In zijn keynote voor 145 toehoorders plaatste hij de belangen van omgevingsveiligheid in het perspectief van economische ontwikkeling en ruimtelijke ordening. “Stuk voor stuk belangrijk om Nederland aantrekkelijk te houden; als prettige en leefbare omgeving voor burgers, maar ook als aantrekkelijk gebied voor economische investeringen.”

Economie versus leefbaarheid
De conclusies van Anink in een notendop: de chemische industrie en daarmee verbonden logistiek blijven heel belangrijke activiteiten in ons doorvoerland met zijn grote zeehavens en uitstekende infrastructuur. Tegelijk liggen er grote opgaven voor woningbouw en willen veel gemeenten hun woongebieden ‘verdichten’. En voor de kwaliteit van leven is economische verdienkracht ook van belang. Dat gaat volgens Anink niet samen, want de belangen van economische groei en leefbaarheid/veiligheid bijten elkaar. Daarom moeten we afscheid nemen van het huidige inconsistente beleid van opeenvolgende kabinetten en moeten veiligheidsrisico’s en leefbaarheid nadrukkelijker tegen elkaar worden afgewogen.
“Om de belangen van veiligheid, economie en leefbaarheid samen te dienen moeten we veel principiëlere keuzes maken over welke activiteiten we op welke plaatsen ontwikkelen. Verdichten van woongebieden in de omgeving van risicoactiviteiten zoals chemische industrie en intensieve transportstromen is niet verstandig. Deze discussie raakt ook uw werkgebieden als specialisten voor industriële veiligheid en omgevingsveiligheid. En het NIPV als kennisinstituut bij uitstek voor deze taakvelden, is in mijn ogen een van de plaatsen waar deze strategische discussie gevoerd moet worden.”
Meer samenwerking
Onderdelen van de speech van Anink kwamen terug in het netwerkgesprek met Edith van der Reijden, Hans Foekens, Léon Houben en Wilfred van Randwijk als vertegenwoordigers van hun samenwerkingsverbanden. In het gesprek klonk een gezamenlijke oproep om meer samenwerking tussen de taakgebieden industriële veiligheid en omgevingsveiligheid. Noodzakelijke samenwerking in een tijd waarin de transities zich opstapelen en risico’s en dreigingen van uiteenlopende aard toenemen, terwijl Nederland voor grote uitdagingen staat op het gebied van woningbouw, energietransitie en economische ontwikkeling. Een knelpunt is dat het beleid versnipperd is en dat er heel veel partijen over gaan. De gezamenlijke oproep: laten we elkaar meer opzoeken. Het taakveld industriële veiligheid heeft behoefte aan concrete input vanuit de omgevingsveiligheid.

Raakvlakken
“Een geslaagd experiment”, zo vat voorzitter Samira Veerbeek van het Netwerk Omgevingsveiligheid het initiatief van de gezamenlijke netwerkdag samen. “Je merkt aan de thema’s en gesprekken hoeveel raakvlakken onze werelden met elkaar hebben. Industriële activiteiten hebben effect op de veiligheid van de omgeving van bedrijven en andersom. Kenmerkend voor een land waarin industrie, transport en wonen zo dicht bij elkaar liggen. De specialisten industriële veiligheid en omgevingsveiligheid hebben elkaar dan ook nodig om samen de veiligheid van de samenleving te waarborgen.”

Zo kijkt ook Ron Bouwman als programmamanager van het LEC Industriële Veiligheid terug op de netwerkdag. “Heel zinvol en leerzaam om met de twee netwerken samen te komen en te spreken over thema’s die beide werelden raken. Ook bijzonder dat we deze keer twee dagvoorzitters hadden om het programma aan elkaar te praten; dat ging heel goed. In de evaluatie zullen we met elkaar bespreken of we in de toekomst nog eens een gezamenlijke netwerkdag organiseren. Ik zie daar zeker kansen voor, want we moeten als vakgebieden meer samenwerken op deze belangrijke thema’s.”
De keynote van Leon Anink maakte volgens Bouwman indruk en onderstreepte hoezeer vraagstukken rond economische groei, industrie, wonen en leefbaarheid met elkaar verbonden zijn. “Het was de tweede keer dat we een burgemeester met visie als hoofdspreker hadden en hij wist de vraagstukken en uitdagingen waarvoor we staan heel krachtig neer te zetten. Hij heeft, voordat hij het openbaar bestuur inging, ook een carrière als brandweerofficier gehad en dat is merkbaar in zijn benadering van zijn gespreksthema’s, met een sterke focus op veiligheid. Al met al was het een zeer nuttige netwerkdag met veel stof voor overweging en krachtige boodschappen. Een andere bijzonderheid aan deze netwerkdag was dat de workshops in de middag een wat ander karakter hadden; deze keer stonden ‘vaardigheden’ voor de specialisten IV en Omgevingsveiligheid centraal. Er werd onder andere gesproken over de skills voor adviseurs en inspecteurs. Zoals: hoe ga je om met weerstand in een adviesgesprek met bestuurders of bedrijven? En hoe kun je bij een inspectie met slimme vraagstelling beter tot de kern van de gewenste informatie komen?”
Volgende netwerkdag op 12 maart 2026
De volgende netwerkdag staat geagendeerd voor 12 maart 2026. Houd voor programma en aanmelding onze website in de gaten.
Eén jaar traineeship: van leren naar vaste werkplek
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025
Het traineeship Omgevingsveiligheid pakt goed uit, zowel voor de trainees als voor de deelnemende veiligheidsregio’s. Dat blijkt ook uit dit interview met twee trainees. Een jaar na de start voelen de trainees zich op hun plek en de eerste trainees hebben al een vaste aanstelling of het vooruitzicht te mogen blijven. Missie geslaagd!
Wyke Schermer: vliegende start na geslaagd traineeship
Opvallend is dat meerdere trainees een studie forensisch onderzoek volgden en bij de afronding van hun opleiding in contact kwamen met de veiligheidsregio als potentieel interessante werkgever. Zo ook Wyke Schermer. Zij volgde de studie Forensisch onderzoek aan Hogeschool Saxion in Enschede en deed haar afstudeerstage in samenwerking met Veiligheidsregio Twente.
“Voor die stage voerde ik brandexperimenten uit op de Twente Safety Campus en via die weg leerde ik de veiligheidsregio en haar veelzijdige takenpakket kennen. Ik had niet de ambitie om met mijn forensische kennis de politiewereld in te gaan. En omdat brandonderzoek bij de meeste veiligheidsregio’s geen fulltime baan is, zocht ik al naar de mogelijkheden voor een traineeship om verder te leren en zo het veiligheidsdomein te verkennen naar interessante functies. Want die wereld sprak mij erg aan. Toen het traineeship Omgevingsveiligheid online kwam, was dat dan ook een gouden kans. Ik heb er direct op ingetekend en ik kon als trainee bij Veiligheidsregio IJsselland aan de slag.”

Of eigenlijk bij vijf regio’s, want de ‘Oost-Vijf-regio’s’ zochten gezamenlijk één trainee. Wyke Schermer ging als het ware ‘op tournee’: bij elke regio een paar maanden om ervaring op te doen. “Ik werkte achtereenvolgens bij IJsselland, Twente, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid. Daar heb ik enorm veel opgestoken, want elke regio heeft een ander risicoprofiel en andere uitdagingen wat betreft omgevingsveiligheid en industriële veiligheid. Het natuurbrandrisico speelt bijvoorbeeld sterk in Gelderland-Midden en die scenario’s kunnen in meer of mindere mate ook effecten hebben op industriële risico-objecten en vitale infrastructuur. Zo bedreigde de heidebrand bij Ede in april een MOB-complex van Defensie. De branden in het stedelijk gebied van Arnhem leverden weer andere lessen qua omgevingsveiligheid op, ook industrieel. Want een brand in een grote meubelzaak vormde een direct gevaar voor een achterliggend brandstofopslagdepot, dat een Seveso-bedrijf was. Aan die incidenten zie je hoe nauw de relatie is tussen brandveiligheid en omgevingsveiligheid.”
Het is een van de thema’s waarin Wyke Schermer zich vanaf nu verder mag verdiepen. Als vaste werknemer nota bene, want op 1 juli trad zij in vaste dienst bij Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. “De regio zocht uitbreiding en ik mocht na afronding van mijn eerste jaar traineeship daar direct aan de slag. Zo kende mijn loopbaan echt een bliksemstart! Ondertussen loopt het traineeship nog door, zodat ik verder kan leren. Ik kijk met een heel goed gevoel terug op het eerste traineeshipjaar. Ik heb door mijn werk in verschillende regio’s veel geleerd en ook veel mensen leren kennen. Dat netwerk en al die ervaringen neem ik mee in mijn nieuwe betrekking als adviseur Industriële Veiligheid en Risicobeheersing. Naast het versterken van de link tussen risicobeheersing en brandweerzorg heb ik nog meer interessante uitdagingen op mijn bordje. Zo gaan we ons als regio meer richten op risicorelevante bedrijven. We gaan door middel van risicogericht toezicht proberen te achterhalen wat de stand en mate van brandveiligheid is bij deze bedrijven. Kortom: uitdagingen genoeg. Ik ben hier helemaal op mijn plek!”
Klaudia Palka: “Opgegroeid tussen de industrie”
Voor Klaudia Palka, die haar traineeship doet bij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), vielen een paar lijnen mooi samen na de afronding van haar vooropleiding. Ook zij volgde een studie Forensisch onderzoek en deed haar afstudeerstage bij het Team Brand- en Incidentonderzoek van de VRR. Daarna wilde zij graag binnen de organisatie blijven en die kans kreeg zij met het traineeship, dat ook voor haar vrijwel zeker uitmondt in een vaste aanstelling.
“Tijdens de opleiding werd mijn interesse voor de brandweerkant van forensisch onderzoek, waaronder brandonderzoek, steeds groter. Niet zo vreemd, want er stroomt echt brandweerbloed door mijn aderen. Ik zat al sinds mijn zestiende bij de jeugdbrandweer in mijn woonplaats Rozenburg en heb daar inmiddels al zes jaar een aanstelling als vrijwilliger. Toen het traineeship op mijn pad kwam, met de mogelijkheid mij verder te verdiepen in het taakveld industriële veiligheid, zag ik daarin een mooie kans. Leuk ook dat ik dat kan combineren met mijn repressieve taak als vrijwilliger. Dan bekijk je industriële veiligheidsvraagstukken ook mede vanuit die repressieve invalshoek; wat betekenen risico’s en scenario’s voor de repressieve inzet? En kunnen brandweerlieden wel veilig een inzet doen bij zo’n scenario?”

De keuze voor industriële veiligheid was voor Klaudia Palka op de vakinhoud een kantelpunt, want repressie en brandonderzoek zitten aan de rechterkant van de veiligheidsketen, terwijl het specialisme IV veel meer aan de linkerkant zit: risicobeheersing. Wat sprak haar daar zo in aan? “Misschien is het deels wel een persoonlijke drijfveer; ik woon in Rozenburg letterlijk midden tussen de chemische industrieën. Dan wil je natuurlijk wel dat het daar veilig is. Ik hoop dat ik in mijn IV-functie kan bijdragen aan de veiligheid van mijn eigen vertrouwde woon- en leefplek. De industriële veiligheid in Nederland is overigens best op hoog niveau, want echt grote incidenten en calamiteiten gebeuren maar zelden, ondanks de enorme concentratie zware chemische industrie en vervoersstromen gevaarlijke stoffen in het Rijnmondgebied. Maar het is wel heel mooi en uitdagend om als adviseur en toezichthouder aan die veiligheid te mogen bijdragen.”
Klaudia Palka leerde de havens en industrieën in Rotterdam-Rijnmond van dichtbij kennen via een driedaags stagebezoek voor de trainees in hun kennismakingsperiode. Ook een bezoek aan meerdere kazernes van de Gezamenlijke Brandweer maakte daarvan deel uit. “Een prachtige organisatie met getrainde specialisten en up-to-date zwaar brandbestrijdingsmaterieel. De GB kan heel wat aan, maar de kunst van het specialisme IV is om de veiligheid aan de voorkant zodanig te borgen dat je die incidenten kan voorkomen. En als er toch iets fout gaat, is het belangrijk dat de Gezamenlijke Brandweer op een veilige en effectieve manier een incident kan bestrijden. Ik hoop daar als toezichthouder een rol in te mogen gaan spelen; vrijwel zeker mag ik na afronding van het traineeship bij de afdeling IV blijven. Daarnaast hoop ik dat in de toekomst ook nog aan te vullen met een repressieve piketfunctie als OvD of brandonderzoeker.”
Werving landelijk regisseur spoorveiligheid
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025
In de loop van komend jaar kunnen de veiligheidsregio’s beschikken over een landelijk regisseur spoorveiligheid. De regisseur wordt aangesteld en betaald door de gezamenlijke veiligheidsregio’s. Om praktische redenen krijgt de nieuwe functionaris onderdak bij het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV).

In de loop van 2026 kunnen de veiligheidsregio’s beschikken over een landelijk regisseur spoorveiligheid. Dit is een functionaris die veiligheidsregio’s met spoorinfrastructuur en emplacementen in hun werkgebied ondersteuning gaat bieden rond ‘spoorse veiligheidsvraagstukken’. Een van de taken van deze persoon wordt het behartigen van de veiligheidsbelangen namens de veiligheidsregio’s bij de Rijksoverheid en spoorbeheerder ProRail, bij beleidsontwikkelingen rond spoortransport en emplacementen. De medewerker wordt aangesteld en betaald door de gezamenlijke veiligheidsregio’s en zal om praktische redenen onderdak krijgen bij het LEC IV. In zijn netwerkrol voor de IV-veiligheidsregio’s heeft het LEC IV te maken met soortgelijke activiteiten.
Centrale spin in het web
De veiligheidsregio’s hebben behoefte aan een centrale spin in het web met kennis van het spoordomein, vanwege de huidige beleidsontwikkelingen rond het Basisnet Spoor en de discussies over de omgevingsveiligheid en veiligheidsvoorzieningen rond emplacementen waar gevaarlijke stoffen worden gerangeerd. Bij Brandweer Nederland werkte al eerder een medewerker spoorveiligheid, maar die functie is zeven jaar geleden komen te vervallen. In haar vergadering van 21 november heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) besloten dat nieuwe ontwikkelingen het wenselijk maken dat opnieuw een spoorveiligheidsspecialist aan het brandweerveld wordt verbonden, in ieder geval voor een periode van 5 jaar.
De verwachting is dat de veiligheidsregio’s de komende tijd meer tijd en energie gaan besteden aan het thema spoorveiligheid, naar aanleiding van de Kamerbrief van 19 december 2024 over de spoorveiligheid op en rond het Basisnet. De Kamerbrief leidde tot bezorgdheid en afkeurende reacties van veiligheidsregio’s, die via het Veiligheidsberaad zijn gebundeld in een reactie naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het LEC IV heeft ook input geleverd voor die reactie.
Reden van de bezorgdheid is dat veel veiligheidsadviezen vanuit de veiligheidsregio’s, IPO en VNG ten aanzien van het waarborgen van veiligheid rond spoortracés en emplacementen niet zijn overgenomen, terwijl de komende jaren grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen over het spoor worden vervoerd als gevolg van de energietransitie (waterstof/ammoniak). Dat kan gaan wringen in een dichtbebouwd land waar ook grote woningbouwambities in de omgeving van spoorweginfrastructuur op de planning staan.
Voldoende reden dus voor een landelijk regisseur spoorwegveiligheid, die met zijn of haar kennis de adviesrol van de brandweer op dit dossier kan verstevigen, binnen het Samenwerkingsoverleg Spoor van Brandweer Nederland.
Interesse?
De werving voor de medewerker is gestart. Interesse in deze functie? Kijk voor meer informatie op de website van Werken bij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
“Het delen van kennis vind ik het leukste wat er is”
12 december 2025
“Het delen van kennis en ervaringen met brandweercollega’s vind ik het leukste wat er is”, vertelt Jos Dijkgraaf, werkzaam als ploegchef bij Veiligheidregio Haaglanden. “Inmiddels werk ik hier bijna 35 jaar, waarvan de laatste 17 jaar als ploegchef. Ook werk ik als trajectbegeleider voor de leergang Ploegchef en ik geef les aan de leergang Ploegchef. De rol van ploegchef en de manier van opleiden heb ik enorm zien veranderen in de afgelopen decennia.”

“Het delen van ervaringen met andere ploegchefs vind ik een van de waardevolste dingen van de bijeenkomsten voor ploegchefs. Je merkt dan dat de problematiek of valkuilen waar je tegenaan loopt als ploegchef in Haaglanden, echt niet zoveel verschillen van die van een ploegchef in een andere regio. Dingen die in je eigen regio of in andere regio’s zijn opgelost, geef je dan weer mee aan collega’s met dezelfde problematiek. Het is dus eigenlijk meer het ophalen van elkaars kennis. Dat is echt heel waardevol. Ik kom er altijd rijker van terug dan dat ik erheen ging.”
Brede functie
“Ploegchef zijn is een hele brede functie. Als ploegchef ben ik meer aan het sturen. In elke regio wordt dit weer net iets anders ingevuld. In Haaglanden is het een combinatie. Ik ben zowel bevelvoerder als ploegchef. Dan houdt die verantwoording niet op als het incident afgesloten is, want dan begint de andere kant van de medaille. Zeker aan de koude kant. Daar zit echt heel veel werk. Er zijn collega’s met serieuze problemen. Je staat eigenlijk gewoon altijd aan op dat gebied. Het is fijn als ik dan collega’s mee kan nemen in mijn eigen ervaringen van de afgelopen 35 jaar.”
Spin in het web
“Als ploegchef ben je echt een spin in het web. Je zit precies tussen het hogere management en de operationele dienst in. De ene keer verdedig je het beleid van de werkgever en de andere keer het beleid van je ploeg. Het selecteren van een goede ploegchef is daarom echt belangrijk. Het is een rol die niet te verwaarlozen valt. Tijdens selectiegesprekken merk ik dat veel mensen nog echt niet doorhebben wat het nou exact inhoudt. De grootste stap die ik heb ervaren in mijn loopbaan is van bevelvoerder naar ploegchef. Hier wordt in de leergang voor ploegchef wel goed aandacht aan besteed. Mensen worden steeds beter voorbereid op wat ze te wachten staat.”
Leren van mijn valkuilen
“Tijdens de lessen in de leergang krijg ik altijd de meeste energie van het delen van mijn ervaring met de beginnende beroepsoefenaars. We hebben allemaal valkuilen en zijn erin gestapt. Als ik het dan voor elkaar kan krijgen om te voorkomen dat nieuwe mensen in diezelfde valkuilen stappen, dan vind ik dat het leukste wat er is. Kennis delen dus. Zo hoop ik ze verder te helpen.”
Meer kennis delen
“Ik vind dat we binnen de brandweer in Nederland te weinig doen aan kennis delen, leren van elkaar en leren van incidenten. Tijdens het lesgeven heb ik natuurlijk de unieke gelegenheid om dat te doen. Dus ik neem de studenten mee in de operationele inzetten die ik zelf heb meegemaakt in mijn ploegchefschap. Zoals de jaarwisseling in Scheveningen waar het misging. Ik leg dan uit wat dat betekent als ploegchef. Dat vind ik heel leuk. We zijn uiteindelijk allemaal praktijkmensen. Natuurlijk heb je een theoretische basis nodig, maar verhalen uit de praktijk gaan erin als zoete koek.”
Meer informatie over de leergang Ploegchef
In april start een nieuwe leergang Ploegchef. Bekijk alle informatie over programma en aanmelding.
Bekijk ook
Energiehubs en veiligheidsrisico’s: het geheel is meer dan de som der delen
12 december 2025
Omdat energiehubs relatief nieuw zijn, is er nog weinig bekend over de mogelijke veiligheidsrisico’s. Het NIPV voerde daarom een verkennend onderzoek uit. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, expertgesprekken en een technische analyse.

Energietransitie vereist andere inrichting energiesysteem
Kenmerkend voor de energietransitie is dat er ook meer lokale en duurzame energie wordt opgewekt en opgeslagen, zoals zonne- en windenergie. De hoeveelheid energie die met zon en wind kan worden opgewekt, wisselt voortdurend waardoor vraag en aanbod van energie moeilijk op elkaar kunnen worden afgestemd. Dit is een belangrijk verschil ten opzichte van conventionele energie die wordt opgewekt uit grote, centrale fossiele energiecentrales. De transitie naar duurzame vormen van energie vereist dan ook dat het energiesysteem anders wordt ingericht. Energiehubs worden gezien als een van de oplossingen om het energiesysteem anders in te richten.
Vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen
Energiehubs zijn lokale samenwerkingen waarin verschillende soorten energie slim lokaal worden opgewekt, opgeslagen en gedeeld. Energiehubs helpen om vraag en aanbod van energie beter op elkaar te laten aansluiten. Daardoor wordt het (centrale) elektriciteitsnet minder belast en kunnen huizen en bedrijven verder verduurzamen, ook als er weinig ruimte meer is op het bestaande stroomnet.
Mogelijke veiligheidsrisico’s
Uit het verkennende onderzoek blijkt dat elke energiehub in de basis bestaat uit drie onderdelen. Een Energy Management System (EMS) zorgt daarbij voor de digitale aansturing van energiestromen tussen deze drie onderdelen:
- Inkomende (duurzame) energiestromen (bijvoorbeeld elektriciteit, restwarmte of waterstof)
- Conversie- en opslagsystemen (bijvoorbeeld batterijen, warmtepompen of warmtekrachtkoppelingsinstallaties)
- Uitgaande energiestromen (naar gebruikers).
Doordat al deze componenten binnen een energiehub in verschillende combinaties kunnen worden toegepast, kunnen ook de veiligheidsrisico’s sterk variëren. De omvang van de energiehub en de directe omgeving van de hub spelen een belangrijke rol bij de veiligheid van het geheel. Energiehubs komen voor in uiteenlopende omgevingen: van woonwijken en bedrijventerreinen tot industriegebieden en de glastuinbouw.
Andersoortige veiligheidsrisico’s
Over de componenten van een energiehub afzonderlijk bestaat al een geruime hoeveelheid veiligheidskennis: de veiligheidsrisico’s van bijvoorbeeld zonnepanelen, batterijen en waterstof zijn bekend. Maar wat kan er gebeuren met de hub als geheel, als er iets misgaat met zo’n component? Mogelijke incidenten van een component zijn brand, explosie of het vrijkomen van schadelijke stoffen. De combinatie en nabijheid van verschillende componenten binnen één energiehub kan leiden tot nieuwe of samengestelde veiligheidsrisico’s.
Daarnaast wijst internationale casuïstiek uit dat verstoringen in het EMS lokale stroomuitval kunnen veroorzaken in het gebied dat door de energiehub van energie wordt voorzien. In hoeverre zulke verstoringen ook fysieke veiligheidsrisico’s opleveren binnen de hub, is nog onvoldoende duidelijk.
Het is van belang dat er bij deze hub-ontwikkeling ook aandacht is voor de interactie tussen de verschillende componenten, zodat de energiehubs van de toekomst niet alleen slim en duurzaam, maar ook betrouwbaar en veilig functioneren.

