Jacqueline, Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

februari 2026

In september 2026 start de 55e voltijdopleiding Brandweerofficier. Acht veiligheidsregio’s zijn hiervoor nu op zoek naar geschikte kandidaten om brandweerofficier te worden. Kandidaten komen in dienst van een veiligheidsregio en volgen de opleiding tot brandweerofficier bij het NIPV. Jacqueline Peters is oud-student van de 50e voltijdopleiding Brandweerofficier en nu werkzaam bij Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Zij vertelt hoe ze de opleiding en haar carrière daarna heeft ervaren. Meer informatie over opleiding is te vinden op www.brandweerofficier.nl.   

Jacqueline Peters van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost.
Jacqueline Peters van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost.

Over Jacqueline 

Ik ben Jacqueline Peters, 41 jaar, getrouwd en moeder van drie kinderen. Ik ben sectorhoofd incidentbestrijding bij Veiligheidsregio Brabant‑Zuidoost en verantwoordelijk voor de complete incidentbestrijding : de vrijwilligereen beroepsposten, uitruk en de preparatieve kant zoals planvorming, huisvesting, facilitair, techniek, voertuigen, trainen en oefenen. Ik maak onderdeel uit van het MT van de veiligheidsregio en draai eens per vier à vijf weken dienst als regionaal operationeel leider. In mijn vrije tijd geniet ik van mijn kinderen, fietsen, zeezeilen en houtbewerking.

Waarom heb je ervoor gekozen om bij de brandweer te gaan werken? 

Er is nooit één specifieke reden geweest. Een deel ligt in mijn achtergrond: ik studeerde bouwkunde en werkte als architect aan projecten voor zorginstellingen. Die maatschappelijke component gaf mij voldoening, maar het werk voelde smal. Omdat ik nog aan het begin van mijn carrière stond en graag blijf leren en ontwikkelen, vroeg ik me af hoe ik mezelf uitgedaagd kon houden. Toevallig kwam de opleiding op mijn pad en tijdens een infodag vond ik precies wat mij aansprak: de maatschappelijke component, iets teruggeven aan de samenleving, bijdragen aan veiligheid en het recht op een veilige omgeving, een van mijn kernwaarden.

Daarnaast sprak het brede carrièrepad binnen een veiligheidsregio mij aan. Binnen de brandweer kun je zowel specialistisch doorgroeien als brede ervaring opdoen in vakbekwaamheid, planvorming, techniek of huisvesting. Je kunt je binnen één organisatie blijven ontwikkelen, wat voor mij ook met loyaliteit te maken heeft: niet telkens opnieuw beginnen, maar groeien in één organisatie. Binnen een veiligheidsregio komt daar ook nog bedrijfsvoering en crisisbeheersing bij, wat die breedte alleen maar vergroot.

Ook speelde leiderschap voor mij een grote rol. De focus lag tijdens mijn lichting, de 50e, op wie ik ben als leider in een publieke organisatie, met 24‑uursdiensten, vrijwilligers, fysieke afstanden en kantoorfuncties. Hoe geef je leiding aan zulke verschillende groepen? Wat vind je daarin zelf belangrijk? Leidinggeven aan zulke verschillende groepen is een enorme uitdaging, maar werken met mensen die zoveel hart hebben voor de medemens maakt het werk bijzonder en betekenisvol.

Had je voor de opleiding al ervaring bij de brandweer of een veiligheidsregio? En hoe heb je dat ervaren? 

Nee. Ik had daar nog geen ervaring mee, in tegenstelling tot enkele andere medestudenten. Maar dat is ook zeker niet nodig om de voltijdopleiding te gaan doen. Ook de repressieve carrière binnen de brandweer biedt veel mogelijkheden om stappen te doorlopen. In breedte, leiderschap en afwisseling, wat mij sterk heeft aangetrokken. Als officier van dienst (OvD) heb je eens in de vier à vijf weken dienst en je beheersmatige taak is nauw verbonden met je repressieve rol. Je kunt zomaar uit je reguliere werkzaamheden worden gehaald. Juist die dynamiek zocht ik: het onverwachte, de energie en voldoening die het repressieve werk geeft. Het is fijn om dat wat je in de kantooromgeving ontwikkelt, in de praktijk waar te maken. De brandweer biedt ook ruimte om door te groeien. Voor iedereen is er wel een plek die past. De brandweer voelt als een eigen maatschappij, waar iedereen zijn of haar plek kan vinden. 

Je oudste kind was nog een baby toen je begon aan de opleiding. Hoe heb je dat gecombineerd?   

Het is een intensieve opleiding en elke keuze die je met een gezin maakt, maak je samen. Mijn man en ik zijn allebei bewust bezig met onze eigen ontwikkeling en stemmen onze opleidingen op elkaar af, zodat we niet tegelijk zulke trajecten volgen. We geven elkaar de ruimte om te groeien, terwijl we ook een gezin runnen. Dat hoort bij de organisatie van je leven en het kan alleen wanneer je een evenwichtige relatie hebt. Je doet het echt samen.

Hoe reageerde jouw omgeving op jouw keuze om te solliciteren op deze functie? 

Mijn omgeving reageerde heel enthousiast. Ik kom uit een lijn van bouwkundigen. Maar mijn vader had zelf ooit bij de vrijwilligers willen solliciteren, al was hij toen net te oud door de leeftijdsgrens die er toen was. Dat had hij me nooit verteld, dus toen ik zei dat ik overwoog om naar de officiersopleiding te gaan, moest hij hard lachen en was hij trots. Ondanks dat het brandweervak niet in onze familie zit, kwam mijn keuze niet als verrassing: ze vonden dat het bij me past. Ook mijn man zag het direct. Hij kwam de opleiding tegen en zei: dit is iets voor jou.

Hoe kijk je terug op de opleiding?

Met mijn eerdere postacademische opleidingen had ik hoge verwachtingen van de opleiding. Als buitenstaander kijk je naar de krachtige uitstraling van de brandweer met grote voertuigen en een goed georganiseerde omgeving. Ik wist dat we gingen werken met een weekindeling van beheersmatig werk, leiderschap en repressie. Het repressieve deel voldeed aan mijn verwachtingen, maar leiderschap was zoeken: je krijgt veel aangereikt zonder praktijkervaring en bouwt vooral een gereedschapskist voor later. Het theoretische deel vond ik lastig, omdat mijn wetenschappelijke achtergrond botste met het sterk praktijkgerichte onderwijs, wat totaal anders was dan ik had gedacht.

De opleiding was veel meer gericht op samen leren, ervaringen delen en gastdocenten die vertelden hoe zij dingen deden. Ik merkte dat operationele voorbereiding per regio enorm verschilde, terwijl we één brandweer zijn, wat me verraste. De theoretische kant liet vooral zien dat er nog een opgave ligt voor de brandweer.

Terugkijkend was de anderhalf jaar één grote meerwaarde. Het totaalpakket vormt je echt: de klas, de groei, het jezelf tegenkomen en ontdekken wie je als leidinggevende wilt zijn. Het programma levert blijvende binding met klasgenoten op en relaties die je meeneemt in werk en privé.  

Hoe ziet je loopbaan eruit sinds je de opleiding hebt afgerond?  

Ik ging voor Zuid-Limburg naar de opleiding en werkte daarna direct in de regio. Ik begon bij crisisbeheersing op multidisciplinaire operationele voorbereiding en werkte onder andere aan het rampbestrijdingsplan voor Maastricht Aachen Airport en cyberveiligheid. Daarna was ik interim kazernechef in Heerlen en vervolgens in Sittard, waar ik een leiderschapsprogramma voortzette en verantwoordelijk was voor het servicecentrum kleine voertuigen. Later stapte ik over naar Brabant-Zuidoost als afdelingshoofd preparatie en sectorhoofd incidentbestrijding. In acht jaar bekleedde ik veel functies, wat het werk afwisselend en aantrekkelijk maakte. Die afwisseling is ook een van de redenen dat ik bij de brandweer werk.

Hoe zag je leven er verder uit tijdens de opleiding? 

Veel klasgenoten verbleven in de buurt van het NIPV. Ik reed iedere dag met studiegenoot Jeroen op en neer naar Arnhem. Vanwege mijn gezin was vijf dagen van huis zijn geen optie. Op maandag en dinsdag reisden we heen en terug. Op woensdagavond reden we door naar het praktijkcentrum, omdat donderdag en vrijdag praktijkdagen waren. In het eerste half jaar was ik twee nachten per week van huis, wat intensief was: thuiskomen, douchen en direct naar bed. De manschapopleiding betekende twee dagen per week fysiek zware inzet, vaak vijf inzetten per dag. Als je niet zelf aan zet was, ondersteunde je. Tegelijkertijd leerde je veel inhoud, ontdekte je wie je was en speelde de groepsdynamiek een grote rol. De fysieke én mentale belasting was hoog. Je moet stevig in je schoenen staan en er serieus aan beginnen. Onze kleine klas van dertien ging er volledig voor, wat zorgde voor een snelle groeicurve en een unieke ervaring.

Hoe zie je de ervaring van de opleiding terug in je huidige functie?  

De ervaringen uit de opleiding blijven waardevol: veel gelachen, veel geleerd en situaties herkennen die je nu in de praktijk tegenkomt. Je leert dicht bij jezelf te blijven en te ontdekken wat jij kunt inzetten. In de eerste jaren betekent dat veel experimenteren, oefenen met gesprekstechnieken en leiderschapsstijlen en je eigen kernwaarden verder verdiepen. Het vormingstraject stopt niet bij de opleiding, maar krijgt daar juist een stevige basis.

Wat vond je het leukste aan de opleiding?  

Mijn klasgenoten, die dezelfde drive hadden, blijven belangrijk; met sommigen heb ik nog regelmatig contact, met anderen in fases. Als ik terugdenk aan de opleiding, herinner ik me vooral de hilarische momenten die bedoeld waren om te leren. Het voelde als één grote leerspeeltuin, waar je ook stevig op je plaat kon gaan. Juist die momenten, waarin je hard viel en weer opstond, blijven je altijd bij.

Het was heerlijk om met elkaar hard te kunnen lachen, juist omdat fouten maken mocht en zelfs de bedoeling was. Die veilige omgeving, waarin je vrij genoeg bent om te falen en daarvan te leren, is een van de grootste winsten. Dat neem je je hele leven mee. Het voedt je kwetsbaarheid en zorgt dat je je later ook buiten die groep veilig genoeg voelt om die te tonen. 

Wat vond je de grootste uitdaging van de opleiding?  

Het gemotiveerd blijven tijdens de theoriedagen vond ik een grote uitdaging. De werkmethodiek was anders dan het onderwijs dat ik gewend was. Daaraan aanpassen vond ik lastig. Daarnaast was het spannend om anderhalf jaar in opleiding te zijn voor een veiligheidsregio waar ik niemand kende. Juist daarom wilde ik het maximale uit de opleiding halen om zo goed mogelijk voorbereid te zijn.

Hoe heb je je loopbaan ervaren sinds je klaar bent met de voltijdopleiding? 

Ik voel me bevoorrecht met alle mooie plekken waar ik ben geweest en ben daar ontzettend dankbaar voor. Vooral vanuit Zuid‑Limburg heb ik echt de kans gekregen om alles wat ik in de opleiding leerde in verschillende functies te ervaren en toe te passen. Ik kreeg het vertrouwen en de ruimte om mezelf te zijn en me te ontwikkelen. Die steun betekent veel voor me. Daardoor kon ik dicht bij mezelf blijven en uiteindelijk ben ik op de plek terechtgekomen die bij me past.

Wat vind je het mooiste aan je werk? 

De brandweer is een unieke minimaatschappij, met mensen die soms dichtbij staan en soms verder weg, maar allemaal bereid zijn zichzelf aan de kant te zetten voor de veiligheid van een ander. Het is bijzonder om voor deze mensen het werk zo goed mogelijk te faciliteren, zodat we samen de wereld buiten zo veilig mogelijk houden. Dat is echt goud.

Wat vind je dan het meest uitdagend?  

Het meeste draait uiteindelijk om wie je bent en de situatie in de regio. Het mooiste aan dit werk zijn de mensen en het organiseren van omstandigheden waarin zij hun werk zo goed mogelijk kunnen doen. Tegelijkertijd ben ik in die rol minder zichtbaar en minder aanwezig bij de mensen zelf. Dat schuurt soms. Want het liefst sta ik dicht bij hen, maar om hun werk mogelijk te maken, gaat dat soms ten koste van verbinding. Dat vind ik het lastigst.

Hoe heb je de sporttest ervaren?

De sporttest is maakbaar: je fitheid heb je zelf in de hand. Je persoonlijkheid moet passen, maar fysiek kun je trainen. Voor mij was de sporttest een half jaar na mijn bevalling. Weet wat je moet kunnen en bereid je daarop voor, want het laat zien dat je gemotiveerd bent en verantwoordelijkheid neemt voor je eigen groei. De opleiding is zwaar en je wilt fit zijn, zowel tijdens de opleiding als later als specialist of leidinggevende. Je hebt een voorbeeldfunctie, dus fysiek sterk en gezond blijven is essentieel.

Hoe heb je de cultuur ervaren binnen de opleiding?    

Ik denk dat wij geen gemakkelijke klas waren voor het NIPV. Toen wij begonnen was er al jarenlang geen officiersopleiding meer geweest. We waren een relatief oude klas, veel van ons waren al ruim geleden afgestudeerd, hadden gewerkt en sommigen hadden ervaring binnen het onderwijs op wo-niveau. Daardoor hadden we onze eigen beelden en visie op hoe goed onderwijs eruit moet zien. We stelden veel vragen waar niet altijd antwoord op gegeven kon worden, wat lastig is voor een onderwijsinstelling. Zeker in een eerste jaar, een hernieuwde startfase. Als ik terugkijk snap ik dat beter. Wij zagen alleen het stukje opleiding en niet het hele systeem erachter. Wij zagen niet hoe alles aan de achterkant georganiseerd was en hoe alles werkt en waarom dit zo is. We zijn altijd in gesprek gegaan dus de cultuur was altijd heel goed, veilig en open, al hadden we graag meer verandering gezien. Maar uiteindelijk is dat prima. En zie je dat er de afgelopen jaren, want er is inmiddels 10 jaar verstreken, veel veranderingen zijn doorgevoerd. Het is mooi om te zien dat je input wordt gewaardeerd en gebruikt.

Wat zou je mee willen geven aan mensen die twijfelen? 

Ik denk dat je echt overtuigd moet zijn om het te doen. Maar heb je twijfels? Ga in gesprek en zoek iemand op die de opleiding heeft gedaan. Praat over die twijfel want iedere twijfel is anders.

Wat zou je mee willen geven aan potentiële nieuwe studenten voor de 55e?  

Voor de opleiding is het belangrijk dat je fysiek en mentaal gezond bent, maar ook dat het thuis goed georganiseerd is. Je hebt een stevig vangnet nodig, zoals ouders, een partner of vrienden. Want je doet het niet alleen. Of je nu alleen woont of bij familie, zorg dat je een goede basis hebt waar je op kunt terugvallen. Sta open voor wat komt. Dat maakt het proces een stuk makkelijker en rustiger om te ervaren.

Ik denk dat de opleiding nog steeds in ontwikkeling is en een goede kans is om in een hele mooie wereld te gaan werken. Het bereid je echt voor en het geeft je heel veel, meer dan wat erop papier staat.

label Maatschappelijke veerkracht

De ‘whole of society approach’ voor een weerbaar en veerkrachtig Nederland 

10 februari 2024

Hoe bereiden we de maatschappij voor op mogelijke oorlogsdreigingen of andere crises? En hoe maken we onze samenleving weerbaar en veerkrachtig? De derde masterclass van het NIPV vond plaats in de Bernardkazerne in Amersfoort, waar sprekers Michiel Verlinden en Paul Gelton vertelden over de ‘whole of society approach’ in het voorbereiden op crises in de huidige dreigende samenleving. 

Kolonel Michiel Verlinden, Commandant Territoriaal Operatiecentrum Koninklijke Landmacht, verzorgde de masterclass samen met Paul Gelton, Programmadirecteur Versterken maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht.

Volgens Verlinden en Gelton bevinden we ons op een kantelpunt. “De urgentie vanuit internationale dreigingen begint te groeien en ook Nederland moet zich gaan voorbereiden op een mogelijk militair conflict. Het is tijd om over te schakelen van een samenleving die afwacht en actie van de overheid verwacht –  naar een samenleving die nauw samenwerkt om de weerbaarheid van ons land te vergroten.”

Belangrijkste lessen uit de masterclass

Uit de masterclass kwamen 5 lessen naar voren:

1. Een mindset shift

De urgentie groeit, maar is nog onvoldoende aanwezig onder de bevolking. Zonder deze urgentie komt de civiele bescherming niet op gang en dit vormt, in combinatie met de militaire bescherming, de weerbaarheid van een land in tijden van crisis of militair conflict.

2. Samenwerking is de sleutel

De ‘whole of society approach’ vergt nauwe samenwerking tussen de overheid, NGO’s, het bedrijfsleven én burgers. Er zijn momenteel niet voldoende operationele plannen en juridische kaders om deze samenwerking te reguleren. Het wordt tijd dat deze praktische plannen worden opgesteld en dat we ermee trainen.   

3. Langjarig investeren en aandacht vasthouden 

Het is essentieel dat we langjarige initiatieven en maatschappelijke netwerken gaan opbouwen. Niet alleen voor de tijden van crisis en oorlog, maar ook voor de fases van nazorg die volgen. Nog altijd wordt de nazorgfase van een crisis onderschat, maar deze fase is van uiterst belang voor de veerkracht van de samenleving. 

4. Regie nemen

Er is regie nodig op de langjarige aanpak per maatschappelijke behoefte: netwerken, capabilities, slagkracht en netwerkkaarten. Een bericht aan elke crisisprofessional: neem initiatief en kom in beweging! Creëer de bouwstenen die nodig zullen zijn in tijden van crisis en oorlog, bijvoorbeeld in de vorm van maatschappelijke netwerkkaarten. 

5. Vertrouwen

Zonder wederzijds vertrouwen kan er geen effectieve samenwerking plaatsvinden tussen overheid, bedrijven en burgers, maar hoe bouwen we vertrouwen op? Dit doen we door netwerken op te bouwen, elkaar te leren kennen en samen te oefenen. 

Een succesvol netwerk creëer je door het vaststellen van gemeenschappelijke doelen, het vinden van actieve bondgenoten, het erkennen en accepteren van verschillende belangen, het beperken van de grootte van het netwerk, het aanwijzen van leiderschap en zo snel mogelijk resultaten behalen. 

Platform WeerbaarNL

Met de lancering van WeerbaarNL is een platform opgericht waar professionals, vrijwilligers en betrokkenen vanuit de hele samenleving verbindingen kunnen leggen om kennis te delen, netwerken op te bouwen en initiatieven te bespreken. De community WeerbaarNL verbindt veiligheidspartners bij het vervullen van de grote maatschappelijke behoeften tijdens en na een ramp of crisis: welzijn, gezondheid, veiligheid, basisbehoeften en continuïteit maatschappij.

Jeroen, Veiligheidsregio Limburg-Noord

februari 2026

In september 2026 start de 55e voltijdopleiding Brandweerofficier. Acht veiligheidsregio’s zijn hiervoor nu op zoek naar geschikte kandidaten om brandweerofficier te worden. Kandidaten komen in dienst van een veiligheidsregio en volgen de opleiding tot brandweerofficier bij het NIPV. Jeroen Hermanns is oud-student van de 50e voltijdopleiding Brandweerofficier en nu werkzaam bij Veiligheidsregio Limburg-Noord. Hij vertelt hoe hij de opleiding en zijn carrière daarna heeft ervaren.  

Jeroen Hermanns, Veiligheidsregio Limburg-Noord

Wie ben je?

Mijn naam is Jeroen Hermanns, ik ben 33 jaar. Ik ben vader van twee jonge kinderen, actief badmintonner en ik speel graag piano. Ik ben afdelingshoofd Crisisbeheersing bij de Veiligheidsregio Limburg-Noord en ik draai piketdiensten als hoofdofficier van dienst voor de brandweer. Deze functie wordt in onze regio gecombineerd met de functie leider CoPI (Commando Plaats Incident). In 2018 heb ik de voltijdsopleiding tot brandweerofficier volbracht. 

Wat is je huidige functie en wat doe je precies?  

In het dagelijks leven ben ik even afdelingshoofd Crisisbeheersing en in deze rol geef ik leiding aan een team gedreven professionals. Het domein Crisisbeheersing is een dynamische omgeving binnen Veiligheidsregio Limburg-Noord. In deze omgeving werken we nauw samen met partners aan de veiligheid en gezondheid van de ruim 500.000 inwoners in de regio Noord- en Midden-Limburg. Dit doen we mede door middel van het (door)ontwikkelen van het domein, het coördineren en faciliteren van een piketorganisatie waarmee wij 24/7 klaar staan voor onze inwoners én door te investeren in de internationale samenwerkingen in onze uitgestrekte grensregio. Waardevol voor ons werk is daarnaast het landelijke netwerk. Om landelijk aangehaakt te blijven, ben ik namens de vakraad Risico en Crisisbeheersing portefeuillehouder op het thema internationale samenwerking. Dankzij de inzet van de collega’s Crisisbeheersing zijn we klaar voor de veranderende uitdagingen waar we als samenleving voor staan.

Wat vind je belangrijk in je werk?

Ik vind het heel belangrijk dat je je organisatie zo inricht, dat de inwoner bij jou als veiligheidsregio in goede handen is. Dat is wat wij als organisatie nastreven, net als alle andere veiligheidsregio’s in Nederland. Het maatschappelijke belang staat voorop. Dat merk ik ook in mijn werk: binnen de veiligheidsregio, de brandweer en crisisbeheersing. Samen kunnen we als veiligheidsorganisatie het verschil maken in de maatschappij. Ik vind het gaaf dat wij met één druk op de knop binnen Nederland zoveel mensen kunnen mobiliseren om een ander te gaan helpen. Dat zie ik in onze ambtelijke organisatie, maar zeker ook in onze vrijwillige organisatie.

Hoe ben je bij de brandweer terechtgekomen? 

Ooit ben ik begonnen bij de jeugdbrandweer.* Daarna ben ik vrijwilliger geworden in een dorpje vlakbij mijn woonplaats. Zo is de interesse voor de brandweer ontstaan. Na de middelbare school heb ik Veiligheidskunde gestudeerd en ben ik bij de veiligheidsregio en het team, waar ik nu afdelingshoofd van ben, terechtgekomen. Na anderhalf jaar kwam de vacature voor de voltijdsopleiding brandweerofficier voorbij en heb ik gesolliciteerd.

Na mijn voltijdsopleiding tot brandweerofficier heb ik een jaar gewerkt als specialist Operationele Voorbereiding bij Brandweer Limburg-Noord. Daar heb ik mij met name gefocust op de thema’s beleid en innovatie van de brandweerorganisatie. Daarna heb ik zes jaar lang leiding gegeven aan de repressieve dienst van Cluster Roermond. Cluster Roermond bestaat uit een groep van bijna 220 betrokken vrijwilligers en 40 collega’s in vaste dienst, verdeeld over vijf gemeenten, die garant staan voor een betrouwbare repressieve brandweerzorg. Tijdens mijn werk voor de brandweer heb ik ontzettend veel geleerd omdat ik mij door de hele organisatie kon bewegen en mijn netwerk heb mogen verbreden.

* Ervaring bij de brandweer of bij een veiligheidsregio is niet nodig om te solliciteren naar de functie van brandweerofficier.

Waarom ben je overgestapt naar de functie van afdelingshoofd Crisisbeheersing?

In mijn rol als teamleider Incidentbestrijding binnen de brandweer was ik een echte mensenmanager. Ik was veel op de posten, voerde gesprekken en hield me bezig met mensgericht werken en cultuur. Na zes jaar was ik toe aan iets nieuws en trok de functie van hoofd Crisisbeheersing mijn aandacht. De ontwikkelingen binnen Crisisbeheersing spraken én spreken me aan: groeiende en complexere maatschappelijke risico’s, geopolitieke veranderingen en nieuwe dreigingen vragen om een andere aanpak dan het klassieke rampdenken. Dat heeft impact op zowel de inhoud als de mensen die ermee werken. In mijn huidige functie richt ik me op leiderschap en organisatieontwikkeling. Ik bouw aan een nieuw team en begeleid de overgang naar een matrixorganisatie om samenwerking te versterken. Mijn rol is mensen verbinden, binnen en buiten de organisatie. Dit levert me een prachtige functie op, die ik met veel plezier combineer met mijn piket bij de brandweer.

Wat was je motivatie om te solliciteren naar de functie van brandweerofficier? 

Mij motiveert dat het zijn van brandweerofficier veel verder gaat dan alleen het werk op straat. Juist het nadenken, het maken van afwegingen en het bijdragen aan de ontwikkeling van een organisatie die van oudsher klassiek is ingericht, maar zich moet blijven bewegen in een snel veranderende maatschappij, spraken mij aan. In de rol van brandweerofficier zette ik me in om beweging te creëren: om verbeteringen in gang te zetten, een meer bedrijfsmatige manier van werken te stimuleren en daarbij altijd oog te houden voor de mensen in de organisatie.

Wat vond jouw omgeving dat jij ging solliciteren voor brandweerofficier?  

Mijn omgeving stond er niet van te kijken dat ik solliciteerde voor de functie van brandweerofficier. Mijn vrienden en familie weten allemaal dat ik een brandweerhart heb. Het is heel bijzonder dat je in de voltijdsopleiding in een korte tijd veel leert over het brandweervak. Normaal gesproken heb je veel meer tijd nodig voor de modulen die aan bod komen. Dat heeft mij wel heel erg aangetrokken aan de opleiding. Ook omdat ik iemand ben die van snelheid en beweging houdt.

Hoe ben je aan de opleiding begonnen? 

Op 23-jarige leeftijd begon ik vol energie aan de opleiding. Door de strenge selectie wist ik dat ik tussen goede mensen zou zitten, maar bij het NIPV voelde ik mij direct welkom en veilig. Dat gaf ruimte om aan mijzelf te werken. Ondanks enige naïviteit startte ik met een duidelijk doel: alles uit de opleiding halen en echt het verschil maken in mijn vak. Ik begon vol energie aan de opleiding. Door de strenge selectie wist ik dat ik tussen goede mensen zou zitten, maar bij het NIPV voelde ik mij direct welkom en veilig. Dat gaf ruimte om aan mijzelf te werken. Ondanks enige naïviteit startte ik met een duidelijk doel: alles uit de opleiding halen en echt het verschil maken in mijn vak.

Wat vond je het leukste van de opleiding en wat vond je een uitdaging? 

Het leukste aan de opleiding vond ik de stages: je leert veel nieuwe mensen kennen en daar bracht ik de theorie echt in praktijk en kreeg ik gevoel bij het vak. Ik genoot van de combinatie van inhoudelijke leergangen, persoonlijke ontwikkeling en het groeien naar het vak van brandweerman, bevelvoerder of officier, met leiderschap als rode draad. Soms ging het mij te langzaam, maar de gezamenlijke reis, met mooie en minder mooie momenten, was waardevol en leerzaam. Dat gun ik iedereen.

Hoe zag je leven eruit tijdens de opleiding?  

De opleiding duurde anderhalf jaar. Voor de lessen ben je in Arnhem, maar je komt in heel Nederland en zelfs het buitenland. Mijn stages deed ik in Amsterdam, Nijmegen en Venlo. Voor de buitenlandstage werd Minsk in Wit- Rusland bezocht. Vrije dagen werden benut om extra ervaring op te doen bij de kazernes in Venlo en Roermond. Door zoveel mogelijk mee te draaien met uitrukken, deed ik meer praktijkervaring op.

Hoe heb je de sporttest ervaren?

De sporttest vond ik leuk. Er wordt van je verwacht dat je in goede conditie bent. Ondanks mijn goede basisconditie bereidde ik me vooraf extra voor door meer te rennen en te zwemmen, omdat zwemmen toen een belangrijk onderdeel van de test was.*

* Zwemmen is in 2026 geen onderdeel meer van de sporttest.

Hoe kijk je terug op de cultuur binnen de opleiding?   

De voltijdopleiding heeft ons, mij en mijn medestudenten, sterk verbonden. We hebben nog steeds contact, ontmoeten elkaar regelmatig en gebruiken onze appgroep om ervaringen en vragen te delen. Het is altijd fijn om elkaar weer te zien en bij te praten. 

Wat heb je vanuit de opleiding meegenomen in je huidige functie?

Leiderschap heeft me altijd gefascineerd. De lessen en theorieën van ervaren leiders tijdens de opleiding kan ik nu, als leidinggevende, veel beter plaatsen. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is om echt contact te maken met mensen, zeker binnen de brandweer waar zoveel verschillende culturen samenkomen. Door oprechte interesse te tonen, te luisteren en vanuit stevigheid grenzen te stellen, kun je het verschil maken. Stevig, mensgericht leiderschap is echt nodig. De inzichten uit de opleiding gebruik ik dagelijks. Ik neem vooral mee dat nieuwsgierigheid, interesse in de mens en het besef dat iedereen een eigen verhaal heeft, essentieel zijn in mijn werk binnen de veiligheidsregio.

Wat wil je meegeven aan nieuwe studenten van de 55ste voltijdsopleiding?

De mensen die twijfelen over de opleiding of aan de opleiding gaan beginnen, geef ik graag mee: ben nieuwsgierig en in het moment. Er zijn momenten dat je heel erg geleefd wordt, maar nieuwsgierigheid heeft mij veel gebracht. De tijd vliegt en voordat je het weet is het voorbij. Terugkijkend was het een hele mooie, waardevolle periode in mijn leven. Niet alleen als professional maar ook als mens.

Ook vind ik het belangrijk om mee te geven dat het heel waardevol is dat er binnen de veiligheidsregio, waar brandweer en crisisbeheersing (en in enkele regio’s GGD) samenwerken, aandacht is voor diversiteit. Daar pleit ik ook binnen onze organisatie voor. Wees nieuwsgierigheid naar elkaar, omdat iedereen een uniek verhaal meebrengt. Dat is belangrijk in het werk voor een diverse samenleving. Ook in leiderschap draait het om beoordelen wat iemand doet, niet wie iemand is. Diversiteit en inclusie zouden elke dag aandacht moeten krijgen.

label Fysiek veilige leefomgeving

Willemijn, Veiligheidsregio IJsselland

februari 2026

In september 2026 start de 55e voltijdopleiding Brandweerofficier. Acht veiligheidsregio’s zijn hiervoor nu op zoek naar geschikte kandidaten om brandweerofficier te worden. Kandidaten komen in dienst van een veiligheidsregio en volgen de opleiding tot brandweerofficier bij het NIPV. Willemijn ten Hoopen is oud-student van de 50e voltijdopleiding Brandweerofficier en nu werkzaam bij Veiligheidsregio IJsselland. Zij vertelt hoe ze de opleiding en haar carrière daarna heeft ervaren.  

Willemijn ten Hoopen, brandweerofficier
Willemijn ten Hoopen, Veiligheidsregio IJsselland

Wie ben je en wat voor werk doe je nu bij de brandweer?  

Ik ben Willemijn, 38 jaar en inmiddels al heel wat jaren met veel plezier werkzaam bij de brandweer. Nu werk ik als specialist bij het team Risicobeheersing bij Veiligheidsregio IJsselland en hou ik me voornamelijk bezig met evenementenveiligheid. Samen met organisatoren, gemeenten en andere crisispartners zorgen we voor mooie, maar vooral heel veel veilige evenementen in de regio IJsselland. Na de officiersopleiding in 2018 ben ik bij team Risicobeheersing gestart en niet meer weggegaan.

Hoe kwam je bij de brandweer terecht?  

Ik heb de hbo-opleiding rechten gedaan, iets heel anders. Veel klasgenoten liepen stage bij notarissen en advocaten, maar ik werd daar niet gelukkig van. Ik dacht aan mijn schoonmoeder die al jaren vrijwilliger was bij de brandweer. Een veiligheidsorganisatie die midden in de samenleving staat en zichtbaar is. Zo deed ik mijn stage en afstudeerproject bij de brandweer en daarna ben ik er gaan werken. Daardoor was ik al lang verbonden aan de brandweer toen ik met de voltijdopleiding begon.

Wat was je motivatie om de opleiding tot brandweerofficier te gaan doen? 

Na mijn stage wist ik dat ik heel graag bij de brandweer wilde werken. Een organisatie met een mooi maatschappelijk doel, fijne cultuur, werksfeer en mensen. Na mijn hbo-opleiding ben ik in 2012 gestart als teamondersteuner en planner. Ik wilde meer brandweeruitdaging en vakinhoudelijk alle kanten van het brandweervak leren. Toen kwam de vacature voor brandweerofficier voorbij en dat kwam heel mooi samen.

Hoe reageerde je omgeving?

Mijn omgeving was enthousiast toen ik vertelde dat ik de opleiding ging volgen. Zij zagen dat ik toe was aan meer brandweeruitdaging.

Wat was vooraf je beeld van de opleiding en de functie?

In de voorbereiding sprak ik met collega’s die de opleiding lang geleden hadden gevolgd. Hun verhalen gaven mij een goed beeld van wat ik kon verwachten en maakten me enthousiast. De opleiding is een mooie mix van repressieve kennis, beheersmatige verdieping en persoonlijke ontwikkeling. Je gaat kritisch aan de slag met de vraag wie je bent en waarom je bent zoals je bent. Dat helpt in leiderschap. Kennis is belangrijk, maar juist het leren kennen van je eigen kwaliteiten en valkuilen levert je uiteindelijk ontzettend veel op.

Hoe heb je je leven tijdens de 18 maanden opleiding ervaren?

Het was een pittige tijd, want ik woonde ruim een uur van Arnhem waar je de opleiding volgt. Ik reisde heen en weer. Het tempo lag hoog. Maar dat is prima, want dat mag verwacht worden als dit je fulltime baan is. Wat dat betreft wist ik van tevoren wat me te wachten stond. Na anderhalf jaar opleiding wilde ik heel graag weer aan het werk in mijn organisatie, maar het was het absoluut waard want je doet in korte tijd veel kennis en ervaring op.

Hoe zie je de ervaringen vanuit de opleiding terug in je huidige functie? 

In mijn huidige werk zie ik veel terug van de opleiding. Alle facetten van het brandweervak komen aan bod: risicobeheersing, vakbekwaamheid, incidentbestrijding en operationele voorbereiding, leiderschap. Daardoor kan ik makkelijker over processen en teams heen kijken. Je ziet de meerwaarde en weet wanneer je welk team ergens moet bij betrekken. Het breed opgeleid worden vind ik echt een voordeel.

Wat vond je het leukst aan de opleiding? 

Het leukst aan de opleiding vond ik het fijne netwerk dat ik eraan overhoud. Vrienden en vriendinnen die ik nu nog steeds zie en vakinhoudelijke collega’s die je altijd mag bellen of een bericht kan sturen.

Wat vond je de grootste uitdaging tijdens de opleiding?

De grootste uitdaging was het volle weekprogramma. Je bent vijf dagen per week bezig met de opleiding: overdag volg je de lessen en in de avond en het weekend maakte ik de huiswerkopdrachten. Daarnaast draaide ik op maandagavond de oefenavond mee bij mijn lokale brandweerpost en op vrije lesdagen dienst bij de beroepspost in Zwolle.

Hoe kijk je terug op je opleiding?

Ik kijk positief terug op de opleiding: anderhalf jaar hard werken, veel leren en fijne mensen leren kennen. Er waren momenten waarop ik dacht: nu ben ik er wel klaar mee. Maar ik heb zoveel toffe dingen mogen doen, bijzondere stages gelopen en vooral ontzettend veel geleerd. Het was voor mij echt heel waardevol!

Hoe heb je je loopbaan ervaren, sinds je je diploma hebt behaald?

Sinds ik mijn diploma heb behaald, ervaar ik mijn loopbaan positief. Er bleek plek te zijn bij Risicobeheersing en daar ben ik heel gelukkig mee. Ik vind het een mooi vak: er zijn veel verschillende partners en belangen en samen werken we aan een veilige leefomgeving.

Wat vind je het mooiste aan je werk?

Het mooiste aan mijn werk is de samenwerking met collega’s intern, crisispartners, gemeenten, organisatoren en collega’s van alle brandweerposten. De slogan van onze veiligheidsregio is: samen werken aan veiligheid. Dat is precies waar we als brandweer mee bezig zijn, ook binnen het vakgebied risicobeheersing. Dat wordt weleens vergeten, maar die kant van het brandweervak is ook heel belangrijk. Samen voorkomen en beperken van risico’s waar het kan en bestrijden we incidenten waar het moet.

Wat vind je het meest uitdagend aan je werk? 

Wat ik het meest uitdagend vind, is dat de wereld snel verandert en dat we als brandweer niet altijd meteen een antwoord hebben. Nieuwe technologieën gaan snel en maatschappelijke ontwikkelingen vragen veel flexibiliteit en veerkracht.

Onderdeel van het selectieproces is de sporttest. Heb je nog tips voor de sporttest?

Zorg voor een basisniveau van fitheid, dat is voldoende.

Hoe heb je de cultuur binnen de opleiding en op de werkvloer ervaren?

De cultuur binnen de opleiding en op de werkvloer heb ik ervaren als heel behulpzaam. Als je inzet toont, nieuwsgierig bent en oprechte interesse laat zien, wil iedereen je helpen. Ik heb tijdens de opleiding veel meegedraaid bij mijn lokale brandweerpost en de beroepspost in Zwolle, daar heeft iedereen me zo prettig geholpen om het brandweervak te leren. Daarnaast waren de docenten van de opleiding prettig en ik hou er een fijn netwerk aan over.

Wat zou je mee willen geven aan potentiële nieuwe studenten, aan mensen die overwegen te solliciteren? 

Aan nieuwe studenten zou ik willen meegeven dat je ook met een andere achtergrond van grote meerwaarde kunt zijn voor de brandweer. Dus ook mensen met bijvoorbeeld een milieu- of bouwkundige achtergrond zijn heel welkom. De brandweer is voor iedereen. We hebben verschillende blikken en achtergronden nodig om toekomstbestendig te zijn!

Wat zou je willen dan meegeven aan mensen die twijfelen? 

Zoek contact met de collega’s bij de brandweerregio waar je wil solliciteren, stel vragen en wees nieuwsgierig. Ik zou bij twijfel gewoon solliciteren. Maar het helpt wel als je van tevoren met mensen kunt praten, je twijfels kunt uitspreken en vragen kunt stellen.

label Veilige energietransitie

NIPV onderzoekt mogelijke relatie brandgedrag zonnepanelen en vegetatie zonneparken  

7 februari 2025

Wat is de relatie tussen het brandgedrag van zonnepanelen en het brandgedrag van de vegetatie in zonneparken? Met een stijging van het aantal (multifunctionele) zonneparken op land, is het van belang dat veiligheidsregio’s onderbouwing geboden wordt voor de advisering over brandrisicobeheersing en brandbestrijding in dergelijke zonneparken.  

Foto: Shutterstock.

Het NIPV deed onderzoek naar mogelijke relaties. Het onderzoek is verricht met subsidie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Omgevingsdienst NL uit het Ontwikkelbudget nieuwe prioriteiten versterking omgevingsveiligheid 2021-2024, in het kader van de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid. 

Weinig branden in zonneparken 

Voor zover bekend zijn er in Nederland tot nu toe nog vrij weinig branden in zonneparken voorgekomen. De gevolgen van een brand in een zonnepark voor de omgeving kunnen echter groot zijn (denk aan rookontwikkeling en/of branduitbreiding naar aangrenzend gebied). 

Oorzaken brand 

In principe kan in elk onderdeel van het PV-systeem, het zonnepanelensysteem, brand ontstaan, bijvoorbeeld de zonnepanelen zelf, de bekabeling, de combinerbox, de omvormer, en het transformatorhuis. Dat blijkt ook uit de casuïstiek. Oorzaken kunnen bijvoorbeeld fouten door menselijk handelen of beschadiging door weersomstandigheden zijn. 

Aandacht voor brandrisicobeheersing en brandbestrijding 

In steeds meer zonneparken bestaat de vegetatie niet uit kort gemaaid gras maar uit kruidenrijke plantenmengsels, ingezaaid om de biodiversiteit te stimuleren. Om brand in zulke vegetatie van zonneparken te kunnen modelleren, heeft het NIPV nieuwe (theoretische) brandstofmodellen ontwikkeld.  

Op basis van de modellering wordt geconcludeerd dat er omstandigheden denkbaar zijn waarin een brand in de vegetatie zoveel vermogen levert, dat de zonnepanelen in brand kunnen raken. Denk bijvoorbeeld aan een periode van extreme en/of langdurige droogte en een (zeer) lage relatieve luchtvochtigheid, gecombineerd met hoge vegetatie die relatief weinig vocht bevat of gemaaide vegetatie waarbij het uitgedroogde maaisel is blijven liggen. Vanuit het oogpunt van brandveiligheid is het wenselijk de aanwezigheid van brandbaar materiaal zoveel mogelijk te beperken.  

De omstandigheden kunnen er vervolgens voor zorgen dat de bestrijding en beheersbaarheid van de brand problematisch worden: denk hierbij aan factoren als de bereikbaarheid en de bluswatervoorziening. Bij een brand in een zonnepark is depositie van (scherpe) zonnecelscherven niet te verwachten, omdat daarvoor de warmteontwikkeling en pluimstijging niet groot genoeg zullen zijn. 

Eigenaar zonnepark verantwoordelijk 

Het brandveilig inrichten van een zonnepark is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van het zonnepark. Voor de veiligheidsregio’s is het van belang dat een brand zich niet buiten het zonnepark uitbreidt en de omgeving bedreigt. Het is van belang dat de brandweer, als een brand bestreden moet worden, daar de mogelijkheden voor heeft. 

Maatregelen die getroffen kunnen worden

De Handreiking Risicobeheersing Advies Veilige PV-systemen (Brandweer Nederland, 2020) beschrijft maatregelen die de eigenaar van een zonnepark kan treffen om brand te voorkomen, branduitbreiding te beperken en brandbestrijding mogelijk te maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: 

  • Keuring, onderhoud en monitoring van het PV-systeem.
  • Een brandveilige ondergrond onder componenten met een brandrisico. 
  • Voldoende afstand tussen de rijen zonnepanelen.
  • Beheer van de vegetatie.
  • Goede toegankelijkheid van het zonnepark.
  • Aanwezigheid van berijdbare paden en opstelplaatsen.
  • Een beperkte afstand tot elk onderdeel van het PV-systeem.
  • Voldoende bluswatervoorziening.
  • 24/7 beschikbaarheid van een bedrijfsdeskundige van het zonnepark. 

Lees het rapport en de factsheet

label Fysiek veilige leefomgeving

Brandweerstelsels van 7 Europese landen vergeleken

6 februari 2025

In 2013 heeft het IFV, voorloper van het NIPV, het Nederlandse brandweerstelsel vergeleken met dat van zes andere Europese landen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Dit rapport is nu geactualiseerd.

Foto: Shutterstock.

Relevante inzichten voor Nederland

Doel van het onderzoek was om kennis te nemen van de manier waarop brandweerstelsels in de landen om ons heen zijn georganiseerd. Dit levert mogelijk inzichten op die voor de Nederlandse brandweer relevant kunnen zijn.

5 thema’s

De brandweerstelsels zijn op 5 thema’s met elkaar vergeleken: bestuur, organisatie en financiering, personeel, taken van de brandweer, opleiding en training, en overige zaken. Bij ‘overige zaken’ is gekeken naar opkomsttijden en voertuigbezetting.

Belangrijkste bevindingen

In vergelijking met het rapport uit 2013 zijn er geen grote veranderingen. Het Nederlandse brandweerstelsel scoort vrij gemiddeld op de onderzochte thema’s:

  • De bestuurlijke verantwoordelijkheid is in de onderzochte landen op verschillende niveaus belegd: van lokaal (gemeente) tot regionaal, zoals in ons land.
  • Het bedrag dat in Nederland besteed wordt aan de brandweer is gemiddeld.
  • In vergelijking met de andere landen is in Nederland een heel klein deel van de beroepsbevolking werkzaam bij de brandweer.
  • Het aandeel vrijwilligers in ons land is gemiddeld.
  • In alle onderzochte landen is het aandeel vrouwen laag. Nederland springt er met 6,5 procent niet negatief of positief uit.
  • De kerntaken van de brandweer zijn in alle onderzochte landen ongeveer hetzelfde. Het belangrijkste verschil is de meer of minder belangrijke rol van de brandweer bij medische incidenten.
  • Qua opkomsttijden scoort Nederland vrij goed. Maar het is lastig om de opkomsttijden van een klein, dichtbevolkt land als Nederland te vergelijken met die van grootschalige, dunbevolkte gebieden zoals elders in Europa.
  • Per land verschillen de eisen die gesteld worden aan de uitruksterkte. Die kunnen afhangen van het incident of van het voertuig waarmee wordt uitgerukt. Net als in Nederland, is het in de meeste landen mogelijk om uit te rukken met een TS met variabele voertuigbezetting.

Lees het rapport

Onderwijs kan de praktijk niet bijhouden

4 februari 2025

De wereld om ons heen verandert snel. Dat merken ook mensen bij de brandweer en crisisbeheersing in hun dagelijkse werk. Het huidige onderwijs sluit daar niet goed op aan. “Daarom is het tijd om het onderwijs anders in te richten”, zegt Frans Schippers, programmadirecteur van Onderwijs Onderweg.

Frans Schippers.

Het is een van de belangrijkste redenen waarom de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) samen gestart zijn met het programma Onderwijs Onderweg. Met als stip op de horizon: praktijkgericht, flexibel en up-to-date onderwijs voor mensen bij de brandweer en crisisbeheersing.

Het is zeker niet de enige reden. Frans: “We zien namelijk ook dat vrijwilligers nu vaak erg veel tijd kwijt zijn aan opleidingen. De vraag is: is dat allemaal wel nodig? Of kunnen we dat terugdringen door het onderwijsstelsel beter en flexibeler in te richten? Met onderwijs bijvoorbeeld dat een goede basis biedt. Maar ook onderwijs dat de regio’s meer ruimte geeft voor regionale accenten.”

Tegelijkertijd vindt hij het belangrijk om ook de kwaliteit van het onderwijs te blijven ontwikkelen. Frans: “We hebben met elkaar in 2015 een grote stap gezet. Nu zijn we klaar voor de volgende stap: beter organiseren wat iemand moet weten én kunnen na het afronden van een opleiding. Dat willen we met de mensen doen, die het werk uitvoeren. Nu zitten er in werkgroepen geregeld mensen, die het werk zélf niet uitvoeren of daar leiding aan geven. Ook mist duidelijkheid wie wat bepaalt. Dat moeten we uitzoeken.”

Mee op reis

Lonkend perspectief is dat we na deze aanpassingen afscheid nemen van allerlei zaken die nu niet goed gaan. Frans: “Een voorbeeld: cursisten van de opleiding tot manschap leren met gereedschap te werken, alleen omdat dat in het examen gevraagd wordt. In de praktijk gebruiken ze dit gereedschap niet meer. Of neem het duikonderwijs: we kunnen dat goed geven. Alleen beschikken de veiligheidsregio’s niet over een goed uitgeruste opleidingsplek. En bij de opleiding tot Operationeel Leider bij crisisbeheersing is het belangrijk dat we nu ook de laatste inzichten – denk aan geleerde lessen tijdens Covid19 en de vluchtelingenproblematiek – daarin meenemen.”

Frans hoopt van harte dat vrijwilligers en beroepskrachten bij veiligheidsregio’s en de onderwijscollega’s bij het NIPV de noodzaak en urgentie van het programma onderschrijven. En dat zij ‘kritisch en constructief’ meegaan op de reis naar dat vernieuwde stelsel. “Daarmee ga je met ons op zoek naar een passend onderwijsstelsel. Dat is iets wat alle medewerkers van de veiligheidsregio’s verdienen.”

Dáárom Onderwijs Onderweg

Waarom is een programma als Onderwijs Onderweg zo hard nodig? En wat moet er dan zoal anders? Wij vroegen het aan professionals bij de brandweer en crisisbeheersing. Een bloemlezing van de antwoorden.

Waarom is het belangrijk ons onderwijsstelsel te herzien?

  • Zo’n twintig jaar geleden hadden onze vrijwilligers nog niet zoveel ernaast, de opleiding duurt nu te lang.
  • We moeten veel sneller inspelen op ontwikkelingen in maatschappij.
  • We krijgen te maken met een andere doelgroep bij onze opleidingen, diverser en minder technisch.
  • We moeten opleiden voor het vak en niet voor het halen van toetsen.
  • De inhoud moet beter aansluiten op het risicoprofiel van een regio.
  • We moeten kiezen voor andere werkvormen die beter aansluiten bij de doelgroep.
  • We kunnen meer en beter samenwerken en leren van elkaar.
  • De nabijheid van opleidingen blijft belangrijk.
  • We moeten anders durven nadenken over basisinstroom, maar we moeten wel het hele brede takenpakket als basis hanteren.

Wat is jouw toekomstdroom voor het onderwijs van de veiligheidsregio’s?

  • Aandacht voor actuele onderwijsmethoden/ontwikkelingen zoals AI.
  • Flexibel, modulair onderwijs, dus passend bij de behoefte.
  • Bepaalde uniformiteit ten behoeve van kwaliteit.
  • Kaders met ruimte voor regionale invulling (op alle fronten dus ook examens).
  • Regio’s met expertises uitwisselbaar.
  • Makkelijker examineren (met meer-ogen principe). In eigen beheer van opleidingsinstituut.
  • Samenwerking op alle fronten.
  • We leiden niet op voor het examen, we leiden op voor het vak. We zijn de laatste halte voordat mensen vakbekwaam zijn en veilig hun uitruk doen.

Onderwijs Onderweg in het kort

4 februari 2025

Wat is het programma Onderwijs Onderweg? Wat is de aanleiding? Hoe werkt het? En hoe blijf jij op de hoogte? Zes vragen en antwoorden.

Wat is het programma?

Het programma Onderwijs Onderweg richt zich op het verbeteren van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing. De ambitie van het programma is samen op weg te gaan naar een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en up-to-date onderwijs voor alle mensen van de brandweer en crisisbeheersing in de veiligheidsregio’s.

Wie zijn de opdrachtgevers?

De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) zijn beiden opdrachtgever van dit programma.

Wat is de aanleiding voor het programma?

Het huidige onderwijsstelstel past niet meer goed bij de snel veranderende wereld. Het moet flexibeler worden en beter passen bij de praktijk. Dit blijkt onder meer uit de rapportage ‘Onderwijsstelsel veiligheidsregio’s; de zoektocht naar verbetering’, die in september 2023 verscheen.

Wat is de kern van het programma?

Er is een koersplan opgesteld, waarin staat beschreven hoe de verbetering van het onderwijsstelsel de komende jaren wordt aangepakt. Er zijn zes belangrijke ontwikkeldoelen waar we met het programma naartoe werken:

  • beter samenspel door meer rolduidelijkheid, rolbewustzijn en rolvastheid;
  • betere sturing en aansluiting op de vraag vanuit de beroepspraktijk;
  • meer flexibiliteit in het functiestelsel en de kwalificatiedossiers;
  • meer flexibiliteit in het onderwijs, waarin de deelnemer centraal staat;
  • efficiëntere en effectievere uitvoering;
  • gezamenlijke evaluatie en snellere aanpassing van onderwijs.

Hoe werkt het programma Onderwijs Onderweg?

Het herzien van het onderwijsstelsel vormt geen uitgestippelde route. Daarvoor heeft het programma te maken met te veel spelers, lastige knelpunten en met snelle ontwikkelingen in de wereld om ons heen. Het programma Onderwijs Onderweg kiest daarom voor een stapsgewijze aanpak. Centraal staat: met elkaar ontdekken, reflecteren, leren en weer op pad gaan. Dit betekent dat we in verschillende fasen experimenteren en vanuit die ervaringen weer verder ontwikkelen. Het is een vorm van actieleren.

We doen dat met behulp van overzichtelijke etappes. Iedere etappe heeft een doorlooptijd van ongeveer drie maanden. Aan het begin van de etappe deelt het programmateam de voorgenomen activiteiten. Iedere etappe wordt afgesloten met een etappebijeenkomst. Dit zijn bijeenkomsten waar we samen met professionals uit het veld werken aan een beter onderwijsstelsel en waar we inzichten en uitdagingen verzamelen. Na iedere etappe communiceert het team over de behaalde resultaten en leerpunten.

Waar kan ik terecht met vragen en opmerkingen?

Dit kan per e-mail via onderwijsonderweg@nipv.nl.

Programma Onderwijs Onderweg: “Moeten we supermensen opleiden?”

februari 2025

Een van de speerpunten waar Onderwijs Onderweg mee aan de slag is gegaan, is de manschappenopleiding. Waar moet een manschap aan voldoen? Hoe zorgen we voor een gezamenlijke vraag vanuit de beroepspraktijk? Projectleiders Alex van Schaik en Pieter Lodder vertellen hierover.

Het programma Onderwijs Onderweg werkt de komende jaren aan verbetering van het onderwijs voor brandweer en crisisbeheersing. Het programma is opgezet in opdracht van de RCDV en het NIPV om het onderwijsstelsel voor de veiligheidsregio’s te verbeteren. De ambitie is om samen op weg te gaan naar een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en up-to-date onderwijs voor alle brandweer- en crisisprofessionals in de veiligheidsregio’s. Maar waarom moet het onderwijs anders, hoe gaat het programma dit doen en wat heeft het al bereikt? In dit artikel staat een van de speerpunten van het programma centraal, de manschappenopleiding.

Waar moet een manschap anno nu aan voldoen?

Een van de speerpunten waar Onderwijs Onderweg in etappe 2 al direct mee aan de slag is gegaan, is de manschappenopleiding. De kern van het vraagstuk: waar moet een manschap anno nu aan voldoen? En hoe zorgen we ervoor dat we tot een gezamenlijke vraag vanuit de beroepspraktijk komen? Het woord is aan de projectleiders Alex van Schaik en Pieter Lodder.

Pieter Lodder: “Het kwalificatiedossier Manschap is voor het laatst herzien in 2017. Sindsdien zijn er vanuit het land verschillende opmerkingen gekomen dat het anders moet. Op die behoeftes willen we nu inspelen en tot een breed gedragen voorstel komen voor een nieuwe opleiding voor manschap. Het doel is om het kwalificatiedossier en de manschappenopleiding actueel te maken. Met de flexibiliteit om in de toekomst snel te kunnen vernieuwen als de praktijk daar om vraagt.”

Alex van Schaik: “Wij zijn al veel het land in geweest om input op te halen en dat zullen we blijven doen. Wat speelt er? Wat zijn de behoeftes om de opleiding aan te passen? De vraag vanuit de beroepspraktijk is leidend. Waar moet een manschap aan voldoen en hoe moet de opleiding eruitzien? We zetten heel bewust een stap terug om echt te starten bij de basis.”

Eenheidsworst

Pieter Lodder: “De herziening van de manschappenopleiding vraagt om een andere aanpak dan de huidige manier. Voorheen gingen we de bestaande opleiding verbeteren. Dan blijf je dus voor het grootste deel hangen in wat je al hebt. Waarbij de neiging is om er nóg méér kennis in te stoppen. Maar hoeveel kennis kan iemand aan? Heeft een manschap misschien meer baat bij digitale vaardigheden om snel iets op te zoeken?”

Alex van Schaik: “Moeten we supermensen opleiden? En als we dat doen: hoe blijven ze supermensen? De vraag is of alle onderdelen van het vak nog in de basisopleiding moeten terugkomen. Misschien hebben we meer behoefte aan een stelsel met verschillende kwalificatiedossiers in plaats van de eenheidsworst die we nu aanbieden. Dat zou bijvoorbeeld kunnen helpen om de variabele voertuigbezetting, waar diverse veiligheidsregio’s behoefte aan hebben, een stap verder te brengen.”

Sentiment

Pieter Lodder: “De herziening van de manschappenopleiding gaat over de vraag hoe jij collega’s krijgt waarmee je het werk op straat kunt blijven doen. En voor leidinggevenden over de vraag hoe je de organisatie anders kunt inrichten als er keuzeopties zijn voor verschillende kwalificatiedossiers. Er is ook ruimte voor een kritische blik. Er zijn mensen die een minder complete basisopleiding zien als een uitholling van het brandweervak. Ook dat sentiment nemen we mee.”

Alex van Schaik: “Een belangrijke vraag voor nu is: hoe gaan we iedereen bereiken? Cursisten, instructeurs, begeleiders, opleidingscentra en zittende manschappen. De ideale manier voor iedereen om mee te doen hebben we nog niet paraat. We gunnen onszelf de tijd om te leren. Houd in ieder geval de ontwikkelingen in de gaten. Bijvoorbeeld via vakbekwaamheid en de opleidingscentra in je eigen regio.”

“Zie het als een kans, niet als een risico”

“Ik ben heel positief over de zorgvuldige aanpak van Onderwijs Onderweg, omdat dit recht doet aan de vragen uit het werkveld”, aldus Marinus van de Velde, adjunct-commandant Brandweer Fryslân bij Veiligheidsregio Fryslân. “We hebben nu een vrij rigide onderwijssysteem. Sommige veiligheidsregio’s stoeien ermee om nieuwe mensen op te leiden. Zit er ballast in de huidige opleiding? Zijn bepaalde onderdelen niet heel erg regio specifiek? Waar het volgens mij vooral om gaat, is dat in de opleiding de goede dingen aan bod komen. Die inhoudelijke discussie is superinteressant. Maar het gaat verder dan dat, want het gaat ook om de ontwikkeling van een modern onderwijsstelsel. Iedereen die daar een goed beeld bij heeft, zou hierover moeten meepraten. Ik ken de kritische geluiden van mensen die een minder complete basisopleiding zien als de uitholling van het brandweervak. Daar moeten we het met elkaar over hebben. Maar ik zie deze herziening toch vooral als een kans en niet als een risico. Ik hoop dat we samen komen tot een breed gedragen en toekomstbestendig stelsel waar Brandweer Nederland echt mee verder kan.”

Onderzoeken, reflecteren en leren in de praktijk

4 februari 2025

We zijn officieel van start gegaan met de tweede etappe van het programma Onderwijs Onderweg. In de eerste etappe hebben we de rollen in het onderwijsstelsel verkend en beschreven. Nu gaan we praktijkervaringen opdoen. Dit houdt in dat we gaan ontdekken wat er nodig is om het onderwijsstelsel goed te laten werken. En we onderzoeken hoe we het samenspel tussen partijen kunnen verbeteren.

Aan de hand van drie praktijkcases gaan we onderzoeken, reflecteren en leren. Op basis van de opgedane ervaringen komen we zo steeds een stap verder naar hoe we het stelsel het best kunnen inrichten. Naast deze drie praktijkcases werken we in etappe 2 aan de voorbereiding voor een gezamenlijke onderwijsvisie en het vereenvoudigen van regelgeving.

De tweede etappe begon officieel op 21 oktober 2024 en eindigt op 31 januari 2025. Onderstaand zetten we de vijf speerpunten van etappe twee op een rijtje, inclusief een korte toelichting.

1 – Verkenning vraag beroepspraktijk voor manschap

We willen een goed landelijk beeld krijgen wat een beginnend beroepsoefenaar moet kunnen. En wie dat vaststelt. Dat begint met de vraag wie we precies moeten betrekken. Vandaar deze verkenning. Aan het eind van dit project hebben we een duidelijke vraag uit de beroepspraktijk voor de functie(s) manschap én hebben we ervaringen met het proces om deze vraag te definiëren en vast te stellen.

2 – Verkenning vraag beroepspraktijk voor operationeel leider

We onderzoeken wat nodig is om de vraag uit de beroepspraktijk voor operationeel leider helder te krijgen en vast te stellen, zodat we ook ervaring opdoen met dit proces bij crisisbeheersing.

3 – Organisatie van duikonderwijs

In samenwerking met de vakraad Leren en ontwikkelen werken we aan het gezamenlijk organiseren van het duikonderwijs. In deze etappe verkennen we wat er nodig is. Denk bijvoorbeeld aan benodigde faciliteiten voor het onderwijs, de financiering ervan en landelijke regie. Het doel in deze etappe is om te komen tot een overzicht van de vraagstukken en uitgangspunten, inclusief een vervolgaanpak voor de verdere uitwerking hiervan in etappe 3.

4 – Voorbereiden ontwikkelen onderwijsvisie

We willen een gezamenlijke onderwijsvisie ontwikkelen voor álle opleidingsinstituten. In deze etappe bereiden we het project slechts voor, omdat de opleidingsinstituten op dit moment nog druk zijn met de implementatie van Canvas en Educator. We zorgen voor het aanstellen van een projectleider en stemmen af over de samenstelling van de projectgroep. Het opstellen van de onderwijsvisie gaat van start in etappe 3.

5 – Werken aan vereenvoudiging van regelgeving en bedrijfsvoering

In een werkgroep met financieel deskundigen bestuderen we de financiering van het onderwijsstelsel en de mogelijkheden voor vereenvoudiging. Daarnaast willen we de regelgeving in het onderwijsstelsel vereenvoudigen. We maken daarom een document (een zogenaamde two-pager) dat het ministerie van Justitie en Veiligheid als inbreng kan gebruiken voor de herziening van de Wet veiligheidsregio’s. Onderdeel van deze two-pager is bijvoorbeeld de wens om te komen tot ijkfuncties en het verbeteren van de flexibiliteit om snel te kunnen inspelen op veranderingen in praktijk of inzichten uit onderzoek.