Terugblik Netwerkdag Industriële Veiligheid en Omgevingsveiligheid: “Maak principiële keuzes voor veiligheid en economie”

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025

Als Nederland de veiligheid van haar burgers, leefbaarheid en economisch perspectief samen wil waarborgen, moeten principiëlere keuzes worden gemaakt inzake woningbouw, transportstromen en industrie. Een pittige stelling van burgemeester Leon Anink van Zwijndrecht, keynote spreker op de Netwerkdag Industriële Veiligheid en Omgevingsveiligheid op 13 november. De netwerkdag had een bijzonder karakter, want voor het eerst trokken het Netwerk Industriële Veiligheid en het Netwerk Omgevingsveiligheid samen op in de organisatie van het halfjaarlijkse kennisevent. Een initiatief dat voor herhaling vatbaar is, want tijdens het programma bleek hoeveel raakvlakken de twee taakvelden hebben.

Burgemeester Leon Anink van Zwijndrecht was keynote spreker tijdens de eerste gezamenlijke netwerkdag van de netwerken Industriële Veiligheid en Omgevingsveiligheid.

Leon Anink heeft als gemeentebestuurder heel wat vraagstukken over ruimtelijke ordening, economie en veiligheid op zijn bordje. Want Zwijndrecht ligt met haar 45.000 inwoners letterlijk ingeklemd tussen industrieën en intensieve transportstromen over de weg, het water en het spoor. Niet in de laatste plaats via de roemruchte ‘Spoorzone Zwijndrecht-Dordrecht’. “Internationaal zijn er bijna geen andere plaatsen waar zoveel transport van gevaarlijke stoffen direct langs en dwars door bewoond gebied gaat en daar hebben we last van”, betoogt Anink. In zijn keynote voor 145 toehoorders plaatste hij de belangen van omgevingsveiligheid in het perspectief van economische ontwikkeling en ruimtelijke ordening. “Stuk voor stuk belangrijk om Nederland aantrekkelijk te houden; als prettige en leefbare omgeving voor burgers, maar ook als aantrekkelijk gebied voor economische investeringen.”

Leon Anink, burgemeester van Zwijndrecht.

Economie versus leefbaarheid

De conclusies van Anink in een notendop: de chemische industrie en daarmee verbonden logistiek blijven heel belangrijke activiteiten in ons doorvoerland met zijn grote zeehavens en uitstekende infrastructuur. Tegelijk liggen er grote opgaven voor woningbouw en willen veel gemeenten hun woongebieden ‘verdichten’. En voor de kwaliteit van leven is economische verdienkracht ook van belang. Dat gaat volgens Anink niet samen, want de belangen van economische groei en leefbaarheid/veiligheid bijten elkaar. Daarom moeten we afscheid nemen van het huidige inconsistente beleid van opeenvolgende kabinetten en moeten veiligheidsrisico’s en leefbaarheid nadrukkelijker tegen elkaar worden afgewogen.

“Om de belangen van veiligheid, economie en leefbaarheid samen te dienen moeten we veel principiëlere keuzes maken over welke activiteiten we op welke plaatsen ontwikkelen. Verdichten van woongebieden in de omgeving van risicoactiviteiten zoals chemische industrie en intensieve transportstromen is niet verstandig. Deze discussie raakt ook uw werkgebieden als specialisten voor industriële veiligheid en omgevingsveiligheid. En het NIPV als kennisinstituut bij uitstek voor deze taakvelden, is in mijn ogen een van de plaatsen waar deze strategische discussie gevoerd moet worden.”

Meer samenwerking

Onderdelen van de speech van Anink kwamen terug in het netwerkgesprek met Edith van der Reijden, Hans Foekens, Léon Houben en Wilfred van Randwijk als vertegenwoordigers van hun samenwerkingsverbanden. In het gesprek klonk een gezamenlijke oproep om meer samenwerking tussen de taakgebieden industriële veiligheid en omgevingsveiligheid. Noodzakelijke samenwerking in een tijd waarin de transities zich opstapelen en risico’s en dreigingen van uiteenlopende aard toenemen, terwijl Nederland voor grote uitdagingen staat op het gebied van woningbouw, energietransitie en economische ontwikkeling. Een knelpunt is dat het beleid versnipperd is en dat er heel veel partijen over gaan. De gezamenlijke oproep: laten we elkaar meer opzoeken. Het taakveld industriële veiligheid heeft behoefte aan concrete input vanuit de omgevingsveiligheid.

Van links naar rechts: Samira Veerbeek, Wilfred van Randwijk, Léon Houben, Hans Foekens en Edith van der Reijden.

Raakvlakken

“Een geslaagd experiment”, zo vat voorzitter Samira Veerbeek van het Netwerk Omgevingsveiligheid het initiatief van de gezamenlijke netwerkdag samen. “Je merkt aan de thema’s en gesprekken hoeveel raakvlakken onze werelden met elkaar hebben. Industriële activiteiten hebben effect op de veiligheid van de omgeving van bedrijven en andersom. Kenmerkend voor een land waarin industrie, transport en wonen zo dicht bij elkaar liggen. De specialisten industriële veiligheid en omgevingsveiligheid hebben elkaar dan ook nodig om samen de veiligheid van de samenleving te waarborgen.”

Dagvoorzitters Ron Bouwman, programmamanager van het LEC Industriële Veiligheid, en Samira Verbeek, voorzitter van het Netwerk Omgevingsveiligheid.

Zo kijkt ook Ron Bouwman als programmamanager van het LEC Industriële Veiligheid terug op de netwerkdag. “Heel zinvol en leerzaam om met de twee netwerken samen te komen en te spreken over thema’s die beide werelden raken. Ook bijzonder dat we deze keer twee dagvoorzitters hadden om het programma aan elkaar te praten; dat ging heel goed. In de evaluatie zullen we met elkaar bespreken of we in de toekomst nog eens een gezamenlijke netwerkdag organiseren. Ik zie daar zeker kansen voor, want we moeten als vakgebieden meer samenwerken op deze belangrijke thema’s.”

De keynote van Leon Anink maakte volgens Bouwman indruk en onderstreepte hoezeer vraagstukken rond economische groei, industrie, wonen en leefbaarheid met elkaar verbonden zijn. “Het was de tweede keer dat we een burgemeester met visie als hoofdspreker hadden en hij wist de vraagstukken en uitdagingen waarvoor we staan heel krachtig neer te zetten. Hij heeft, voordat hij het openbaar bestuur inging, ook een carrière als brandweerofficier gehad en dat is merkbaar in zijn benadering van zijn gespreksthema’s, met een sterke focus op veiligheid. Al met al was het een zeer nuttige netwerkdag met veel stof voor overweging en krachtige boodschappen. Een andere bijzonderheid aan deze netwerkdag was dat de workshops in de middag een wat ander karakter hadden; deze keer stonden ‘vaardigheden’ voor de specialisten IV en Omgevingsveiligheid centraal. Er werd onder andere gesproken over de skills voor adviseurs en inspecteurs. Zoals: hoe ga je om met weerstand in een adviesgesprek met bestuurders of bedrijven? En hoe kun je bij een inspectie met slimme vraagstelling beter tot de kern van de gewenste informatie komen?”

Volgende netwerkdag op 12 maart 2026

De volgende netwerkdag staat geagendeerd voor 12 maart 2026. Houd voor programma en aanmelding onze website in de gaten.


Eén jaar traineeship: van leren naar vaste werkplek

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025

Het traineeship Omgevingsveiligheid pakt goed uit, zowel voor de trainees als voor de deelnemende veiligheidsregio’s. Dat blijkt ook uit dit interview met twee trainees. Een jaar na de start voelen de trainees zich op hun plek en de eerste trainees hebben al een vaste aanstelling of het vooruitzicht te mogen blijven. Missie geslaagd!

Wyke Schermer: vliegende start na geslaagd traineeship

Opvallend is dat meerdere trainees een studie forensisch onderzoek volgden en bij de afronding van hun opleiding in contact kwamen met de veiligheidsregio als potentieel interessante werkgever. Zo ook Wyke Schermer. Zij volgde de studie Forensisch onderzoek aan Hogeschool Saxion in Enschede en deed haar afstudeerstage in samenwerking met Veiligheidsregio Twente.

“Voor die stage voerde ik brandexperimenten uit op de Twente Safety Campus en via die weg leerde ik de veiligheidsregio en haar veelzijdige takenpakket kennen. Ik had niet de ambitie om met mijn forensische kennis de politiewereld in te gaan. En omdat brandonderzoek bij de meeste veiligheidsregio’s geen fulltime baan is, zocht ik al naar de mogelijkheden voor een traineeship om verder te leren en zo het veiligheidsdomein te verkennen naar interessante functies. Want die wereld sprak mij erg aan. Toen het traineeship Omgevingsveiligheid online kwam, was dat dan ook een gouden kans. Ik heb er direct op ingetekend en ik kon als trainee bij Veiligheidsregio IJsselland aan de slag.”

Wyke Schermer.

Of eigenlijk bij vijf regio’s, want de ‘Oost-Vijf-regio’s’ zochten gezamenlijk één trainee. Wyke Schermer ging als het ware ‘op tournee’: bij elke regio een paar maanden om ervaring op te doen. “Ik werkte achtereenvolgens bij IJsselland, Twente, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid. Daar heb ik enorm veel opgestoken, want elke regio heeft een ander risicoprofiel en andere uitdagingen wat betreft omgevingsveiligheid en industriële veiligheid. Het natuurbrandrisico speelt bijvoorbeeld sterk in Gelderland-Midden en die scenario’s kunnen in meer of mindere mate ook effecten hebben op industriële risico-objecten en vitale infrastructuur. Zo bedreigde de heidebrand bij Ede in april een MOB-complex van Defensie. De branden in het stedelijk gebied van Arnhem leverden weer andere lessen qua omgevingsveiligheid op, ook industrieel. Want een brand in een grote meubelzaak vormde een direct gevaar voor een achterliggend brandstofopslagdepot, dat een Seveso-bedrijf was. Aan die incidenten zie je hoe nauw de relatie is tussen brandveiligheid en omgevingsveiligheid.”

Het is een van de thema’s waarin Wyke Schermer zich vanaf nu verder mag verdiepen. Als vaste werknemer nota bene, want op 1 juli trad zij in vaste dienst bij Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. “De regio zocht uitbreiding en ik mocht na afronding van mijn eerste jaar traineeship daar direct aan de slag. Zo kende mijn loopbaan echt een bliksemstart! Ondertussen loopt het traineeship nog door, zodat ik verder kan leren. Ik kijk met een heel goed gevoel terug op het eerste traineeshipjaar. Ik heb door mijn werk in verschillende regio’s veel geleerd en ook veel mensen leren kennen. Dat netwerk en al die ervaringen neem ik mee in mijn nieuwe betrekking als adviseur Industriële Veiligheid en Risicobeheersing. Naast het versterken van de link tussen risicobeheersing en brandweerzorg heb ik nog meer interessante uitdagingen op mijn bordje. Zo gaan we ons als regio meer richten op risicorelevante bedrijven. We gaan door middel van risicogericht toezicht proberen te achterhalen wat de stand en mate van brandveiligheid is bij deze bedrijven. Kortom: uitdagingen genoeg. Ik ben hier helemaal op mijn plek!”

Klaudia Palka: “Opgegroeid tussen de industrie”

Voor Klaudia Palka, die haar traineeship doet bij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), vielen een paar lijnen mooi samen na de afronding van haar vooropleiding. Ook zij volgde een studie Forensisch onderzoek en deed haar afstudeerstage bij het Team Brand- en Incidentonderzoek van de VRR. Daarna wilde zij graag binnen de organisatie blijven en die kans kreeg zij met het traineeship, dat ook voor haar vrijwel zeker uitmondt in een vaste aanstelling.

“Tijdens de opleiding werd mijn interesse voor de brandweerkant van forensisch onderzoek, waaronder brandonderzoek, steeds groter. Niet zo vreemd, want er stroomt echt brandweerbloed door mijn aderen. Ik zat al sinds mijn zestiende bij de jeugdbrandweer in mijn woonplaats Rozenburg en heb daar inmiddels al zes jaar een aanstelling als vrijwilliger. Toen het traineeship op mijn pad kwam, met de mogelijkheid mij verder te verdiepen in het taakveld industriële veiligheid, zag ik daarin een mooie kans. Leuk ook dat ik dat kan combineren met mijn repressieve taak als vrijwilliger. Dan bekijk je industriële veiligheidsvraagstukken ook mede vanuit die repressieve invalshoek; wat betekenen risico’s en scenario’s voor de repressieve inzet? En kunnen brandweerlieden wel veilig een inzet doen bij zo’n scenario?”

Klaudia Palka.

De keuze voor industriële veiligheid was voor Klaudia Palka op de vakinhoud een kantelpunt, want repressie en brandonderzoek zitten aan de rechterkant van de veiligheidsketen, terwijl het specialisme IV veel meer aan de linkerkant zit: risicobeheersing. Wat sprak haar daar zo in aan? “Misschien is het deels wel een persoonlijke drijfveer; ik woon in Rozenburg letterlijk midden tussen de chemische industrieën. Dan wil je natuurlijk wel dat het daar veilig is. Ik hoop dat ik in mijn IV-functie kan bijdragen aan de veiligheid van mijn eigen vertrouwde woon- en leefplek. De industriële veiligheid in Nederland is overigens best op hoog niveau, want echt grote incidenten en calamiteiten gebeuren maar zelden, ondanks de enorme concentratie zware chemische industrie en vervoersstromen gevaarlijke stoffen in het Rijnmondgebied. Maar het is wel heel mooi en uitdagend om als adviseur en toezichthouder aan die veiligheid te mogen bijdragen.”

Klaudia Palka leerde de havens en industrieën in Rotterdam-Rijnmond van dichtbij kennen via een driedaags stagebezoek voor de trainees in hun kennismakingsperiode. Ook een bezoek aan meerdere kazernes van de Gezamenlijke Brandweer maakte daarvan deel uit. “Een prachtige organisatie met getrainde specialisten en up-to-date zwaar brandbestrijdingsmaterieel. De GB kan heel wat aan, maar de kunst van het specialisme IV is om de veiligheid aan de voorkant zodanig te borgen dat je die incidenten kan voorkomen. En als er toch iets fout gaat, is het belangrijk dat de Gezamenlijke Brandweer op een veilige en effectieve manier een incident kan bestrijden. Ik hoop daar als toezichthouder een rol in te mogen gaan spelen; vrijwel zeker mag ik na afronding van het traineeship bij de afdeling IV blijven. Daarnaast hoop ik dat in de toekomst ook nog aan te vullen met een repressieve piketfunctie als OvD of brandonderzoeker.”


Werving landelijk regisseur spoorveiligheid

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, december 2025

In de loop van komend jaar kunnen de veiligheidsregio’s beschikken over een landelijk regisseur spoorveiligheid. De regisseur wordt aangesteld en betaald door de gezamenlijke veiligheidsregio’s. Om praktische redenen krijgt de nieuwe functionaris onderdak bij het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV).

Goederentreinen op het spoor
Foto: LEC Industriële Veiligheid.

In de loop van 2026 kunnen de veiligheidsregio’s beschikken over een landelijk regisseur spoorveiligheid. Dit is een functionaris die veiligheidsregio’s met spoorinfrastructuur en emplacementen in hun werkgebied ondersteuning gaat bieden rond ‘spoorse veiligheidsvraagstukken’. Een van de taken van deze persoon wordt het behartigen van de veiligheidsbelangen namens de veiligheidsregio’s bij de Rijksoverheid en spoorbeheerder ProRail, bij beleidsontwikkelingen rond spoortransport en emplacementen. De medewerker wordt aangesteld en betaald door de gezamenlijke veiligheidsregio’s en zal om praktische redenen onderdak krijgen bij het LEC IV. In zijn netwerkrol voor de IV-veiligheidsregio’s heeft het LEC IV te maken met soortgelijke activiteiten.

Centrale spin in het web

De veiligheidsregio’s hebben behoefte aan een centrale spin in het web met kennis van het spoordomein, vanwege de huidige beleidsontwikkelingen rond het Basisnet Spoor en de discussies over de omgevingsveiligheid en veiligheidsvoorzieningen rond emplacementen waar gevaarlijke stoffen worden gerangeerd. Bij Brandweer Nederland werkte al eerder een medewerker spoorveiligheid, maar die functie is zeven jaar geleden komen te vervallen. In haar vergadering van 21 november heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) besloten dat nieuwe ontwikkelingen het wenselijk maken dat opnieuw een spoorveiligheidsspecialist aan het brandweerveld wordt verbonden, in ieder geval voor een periode van 5 jaar.

De verwachting is dat de veiligheidsregio’s de komende tijd meer tijd en energie gaan besteden aan het thema spoorveiligheid, naar aanleiding van de Kamerbrief van 19 december 2024 over de spoorveiligheid op en rond het Basisnet. De Kamerbrief leidde tot bezorgdheid en afkeurende reacties van veiligheidsregio’s, die via het Veiligheidsberaad zijn gebundeld in een reactie naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het LEC IV heeft ook input geleverd voor die reactie.

Reden van de bezorgdheid is dat veel veiligheidsadviezen vanuit de veiligheidsregio’s, IPO en VNG ten aanzien van het waarborgen van veiligheid rond spoortracés en emplacementen niet zijn overgenomen, terwijl de komende jaren grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen over het spoor worden vervoerd als gevolg van de energietransitie (waterstof/ammoniak). Dat kan gaan wringen in een dichtbebouwd land waar ook grote woningbouwambities in de omgeving van spoorweginfrastructuur op de planning staan.

Voldoende reden dus voor een landelijk regisseur spoorwegveiligheid, die met zijn of haar kennis de adviesrol van de brandweer op dit dossier kan verstevigen, binnen het Samenwerkingsoverleg Spoor van Brandweer Nederland.

Interesse?

De werving voor de medewerker is gestart. Interesse in deze functie? Kijk voor meer informatie op de website van Werken bij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.


label Fysiek veilige leefomgeving

“Het delen van kennis vind ik het leukste wat er is”

12 december 2025

“Het delen van kennis en ervaringen met brandweercollega’s vind ik het leukste wat er is”, vertelt Jos Dijkgraaf, werkzaam als ploegchef bij Veiligheidregio Haaglanden. “Inmiddels werk ik hier bijna 35 jaar, waarvan de laatste 17 jaar als ploegchef. Ook werk ik als trajectbegeleider voor de leergang Ploegchef en ik geef les aan de leergang Ploegchef. De rol van ploegchef en de manier van opleiden heb ik enorm zien veranderen in de afgelopen decennia.”

Jos Dijkgraaf, ploegchef bij Veiligheidsregio Haaglanden.
Jos Dijkgraaf, ploegchef bij Veiligheidsregio Haaglanden.

“Het delen van ervaringen met andere ploegchefs vind ik een van de waardevolste dingen van de bijeenkomsten voor ploegchefs. Je merkt dan dat de problematiek of valkuilen waar je tegenaan loopt als ploegchef in Haaglanden, echt niet zoveel verschillen van die van een ploegchef in een andere regio. Dingen die in je eigen regio of in andere regio’s zijn opgelost, geef je dan weer mee aan collega’s met dezelfde problematiek. Het is dus eigenlijk meer het ophalen van elkaars kennis. Dat is echt heel waardevol. Ik kom er altijd rijker van terug dan dat ik erheen ging.”

Brede functie

“Ploegchef zijn is een hele brede functie. Als ploegchef ben ik meer aan het sturen. In elke regio wordt dit weer net iets anders ingevuld. In Haaglanden is het een combinatie. Ik ben zowel bevelvoerder als ploegchef. Dan houdt die verantwoording niet op als het incident afgesloten is, want dan begint de andere kant van de medaille. Zeker aan de koude kant. Daar zit echt heel veel werk. Er zijn collega’s met serieuze problemen. Je staat eigenlijk gewoon altijd aan op dat gebied. Het is fijn als ik dan collega’s mee kan nemen in mijn eigen ervaringen van de afgelopen 35 jaar.”

Spin in het web

“Als ploegchef ben je echt een spin in het web. Je zit precies tussen het hogere management en de operationele dienst in. De ene keer verdedig je het beleid van de werkgever en de andere keer het beleid van je ploeg. Het selecteren van een goede ploegchef is daarom echt belangrijk. Het is een rol die niet te verwaarlozen valt. Tijdens selectiegesprekken merk ik dat veel mensen nog echt niet doorhebben wat het nou exact inhoudt. De grootste stap die ik heb ervaren in mijn loopbaan is van bevelvoerder naar ploegchef. Hier wordt in de leergang voor ploegchef wel goed aandacht aan besteed. Mensen worden steeds beter voorbereid op wat ze te wachten staat.”

Leren van mijn valkuilen

“Tijdens de lessen in de leergang krijg ik altijd de meeste energie van het delen van mijn ervaring met de beginnende beroepsoefenaars. We hebben allemaal valkuilen en zijn erin gestapt. Als ik het dan voor elkaar kan krijgen om te voorkomen dat nieuwe mensen in diezelfde valkuilen stappen, dan vind ik dat het leukste wat er is. Kennis delen dus. Zo hoop ik ze verder te helpen.”

Meer kennis delen

“Ik vind dat we binnen de brandweer in Nederland te weinig doen aan kennis delen, leren van elkaar en leren van incidenten. Tijdens het lesgeven heb ik natuurlijk de unieke gelegenheid om dat te doen. Dus ik neem de studenten mee in de operationele inzetten die ik zelf heb meegemaakt in mijn ploegchefschap. Zoals de jaarwisseling in Scheveningen waar het misging. Ik leg dan uit wat dat betekent als ploegchef. Dat vind ik heel leuk. We zijn uiteindelijk allemaal praktijkmensen. Natuurlijk heb je een theoretische basis nodig, maar verhalen uit de praktijk gaan erin als zoete koek.”

Meer informatie over de leergang Ploegchef

In april start een nieuwe leergang Ploegchef. Bekijk alle informatie over programma en aanmelding.

label Veilige energietransitie

Energiehubs en veiligheidsrisico’s: het geheel is meer dan de som der delen  

12 december 2025

Omdat energiehubs relatief nieuw zijn, is er nog weinig bekend over de mogelijke veiligheidsrisico’s. Het NIPV voerde daarom een verkennend onderzoek uit. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, expertgesprekken en een technische analyse.

Stockfoto van energiehubs
Foto: Shutterstock.

Energietransitie vereist andere inrichting energiesysteem

Kenmerkend voor de energietransitie is dat er ook meer lokale en duurzame energie wordt opgewekt en opgeslagen, zoals zonne- en windenergie. De hoeveelheid energie die met zon en wind kan worden opgewekt, wisselt voortdurend waardoor vraag en aanbod van energie moeilijk op elkaar kunnen worden afgestemd. Dit is een belangrijk verschil ten opzichte van conventionele energie die wordt opgewekt uit grote, centrale fossiele energiecentrales. De transitie naar duurzame vormen van energie vereist dan ook dat het energiesysteem anders wordt ingericht. Energiehubs worden gezien als een van de oplossingen om het energiesysteem anders in te richten.

Vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen 

Energiehubs zijn lokale samenwerkingen waarin verschillende soorten energie slim lokaal worden opgewekt, opgeslagen en gedeeld. Energiehubs helpen om vraag en aanbod van energie beter op elkaar te laten aansluiten. Daardoor wordt het (centrale) elektriciteitsnet minder belast en kunnen huizen en bedrijven verder verduurzamen, ook als er weinig ruimte meer is op het bestaande stroomnet.

Mogelijke veiligheidsrisico’s

Uit het verkennende onderzoek blijkt dat elke energiehub in de basis bestaat uit drie onderdelen. Een Energy Management System (EMS) zorgt daarbij voor de digitale aansturing van energiestromen tussen deze drie onderdelen:

  • Inkomende (duurzame) energiestromen (bijvoorbeeld elektriciteit, restwarmte of waterstof)
  • Conversie- en opslagsystemen (bijvoorbeeld batterijen, warmtepompen of warmtekrachtkoppelingsinstallaties)
  • Uitgaande energiestromen (naar gebruikers).

Doordat al deze componenten binnen een energiehub in verschillende combinaties kunnen worden toegepast, kunnen ook de veiligheidsrisico’s sterk variëren. De omvang van de energiehub en de directe omgeving van de hub spelen een belangrijke rol bij de veiligheid van het geheel. Energiehubs komen voor in uiteenlopende omgevingen: van woonwijken en bedrijventerreinen tot industriegebieden en de glastuinbouw.

Andersoortige veiligheidsrisico’s

Over de componenten van een energiehub afzonderlijk bestaat al een geruime hoeveelheid veiligheidskennis: de veiligheidsrisico’s van bijvoorbeeld zonnepanelen, batterijen en waterstof zijn bekend. Maar wat kan er gebeuren met de hub als geheel, als er iets misgaat met zo’n component? Mogelijke incidenten van een component zijn brand, explosie of het vrijkomen van schadelijke stoffen. De combinatie en nabijheid van verschillende componenten binnen één energiehub kan leiden tot nieuwe of samengestelde veiligheidsrisico’s.

Daarnaast wijst internationale casuïstiek uit dat verstoringen in het EMS lokale stroomuitval kunnen veroorzaken in het gebied dat door de energiehub van energie wordt voorzien. In hoeverre zulke verstoringen ook fysieke veiligheidsrisico’s opleveren binnen de hub, is nog onvoldoende duidelijk.

Het is van belang dat er bij deze hub-ontwikkeling ook aandacht is voor de interactie tussen de verschillende componenten, zodat de energiehubs van de toekomst niet alleen slim en duurzaam, maar ook betrouwbaar en veilig functioneren.

Lees het rapport

label Fysiek veilige leefomgeving

Zowel boogmethode als 3D-pulsmethode is geschikt om effectief rookgassen te koelen

11 december 2025

Hoe kunnen rookgassen het beste worden gekoeld: met de boogmethode of met de 3D-pulsmethode? In twee series praktijkexperimenten heeft het NIPV het effect van beide methoden onderzocht. Hieruit blijkt dat allebei de technieken rookgassen effectief koelen. De continue boogmethode met lage druk geeft de meeste koeling.

Brandweerman voert slang door bij blussen brand tijdens praktijkexperimenten rookgaskoeling
Foto: NIPV.

Wereldwijd discussie over beste manier van rookgaskoeling

Bij het uitvoeren van een offensieve binnenaanval moeten brandweermensen zich veilig kunnen voortbewegen door de (hete) rook richting de brandhaard. Hiervoor is het nodig om de rookgassen te koelen. Wereldwijd is er discussie over de beste manier van rookgaskoeling. Is de boogmethode, waarbij tegen wanden en plafonds wordt gespoten, het meest effectief? Of is dat de 3D-pulsmethode, waarbij met pulsen water in de rookgaslaag wordt gespoten?

In 2019 hebben we een eerste serie praktijkexperimenten uitgevoerd, met de deur open. Afgelopen voorjaar hebben we vervolgonderzoek gedaan. Hierbij hebben we onderzocht of de resultaten uit 2019 ook gelden bij andere omstandigheden, zoals bij een gesloten deur, en bij varianten van de boogmethode: met een continue of onderbroken straal water. De praktijkexperimenten zijn uitgevoerd in samenwerking met de Community of Practice Brand.

Wat is er gemeten?

We hebben onderzocht wat het effect is van de boogmethode (continu of onderbroken) en de 3D-pulsmethode op:

  • Het koelen van de rookgassen: daalt de temperatuur?
  • De veiligheid voor de brandweer en slachtoffers: blijft de warmtestralingsdosis binnen de grenswaarde? Wat zijn de overlevingskansen voor slachtoffers?
  • De beleving van de inzetploeg: wat is de mate van warmteregulatie, discomfort en inspanning?

Conclusie: beide methoden koelen effectief

De conclusies van de experimenten uit 2025 bevestigen die van 2019:

  • Beide methoden koelen de rookgassen effectief. De continue boogmethode met lage druk en een debiet van 250 l/min geeft de meeste koeling.
  • De koeling voor en achter de inzetploeg is bij de continue boogmethode (lage druk en 250 l/min) gunstiger dan bij de 3D-pulsmethode.
  • De boogmethode is makkelijker uit te voeren en geeft meer koeling, vooral bij een dynamische rookgaslaag.
  • Het sluiten van de deur heeft een positieve invloed op de temperatuur. Deze daalt 200 tot 250 ˚C. Bij een gesloten deur zakt de rookgaslaag lager dan bij een open deur.
  • Voor de inzetploeg zijn beide methoden niet bovenmatig zwaar.
  • Beide rookgaskoelingsmethoden verslechteren de condities voor slachtoffers. Het sluiten van de deur zorgt voor een temperatuurdaling (gunstig voor slachtoffers), maar tegelijkertijd voor een lager hangende rookgaslaag (nadelig voor slachtoffers).

Les- en leerstof blijft ongewijzigd

Op grond van de uitkomsten van de experimenten is het niet nodig om de les- en leerstof over rookgaskoeling aan te passen.

Lees het rapport en de samenvatting

label Informatiegestuurde veiligheid

Kerncijfers Materieel 2025 nu beschikbaar

11 december 2025

Het NIPV heeft de jaarlijkse cijfers over het beschikbare brandweermaterieel bij de veiligheidsregio’s gepubliceerd. De gegevens zijn beschikbaar sinds 2024.

tankautospuit brandweer met brandslang
Foto: NIPV.

Het jaar 2025 laat een lichte daling zien in het aantal reguliere tankautospuiten ten opzichte van 2024, terwijl het aantal natuurbrandbestrijdingsvoertuigen licht is gestegen.

Dit betreft deels de vervanging van reguliere tankautospuiten door tankautospuiten die ook gespecialiseerd zijn in natuurbrandbestrijding, en deels een betere vastlegging van de verschillen tussen deze voertuigen. Verder is het aantal operationele droneteams uitgebreid naar 11.

Dataverzameling

In opdracht van de veiligheidsregio’s publiceert het NIPV jaarlijks cijfers over beschikbaar brandweermaterieel van de veiligheidsregio’s. De data komen het uit Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS) en is bedoeld om een beeld te geven van de beschikbare brandweer capaciteit. Het dashboard geeft inzicht in beschikbare fysieke voertuigen en materieel van de brandweer, waarbij de voertuigen en het materieel worden gecategoriseerd op basis van de primaire rol. Het dashboard toont slechts een selectie van het beschikbare brandweermaterieel, en is daarom geen complete weergave.

Bij de dataverzameling van 2025 zijn nieuwe inzichten opgedaan, waarop de definities zijn aangescherpt. Hierop zijn ook de cijfers van 2024 aangepast.

Verkennend onderzoek naar laadgedrag van telefoon en fietsaccu

9 december 2025

Wanneer en met welke type oplader laden mensen hun mobiele telefoon en de accu van hun elektrische fiets op? Welke gedragsfactoren spelen hierbij een rol? Uit een verkennend onderzoek blijkt dat de meeste mensen in ons land veilig laden. “Zij laden hun telefoon en fietsaccu meestal op wanneer zij thuis zijn. De fietsaccu wordt meestal opgeladen met een originele lader. Er is nog wat winst te behalen als het gaat om het gebruik van een originele telefoonoplader”, vertelt onderzoeker Margo Karemaker.

Foto: Shutterstock.

Huidig gedrag en gedragsfactoren

Het lectoraat Brandveiligheidskunde van het NIPV doet onder andere onderzoek naar hoe je brandveilig gedrag van mensen kunt stimuleren. Karemaker: “Voor een effectieve gedragsverandering is het belangrijk om, voordat je campagnes of voorlichtingsprogramma’s ontwikkelt, eerst het huidige gedrag en de bijbehorende gedragsfactoren te onderzoeken. Gedragsfactoren zijn de verschillende (psychologische) redenen die, bewust of onbewust, ons gedrag bepalen. Pas als je huidig gedrag begrijpt, kun je bepalen hoe je dit gedrag effectief kunt beïnvloeden.”

Inzet van burgerpanel voor onderzoek

“Steeds meer mensen maken gebruik van oplaadbare elektrische apparaten, zoals mobiele telefoons en elektrische fietsen, en laden deze thuis op. Dit brengt risico’s met zich mee. In ons onderzoek hebben we gekeken naar hoe mensen hun telefoons en fietsaccu’s opladen en welke gedragsfactoren hierbij een rol spelen. Daarnaast hebben we de mogelijkheden van een burgerpanel verkend. Voor onderzoek waarbij mensen bevraagd worden is het een steeds grotere uitdaging om voldoende deelnemers te vinden. De inzet van een burgerpanel kan mogelijk een oplossing zijn”, vertelt Karemaker.

Risicoperceptie, attitude, sociale normen en zelfeffectiviteit

De onderzoekers stelden een vragenlijst op met vragen over laadgedrag en gedragsfactoren. De volgende gedragsfactoren werden meegenomen:

  • Risicoperceptie: hoe groot schat iemand de kans in op brand als gevolg van bepaald gedrag.
  • Attitude: hoe nuttig of nodig vindt iemand bepaald gedrag.
  • Sociale normen: wat vinden andere mensen uit de sociale omgeving belangrijk om te doen en welk gedrag vertonen die mensen.
  • Zelfeffectiviteit: heeft iemand het gevoel in staat te zijn om bepaald gedrag uit te voeren.

Attitude belangrijkste gedragsfactor voor veilig laadgedrag

Karemaker: “We hebben de vragenlijst uitgezet onder burgerpanels in 11 van de 12 provincies. In totaal hebben bijna 3500 personen de vragenlijst volledig ingevuld. De conclusies? Nederlanders laden over het algemeen veilig hun telefoon en fietsaccu op. Als je mensen wilt aansporen om veilig op te laden, speelt de gedragsfactor attitude (hoe nuttig of nodig vind ik dit?) de grootste rol. Die bepaalt het meest of ze veilig laadgedrag laten zien. Dit geldt zowel voor mensen die al veilig opladen als voor mensen die toch nog wel eens onveilig oplaadgedrag laten zien.”

Lees het rapport

Update LCMS-databases januari 2026 

8 december 2025

In januari 2026 worden de LCMS-databases bijgewerkt naar een nieuwe versie. Dit is noodzakelijk om het LCMS toekomstbestendig en veilig te houden. In dit bericht informeren we je over de planning en impact van deze update.

Planning

De update is op twee momenten gepland:

Oefenomgeving en module Centraal Gebruikersbeheer (CGB) 

  • Op dinsdag 13 januari 2026 tussen 9:00-16:00 uur worden de Oefenomgeving en de module Centraal Gebruikersbeheer (CGB) bijgewerkt. 
  • Maak tijdens de update ook bij een oefening gebruik van de Operationele omgeving. Zet in dat geval ‘Oefening’ in de naam van een activiteit. 

Operationele omgeving 

  • Op dinsdag 20 januari tussen 9:00-16:00 uur wordt de database van de Operationele omgeving bijgewerkt. 
  • Maak tijdens de update gebruik van de Oefenomgeving, ook bij een daadwerkelijk incident. 


Liveblog  

Tijdens beide updates kun je de voortgang volgen via een liveblog op lcms.nl. 


Vragen?  

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie. 

Herziene leergang Brandonderzoek laat brandweer en politie sámen onderzoeken  

8 december 2025

De herziene leergang Brandonderzoek levert op wat is beoogd: méér praktijk en een volwaardig examen met diploma als resultaat. Docent Joost Ebus en decaan Maarten de Groot vertellen over de opbrengsten.  

Brandonderzoekers aan het werk.
Brandonderzoekers aan het werk. Foto: NIPV.

De leergang Brandonderzoek wordt al meer dan 15 jaar aangeboden bij het NIPV en was aan een herziening toe. Joost Ebus is als docent en onderzoeker bij het NIPV betrokken bij de leergang: “De afgelopen jaren is gewerkt aan een nieuwe opzet met leerblokken, zodat de opleiding past binnen het leerlandschap Risicomanagement. De leerroute bestaat uit zes leerblokken. Na het eerste leerblok brandveiligheidskunde volgen de deelnemers een workshop fotografie, waarna de fasen van een brandonderzoek worden doorlopen: voorbereiden, uitvoeren en rapporteren. De leerroute wordt afgesloten met een tweedaags praktijkexamen op de Twente Safety Campus in Enschede.”     

Voor brandweer én politie 

“Bijzonder aan deze leerroute is dat hij is ontwikkeld om mensen van de brandweer én van de politie gezamenlijk op te leiden op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar”, vertelt Maarten de Groot, decaan Risicomanagement bij het NIPV. “Er nemen cursisten vanuit de politie deel en cursisten vanuit de brandweer. Voor studenten van de Politieacademie is deze leerroute een verdieping op de opleiding Forensisch onderzoek advanced.” Ebus vult aan: ”Soms komen er ook deelnemers van de bedrijfsbrandweer of van een verzekeringsmaatschappij. Dit zorgt voor een mooie interactie tussen de deelnemers en een variëteit aan praktijkcasussen.”  

Flipping the classroom 

Nieuw in de leerroute is het concept flipping the classroom, waarbij de deelnemers vooraf thuis de theorie tot zich nemen. “Hierdoor hebben de bijeenkomsten een veel praktischere insteek”, legt Ebus uit. De praktijklessen vinden plaats op de Twente Safety Campus. Daar vindt ook het examen plaats. “Het examen is wat verzwaard”, benadrukt De Groot. “Hierdoor kunnen de studenten nu een volwaardig diploma krijgen in plaats van een certificaat.” Ebus licht toe: “Dat betekent dat ze niet meer als groep, maar individueel beoordeeld worden. De studenten voeren een schouw uit, waarbij ze mondeling rapporteren wat ze zien en beoordeeld worden door twee examinatoren. Daarnaast nemen ze interviews af met rollenspelers en schrijven ze ieder een eigen onderzoeksrapport.

Allemaal geslaagd 

De Groot is tevreden over het resultaat van de herziening: “Afgelopen jaar heeft de leerroute voor het eerst gedraaid met 16 kandidaten en in oktober was het laatste examen. Alle kandidaten zijn geslaagd en ontvangen in januari hun diploma.” “En we starten weer met een nieuwe leerroute”, vertelt Ebus enthousiast. “Ik heb er weer zin in!”    

Meer informatie

Kijk voor meer informatie op de opleidingspagina Adviesleerroute Brandonderzoek.