Veiligheidsregio’s gaan kwaliteit taken industriële veiligheid monitoren

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, februari 2026

Hoe staat het ervoor met de uitvoering van de industriële veiligheids (IV)/Seveso-taken van de veiligheidsregio’s? Wat gaat goed en wat kan beter? Om die vragen te kunnen beantwoorden, gaan de veiligheidsregio’s met ingang van dit jaar de kwaliteit van hun advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving (A-VTH) monitoren. Door de uitvoeringstaken aan de hand van uniforme ‘prestatie-indicatoren’ langs de meetlat te leggen, krijgen de veiligheidsregio’s inzicht in hun prestaties en houvast om hun IV-taken verder te professionaliseren. Bovendien is de jaarlijkse monitoringrapportage een mooi instrument om van elkaar te leren en kennis en best practices met elkaar te delen.

Foto: Megin Zondervan.

Eerste fase van start gegaan

Het initiatief voor de kwaliteitsmonitoring ligt bij het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) en Netwerk Industriële Veiligheid (IV). Met een tweetal start-up-bijeenkomsten in november en januari is de eerste fase van het project van start gegaan. In die fase wordt geïnventariseerd in hoeverre nu al op onderdelen gegevens over de uitvoering van de A-VTH-taken worden vastgelegd en worden uniforme prestatie-indicatoren vastgesteld. Zulke indicatoren om de kwaliteit te meten en te toetsen waren er tot nu toe nog niet. In de volgende fasen worden een monitoringplan, te gebruiken tools en een format voor rapportage ontwikkeld en worden afspraken gemaakt over hoe de resultaten kunnen dienen als input voor verbetering.

Professionalisering VTH

De aanleiding voor het monitoringproject is een grote professionaliseringsslag in het VTH-stelsel van de omgevingsdiensten in de afgelopen jaren. In 2021 oordeelden de commissie-Van Aartsen en de Algemene Rekenkamer dat vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de omgevingsdiensten haperden, als gevolg van versnippering, vrijblijvendheid en gebrek aan regie en expertise. Het rapport was de aanzet tot het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel, met als inzet de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen en de samenwerking met partners te versterken.

De veiligheidsregio’s, als VTH-partners van de omgevingsdiensten, werden niet in het onderzoek van de commissie-Van Aartsen betrokken. Het Netwerk IV is echter van mening dat ook de veiligheidsregio’s de kwaliteit en professionaliteit van hun advies- en VTH-taken verder kunnen verbeteren. Monitoring is de eerste stap om invulling te geven aan die ambitie.

Doelstellingen

De opzet van de monitoring is dat de veiligheidsregio’s jaarlijks de kwaliteit van hun A-VTH-taken meten en vastleggen, met meerdere doelstellingen. Ten eerste geven de resultaten inzicht in de kwaliteit, zodat verantwoording kan worden afgelegd aan het bestuur van de veiligheidsregio, samenwerkingspartners en andere belanghebbenden. Bovendien kan aan de hand van de resultaten worden vastgesteld in hoeverre de kwaliteit van de werkzaamheden verbetering behoeft en welke goed lopende processen behouden kunnen worden. Een volgend doel is dat de regio’s onderling kun kwaliteit kunnen vergelijken en van elkaar kunnen leren ten aanzien van werkprocessen en best practices. Ten slotte leidt het werken met uniforme indicatoren tot uniforme werkprocessen, waardoor de samenwerking tussen regio’s wordt bevorderd.

Als de kaders, waaronder de prestatie-indicatoren, zijn vastgesteld, kan worden gestart met monitoring. In 2027 moet de eerste rapportage een feit zijn. Gestart wordt met een eenvoudige rapportage. In de volgende projectfasen wordt onderzocht of meer geavanceerde software nodig is om de monitoring uit te voeren en te rapporteren.


Linda van de Ven aan de slag als landelijk regisseur spoorveiligheid

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, maart 2026

‘Spoorveiligheid is geen vanzelfsprekendheid.’ Met die zinsnede opende Linda van de Ven haar sollicitatie op de functie van landelijk regisseur spoorveiligheid. En met succes, want op 1 april gaat zij aan de slag in haar nieuwe job, met als missie de spoorveiligheid stevig ‘op de rails’ te zetten; in het veiligheidsdomein, de spoorsector én bij de Haagse beleidsmakers.

Linda van de Ven. Foto: LEC Industriële Veiligheid.

Spoorveiligheid mag dan (nog) geen vanzelfsprekendheid zijn, het spoor zelf is dat wel. Linda van de Ven becijfert dat er binnen Nederland meer gemeenten mét dan zónder spoorinfrastructuur op hun grondgebied zijn. Een fijnmazig netwerk van ruim 3.000 kilometer, met rond de 400 stations voor personenvervoer en circa 100 emplacementen voor goederenvervoer. Die combinatie van intensief personen- én goederenvervoer zorgt voor complexe en groeiende veiligheidsvraagstukken.

Van de Ven: “Wat de situatie in Nederland onderscheidt van die in andere landen is dat ons spoorwegnetwerk heel intensief gemengd wordt gebruikt voor personen- én goederenvervoer, inclusief grote vervoersstromen gevaarlijke stoffen. En dat allemaal in een ruimtelijke realiteit van steeds meer verdichting van woonbebouwing en andere gebruiksfuncties rond spoorzones. Die combinatie van factoren levert forse risicovraagstukken op.”

Verbinden en afstemmen

En die krijgt de aanstaande landelijk regisseur spoorveiligheid allemaal op haar bordje. Hoe gaat zij invulling geven aan haar functie en wat is het perspectief om spoorveiligheid wél tot een vanzelfsprekendheid te maken bij alle belanghebbenden op en rond de rails?
“In mijn rol ga ik landelijke dossiers structureren, partijen samenbrengen, en zorgen dat we als veiligheidsdomein met één stem spreken. Om te beginnen ga ik mij inlezen in alle dossiers die er al zijn over spoorveiligheid en actief kennis ophalen. Bij de veiligheidsregio’s en andere partners, departementen, maar ook in de spoorsector. Dat betekent ook: heel veel kopjes koffie drinken en veel mensen leren kennen.”

Een belangrijke eerste stap is het definiëren wat spoorveiligheid precies is. Momenteel worden risico’s en veiligheidsvraagstukken nog vanuit verschillende perspectieven beoordeeld. “De belangen verschillen tussen sectoren, maar ook binnen ons eigen veiligheidsdomein. Door onze uitgangspunten te harmoniseren vergroten we onze gezamenlijke slagkracht en kunnen we beter adviseren richting Rijk en spoorsector. Ik zie het als een van mijn eerste opgaven om de inspanningen van alle partijen binnen het domein van brandweer en veiligheidsregio’s samen te brengen rond gezamenlijk gedragen belangen, uitgangspunten en definities voor veiligheid. Daardoor spreken we meer met één stem en staan we als professionals voor veiligheid sterker in onze lobby- en adviesrol voor het borgen van veiligheid op en rond het spoor.”

Transities en hun gevolgen

De noodzaak voor een stevige en zichtbare risicobeheersingsrol neemt toe door grote maatschappelijke transities. Er is al volop discussie over de veiligheid rond het Basisnet voor spoorvervoer van gevaarlijke stoffen en over de veiligheid op emplacementen. Daar komen vraagstukken rond de energie- en grondstoffentransitie bij, zoals de introductie van waterstof als alternatieve brandstof. Daarvoor zijn grote hoeveelheden ammoniak als waterstofdrager nodig, die grotendeels over het spoor zullen worden vervoerd en op emplacementen worden gerangeerd.

Van de Ven: “Tegelijk zetten zowel de Rijksoverheid als regionale en lokale overheden sterk in op verdichting van stedelijke gebieden om aan de enorme woningbouwopgaven te voldoen. Op heel veel plaatsen worden grote nieuwe woonlocaties rond het spoor ontwikkeld, evenals ‘mobility hubs’ waar mensen van de trein naar andere vormen van vervoer kunnen switchen. Ook werkfuncties zoals kantoren worden bij voorkeur rond het spoor en stations geconcentreerd om mensen te stimuleren met het openbaar vervoer te reizen. Door die combi van toenemende vervoersdruk op het spoor en ruimtelijke ontwikkelingen eromheen, gaan de belangen van transport, wonen, werken en veiligheid, steeds meer schuren. Als we die risico’s beheersbaar willen houden, moeten we echt stevige en gedragen veiligheidsconcepten voor de spooromgeving ontwikkelen.”

‘Bouwklus’

Voor Van de Ven is het spoor geen nieuw aandachtsveld, want ook in een eerdere carrièrefase maakte het al deel uit van haar portefeuille. Van de Ven brengt een stevige loopbaan mee op het snijvlak van risicobeheersing, industriële veiligheid en landelijke programma’s. Ze begon in 2009 als adviseur externe veiligheid bij Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant en werd vervolgens Seveso-specialist voor de Brabantse regio’s; waar ze ook de rol van coördinator van het samenwerkingsverband voor industriële veiligheid op zich nam. In deze periode hield Van de Ven zich ook bezig met de Brabantroute, de spoorlijn die dwars door de bebouwde kom van Tilburg, Den Bosch en Eindhoven loopt.

Eind 2019 vertrok zij naar het NIPV waar zij een grote rol speelde in de vernieuwing van het brandweeronderwijs. Een van haar grote projecten was de inrichting van het nieuwe leerlandschap Risicomanagement, de onderwijsbasis voor de huidige specialisten industriële veiligheid, omgevingsveiligheid en brandveiligheid. Vanuit die rol was zij ook betrokken bij het opzetten van het traineeship Omgevingsveiligheid, samen met het LEC IV.

En nu, met al die kennis en kunde uit haar vorige functies op zak, naar de volgende stap: landelijk regisseur spoorveiligheid. Wat trok haar aan in die functie? Van de Ven: “Ik ben in zekere zin een ‘bouwer’. Ik vind het leuk om nieuwe projecten te helpen ontwikkelen en op gang te brengen. Zo’n ‘bouwklus’ heb ik net afgerond bij het NIPV met de ontwikkeling van het nieuwe leerlandschap. Ontzettend leuk om te doen; we hebben het onderwijs voor specialisten en medewerkers in risicobeheersing nu echt goed op de rit staan. Nu was ik toe aan een nieuwe stap. Het waarborgen van de veiligheid op en rond het spoor in een zo dynamische, dichtbebouwde en dichtbevolkte omgeving, is een mooie uitdaging waarin ik mijn eerder opgedane kennis en deskundigheid kan benutten. Het mooie aan het dossier spoorveiligheid is ook dat alle aspecten van de veiligheidsketen in dit dossier samenkomen, van risicobeheersing tot incidentbestrijding. Dat maakt het werk waardevol en strategisch.
Er zijn binnen de veiligheidsregio’s maar weinig mensen die vakinhoudelijk niet met het spoor te maken hebben.”


Herziening Model Handhavingsbeleid industriële veiligheid

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, maart 2026

Eind dit jaar wordt een geactualiseerd ‘Model Handhavingsbeleid industriële veiligheid’ voor veiligheidsregio’s gepubliceerd. Het geactualiseerde model sluit aan bij de ‘Landelijke handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen die door SEVESO+ is ontwikkeld en die dit voorjaar verschijnt. Het model helpt de veiligheidsregio’s invulling te geven aan hun toezicht- en handhavende taken in het werkveld industriële veiligheid.

Foto: Megin Zondervan.

Aanleiding herziening

De huidige versie van het Model Handhavingsbeleid, opgesteld onder regie van het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV), dateert uit 2018. De artikelen 31 en 48 van de Wet veiligheidsregio’s en (destijds) het Brzo 2015 vormden de grondslag voor dat model. Sinds 2018 zijn er verschillende veranderingen geweest die een actualisatie van het model handhavingsbeleid nodig maken. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn ook de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s aangepast. Daarnaast passen de veiligheidsregio’s en de partners in SEVESO+ sinds 2022 de landelijke benadering risicobedrijven toe als methodiek in hun toezicht op de hoogrisicoindustrie.

Bij de introductie van de Omgevingswet verscheen al een addendum bij het Model handhavingsbeleid van 2018, met de aankondiging dat het model volledig zou worden herzien en aangepast aan de Omgevingswet. Die herziening start dit voorjaar en in het vierde kwartaal moet het nieuwe model beschikbaar zijn voor de veiligheidsregio’s. Het bestuur van de veiligheidsregio dient het handhavingsbeleid vast te stellen.

Aanpassing van structuur en terminologie

Volgens projectleider Henk van Wetten van het LEC IV is met de herziening gewacht tot de publicatie van de ‘Landelijke handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen’ van SEVESO+. Deze is gereed en wordt op korte termijn gepubliceerd. “De reikwijdte van toezicht- en handhavende bevoegdheden verandert niet met het nieuwe model; de belangrijkste wijzigingen betreffen aanpassing van structuur en terminologie. Waar in het oude model bijvoorbeeld nog wordt gesproken over ‘inrichtingen’ spreekt het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) over milieubelastende activiteiten, MBA’s. Voor de herziening gaan we ook input ophalen bij de veiligheidsregio’s. Via een enquête onder de coördinatoren en de inspecteurs in de zes Seveso-samenwerkingsgebieden willen we een beeld krijgen van het gebruik en de toepassing van het handhavingsbeleid tot dusver in de praktijk. Passen de regio’s het daadwerkelijk toe? In welke situaties wordt ervan afgeweken en met welke argumenten? En lopen de veiligheidsregio’s in de uitvoering van hun handhavingsbeleid aan tegen vraagstukken of knelpunten, die vragen om aanpassing? De uitkomsten van de enquête verwerken we in het herziene model.”

Het voornemen van de projectgroep is om, naast publicatie van het herziene model, tijdens de Netwerkdag Industriële Veiligheid in november een workshop te verzorgen om gebruikers wegwijs te maken in het geactualiseerde instrument.


Aankondiging Release LCMS 2026 Q2 


27 februari 2026

De release LCMS 2026 Q2 komt eraan. In dit bericht informeren we je over de planning & impact, en inhoud van deze release. 

Planning en impact

Acceptatieomgeving 

  • Op dinsdag 10 maart wordt de release uitgerold op de acceptatieomgeving.  

Oefenomgeving  

  • Op dinsdag 7 april tussen 9:00-16:00 uur wordt de Oefenomgeving bijgewerkt. 
  • Er is geen sprake van downtime.
  • Maak tijdens deze release gebruik van de Operationele omgeving. Zet bij het uitwijken naar de Operationele omgeving ‘Oefening’ in de naam van een activiteit. 

Operationele omgeving 

  • Op dinsdag 14 april tussen 9:00-16:00 uur wordt de release op de Operationele omgeving bijgewerkt. 
  • Maak tijdens de update gebruik van de Oefenomgeving, ook bij een daadwerkelijk incident. 

Liveblog 

Tijdens de releases kun je de voortgang volgen via een liveblog op lcms.nl.

Inhoud 

In de release 2026 Q2 voeren we diverse security fixes en andere aanpassingen en wijzigingen (RFC’s) door. Waaronder de ‘pauzeknop’ in LCMS Plot; die zorgt ervoor dat bij het presenteren van het situatiebeeld, de wijzigingen die een GIM’er tegelijkertijd doorvoert niet direct zichtbaar zijn. Ook wordt de style-lintconfiguratie bijgewerkt, waardoor kleuren en iconen in de user interface iets kunnen afwijken van eerdere versies.

Vragen? 

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie. 

label Fysiek veilige leefomgeving

“STH-team nog meer borgen in de reguliere organisatie”

27 februari 2026

“Slachtoffers redden onder het puin. Instabiele constructies veilig maken. Helderheid brengen in de eerste, chaotische fase van een instorting of explosie. Dat is waar Specialisme technische hulpverlening (STH) voor staat. En precies daarom moet het team vanzelfsprekend worden ingezet als de situatie daarom vraagt.” Patrick Smulders startte in februari als landelijk coördinator STH bij het NIPV. Zijn focus: dit landelijk specialisme verder professionaliseren en steviger verankeren binnen de brandweerorganisatie.

Patrick Smulders (rechts op de foto) tijdens een STH-oefening. Foto: Megin Zondervan.

Specialistische ondersteuning bij complexe incidenten

STH is paraat bij grote of complexe incidenten met gebouwen, maar ook bij incidenten op het spoor. Bijvoorbeeld bij instabiele constructies, beknelling of instorting. Daarmee ondersteunt STH de basisbrandweerzorg bij situaties die vragen om specialistische kennis en werkwijzen.

Volgens Smulders draait het om twee kernopgaven: redden en veilig werken. “Wij zijn er voor het redden en bergen van slachtoffers. Maar minstens zo belangrijk is dat wij zorgen voor een veilige werkplek voor hulpverleners.”

STH wordt niet vaak gealarmeerd, maar de meerwaarde wordt duidelijk bij incidenten zoals in 2024 aan de Tarwekamp in Den Haag en recent in de binnenstad van Utrecht. “Aan het begin was in Utrecht niet duidelijk of er slachtoffers waren. Wij zorgen voor helderheid door met structuur de hele incidentlocatie veilig te onderzoeken. In Utrecht hebben wij, samen met de lokale eenheden, het schadebeeld vastgesteld en de werkplek veilig gemaakt voor andere hulpverleners.”

De resultaten onderstrepen het belang van het specialisme. In de afgelopen jaren zijn meerdere slachtoffers onder het puin vandaan gehaald. “Levens daadwerkelijk gered. Dat vind ik wel een hele belangrijke. Onze inzet de afgelopen 10 jaar laat zien dat ons specialisme nodig is.”

Van operatie naar landelijke coördinatie

Smulders werkt bijna twintig jaar bij de brandweer. Maar zijn loopbaan begon in HR bij een commercieel bedrijf “Bij Bosch in Tilburg was een bedrijfsbrandweer vanwege hun werk met ammoniak. Ik leidde destijds dit team. Op een gegeven moment vroegen ze: is de bedrijfsbrandweer niet iets voor jou? Toen ben ik de manschapopleiding bedrijfsbrandweer gaan volgen.”

Later maakte Smulders de overstap naar een bedrijf in Drunen. Hij werd daar postcommandant en koos uiteindelijk volledig voor het brandweervak.

In 2017 sloot hij aan bij STH, als onderdeel van de tweede lichting. “Het specialisme sprak mij aan door de complexiteit van de incidenten waarvoor je gealarmeerd kan worden. Hoe ga je om met slachtoffers onder het puin? Dat vraagt andere kennis en ervaring.”

Teams van USAR.NL en van het Specialisme Technische Hulpverlening aan het oefenen
Oefening van STH waarbij slachtoffers bekneld zitten in een bus.

In 2020 werd hij teamleider van het STH-team en schoof hij aan bij het landelijk overleg. Zo zag hij het specialisme groeien.

“De eerste inzetten waren spannend. Hoe gaan we werken? Nu weten we waar we staan, wat we moeten doen en hoe we moeten inzetten. Je ziet dat de organisatie rondom STH steeds professioneler wordt. De manier van oefenen en zorgen dat we vakbekwaam blijven, is echt anders dan in het begin. We hebben geleerd van incidenten.”

Borgen binnen de brandweerorganisatie

Als landelijk coördinator richt Smulders zich op verdere professionalisering en borging van STH binnen de brandweerorganisatie. “Het specialisme is nu niet standaard onderdeel van de opschaling in de brandweerorganisatie. Niet iedereen denkt aan ons als dat nodig is. Terwijl we juist een vast onderdeel moeten zijn bij grote of complexe incidenten waar specialistische technische hulpverlening kan bijdragen. Je ziet dat steeds beter gaan. Mensen weten steeds beter wie we zijn en wat we doen.”

Een slachtoffer wordt bevrijd tijdens een oefening door teams van USAR.NL en van het Specialisme Technische Hulpverlening.
STH en USAR.NL bevrijden een slachtoffer tijdens een oefening.

Een belangrijk aandachtspunt is voor Smulders de verbinding met meldkamers. “Ik wil dat centralisten in de meldkamer weten waar STH voor is. Als er in het geïntegreerd meldkamersysteem (GMS) een karakteristiek instorting binnenkomt, dan wil ik dat een teamleider STH automatisch een piepje krijgt. Dan staat iedereen op scherp en let je op, een STH-team is misschien nodig.”

Daarnaast zet hij in op bewustwording in opleidingen. Als voorbeeld noemt Smulders zijn ervaringen in Zuid6, een samenwerkingsverband van de zes zuidelijke veiligheidsregio’s. STH werd gevraagd voor één les over instabiele gebouwen en dat groeide uit tot bredere voorlichting binnen verschillende functies. “We zijn begonnen bij de manschappen met bewustwording over constructies bij brand, stormschade of gasexplosies. En waar sluit STH aan in het hele verhaal? Dat is zo enthousiast ontvangen dat het als een olievlek werkt. Dat verhaal zou ik landelijk willen wegzetten.”

Zijn ambitie is niet groter worden, maar STH steviger verankeren. “Als we kunnen continueren wat we nu doen en het goed borgen in de brandweerorganisatie, dan zijn we goed bezig.”

De rol van brandweercultuur en gedrag bij het nabespreken van incidenten

26 februari 2026

De cultuur binnen de brandweer en het gedrag van brandweermensen kunnen van invloed zijn op het leren van incidenten. Maar hoe ervaren brandweermensen zelf die invloed? Dat heeft het NIPV onderzocht. Bevorderend werken: vertrouwdheid met elkaar, openheid, voorbeeldgedrag van (in)formele leiders en een cultuur waarin nabespreken vanzelfsprekend en belangrijk is. Belemmerend zijn: hiërarchie, groepsdruk, angst voor oordelen van anderen, loyaliteit en een mindset waarin het bereiken van het operationele doel voldoende wordt gevonden.

Brandweermensen in een kring op oefenterrein na afloop van een oefening
Foto: NIPV.

Nabesprekingen (nog) beter organiseren

Het doel van dit verkennende onderzoek was om inzichtelijk te maken of en hoe de brandweercultuur en het gedrag en de houding van brandweermensen het mono nabespreken van incidenten stimuleren of belemmeren. Met de bevindingen uit dit onderzoek kunnen nabesprekingen (nog) beter worden georganiseerd.

Belangrijkste conclusies

  • Cultuur, gedrag en houding zijn nauw met elkaar verbonden bij het leren van incidenten.
  • De heersende cultuur binnen een ploeg of post beïnvloedt sterk welk gedrag en houding tijdens nabesprekingen mogelijk en wenselijk zijn. Tegelijkertijd wordt die cultuur gevormd door het gedrag van individuen. Waarbij het voorbeeldgedrag van formele én informele leiders een belangrijke rol speelt.
  • Brandweermensen hebben over het algemeen een positieve houding ten opzichte van het nabespreken van incidenten. Maar houding alleen is onvoldoende om het leren te borgen. Gedrag en sociale normen binnen de groep bepalen wat er daadwerkelijk wordt uitgesproken en opgepakt.
  • Leren van incidenten is geen verantwoordelijkheid van individuele brandweermensen, maar een collectief proces. De effectiviteit van nabesprekingen hangt vooral af van een veilige groepsdynamiek, voorbeeldgedrag en duidelijke gezamenlijke doelen. En minder van de vorm van nabesprekingen (formeel, informeel of een combinatie).

Aandachtspunten voor nabespreken van incidenten

Het onderzoek laat zien welke aandachtspunten van belang zijn bij het organiseren en uitvoeren van nabesprekingen. Zo vraagt een goede nabespreking om oog voor verschillende behoeften binnen de ploeg, het actief stimuleren van openheid en het delen van lessen. Hierbij kunnen (in)formele leiders een belangrijke rol spelen. Ook individuele brandweermensen kunnen een positieve invloed uitoefenen door open en lerend het gesprek in te gaan.

Lees het rapport

label Maatschappelijke veerkracht

Landelijke pilot noodsteunpunten van start

24 februari 2026

Met een landelijk netwerk van lokale noodsteunpunten moeten gemeenten antwoord kunnen geven op crisissituaties en uitval van voorzieningen. Een pilot met deze noodsteunpunten is inmiddels van start gegaan. Bijna 70 gemeenten in alle 25 veiligheidsregio’s doen dit jaar mee. Het NIPV voert de pilot uit in opdracht van de VNG, de veiligheidsregio’s en het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV).

Foto: www.pexels.com.

In de pilot staan 4 vragen centraal

Een noodsteunpunt is een fysieke locatie in de gemeente waar inwoners terecht kunnen als voorzieningen zijn uitgevallen. Daar ontvangen zij in ieder geval belangrijke informatie. In de pilot wordt onderzocht of de noodpunten ook andere vormen van ondersteuning kunnen bieden. In de pilot staan deze 4 vragen centraal:

  • Wat zijn de uitgangspunten van een noodsteunpunt en welke middelen en bezetting zijn daarvoor nodig?
  • Hoe kan het noodsteunpunt voorzien in de gevraagde informatie en communicatie?
  • Wat is de rol van maatschappelijke initiatieven en burgerhulpverlening bij crises?
  • Wat is er nodig voor de continuïteit, wanneer een crisissituatie lang aanhoudt?

Weerbaarheid vraagt om een lokale aanpak

Gemeenten spelen een cruciale rol in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Als eerste overheid staan ze dichtbij inwoners en ondernemers en hebben ze een unieke positie. Daarom werken veiligheidsregio’s en gemeenten nauw samen om de pilot met de noodsteunpunten uit te voeren. In de gemeente Utrecht werd in december al een oefening met een noodsteunpunt gehouden. Ook deze is onderdeel van de huidige pilot die het NIPV uitvoert in opdracht van de VNG, de veiligheidsregio’s en het ministerie van JenV.

Begin 2027 concreet advies

Het kabinet heeft bij de Voorjaarsnota van 2025 geld vrijgemaakt voor het versterken van weerbaarheid. Een belangrijk onderdeel hiervan is de ontwikkeling van een landelijk netwerk van lokale noodsteunpunten en regionale coördinatiepunten. De huidige landelijke pilot is het resultaat van afspraken tussen de minister van JenV, de VNG en het Veiligheidsberaad van 15 oktober 2025. Het landelijk project pilots noodsteunpunten levert begin 2027 een concreet advies op.

Lees het projectplan

Meer informatie

Heeft u nog vragen over de pilots? Neem dan contact op met de landelijk projectleider, Charlotte van Ruijven, via noodsteunpunten@nipv.nl.

“Ik kan echt het verschil maken in de vakbekwaamheid”

Februari 2026

“In mijn werk kan ik echt het verschil maken in de vakbekwaamheid van mijn brandweercollega’s”, vertelt Paul Monden, trainer-adviseur bij het NIPV. “Ik zie ze groeien, begeleid ze in uitdagende leersituaties en sta letterlijk naast hen terwijl zij uitgroeien tot een onmisbare schakel binnen de brandweer.”

Paul Monden, trainer-adviseur bij het NIPV.
Paul Monden, trainer-adviseur bij het NIPV.

“Geen werkweek is voor mij hetzelfde. Ik geef trainingen voor de functies Officier en Hoofdofficier van Dienst (OvD en HOvD) en Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS), met een focus op het onderwijs voor de OvD. Dat betekent dat ik theorielessen verzorg, maar vooral ook de praktijk induik om studenten klaar te stomen voor hun rol. Daarnaast geef ik bijscholingen aan instructeurs door heel Nederland. Ik werk met actuele thema’s zoals waterstof en elektriciteit, actuele en belangrijke onderwerpen die volop in beweging zijn binnen Brandweer Nederland. Ik breng nieuwe kennis tot leven en help anderen vooruit. Dat maakt mijn werk energiek, vernieuwend en ontzettend relevant.”

Onderwijs ontwikkelen en geven

“De combinatie van het ontwikkelen van onderwijs én het trainen maakt mijn werk uniek. Ik denk mee over de inhoud van het onderwijs, bouw aan nieuwe leerlijnen én geef dat onderwijs zelf. Als inhoudsverantwoordelijke voor mijn vakgebied Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS), zie ik direct het effect van mijn werk in de klas. De inzichten die ik opdoe tijdens trainingen en de inzichten uit onderzoek van mijn collega’s, neem ik mee in het herzien van leergangen, zoals van de OvD. Zo ontstaat een prachtige leercirkel waarin ik een cruciale rol speel.”

Directe verbinding met praktijk

“Die directe verbinding met de praktijk maakt mijn werk extra boeiend. Ik werk met verschillende niveaus, van manschap tot HOvD. Het blijft een mooie uitdaging om kennis op een pakkende, begrijpelijke en motiverende manier over te brengen. Veel collega-trainers zijn net als ik zelf OvD of HOvD en nemen daardoor waardevolle praktijkervaring mee het onderwijs in. Andersom leer ik zelf ook weer veel door als trainer-adviseur te werken.”

Vacature

“Binnen ons team zoeken wij versterking. Wil jij ook een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van toekomstige incidentbestrijders? En meebouwen aan brandweeronderwijs dat er echt toe doet? Bekijk dan onze vacature docent & ontwikkelaar brandweeronderwijs (trainer-adviseur).”

“De wisselwerking tussen preventie en repressie kan beter door van elkaar te leren”

Februari 2026

Op 2 oktober 2025 hield Lieuwe de Witte, lector Brandveiligheidskunde bij het NIPV, zijn lectorale rede. Hierin pleitte hij voor een herbezinning op de aanpak van brandveiligheid. We spraken hem over zijn 6 ambities en de verbinding tussen onderzoek, onderwijs en de praktijk.

Lieuwe de Witte, lector Brandveiligheidskunde bij het NIPV.
Lieuwe de Witte, lector Brandveiligheidskunde bij het NIPV.

Je hebt 6 ambities opgesteld om brandveiligheid toekomstbestendig te maken. Waarom is dat nodig?

In Nederland lijkt de brandveiligheid goed geregeld te zijn. We vertrouwen op regels, techniek, uitvoering en een solide systeem. We gaan ervan uit dat mensen zich gedragen zoals verwacht en dat risico’s onder controle zijn. Maar die vanzelfsprekendheid is een risico en maakt brandveiligheid kwetsbaar. Brandveiligheidsprincipes, zoals doelen en regels, zijn al decennia nauwelijks veranderd. Maar de samenleving verandert wel: in hoe we wonen, bouwen en zorgen. Ik wil niet wachten op een nieuwe ramp. Dus vandaar mijn pleidooi om bewuste keuzes in brandveiligheid te maken. Wat betekent die veranderende samenleving voor brandveiligheid en hoe moeten we daarmee omgaan? Ik heb 6 ambities geformuleerd waarop ik me de komende jaren ga richten. Deze ambities zijn:

  1. Regelgeving doorontwikkelen
  2. Kennis- en informatiepositie versterken
  3. Risico’s woonomgeving reduceren
  4. Brandveiligheid mensgericht benaderen
  5. Samenhang versterken tussen voorkomen, beperken, bestrijden en nazorg van brand
  6. Onderzoek, onderwijs en praktijk met elkaar verbinden.

Met welke van de 6 ambities ga je het eerst aan de slag? Wat is het meest urgent?

De ambities zijn allemaal even belangrijk. De laatste ambitie is de kern van mijn werk: wetenschap, onderwijs en praktijk met elkaar verbinden. Dit is een blijvende ambitie waar ook mijn hart ligt: hoe kunnen we onderzoek toegankelijk maken voor mensen in de praktijk en hoe kunnen we dat vertalen naar onderwijs? Met de andere vijf ambities zijn we al in meer of mindere mate begonnen, bijvoorbeeld met onderzoeken naar het reduceren van risico’s in de woonomgeving. Redelijk nieuw is het onderzoek naar brandveiligheid met oog voor de mens, waarin wordt gekeken naar gedragsaspecten.

Hoe deel je onderzoeksresultaten met mensen in de praktijk?

We proberen mensen uit de praktijk al te betrekken bij het onderzoek. Daarvoor werken we met Communities of Practice, om kennis met elkaar uit te wisselen. Daar zit een grote verbindende schakel richting de praktijk. Daarnaast worden ze betrokken via klankbordgroepen en kunnen ze meedenken over uitgangspunten en rapportages. Ik vertel bijvoorbeeld ook over ons onderzoek in de vakraad Brandveiligheid van Brandweer Nederland en haal daar ook onderzoeksvragen op. Daarnaast nemen we deel aan diverse netwerken van Brandweer Nederland. Ook word ik regelmatig uitgenodigd door veiligheidsregio’s om over ons onderzoek te vertellen. En word ik benaderd door de media om te reageren op actuele incidenten.

Hoe krijgen de nieuwe inzichten een plek in het onderwijs van het NIPV?

Ik denk mee over de ontwikkeling van leerlijnen. Onze onderzoekers van de vakgroep Brandweerzorg helpen mee bij het ontwikkelen van onderwijs en sommigen zijn ook docent in een leergang, bijvoorbeeld de leerroute Brandonderzoek en diverse andere leerroutes Risicomanagement. Vroeger gaf ik zelf ook veel les, bijvoorbeeld in de specialisten- en officiersopleiding, maar sinds ik lector ben is dat wel minder geworden. Ik ben nog wel verbonden aan de vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering, die in mei van start gaat.

Welke boodschap wil je ten slotte nog meegeven?

Eén van de ambities die ik nog wil uitlichten is de samenhang tussen risicobeheersing en incidentbestrijding versterken. De wisselwerking tussen preventie en de repressieve kant kan beter door van elkaar te leren. In het project ‘Leren van incidenten’ proberen we de cirkel rond te maken, zodat het leidt tot verbeteringen aan de voorkant, en niet alleen als evaluatiepunt aan het eind.

Maak kennis met het NIPV tijdens de Werkbelevingsweek

23 februari 2026

Van 13 tot en met 18 april doet het NIPV voor de tweede keer mee aan de Gelderse Werkbelevingsweek. Tijdens deze week openen meer dan 30 overheidsorganisaties in Gelderland hun deuren. Op dinsdagmiddag 14 april en donderdagmiddag 16 april is iedereen die geïnteresseerd is in het NIPV van harte welkom!

NIPV in Arnhem.

Wil jij weten wat het betekent om mee te werken aan een veilig en veerkrachtig Nederland? Laat je verrassen en maak kennis met het NIPV!

Op dinsdagmiddag 14 april en donderdagmiddag 16 april staan onze enthousiaste collega’s klaar op onze locatie in Arnhem om je te ontvangen. We laten je graag zien wat het betekent om te werken bij het NIPV.  Dit geeft je de kans om te ervaren waar wij ons als kennis- en opleidingsinstituut in onderscheiden.

Ontdek tijdens onze kennissessies onderwerpen zoals brand- en klimaatveiligheid en beleef de grote brand van vorig jaar in het centrum van Arnhem door de ogen van de officier van dienst. Luister naar het verhaal van één van onze collega’s die vertelt over zijn loopbaan bij het NIPV: van stagiair tot natuurbrandspecialist. Of krijg inzicht in wat jouw echte drijfveren zijn.

Aanmelden

De Werkbelevingsweek is een unieke kans om vrijblijvend sfeer te proeven. Aanmelden voor een kennissessie of een vrijblijvend gesprek kan via de website van de Werkbelevingsweek.

Over de Werkbelevingsweek

De Werkbelevingsweek is een initiatief van Werken in Gelderland, hét platform voor overheidsvacatures. Na het succes van vorig jaar doet het NIPV voor de tweede keer mee.

Vacatures bij het NIPV

Wil jij bijdragen aan een veilig en veerkrachtig Nederland? Kijk voor een overzicht van onze actuele vacatures op onze website Werken bij het NIPV.