NIPV tijdelijk geassocieerd lid Vereniging Hogescholen
30 maart 2022
Op dinsdag 29 maart is het memorandum van overeenstemming getekend tussen de Vereniging Hogescholen (VH) en het NIPV.

IJle Stelstra, algemeen directeur NIPV, : “Deze ondertekening is een belangrijke mijlpaal voor NIPV om het onderwijs en de lectoraten een stevige plek in het onderwijs- en onderzoeksveld te kunnen (blijven) geven”. Voorzitter Maurice Limmen van VH vult aan: “We verwelkomen het NIPV als lid van de Vereniging Hogescholen en samen bouwen we verder aan een innovatieve hbo-sector.”
Aanleiding voor het sluiten van deze overeenkomst is het feit dat de bepaling uit de Wet veiligheidsregio’s voor het NIPV, namelijk het ontwikkelen en in stand houden van expertise, zo nodig door het verrichten van toegepast wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening, op gespannen voet kwam te staan met de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Het NIPV is géén hogeschool, maar heeft wèl een zelfstandige, praktijkgerichte onderzoekstaak en die – om redenen van herkenbaarheid voor de buitenwereld – heeft georganiseerd in lectoraten met lectoren in dienst. Volgens de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is dat echter niet toegestaan
Memorandum van overeenstemming en voorwaarden
Het memorandum van overeenstemming biedt hierin de oplossing voor beide partijen. Het NIPV wordt toegelaten als tijdelijk geassocieerd lid van de VH. De VH heeft belang bij het borgen van de kwaliteit van de lectoraten van het NIPV: de statuten en het huishoudelijk reglement van de VH worden aangepast.
Voorwaarde voor het tijdelijk geassocieerd lidmaatschap is dat we binnen een periode van 5 jaar een geaccrediteerde bacheloropleiding (mede)aanbieden, waarna het NIPV geassocieerd lid is. Daar worden door het NIPV al stappen in gezet:
- Er is een samenwerkingsverband aangegaan met Saxion Hogescholen om een hbo-bacheloropleiding te gaan verzorgen
- Daarnaast verzorgt het NIPV samen met de Politieacademie de onbekostigde masteropleiding Master of Crisis and Public Order Management.
Lees ook
Hoe kunnen overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners elkaar versterken bij de inrichting en inzet van noodsteunpunten? In de derde snelle kennismobilisatie binnen het ‘Landelijk project noodsteunpunten’ onderzocht het NIPV welke factoren publiek-civiele samenwerking vóór en tijdens crises bevorderen of belemmeren.
Het NIPV heeft onderzocht wat goed beheersmatig leiderschap bij de brandweer inhoudt en hoe dit vorm krijgt in de praktijk.
“Steeds vaker zien we dat onderwijs, onderzoek en praktijk elkaar weten te vinden. Dat is essentieel. De uitdagingen van het veld zijn immers ook onze uitdagingen”, vertelde Coby Flier, directeur Onderzoek en Onderwijs.
Hoe kunnen hulpdiensten in grensregio’s beter samenwerken bij een ramp of grootschalig incident? Het Europese project Civil Protection – Liaison Network Concept onderzocht hoe landsgrensoverschrijdende liaison officers worden ingezet, opgeleid en georganiseerd.
Eind augustus kwamen bij een metaalbedrijf in Eindhoven gevaarlijke stoffen vrij, vermoedelijk doordat een verkeerd type staal in een bak met salpeterzuur terechtkwam.
Onderzoeker Margreet Spoelstra blogt over hoe burgers risico’s van gevaarlijke stoffen ervaren en welke rol vertrouwen daarbij speelt.
De leergang Hoofdofficier van Dienst (HOvD) van het NIPV voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en bereidt deelnemers goed voor op hun functie. Dat concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) na onderzoek naar de kwaliteit van de leergang.
“Al van jongs af aan wist ik wat ik wilde worden. Als kind droomde ik ervan om militair, politieagent én brandweerman te zijn. Het bijzondere is dat die dromen uiteindelijk allemaal werkelijkheid zijn geworden.”
“Met twee nieuwe studenten aan de voltijdopleiding Brandweerofficier blijven we bouwen aan een toekomstbestendige brandweer”, vertelt teamleider brandweerkunde Annette Klitsie van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland over de opleiding die is gestart.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina82
- Volgende pagina
Loftrompet voor het Rode Kruis
22 maart 2022
Van nuffig imago naar professionele organisatie: Rode Kruis speelt na jaren weer een rol van betekenis.

Ik zit nu al ruim 35 jaar in het vak van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. In die jaren heb ik regelmatig direct of indirect te maken gehad met het Rode Kruis (RK). En… de eerste dertig jaar was dat vaak niet alleen maar positief. Vele jaren lang had het Rode Kruis in het kader van de Nederlandse rampenbestrijding een nuffig imago. Overwegend oude mannen waren vooral bezig met het behartigen van het Rode Kruis belang maar feitelijk was het Rode Kruis van bijzonder weinig waarde voor die rampenbestrijding.
Men kon geneeskundige colonnes ophoesten en speelde een rol bij een eventuele opvang van slachtoffers (dat dan weer met oude breidende dames) maar in de praktijk had je daar weinig aan gedurende de eerste uren. Kortom – de lezer begrijpt het – ik kleur het wat extra in, maar feitelijk speelde het Rode Kruis bij rampen en crisis in het eigen land (let op: over de rol van het Rode Kruis ver weg gaat dit stukje niet!) geen enkele rol van betekenis. Regio’s waren ook steeds minder bereid een cent aan die rol van het Rode Kruis uit te geven.
Hoe anders is dat de laatste jaren. Waarschijnlijk hebben nieuw binnengekomen directieleden en andere jonge enthousiaste medewerkers een ‘boost’ gegeven aan de organisatie. Daarbij zal zeker de komst en het initiatief van Ready2Help en recente crises een fors vliegwieleffect hebben gesorteerd.
Een aantal jaren geleden startte het RK met het idee (onder andere geïnspireerd door het Oostenrijkse RK) om een nieuw type vrijwilligers te werven – burgerhulpverleners – en die bij rampen en crisis dan flexibel in te kunnen zetten, op oproepbasis, zonder verplichte tijdsinvestering of trainingen. Zelf betwijfelde ik of het zou gaan werken in een land dat gelukkig zo schaars rampspoed kende. Snel waren er enkele duizenden Ready2Helpers en tijdens de vluchtelingencrisis van 2015-2016 steeg dat naar enkele tienduizenden. In de jaren daarna was er minder te doen, op enkele initiatieven na, zoals bijvoorbeeld de samenwerking met de politie om te ondersteunen bij het zoeken naar urgent vermiste personen en het ondersteunen van waterschappen met het leggen van zandzakken.
De echte vlucht naar voren kwam natuurlijk met de coronacrisis. Bij deze crisis bleek het systeem van Ready2Help van grote waarde en nam het aantal Ready2Helpers ook toe van 43.000 naar ruim 90.000. Op veel manieren verleenden deze vrijwilligers van het RK hand en spandiensten, zoals het inpakken en uitdelen van voedselpakketten, begeleiden van patiënten in zorginstellingen, ondersteuning in test- en vaccinatiestraten van de GGD, inrichten van opvanglocaties voor dak- en thuisloze personen en het doen van boodschappen voor kwetsbare mensen in thuisisolatie.
Inmiddels zijn er bijna 100.000 vrijwilligers bij Ready2Help en is het Rode Kruis soepel van de coronacrisis overgestapt naar de Oekraïnecrisis en speelt het inmiddels al een cruciale rol bij de opvang. Daarbij is het RK niet alleen een organisatie met een groot leger aan vrijwilligers maar ook inmiddels met een goede professionele organisatie geworden die heel goed weet dat ze met vele andere partners – en een stevig netwerk – een betekenisvolle rol kan spelen. Hulde dus.
Menno van Duin, lector Crisisbeheersing
Lees ook
Hoe kunnen overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners elkaar versterken bij de inrichting en inzet van noodsteunpunten? In de derde snelle kennismobilisatie binnen het ‘Landelijk project noodsteunpunten’ onderzocht het NIPV welke factoren publiek-civiele samenwerking vóór en tijdens crises bevorderen of belemmeren.
Het NIPV heeft onderzocht wat goed beheersmatig leiderschap bij de brandweer inhoudt en hoe dit vorm krijgt in de praktijk.
“Steeds vaker zien we dat onderwijs, onderzoek en praktijk elkaar weten te vinden. Dat is essentieel. De uitdagingen van het veld zijn immers ook onze uitdagingen”, vertelde Coby Flier, directeur Onderzoek en Onderwijs.
Hoe kunnen hulpdiensten in grensregio’s beter samenwerken bij een ramp of grootschalig incident? Het Europese project Civil Protection – Liaison Network Concept onderzocht hoe landsgrensoverschrijdende liaison officers worden ingezet, opgeleid en georganiseerd.
Eind augustus kwamen bij een metaalbedrijf in Eindhoven gevaarlijke stoffen vrij, vermoedelijk doordat een verkeerd type staal in een bak met salpeterzuur terechtkwam.
Onderzoeker Margreet Spoelstra blogt over hoe burgers risico’s van gevaarlijke stoffen ervaren en welke rol vertrouwen daarbij speelt.
De leergang Hoofdofficier van Dienst (HOvD) van het NIPV voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en bereidt deelnemers goed voor op hun functie. Dat concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) na onderzoek naar de kwaliteit van de leergang.
“Al van jongs af aan wist ik wat ik wilde worden. Als kind droomde ik ervan om militair, politieagent én brandweerman te zijn. Het bijzondere is dat die dromen uiteindelijk allemaal werkelijkheid zijn geworden.”
“Met twee nieuwe studenten aan de voltijdopleiding Brandweerofficier blijven we bouwen aan een toekomstbestendige brandweer”, vertelt teamleider brandweerkunde Annette Klitsie van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland over de opleiding die is gestart.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina82
- Volgende pagina
Blog: Zowel één landelijk als lokale steunpunten gewenst!*
14 maart 2022
Voorkom dat mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Jan Mans – burgemeester van Enschede ten tijde van de vuurwerkramp – werd in 2000 overvallen toen opeens een legertje ambtenaren van VWS op de stoep stond in het gemeentehuis van Enschede en hem aangaf dat een informatie- en adviescentrum zou worden opgestart.
Dit onverwachte activisme vanuit het ministerie was een rechtstreeks gevolg van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp (rapport verscheen in 1999) die vaststelde dat indertijd in 1992 een goede gecoördineerde informatievoorziening ontbrak. De toenmalige minister (mevrouw Borst) moest bijna aftreden en had in 2000 haar lesje geleerd.
De kern van een IAC is dat het uitgaat van de één loketfunctie. Een slachtoffer van een calamiteit of andere directe betrokkene dient niet steeds van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Er wordt fysiek dan wel virtueel één plaats gecreëerd waar deze persoon terecht kan. Achter dat ene loket zijn dat verschillende hulp- en ondersteuningsfuncties (over onderdak en wonen, over werk en uitkering, over medische en psychosociale zorg, e.v.) verenigd. Het zal duidelijk zijn dat bij een ’klassieke’ ramp die zich op één plaats voltrekt, het organiseren van een IAC nog betrekkelijk eenvoudig is. De nabestaanden van MH-17 woonden door het gehele land en toen is dan er ook voor gekozen een digitaal centrum in te richten.
Bij de coronacrisis zagen wij wel vele plekken waar mensen informatie konden verkrijgen (Infoportalen) maar lang niet iedereen was op de hoogte van al deze – veelal gescheiden – informatie- en adviespunten.
In deze Oekraïne-situatie is het zeker ook ingewikkeld hoe je dat het beste kan organiseren; we zien al vele initiatieven en coördinatiepunten. Op landelijk niveau lijkt met het Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne (KCIO) een centrale actor in de maak die zowel de professionals als de burgers kan ondersteunen. Daarvoor is het nodig dat dit punt (of een ander) wel het landelijk aangewezen centrale punt wordt met een duidelijk budget, mandaat en bevoegdheden.
Al zal dit de duidelijkheid en communicatie landelijk aanmerkelijk kunnen bevorderen, hiermee zijn we er zeker nog niet. In een fors aantal steden (naar schatting zo’n 50-75, maar ook denkbaar is dat alle gemeenten een apart herkenbaar loket inrichten) zal ook een fysiek IAC ingericht moeten worden. Een plek waar Oekraïners (en mogelijk straks ook Russen) maar ook de eigen inwoners in de regio terecht kunnen voor informatie en advies.
Menno van Duin, lector Crisisbeheersing
* Michel Duckers, Marleen Kraaij, IJle Stelstra, Maaike van Dam en Vina Wijkhuijs dank voor het meelezen
Lees ook
Hoe kunnen overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners elkaar versterken bij de inrichting en inzet van noodsteunpunten? In de derde snelle kennismobilisatie binnen het ‘Landelijk project noodsteunpunten’ onderzocht het NIPV welke factoren publiek-civiele samenwerking vóór en tijdens crises bevorderen of belemmeren.
Het NIPV heeft onderzocht wat goed beheersmatig leiderschap bij de brandweer inhoudt en hoe dit vorm krijgt in de praktijk.
“Steeds vaker zien we dat onderwijs, onderzoek en praktijk elkaar weten te vinden. Dat is essentieel. De uitdagingen van het veld zijn immers ook onze uitdagingen”, vertelde Coby Flier, directeur Onderzoek en Onderwijs.
Hoe kunnen hulpdiensten in grensregio’s beter samenwerken bij een ramp of grootschalig incident? Het Europese project Civil Protection – Liaison Network Concept onderzocht hoe landsgrensoverschrijdende liaison officers worden ingezet, opgeleid en georganiseerd.
Eind augustus kwamen bij een metaalbedrijf in Eindhoven gevaarlijke stoffen vrij, vermoedelijk doordat een verkeerd type staal in een bak met salpeterzuur terechtkwam.
Onderzoeker Margreet Spoelstra blogt over hoe burgers risico’s van gevaarlijke stoffen ervaren en welke rol vertrouwen daarbij speelt.
De leergang Hoofdofficier van Dienst (HOvD) van het NIPV voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en bereidt deelnemers goed voor op hun functie. Dat concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) na onderzoek naar de kwaliteit van de leergang.
“Al van jongs af aan wist ik wat ik wilde worden. Als kind droomde ik ervan om militair, politieagent én brandweerman te zijn. Het bijzondere is dat die dromen uiteindelijk allemaal werkelijkheid zijn geworden.”
“Met twee nieuwe studenten aan de voltijdopleiding Brandweerofficier blijven we bouwen aan een toekomstbestendige brandweer”, vertelt teamleider brandweerkunde Annette Klitsie van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland over de opleiding die is gestart.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina82
- Volgende pagina
Blog: Het OVV-rapport vraagt ook om zelfreflectie van media en ‘talking heads’
22 januari 2022
Je moet er even op wachten, maar dan heb je ook wat… De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) kwam vorige week met zijn rapport dat verslag doet van de eerste golf van de coronacrisis (februari- september 2020) inclusief de aanloop naar de pandemie.
Degenen die mij inmiddels een beetje kennen, weten dat ik over het algemeen zeer kritisch ben op de OVV en zijn rapporten. Met eenzelfde gevoel begon ik dan ook te lezen in het coronarapport en in meerdere opzichten werd ik positief verrast. Gezien de meer dan 300 pagina’s begon ik uiteraard met de samenvatting die mij aansprak en heerlijk leesbaar was. Natuurlijk is het zo dat veel van wat ik las eerder wel ook door anderen was beschreven (zie bijvoorbeeld Arjen Boin e.a. over de eerste maanden [Voetnoot 1]).
Toch of misschien juist wel daarom is het goed dat al deze observaties nu in één document helder bij elkaar zijn gebracht [Voetnoot 2]. Ook de keuze van de thema’s (early warning, het stelsel, de ouderenzorg, het testen, crisiscommunicatie e.v.) is prima. Bijzonder fraai vind ik hoe de Raad aangeeft dat de enorme hang van de autoriteiten naar cijfermatige onderbouwing van het beleid (de R-factor; steeds maar weer nieuwe getalsmatige trends e.v.) keer op keer mank ging en daarmee de regering de meer kwalitatieve zaken uit het oog verloor. Het advies om naast het OMT een soort van IMT (impact managementteam) in te richten dat veel meer oog heeft voor en juist adviseert over de meer maatschappelijke vraagstukken, is een terechte aanbeveling.
Ook ben ik natuurlijk als crisisonderzoeker werkzaam in de wereld van de veiligheidsregio’s aangenaam verrast dat ook de OvV positief spreekt over (dat gebeurt immers niet zo vaak dat de OvV ergens echt positief over is!) de rol van de veiligheidsregio’s, hun voorzitters en het Veiligheidsberaad in deze crisis (eerste golf). De aanbeveling ‘Waarborg de eenheid van overheidsbeleid door tijdens een landelijke crisis de verbinding met de veiligheidsregio’s te leggen en te behouden’ is wat cryptisch maar betekent in ieder geval dat de rol van de veiligheidsregio’s op de een of andere manier nog versterkt zou kunnen/moeten worden.
Deze aanbeveling is voor mij des te meer reden om nu niet te gaan tornen (waar soms weer wat geluiden opduiken!) aan het construct van de veiligheidsregio en de wettelijke verankering. De veiligheidsregio’s bewijzen – met de brandweer daarin als een cruciale partij – al twee jaar hun waarde. Laten we dat construct versterken en niet ondergraven door opnieuw discussies te gaan voeren over het wettelijk scheiden van brandweer en crisisbeheersing wat uiteindelijk beiden zal verzwakken.
Terug naar het rapport. Is er dan helemaal niets meer om kritisch over te zijn. Zeker wel en onderstaand geef ik enkele van mijn kritische kanttekeningen.
- Hoewel ik begrijp hoe het werkt en hoe degelijk men te werk wil gaan; vind ik anderhalf jaar later komen met een rapport over de eerste periode van een al twee jaar durende crisis rijkelijk laat. Daarnaast is het nu vervolgens nog een klein jaar wachten voor er meer overall gekeken wordt. Aldoende leren – zeker op basis van rapporten van de OvV – is zelfs in een jaren durende slepende en welhaast chronische crisis dus al lastig.
- Het voordeel van sommige van deze andere publicaties is dat ook vaker geprobeerd wordt achterliggende factoren in kaart te brengen en daarmee naast de wat-vraag ook meer bij de waarom-vraag te komen. Om zaken te veranderen is zicht op beide zaken nodig. Waarom functioneerden de veiligheidsregio’s best aardig? Waarom was er zo’n hang naar cijfermatige onderbouwing? Waarom kon het OMT zo’n dominante positie vervullen en kwam het BAO nauwelijks uit de verf? Waarom was er te lang zo weinig aandacht voor de meest kwetsbaren in de verzorgingshuizen?
- Deze laatste vraag roept bij mij ook de vraag op of de OvV in het vervolg niet wat meer aandacht zou kunnen schenken aan de rol van de televisie en de honderden praatprogramma’s en de invloed die daarvan uitgaat. Direct na het verschijnen van het OvV-rapport besteedden deze programma’s bijvoorbeeld ook aandacht aan het wegkijken van de verpleegzorg (‘care’) en werden weer de bekende ’talking heads’ van het OMT daarover bevraagd. Vreemd genoeg zijn die programma’s (en ook veel van die ’talking heads’) niet in staat tot enige zelfreflectie. Hoe vaak kwam daar een verpleeghuisarts aan tafel? Zelden! Ze wilden Kuipers, Gommers, Koopmans, Kluytmans, Osterhaus, Vossen en al die anderen.
Juist door naar dergelijk patronen (wie aan tafel; wat is hun focus) te kijken komt er meer zicht op bijvoorbeeld deze laatste waarom-vraag. Zie als voorbeeld de bijlage van een eigen publicatie [Voetnoot 3], maar er zijn zeker veel meer voorbeelden waar wel geprobeerd wordt ook naar het waarom te kijken!
Menno van Duin
Lector Crisisbeheersing
Lees Lessen uit de coronacrisis (hoofdstuk 6)
[Voetnoot 1] – A. Boin e.a., Covid-19, een analyse van de nationale crisisrespons, Leiden, 2021.
[Voetnoot 2] – Iets meer annoteren van al die anderen zou wel op zijn plaats zijn.
[Voetnoot 3] – Menno van Duin, De verpleeghuizen, in Vina Wijkhuijs en Menno van Duin (red.) Lessen uit de coronacrisis: het jaar 2020, Boombestuurskunde, De Haag, 2021.
Lees ook
Hoe kunnen overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners elkaar versterken bij de inrichting en inzet van noodsteunpunten? In de derde snelle kennismobilisatie binnen het ‘Landelijk project noodsteunpunten’ onderzocht het NIPV welke factoren publiek-civiele samenwerking vóór en tijdens crises bevorderen of belemmeren.
Het NIPV heeft onderzocht wat goed beheersmatig leiderschap bij de brandweer inhoudt en hoe dit vorm krijgt in de praktijk.
“Steeds vaker zien we dat onderwijs, onderzoek en praktijk elkaar weten te vinden. Dat is essentieel. De uitdagingen van het veld zijn immers ook onze uitdagingen”, vertelde Coby Flier, directeur Onderzoek en Onderwijs.
Hoe kunnen hulpdiensten in grensregio’s beter samenwerken bij een ramp of grootschalig incident? Het Europese project Civil Protection – Liaison Network Concept onderzocht hoe landsgrensoverschrijdende liaison officers worden ingezet, opgeleid en georganiseerd.
Eind augustus kwamen bij een metaalbedrijf in Eindhoven gevaarlijke stoffen vrij, vermoedelijk doordat een verkeerd type staal in een bak met salpeterzuur terechtkwam.
Onderzoeker Margreet Spoelstra blogt over hoe burgers risico’s van gevaarlijke stoffen ervaren en welke rol vertrouwen daarbij speelt.
De leergang Hoofdofficier van Dienst (HOvD) van het NIPV voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en bereidt deelnemers goed voor op hun functie. Dat concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) na onderzoek naar de kwaliteit van de leergang.
“Al van jongs af aan wist ik wat ik wilde worden. Als kind droomde ik ervan om militair, politieagent én brandweerman te zijn. Het bijzondere is dat die dromen uiteindelijk allemaal werkelijkheid zijn geworden.”
“Met twee nieuwe studenten aan de voltijdopleiding Brandweerofficier blijven we bouwen aan een toekomstbestendige brandweer”, vertelt teamleider brandweerkunde Annette Klitsie van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland over de opleiding die is gestart.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina82
- Volgende pagina
