Communicatie over natuurbrandrisico’s leidt niet aantoonbaar tot meer brandstichting

november 2025

Communicatie over natuurbrandrisico’s zorgt níet voor meer natuurbranden. Dat blijkt uit een inventarisatie van het NIPV. Hoewel het spanningsveld tussen risicocommunicatie en mogelijke brandstichting internationaal wordt herkend, is er geen bewijs gevonden dat informatievoorziening mensen aanzet tot het opzettelijk veroorzaken van natuurbranden.

Foto: Shutterstock.

Brandstichters herkennen risico’s toch al

Uit gesprekken met (inter)nationale experts blijkt dat mensen die bewust een natuurbrand willen aansteken, zelf weten wanneer de omstandigheden gunstig zijn. Publieke communicatie verandert dat niet. In het buitenland is zelfs het tegenovergestelde zichtbaar: goed geïnformeerde gemeenschappen blijken alerter, wat leidt tot minder branden door nalatigheid en meer sociale controle op brandstichting.

Communicatie blijft essentieel

Natuurbrand-risicocommunicatie voorkomt dat burgers onvoorbereid worden getroffen wanneer het risico plots toeneemt. Door het jaar heen informeren over preventie, en op risicovolle dagen gericht waarschuwen en handelingsperspectieven bieden, zorgt ervoor dat mensen weten wat ze kunnen doen – vóór en tijdens een natuurbrand.

Communicatie ligt vooral bij veiligheidsregio’s

Veiligheidsregio’s richten zich zowel op preventie als op risicocommunicatie, zoals in de campagne ‘Voorkomen van vuur is jouw natuur’. Natuurbeheerders stellen zich vaak wat terughoudender op, onder meer omdat zij actieve natuurbrand-risicocommunicatie vaak niet als hun taak zien en uit de veronderstelling dat communicatie brandstichting kan uitlokken. Internationale voorbeelden laten echter zien dat effectieve risicocommunicatie juist een gezamenlijk proces is, waarin meerdere partijen – van overheden en brandweer tot natuurbeheerders, onderwijs en burgers – een rol spelen. 

Lessen voor de praktijk

Uit de inventarisatie komen vier belangrijke aanbevelingen: 

  1. Ontwikkel een landelijke richtlijn voor natuurbrand-risicocommunicatie, met heldere rollen en verantwoordelijkheden. 
  2. Communiceer het hele jaar door én situatiegericht: combineer bewustwording met gerichte waarschuwingen op risicovolle dagen. 
  3. Investeer in educatie en publiekscampagnes, vooral gericht op jongeren, recreanten en bewoners in natuurbrandgevoelige gebieden. 
  4. Monitor en evalueer natuurbrand-risicocommunicatie zodat duidelijk wordt wat werkt. 

Lees het rapport

Update programma Natuurbrandveiligheid

november 2025

Het aantal natuurbrandmeldingen lag veel hoger dit jaar in vergelijking met vorig jaar. Waarbij het niet alleen bleef bij kleine branden op verschillende plekken. We hadden ook een grote natuurbrand op de heide van Ede. Het is belangrijk en positief voor het vakgebied van natuurbrandbeheersing dat vanuit verschillende disciplines de brand op de heide in Ede wordt onderzocht. Het team bestaat uit expertise vanuit KNMI, VBNE, Deltares, WUR en het NIPV.  

Charlotte van Ruijven.

Als NIPV hebben we het afgelopen jaar geïnvesteerd op onderzoek. Voorproefjes hiervan zijn de blog van Hugo Lambrechts over Wildland-Urban Interface (WUI) en het kennisproduct risicocommunicatie. Daarnaast is een onderzoek naar brandbestrijdingstactieken in voorbereiding, net als een Duits-Nederlandse samenwerking voor kennisontwikkeling op Natuurbranden.  

Naast kennisontwikkeling heeft er internationale kennisdeling plaatsgevonden. Brian Verhoeven heeft samen met de WUR een driedaagse georganiseerd vanuit het Europese EWED-project. Waarbij 50 mensen uit 10 landen in Nederland samenkwamen om zich te verdiepen in extreem brandgedrag bij natuurbranden en hoe die kennis ingezet kan worden om een goede strategie op te zetten en de onzekerheid bij die natuurbranden te verminderen.  

Ook volgend jaar zetten we als NIPV in op kennisontwikkeling door middel van onderzoeken, het verder versterken van expertise van natuurbrandanalisten, bijhouden van het aantal meldingen, zetten we meer in op datagedreven natuurbrandveiligheid en de continuïteit van applicaties zoals de RIN.  

Hartelijke groet,   

Charlotte van Ruijven  
Programmamanager Klimaatveiligheid  

label Fysiek veilige leefomgeving
label Informatiegestuurde veiligheid

“We zagen het aankomen”: vanuit kennis natuurbranden bestrijden

24 november 2025

Het natuurbrandseizoen van 2025 was een wake-upcall én een succesverhaal. Waar Nederland eerdere jaren soms verrast werd door onbeheersbare natuurbranden, waren we dit keer beter voorbereid. Dat is mede te danken aan een relatief nieuw team: de natuurbrandanalisten. Hun werk speelt zich grotendeels achter de schermen af, maar de impact ervan is groot. Een terugblik door Brian Verhoeven (NIPV), aanvoerder van het team natuurbrandanalisten, en Mathijs Schuijn, natuurbrandanalist bij Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG).

Natuurbrandanalisten in overleg, met Brian Verhoeven (zittend voor het tv-scherm) en Mathijs Schuijn (derde van links). Foto: NIPV.

Van Catalonië naar Nederland

Het begon met een idee, vertelt Verhoeven: “Samen met landelijk coördinator Natuurbrandbeheersing Jelmer Dam keken de natuurbrandanalisten naar het buitenland, vooral Catalonië. Daar hebben natuurbrandanalisten een vaste plek tijdens een incident. Ze monitoren continu en beschikken over specialistische kennis van meteorologie, vegetatie en brandgedrag. Wij hebben dat concept vertaald naar Nederland, waar we een andere doelgroep en een ander kennisniveau hebben.”

Schuijn geeft een voorbeeld: “Wij hebben de analyse en de operatie uit elkaar gehaald. De natuurbrandanalist werkt meer op afstand, en de landelijk adviseur Natuurbrandbeheersing, LA-NB, is op locatie tijdens een incident.” Verhoeven vult aan: “Wat we nu hebben opgezet, is een quick win. We kunnen risico’s inschatten voordat er een brand is. En als er wél een brand uitbreekt, stemmen we af met de landelijk adviseur. We merken dat dit beter past in hoe we samenwerken in Nederland. Een belangrijke stap is gezet, maar we zijn nog niet uitontwikkeld.”

Wat doet een natuurbrandanalist ook alweer?

Natuurbrandanalisten maken vanuit kennis een analyse. Het draait daarbij om drie factoren: meteorologie, topografie en brandstof; vegetatie, bomen en planten. Schuijn: “Hoe is de situatie nu? Wat verwachten we? Wat gebeurt er als de wind draait of de luchtmassa verschuift? Dat soort vragen beantwoorden wij.”

“Topografie speelt in Nederland een kleinere rol”, zegt Schuijn. “Maar meteo en brandstof zijn cruciaal. Meteo is het meest veranderlijk, elk uur anders. Dat maakt de analyse complex.”
Verhoeven benadrukt: “Iets weten over meteo maakt je nog geen natuurbrandanalist. Het gaat om het vertalen van die kennis naar risico’s, zowel vóór als tijdens een brand.”

Een opleiding die alles vraagt en nooit stopt

De weg naar expertise was intensief. Schuijn: “We begonnen met een cursusweek in Italië, gevolgd door een week in Berlijn en een trainingsweek in Nederland. Daarnaast veel zelfstudie.” Verhoeven vult aan: “We hebben ook les gehad van het KNMI, dat was heel waardevol. Maar leren stopt niet na de opleiding. We hebben regelmatig bijeenkomsten waarin we scenario’s doorlopen. Het mooie van ons team is dat iedereen actief blijft leren. We bespreken meteorologische ontwikkelingen, oefenen met weermodellen, kijken samen naar de staat van de natuur en leren omgaan met onzekerheden.”

Van verrassing naar voorbereiding: de winst van dit jaar

“In eerdere jaren werden we soms redelijkerwijs verrast door grote of onbeheersbare natuurbranden in de lente. Dit jaar was anders”, vertelt Verhoeven “Bij de branden bij Ede en ASK ’t Harde zagen we het aankomen. We hebben vooraf gewaarschuwd en zelfs een landelijke AC-B call (Algemeen Commandant Brandweer call, red.) georganiseerd. Regio’s konden daardoor op basis van de informatie uit die briefing bijvoorbeeld overstappen van fase 1 naar fase 2 of hun uitbreidingsrisico bij de alarmering van een natuurbrand opschalen. Waardoor meer eenheden snel ter plaatse konden zijn. ”Schuijn herinnert zich de omslag: “Na de brand bij Ede kwam het besef: onze analyses kloppen. Dat vertrouwen moet groeien, en dat proces hebben we dit jaar echt doorlopen.”

Trots op impact, ook buiten Nederland

Schuijn en Verhoeven kijken met trots terug. “We zijn maar met zeven mensen, en we doen dit naast onze normale banen”, zegt Verhoeven. “Toch hebben we impact gemaakt. Situaties als ASK zagen we aankomen, en we bleven continu boven op de analyses zitten.”

Voor Schuijn was de inzet in Spanje een hoogtepunt van 2025: “Nederland werd gevraagd om bijstand met blushelikopters. Het FBO-team, Fire Bucket Operations, van het landelijk specialisme Natuurbrandbeheersing ging met twee Defensie-Chinooks ter plaatse. Daaraan gekoppeld zat ik als natuurbrandanalist om context toe te voegen tijdens de inzet. Vervolgens werd ik ingezet door het lokaal commando en mocht ik meedraaien op de commandopost. Dat een Noord-Europees land daaraan bijdraagt, is geweldig. Je zit in het land waarvan we veel hebben geleerd, en dan mag je meedoen.”

“We mochten ook meedraaien tijdens de NAVO-top. Voor als er een risico was op bijvoorbeeld een duinbrand. We zaten er drie dagen lang bovenop.” Internationale samenwerking was trouwens vanaf het begin een doel, benadrukt Verhoeven: “We hebben altijd, ook tijdens de opleiding, gezegd: neem die bredere context mee. Dat geeft een sterke basis.”

Foto: NIPV.

De vrijblijvendheid voorbij

Het werk van natuurbrandanalisten is intensief. “Een analyse maken is geen klusje van tien minuten”, zegt Verhoeven. “We doen dit met liefde, maar het moet geborgd worden. We zijn nu met een kleine groep mensen die het naast hun reguliere werk doen. We kunnen nu geen garanties geven dat we er altijd zijn.” De ambitie voor volgend jaar is daarentegen wel stevig: “Neuzen vooruit. Doorontwikkelen, ervaring opbouwen met extremere branden, brandgedrag zien en voelen. Klaarstaan voor het werkveld”, zegt Schuijn. “Het blijft een kwestie van ervaring opdoen. Hoe meer we zien, hoe beter we worden.”

Natuurbrandanalisten maken het verschil

Verhoeven sluit af: “Het afgelopen seizoen bewees dat natuurbrandanalisten het verschil maken. Hun analyses zorgen voor betere voorbereiding, minder verrassingen en meer veiligheid. Het team blijft leren, ontwikkelen en samenwerken, in Nederland én daarbuiten. En dat is hard nodig, want natuurbranden zullen ons blijven uitdagen.”

Onderwijs Onderweg: op weg naar een samenwerkingsverband van opleidingsinstituten

24 november 2025

Tijdens een grote bijeenkomst van de veiligheidsregio’s, de kracht van het collectief, is de vorming van één landelijk opleidingsinstituut genoemd als een mogelijke kans. Het programma Onderwijs Onderweg vroeg veiligheidsregio’s en opleidingsinstituten, waaronder het NIPV, naar hun mening. De conclusie: Iedereen vindt dat opleidingsinstituten beter kunnen en moeten samenwerken in een zogenoemde alliantie. De tijd is echter niet rijp voor één landelijk instituut.

Onderwijs onderweg
Foto: NIPV.

In etappe 3 van het programma Onderwijs Onderweg is onderzocht of er steun is voor één landelijk opleidingsinstituut voor alle veiligheidsregio’s. Daarvoor is in het voorjaar van 2025 een enquête uitgezet onder 28 organisaties: de 25 veiligheidsregio’s en drie interregionale opleidingsinstituten. Het idee voor één landelijk opleidingsinstituut leverde bruikbare reacties op. Kansen worden gezien in het verhogen van de kwaliteit van lesmateriaal en examinering, meer uniformiteit en meer efficiëntie in gebruik van mensen en middelen. Daarentegen worden zorgen geuit over het verdwijnen van regionaal maatwerk, regionale betrokkenheid, vrees voor stroperigheid en bureaucratie, en een afname van autonomie voor de regio’s. Diverse regio’s willen hun interregionale opleidingsinstituut niet opgeven. Zij zien dit als voorbeeld voor andere regio’s.

Bereidheid tot samenwerking

De gehouden enquête heeft waardevolle inzichten opgeleverd waar het programma mee verder kan. Het Programma Onderwijs Onderweg wil gebruikmaken van de bereidheid tot verdere samenwerking en de bereidheid hier energie in te stoppen. Daarom onderzoekt het programma nu op welke onderwerpen de opleidingsinstituten meer willen samenwerken. Deze samenwerking gebeurt in een zogenoemde alliantie.

Belangrijke onderwerpen

In zo’n alliantie maken de partijen afspraken om samen te werken, maar houden ze ook hun eigen plek en verantwoordelijkheid. Het doel is om samen doeltreffender en doelmatiger te werken. Uit de enquête blijkt dat er een aantal belangrijke onderwerpen zijn waar alle partijen aandacht voor willen hebben:

  1. Kwaliteit en uniformiteit: Het streven naar hogere kwaliteit en landelijke uniformiteit – zowel voor opleidingen, examinering als instructeurs – is een breed gedeeld verlangen. Het beeld is dat uniformiteit zorgt voor veiliger optreden, betere vakbekwaamheid en meer uitwisselbaarheid, ook tijdens regio overstijgende incidenten.
  2. Behoud van flexibiliteit en maatwerk: Het succes van samenwerking valt of staat met ruimte voor maatwerk en flexibiliteit. Regio’s willen eenvoudig kunnen inspelen op lokale risico’s, regionale verschillen en specifieke opleidingsbehoeften.
  3. Efficiëntie en gezamenlijke innovatie: Samenwerking wordt breed gezien als kans om efficiënter te werken, betere leerproducten te maken, om middelen en mensen beter in te zetten en samen te vernieuwen.
  4. Transparantie en verantwoordelijkheden: Heldere aansturing, transparante financiering en duidelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden veel genoemd als voorwaarden bij landelijke samenwerking.

Projectleider Michel Thijssen inventariseert op dit moment hoe de opleidingsinstituten meer en anders willen samenwerken. Daarbij verkent hij de vier genoemde punten verder.

Over het programma Onderwijs Onderweg

Het programma Onderwijs Onderweg werkt de komende jaren aan verbetering van het onderwijs voor brandweer en crisisbeheersing. Het programma is opgezet in opdracht van de RCDV en het NIPV om het onderwijsstelsel voor de veiligheidsregio’s te verbeteren. De ambitie is om samen op weg te gaan naar een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en up-to-date onderwijs voor alle brandweer- en crisisprofessionals in de veiligheidsregio’s. 

label Fysiek veilige leefomgeving

Samen leren en innoveren over extreme natuurbranden

20 november 2025

Zo’n 50 experts uit 10 landen kwamen afgelopen maand naar Wageningen om zich 3 dagen lang onder te dompelen in extreem brandgedrag bij natuurbranden. De training en hackathon maakten deel uit van het EWED-project, waarin het NIPV een van de partners is. In dit project werken onderzoekers en brandweermensen samen om extreme natuurbranden (Extreme Wildfire Events) beter te begrijpen, te voorspellen en te beheersen.

Bron: project EWED.

Complexe wisselwerking tussen vuur en atmosfeer

Het NIPV organiseerde de bijeenkomst samen met Wageningen University & Research (WUR). De deelnemers leerden meer over de complexe wisselwerking tussen vuur en atmosfeer, een belangrijke factor bij extreme natuurbranden. Ook kregen ze handelingsperspectieven om onder andere de veiligheid van het brandweerpersoneel te waarborgen tijdens een inzet bij een extreme natuurbrand. “Extreme natuurbranden komen niet langer alleen voor in traditionele risicogebieden. Met het project bouwen we aan tools om sneller, veiliger en slimmer te reageren. Een belangrijk onderdeel is de Wildfire Data Portal, die momenteel in ontwikkeling is”, legt onderzoeker natuurbranden Brian Verhoeven uit. ”Ook hebben we echte voorbeelden van extreme natuurbranden geanalyseerd en besproken. Al met al is er een mooie stap gezet om ons internationaal weerbaarder te maken tegen extreme natuurbranden.”

Wildfire Data Portal bundelt meteorologische data en informatie over natuurbranden

De Wildfire Data Portal is ontwikkeld door wetenschappers en brandweerspecialisten samen. Het is een vrij toegankelijk platform dat meteorologische data en informatie over natuurbranden bundelt en beschikbaar stelt, met als doel om besluitvorming bij extreme natuurbranden te ondersteunen. In Wageningen konden de deelnemers het platform voor het eerst uitproberen. Hun feedback wordt gebruikt voor het definitieve ontwerp.

De portal helpt om extreme brandgedragingen beter te voorspellen, visualiseren en beheren. Naast ruwe data integreert het platform computermodellen en 3D-simulaties van branden, die zijn ontwikkeld door de leerstoel Meteorologie en Luchtkwaliteit van WUR. Zo ontstaat meer inzicht in hoe atmosferische omstandigheden het brandverloop beïnvloeden. “Onze modellen en simulaties helpen brandweermensen te begrijpen hoe de atmosfeer het brandgedrag beïnvloedt. Door wetenschap en praktijkervaring te combineren, kunnen we echt vooruitgang boeken in het beperken van risico’s bij extreme natuurbranden”, aldus Chiel van Heerwaarden, universitair hoofddocent aan WUR.

Afronding project

De opgedane inzichten, feedback en kennisuitwisseling tijdens de bijeenkomst worden meegenomen in de laatste fase van het project. Verhoeven: “Hierin wordt onder meer de ontwikkeling van de Wildfire Data Portal afgerond. Ook komt er een kennisdocument met richtlijnen en aanbevelingen om, met name tijdens de brandweerinzet, beter om te kunnen gaan met extreme natuurbranden. Het project wordt in december 2025 afgerond en opgeleverd, maar het werk op het gebied van extreme natuurbranden is daarmee nog niet afgerond. Daarom gaat het NIPV, samen met internationale partners, vanaf 2026 door met een nieuw project onder de naam ODET (= Open Decision Making System for Enhancing Europe’s Preparedness and Response Capacities to ExTreme Wildfires).”

Meer informatie

Bekijk meer informatie over het EWED-project op de projectwebsite.

Release LCMS 2025 Q4 – Operationele omgeving

20 november 2025

Op dinsdag 25 november wordt de release LCMS 2025 Q4 uitgerold op de Operationele omgeving. In het liveblog onderaan dit bericht houden we je tijdens de release op de hoogte van de voortgang.

Beschikbaarheid omgevingen

Tijdens de uitrol op 25 november is de Operationele omgeving tijdelijk niet beschikbaar. Dit betekent het volgende: 

  • De Operationele omgeving is niet beschikbaar van 09.00-12.00 uur.  
  • De Oefenomgeving blijft beschikbaar. Wijk bij crisissituaties uit naar de Oefenomgeving. 
  • Maak vanaf maandag 24 november 16.00 uur geen nieuwe activiteiten meer aan op de Operationele omgeving. Wijk vanaf dat moment uit naar de Oefenomgeving.  

Inhoud release 
In dit bericht vind je meer informatie over de inhoud van de release.

Heb je vragen over de release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie.

Liveblog

Release Operationele omgeving 25 november
Gestart: 20 november 2025, 09:43 Aangepast: 25 november 2025, 12:42

Release LCMS 2025 Q4

Via dit liveblog volg je de voortgang van de release LCMS 2025 Q4 op de Operationele omgeving.

Nieuwe update

Dit liveblog is gesloten. 

De uitrol op de Operationele omgeving is succesvol afgerond. Dit betekent dat de Operationele omgeving weer beschikbaar is. 

Vanwege de wijzigingen adviseren wij je de cache en cookies te wissen.  

Heb je vragen over deze release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw eigen organisatie. De organisatiebeheerder heeft de contactgegevens van het NIPV en kan contact met ons opnemen.

De uitrol van de Release LCMS 2025 Q4 neemt meer tijd in beslag dan voorzien. Naar verwachting zijn de werkzaamheden rond 13.00 uur voltooid.

De release verloopt conform planning. 

Operationele omgeving niet beschikbaar

Vanwege de release is de Operationele omgeving momenteel (tussen 09.00-12.00 uur) niet beschikbaar. 

De Oefenomgeving blijft beschikbaar. Het is daardoor mogelijk om bij crisissituaties uit te wijken naar de Oefenomgeving. Maak eventuele operationele activiteiten aan op de Oefenomgeving, en vermeld daarbij dat het om een ‘operationele activiteit’ gaat.

We zijn gestart met de uitrol van de Release LCMS 2025 Q4 op de Operationele omgeving.

label Informatiegestuurde veiligheid

Met de TGV nog veiliger inloggen op informatiesystemen voor crisisbeheersing en brandweerzorg 

19 november 2025

Makkelijker, maar vooral veiliger inloggen op het LCMS, het Veiligheidsbeeld, de Databank Logistiek en de onderwijssystemen Canvas en Educator. Dat is vanaf nu mogelijk voor de veiligheidsregio’s en hun crisispartners. Deze informatiesystemen zijn in de afgelopen maanden namelijk gekoppeld aan de zogenoemde Toegangsservice Gezamenlijke Voorzieningen (TGV). Een mooie stap op weg naar een veilige en uniforme toegang tot alle landelijke informatievoorzieningen voor crisisbeheersing en brandweerzorg.

Inlogscherm van de TGV (Foto: NIPV).

Op het linkerbeeldscherm de inlogpagina van de TGV (Foto: NIPV).

Veilige toegang tot informatievoorziening voor veiligheidsregio’s en crisispartners

De Toegangsservice Gezamenlijke Voorzieningen (TGV) is een oplossing die de toegang tot de landelijke informatiesystemen en websites voor gebruikers binnen de veiligheidsregio’s en hun crisispartners regelt. Hierbij is uniforme en veilige toegang het uitgangspunt. De gebruiker logt in bij de veiligheidsregio en krijgt via de TGV automatisch toegang tot de voorzieningen waarvoor deze persoon is geautoriseerd is. De zogenaamde ‘Single Sign On’. 

“Hiermee zijn we op weg naar een uniforme en nog veiligere toegang tot alle door het NIPV beschikbaar gestelde landelijke informatievoorzieningen voor crisisbeheersing en brandweerzorg”, vertelt Jeroen Sannen, projectleider TGV. “Het LCMS en de onderwijssystemen hebben de meeste gebruikers en kregen daarom de hoogste prioriteit in het aansluiten op de TGV. De andere landelijke voorzieningen volgen in 2026.”

66 gekoppelde organisaties

Naast de informatiesystemen sluiten ook de veiligheidsregio’s zelf en hun crisispartners aan op de TGV. Dit verloopt voorspoedig, vertelt Jeroen: “Inmiddels zijn 66 organisaties gekoppeld:  

  • 25 veiligheidsregio’s, inclusief 17 GHOR regio’s, 
  • 21 waterschappen, 
  • 4 GGD/GHOR-regio’s, 
  • 16 andere organisaties, waaronder nutsbedrijven, het Rode Kruis, de Politie en het NIPV.  

Na het koppelen aan de TGV regelen de veiligheidsregio’s en de GHOR deze inlogmogelijkheid binnen de eigen organisatie verder in. Zo koppelen zij de komende maanden ook de op het LCMS of onderwijs aangesloten gebruikers van zo’n 1000 partners, zoals huisartsenposten, ziekenhuizen en gemeenten.” 

Landelijke informatievoorziening altijd in ontwikkeling


De landelijke voorzieningen van het NIPV helpen professionals van veiligheidsregio’s en andere crisispartners hun werk te doen. Nu en in de toekomst. Ze vergemakkelijken de samenwerking en ondersteunen de informatie-uitwisseling. De landelijke voorzieningen zijn veilig, betrouwbaar en beschikbaar. Ze worden ondersteund door een stevige en stabiele infrastructuur. Gevoed door en in nauwe samenwerking met het veld, is onze informatievoorziening altijd in ontwikkeling. De implementatie van de TGV is daar een mooi voorbeeld van en zorgt ervoor dat we voldoen aan de aangescherpte eisen op het gebied van informatieveiligheid. 

Van waterland naar klimaatland: adaptief denken als tweede natuur

17 november 2025

Als afdelingshoofd Veiligheidsregio’s en Crisisbeheersing bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) heeft Jeroen Renes één heldere missie: zo goed mogelijk de veiligheidsregio’s, en daarmee Nederland, faciliteren, zodat ze klaarstaan voor de risico’s van morgen. “We maken beleid met één doel: dat de professionals in het veld ook in de toekomst hun werk goed kunnen blijven doen.” 

Jeroen Renes.
Jeroen Renes.

Zijn afdeling, bestaande uit zo’n 25 mensen, ondersteunt niet alleen de bewindspersonen in hun optreden en Kamerwerk, maar richt zich vooral op het versterken van het stelsel van veiligheidsregio’s. “We werken niet direct voor burgers, maar voor de professionals die Nederland veilig houden. Wij helpen het stelsel toekomstbestendig te maken.” 

Klimaatveiligheid raakt het hele stelsel

Klimaatveiligheid is volgens Renes een van de meest urgente thema’s binnen het nationale risicobeeld. “We zien risico’s toenemen: natuurbranden, droogte, hittestress, hevige regenval. De overstromingen in Limburg hebben dat pijnlijk duidelijk gemaakt.” 

“Vanuit het ministerie is de inzet helder: niet zelf het klimaatprobleem oplossen, maar het stelsel van veiligheidsregio’s helpen zich beter op deze risico’s voor te bereiden. We enthousiasmeren, ondersteunen met beleid, met subsidies of met programma’s. Met het programma Klimaatveiligheid, maar ook met programma’s rond maatschappelijke weerbaarheid of onderwijs. Zo stimuleren we dat het hele stelsel zich verder ontwikkelt op de thema’s die er in de toekomst toedoen.” 

Van bewustwording naar integratie

Een belangrijke stap is volgens Renes bewustwording. “Ongeacht of je ‘gelooft’ in klimaatverandering of niet: we moeten ons realiseren wat er op ons afkomt.” Renes ziet die bewustwording steeds breder doordringen in het veld. “Waar het eerst een onderwerp was van een klein groepje betrokkenen, zie je nu dat klimaatveiligheid in steeds meer vakraden maar ook breder binnen de veiligheidsregio’s wordt besproken. Dat is een beweging die ik toejuich: dat het onderdeel wordt van het reguliere denken binnen de veiligheidsregio’s.” 

Ook in regionale beleidsplannen ziet Renes het thema nadrukkelijk terugkomen. “Bij een bezoek aan Flevoland zag ik bijvoorbeeld hoe klimaatveiligheid daar inmiddels structureel is opgenomen. Dat soort ontwikkelingen stemt hoopvol.” 

Verbinding met de Nationale Adaptatiestrategie

De Nationale Adaptatiestrategie (NAS) vormt het landelijke beleidskader voor klimaatadaptatie. “De NAS werkt niet rechtstreeks door naar veiligheidsregio’s, maar we zorgen er wel voor dat hun rol ten aanzien van crisisbeheersing daarin stevig geborgd is”, vertelt Renes.  

Daarnaast bewaakt het ministerie de positie van de veiligheidsregio’s in de verschillende beleidsnetwerken. “We zorgen dat hun kennis en ervaring meewegen in landelijke discussies, bijvoorbeeld rond de energietransitie. Ook dat is een klimaatgedreven ontwikkeling met nieuwe veiligheidsrisico’s. Onze verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen dat de veiligheidsregio’s daarbij niet over het hoofd worden gezien.” 

Kijk voorbij de discussie

Het gesprek over klimaat is soms gepolariseerd, merkt Renes op. “Klimaat is een opiniewoord geworden. Mensen vinden er wat van, ook als ze geen expert zijn.” Toch ziet hij voor crisisprofessionals een belangrijke uitdaging: “Blijf niet hangen in de discussie. Richt je op de risico’s die zich daadwerkelijk voordoen. Of die nou worden veroorzaakt door klimaatverandering of niet: het is onze taak om Nederland veilig te houden.” 

Nederland heeft daarbij een sterke basis, benadrukt Renes. “We zijn van oudsher een waterland. Onze dijken zijn misschien wel de oudste klimaatadaptieve maatregel die er is. Dat adaptieve denken zit in ons DNA. Laten we vanuit die kracht verder bouwen aan nieuwe maatregelen.” 

Vertrouwen in het vakmanschap

Renes moedigt veiligheidsregio’s aan om hun rol met zelfvertrouwen te pakken. “We hebben als veiligheidsregio’s een stevige vakinhoudelijke positie. We kennen de netwerken, we hebben goede relaties met partners als de waterschappen. Vanuit die positie kunnen we zowel adviseren als handelen wanneer het echt nodig is.” 

Dat vraagt om samenwerking én voorbereiding. “Zorg dat je netwerk op orde is. Bouw voort op de sterke samenwerkingen die er al zijn, zoals bij waterveiligheid. Gebruik die ervaring ook bij andere klimaatrisico’s, zoals hittestress of langdurige droogte.” 

Samen verder bouwen

Tot slot spreekt Renes zijn waardering uit voor iedereen die al jaren aan het thema werkt. “Er zijn zoveel mensen binnen het programma en het netwerk Klimaatveiligheid die hier met passie aan trekken. Dankzij hen zetten we écht stappen.”  

Programma Klimaatveiligheid: voor een veilige en weerbare samenleving

Het programma Klimaatveiligheid heeft tot doel om (beter) zicht te krijgen op de mogelijkheden en onmogelijkheden voor een veilige en weerbare samenleving bij klimaatverandering nu en in de toekomst. Hiervoor wordt geïnvesteerd in onderzoek en kennisontwikkeling, professionalisering, samenwerking en netwerkvorming. Het programma is een samenwerking tussen de veiligheidsregio’s, NIPV, ministerie van Justitie en Veiligheid en KNMI.

Vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering van start in 2026

November 2025

Professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid kunnen vanaf volgend jaar deelnemen aan de vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering (FSE). De Brandpreventie Academy (BPA), Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica (SKB) en het NIPV slaan de handen ineen voor deze herziene opleiding.  

Fire Safety Engineering.
Een maquette van gebouwen en natuur.

Brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag 

“Fire Safety Engineering richt zich op het analyseren van brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag op basis van natuurkundige principes en rekenkundige modellen”, vertelt Maarten de Groot, decaan Risicomanagement bij het NIPV en een van de initiatiefnemers van het vernieuwen van de post-hbo FSE. “De opleiding is bedoeld voor onder meer brandveiligheidsadviseurs, preventiemedewerkers, brandonderzoekers, bouw- en woningtoezichthouders en vergunningverleners.”  

Betere aansluiting bij actuele eisen binnen vakgebied 

Het studieprogramma is volledig herzien en sluit nu beter aan op de actuele eisen in het vakgebied. Er zijn drie inhoudsdeskundigen verantwoordelijk voor het vaststellen van het curriculum: Rudolf van Mierlo (vakspecialist, namens BPA), Ruud van Herpen (fellow fire engineering TU/e, namens SKB) en Lieuwe de Witte (lector brandveiligheidskunde, namens NIPV).  

Start in mei 2026 

“In mei 2026 gaat de vernieuwde opleiding van start. Deze duurt een jaar en bestaat uit ongeveer 30 lesdagen. Hiermee wordt het post-hbo-niveau stevig geborgd, met een sterke focus op theoretische verdieping en praktische toepasbaarheid. De ambitie is om de post-hbo opleiding een keer per jaar te geven”, aldus De Groot.  

Gedeelde ambitie 

De samenwerking tussen BPA, SKB en het NIPV is ontstaan vanuit een gedeelde ambitie om werknemers binnen de brandveiligheid op te leiden. Samen zetten zij zich in voor onderwijs dat aansluit bij de nieuwste ontwikkelingen in de bouw, industrie en omgevingsveiligheid. Daarnaast zorgen zij dat het onderwijs past bij de nieuwe visies op brandveiligheidskunde en brandweerkunde. 

Neem voor vragen over deze opleiding contact op. 

label Informatiegestuurde veiligheid

CrisisTutorial: “Betrouwbare crisisinformatie vind je niet via Google”

17 november 2025

“Waar vind ik snel adequate informatie voor besluitvorming in crisisbeheersing? Een plek waar alle crisisorganisaties terecht kunnen?” Koos Kranenburg, gedetacheerd bij Defensie, zet zich al jaren in voor het verbeteren van multidisciplinaire (multi) samenwerking.

Voorbeeld van de Crisis tutorial app met rechts de een vraag aan de chatbot en daaronder een antwoord.
Links: startscherm van de CrisisTutorial. Rechts: chatbot geeft antwoord op een vraag. Afbeelding: NIPV.

“Mijn idee om adequate informatie beter aan te bieden, wilde ik multi aanvliegen en zo kwam ik terecht bij het NIPV. Het idee is inmiddels uitgegroeid tot een innovatieve voorziening: de CrisisTutorial. Deze app helpt crisisprofessionals om tijdens én voorafgaand aan een crisis snel en betrouwbaar informatie te vinden. De laatste fase van de pilot is gestart: de app is inmiddels toegankelijk voor alle crisisprofessionals en moet nu toegroeien naar een volwassen voorziening met de relevante en actuele informatie.”

Van idee naar landelijke voorziening

“Inmiddels ben ik al geruime tijd gedetacheerd bij Defensie vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Ik opereer op de scheidslijn tussen het civiele en militaire domein. Het kruispunt van crisis- en defensiestructuur fascineert me. Tijdens multidisciplinaire oefeningen en planvorming zie ik hoe tijdrovend besluitvorming kan zijn. Ontwikkelingen in AI en apps maken duidelijk: we moeten iets hebben op onze telefoon dat besluitvorming ondersteunt. Niet eerst Google, maar direct gecontroleerde, gevalideerde informatie.”

Waarom de CrisisTutorial?

“De kern van de CrisisTutorial is snelheid en betrouwbaarheid. Besluitvorming kost veel tijd. Als je tijdens een vergadering niet goed op de hoogte bent, verlies je snelheid. Met de CrisisTutorial heb je één vraagbaak die sneller antwoord geeft. De app biedt gecontroleerde informatie (open source) en de ontwikkeling wordt begeleid door een redactieraad van experts uit verschillende disciplines. Het gaat om beperkte, relevante informatie, altijd de laatste versie. De tool werkt zowel in de koude fase waarin we ons voorbereiden op crises, als in de warme fase, dus tijdens een crisis. Afgeschermd, helder, gevalideerd. Uniformiteit en snelheid, dat is wat we willen.”

AI als versneller

“De CrisisTutorial maakt gebruik van AI en een chatbot. Soms ben ik zelf verbaasd over wat eruit komt. Maar we weten ook dat bots soms hallucineren en onzin uitkramen. Met deze app voorkomen we hallucineren niet 100 procent, maar het risico is klein. Het systeem is namelijk getraind op een kleine, betrouwbare bron. Ook krijg je bij een antwoord in de chat altijd een link naar de brondocumenten. En er blijft altijd een disclaimer: gebruik de app met een ‘gezond wantrouwen’.”

Koos Kranenburg kijkt in de camera met een pen in zijn hand.
Initiatiefnemer van de CrisisTutorial Koos Kranenburg. Foto: eigen foto.

Proef op de som tijdens NAVO-top

“Een belangrijk moment in de ontwikkeling was de NAVO-top, waar de CrisisTutorial in de praktijk werd getest. We wilden weten of het echt werkt in de praktijk. Tijdens deze praktijktest zagen we duidelijk wat relevant is. Het is niet 100 procent gebruikt als instrument. Er is nog gezond wantrouwen. Maar wie het gebruikte, was positief verrast. Iedereen ziet de meerwaarde. Maar het duurt soms wat langer voordat mensen het gaan gebruiken. AI wordt steeds meer gemeengoed, dus ik denk dat dit dat ook gaat worden.”

Laatste fase van de pilot

“De CrisisTutorial is nu behoorlijk gevuld en biedt op zeer veel van de crisisgerelateerde vragen een adequaat antwoord. Nu werken we aan actualisatie van de inhoud en vanuit het NIPV start het project voor de doorontwikkeling naar de volgende fase. We willen dat de chatbot niet alleen verwijst naar bronnen, maar ook direct het relevante tekstkader toont.”

“Om de CrisisTutorial echt gebruiksvriendelijk en breed toepasbaar te maken, heb ik een oproep aan alle crisisprofessionals: voel je uitgedaagd om deze ontwikkeling helpen uit te breiden naar een een optimaal bruikbare tool. Download de app, gebruik hem en geef feedback. Wees positief kritisch, realiseer dat het AI is en help mee om de CrisisTutorial maximaal te faciliteren door bijvoorbeeld het aanreiken van actuele documentatie. Uiteindelijk willen we dat burgers zich veilig voelen. Adequate en eenvoudig beschikbare informatie en daarmee besluitvorming helpt daarbij.”

Download de CrisisTutorial-app