Willemijn, Veiligheidsregio IJsselland
februari 2026
In september 2026 start de 55e voltijdopleiding Brandweerofficier. Acht veiligheidsregio’s zijn hiervoor nu op zoek naar geschikte kandidaten om brandweerofficier te worden. Kandidaten komen in dienst van een veiligheidsregio en volgen de opleiding tot brandweerofficier bij het NIPV. Willemijn ten Hoopen is oud-student van de 50e voltijdopleiding Brandweerofficier en nu werkzaam bij Veiligheidsregio IJsselland. Zij vertelt hoe ze de opleiding en haar carrière daarna heeft ervaren.

Wie ben je en wat voor werk doe je nu bij de brandweer?
Ik ben Willemijn, 38 jaar en inmiddels al heel wat jaren met veel plezier werkzaam bij de brandweer. Nu werk ik als specialist bij het team Risicobeheersing bij Veiligheidsregio IJsselland en hou ik me voornamelijk bezig met evenementenveiligheid. Samen met organisatoren, gemeenten en andere crisispartners zorgen we voor mooie, maar vooral heel veel veilige evenementen in de regio IJsselland. Na de officiersopleiding in 2018 ben ik bij team Risicobeheersing gestart en niet meer weggegaan.
Hoe kwam je bij de brandweer terecht?
Ik heb de hbo-opleiding rechten gedaan, iets heel anders. Veel klasgenoten liepen stage bij notarissen en advocaten, maar ik werd daar niet gelukkig van. Ik dacht aan mijn schoonmoeder die al jaren vrijwilliger was bij de brandweer. Een veiligheidsorganisatie die midden in de samenleving staat en zichtbaar is. Zo deed ik mijn stage en afstudeerproject bij de brandweer en daarna ben ik er gaan werken. Daardoor was ik al lang verbonden aan de brandweer toen ik met de voltijdopleiding begon.
Wat was je motivatie om de opleiding tot brandweerofficier te gaan doen?
Na mijn stage wist ik dat ik heel graag bij de brandweer wilde werken. Een organisatie met een mooi maatschappelijk doel, fijne cultuur, werksfeer en mensen. Na mijn hbo-opleiding ben ik in 2012 gestart als teamondersteuner en planner. Ik wilde meer brandweeruitdaging en vakinhoudelijk alle kanten van het brandweervak leren. Toen kwam de vacature voor brandweerofficier voorbij en dat kwam heel mooi samen.
Hoe reageerde je omgeving?
Mijn omgeving was enthousiast toen ik vertelde dat ik de opleiding ging volgen. Zij zagen dat ik toe was aan meer brandweeruitdaging.
Wat was vooraf je beeld van de opleiding en de functie?
In de voorbereiding sprak ik met collega’s die de opleiding lang geleden hadden gevolgd. Hun verhalen gaven mij een goed beeld van wat ik kon verwachten en maakten me enthousiast. De opleiding is een mooie mix van repressieve kennis, beheersmatige verdieping en persoonlijke ontwikkeling. Je gaat kritisch aan de slag met de vraag wie je bent en waarom je bent zoals je bent. Dat helpt in leiderschap. Kennis is belangrijk, maar juist het leren kennen van je eigen kwaliteiten en valkuilen levert je uiteindelijk ontzettend veel op.
Hoe heb je je leven tijdens de 18 maanden opleiding ervaren?
Het was een pittige tijd, want ik woonde ruim een uur van Arnhem waar je de opleiding volgt. Ik reisde heen en weer. Het tempo lag hoog. Maar dat is prima, want dat mag verwacht worden als dit je fulltime baan is. Wat dat betreft wist ik van tevoren wat me te wachten stond. Na anderhalf jaar opleiding wilde ik heel graag weer aan het werk in mijn organisatie, maar het was het absoluut waard want je doet in korte tijd veel kennis en ervaring op.
Hoe zie je de ervaringen vanuit de opleiding terug in je huidige functie?
In mijn huidige werk zie ik veel terug van de opleiding. Alle facetten van het brandweervak komen aan bod: risicobeheersing, vakbekwaamheid, incidentbestrijding en operationele voorbereiding, leiderschap. Daardoor kan ik makkelijker over processen en teams heen kijken. Je ziet de meerwaarde en weet wanneer je welk team ergens moet bij betrekken. Het breed opgeleid worden vind ik echt een voordeel.
Wat vond je het leukst aan de opleiding?
Het leukst aan de opleiding vond ik het fijne netwerk dat ik eraan overhoud. Vrienden en vriendinnen die ik nu nog steeds zie en vakinhoudelijke collega’s die je altijd mag bellen of een bericht kan sturen.
Wat vond je de grootste uitdaging tijdens de opleiding?
De grootste uitdaging was het volle weekprogramma. Je bent vijf dagen per week bezig met de opleiding: overdag volg je de lessen en in de avond en het weekend maakte ik de huiswerkopdrachten. Daarnaast draaide ik op maandagavond de oefenavond mee bij mijn lokale brandweerpost en op vrije lesdagen dienst bij de beroepspost in Zwolle.
Hoe kijk je terug op je opleiding?
Ik kijk positief terug op de opleiding: anderhalf jaar hard werken, veel leren en fijne mensen leren kennen. Er waren momenten waarop ik dacht: nu ben ik er wel klaar mee. Maar ik heb zoveel toffe dingen mogen doen, bijzondere stages gelopen en vooral ontzettend veel geleerd. Het was voor mij echt heel waardevol!
Hoe heb je je loopbaan ervaren, sinds je je diploma hebt behaald?
Sinds ik mijn diploma heb behaald, ervaar ik mijn loopbaan positief. Er bleek plek te zijn bij Risicobeheersing en daar ben ik heel gelukkig mee. Ik vind het een mooi vak: er zijn veel verschillende partners en belangen en samen werken we aan een veilige leefomgeving.
Wat vind je het mooiste aan je werk?
Het mooiste aan mijn werk is de samenwerking met collega’s intern, crisispartners, gemeenten, organisatoren en collega’s van alle brandweerposten. De slogan van onze veiligheidsregio is: samen werken aan veiligheid. Dat is precies waar we als brandweer mee bezig zijn, ook binnen het vakgebied risicobeheersing. Dat wordt weleens vergeten, maar die kant van het brandweervak is ook heel belangrijk. Samen voorkomen en beperken van risico’s waar het kan en bestrijden we incidenten waar het moet.
Wat vind je het meest uitdagend aan je werk?
Wat ik het meest uitdagend vind, is dat de wereld snel verandert en dat we als brandweer niet altijd meteen een antwoord hebben. Nieuwe technologieën gaan snel en maatschappelijke ontwikkelingen vragen veel flexibiliteit en veerkracht.
Onderdeel van het selectieproces is de sporttest. Heb je nog tips voor de sporttest?
Zorg voor een basisniveau van fitheid, dat is voldoende.
Hoe heb je de cultuur binnen de opleiding en op de werkvloer ervaren?
De cultuur binnen de opleiding en op de werkvloer heb ik ervaren als heel behulpzaam. Als je inzet toont, nieuwsgierig bent en oprechte interesse laat zien, wil iedereen je helpen. Ik heb tijdens de opleiding veel meegedraaid bij mijn lokale brandweerpost en de beroepspost in Zwolle, daar heeft iedereen me zo prettig geholpen om het brandweervak te leren. Daarnaast waren de docenten van de opleiding prettig en ik hou er een fijn netwerk aan over.
Wat zou je mee willen geven aan potentiële nieuwe studenten, aan mensen die overwegen te solliciteren?
Aan nieuwe studenten zou ik willen meegeven dat je ook met een andere achtergrond van grote meerwaarde kunt zijn voor de brandweer. Dus ook mensen met bijvoorbeeld een milieu- of bouwkundige achtergrond zijn heel welkom. De brandweer is voor iedereen. We hebben verschillende blikken en achtergronden nodig om toekomstbestendig te zijn!
Wat zou je willen dan meegeven aan mensen die twijfelen?
Zoek contact met de collega’s bij de brandweerregio waar je wil solliciteren, stel vragen en wees nieuwsgierig. Ik zou bij twijfel gewoon solliciteren. Maar het helpt wel als je van tevoren met mensen kunt praten, je twijfels kunt uitspreken en vragen kunt stellen.
NIPV onderzoekt mogelijke relatie brandgedrag zonnepanelen en vegetatie zonneparken
7 februari 2025
Wat is de relatie tussen het brandgedrag van zonnepanelen en het brandgedrag van de vegetatie in zonneparken? Met een stijging van het aantal (multifunctionele) zonneparken op land, is het van belang dat veiligheidsregio’s onderbouwing geboden wordt voor de advisering over brandrisicobeheersing en brandbestrijding in dergelijke zonneparken.

Het NIPV deed onderzoek naar mogelijke relaties. Het onderzoek is verricht met subsidie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Omgevingsdienst NL uit het Ontwikkelbudget nieuwe prioriteiten versterking omgevingsveiligheid 2021-2024, in het kader van de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid.
Weinig branden in zonneparken
Voor zover bekend zijn er in Nederland tot nu toe nog vrij weinig branden in zonneparken voorgekomen. De gevolgen van een brand in een zonnepark voor de omgeving kunnen echter groot zijn (denk aan rookontwikkeling en/of branduitbreiding naar aangrenzend gebied).
Oorzaken brand
In principe kan in elk onderdeel van het PV-systeem, het zonnepanelensysteem, brand ontstaan, bijvoorbeeld de zonnepanelen zelf, de bekabeling, de combinerbox, de omvormer, en het transformatorhuis. Dat blijkt ook uit de casuïstiek. Oorzaken kunnen bijvoorbeeld fouten door menselijk handelen of beschadiging door weersomstandigheden zijn.
Aandacht voor brandrisicobeheersing en brandbestrijding
In steeds meer zonneparken bestaat de vegetatie niet uit kort gemaaid gras maar uit kruidenrijke plantenmengsels, ingezaaid om de biodiversiteit te stimuleren. Om brand in zulke vegetatie van zonneparken te kunnen modelleren, heeft het NIPV nieuwe (theoretische) brandstofmodellen ontwikkeld.
Op basis van de modellering wordt geconcludeerd dat er omstandigheden denkbaar zijn waarin een brand in de vegetatie zoveel vermogen levert, dat de zonnepanelen in brand kunnen raken. Denk bijvoorbeeld aan een periode van extreme en/of langdurige droogte en een (zeer) lage relatieve luchtvochtigheid, gecombineerd met hoge vegetatie die relatief weinig vocht bevat of gemaaide vegetatie waarbij het uitgedroogde maaisel is blijven liggen. Vanuit het oogpunt van brandveiligheid is het wenselijk de aanwezigheid van brandbaar materiaal zoveel mogelijk te beperken.
De omstandigheden kunnen er vervolgens voor zorgen dat de bestrijding en beheersbaarheid van de brand problematisch worden: denk hierbij aan factoren als de bereikbaarheid en de bluswatervoorziening. Bij een brand in een zonnepark is depositie van (scherpe) zonnecelscherven niet te verwachten, omdat daarvoor de warmteontwikkeling en pluimstijging niet groot genoeg zullen zijn.
Eigenaar zonnepark verantwoordelijk
Het brandveilig inrichten van een zonnepark is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van het zonnepark. Voor de veiligheidsregio’s is het van belang dat een brand zich niet buiten het zonnepark uitbreidt en de omgeving bedreigt. Het is van belang dat de brandweer, als een brand bestreden moet worden, daar de mogelijkheden voor heeft.
Maatregelen die getroffen kunnen worden
De Handreiking Risicobeheersing Advies Veilige PV-systemen (Brandweer Nederland, 2020) beschrijft maatregelen die de eigenaar van een zonnepark kan treffen om brand te voorkomen, branduitbreiding te beperken en brandbestrijding mogelijk te maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
- Keuring, onderhoud en monitoring van het PV-systeem.
- Een brandveilige ondergrond onder componenten met een brandrisico.
- Voldoende afstand tussen de rijen zonnepanelen.
- Beheer van de vegetatie.
- Goede toegankelijkheid van het zonnepark.
- Aanwezigheid van berijdbare paden en opstelplaatsen.
- Een beperkte afstand tot elk onderdeel van het PV-systeem.
- Voldoende bluswatervoorziening.
- 24/7 beschikbaarheid van een bedrijfsdeskundige van het zonnepark.
Lees het rapport en de factsheet
Bekijk ook
Brandweerstelsels van 7 Europese landen vergeleken
6 februari 2025
In 2013 heeft het IFV, voorloper van het NIPV, het Nederlandse brandweerstelsel vergeleken met dat van zes andere Europese landen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Dit rapport is nu geactualiseerd.

Relevante inzichten voor Nederland
Doel van het onderzoek was om kennis te nemen van de manier waarop brandweerstelsels in de landen om ons heen zijn georganiseerd. Dit levert mogelijk inzichten op die voor de Nederlandse brandweer relevant kunnen zijn.
5 thema’s
De brandweerstelsels zijn op 5 thema’s met elkaar vergeleken: bestuur, organisatie en financiering, personeel, taken van de brandweer, opleiding en training, en overige zaken. Bij ‘overige zaken’ is gekeken naar opkomsttijden en voertuigbezetting.
Belangrijkste bevindingen
In vergelijking met het rapport uit 2013 zijn er geen grote veranderingen. Het Nederlandse brandweerstelsel scoort vrij gemiddeld op de onderzochte thema’s:
- De bestuurlijke verantwoordelijkheid is in de onderzochte landen op verschillende niveaus belegd: van lokaal (gemeente) tot regionaal, zoals in ons land.
- Het bedrag dat in Nederland besteed wordt aan de brandweer is gemiddeld.
- In vergelijking met de andere landen is in Nederland een heel klein deel van de beroepsbevolking werkzaam bij de brandweer.
- Het aandeel vrijwilligers in ons land is gemiddeld.
- In alle onderzochte landen is het aandeel vrouwen laag. Nederland springt er met 6,5 procent niet negatief of positief uit.
- De kerntaken van de brandweer zijn in alle onderzochte landen ongeveer hetzelfde. Het belangrijkste verschil is de meer of minder belangrijke rol van de brandweer bij medische incidenten.
- Qua opkomsttijden scoort Nederland vrij goed. Maar het is lastig om de opkomsttijden van een klein, dichtbevolkt land als Nederland te vergelijken met die van grootschalige, dunbevolkte gebieden zoals elders in Europa.
- Per land verschillen de eisen die gesteld worden aan de uitruksterkte. Die kunnen afhangen van het incident of van het voertuig waarmee wordt uitgerukt. Net als in Nederland, is het in de meeste landen mogelijk om uit te rukken met een TS met variabele voertuigbezetting.
Lees het rapport
Bekijk ook
Onderwijs kan de praktijk niet bijhouden
4 februari 2025
De wereld om ons heen verandert snel. Dat merken ook mensen bij de brandweer en crisisbeheersing in hun dagelijkse werk. Het huidige onderwijs sluit daar niet goed op aan. “Daarom is het tijd om het onderwijs anders in te richten”, zegt Frans Schippers, programmadirecteur van Onderwijs Onderweg.

Het is een van de belangrijkste redenen waarom de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) samen gestart zijn met het programma Onderwijs Onderweg. Met als stip op de horizon: praktijkgericht, flexibel en up-to-date onderwijs voor mensen bij de brandweer en crisisbeheersing.
Het is zeker niet de enige reden. Frans: “We zien namelijk ook dat vrijwilligers nu vaak erg veel tijd kwijt zijn aan opleidingen. De vraag is: is dat allemaal wel nodig? Of kunnen we dat terugdringen door het onderwijsstelsel beter en flexibeler in te richten? Met onderwijs bijvoorbeeld dat een goede basis biedt. Maar ook onderwijs dat de regio’s meer ruimte geeft voor regionale accenten.”
Tegelijkertijd vindt hij het belangrijk om ook de kwaliteit van het onderwijs te blijven ontwikkelen. Frans: “We hebben met elkaar in 2015 een grote stap gezet. Nu zijn we klaar voor de volgende stap: beter organiseren wat iemand moet weten én kunnen na het afronden van een opleiding. Dat willen we met de mensen doen, die het werk uitvoeren. Nu zitten er in werkgroepen geregeld mensen, die het werk zélf niet uitvoeren of daar leiding aan geven. Ook mist duidelijkheid wie wat bepaalt. Dat moeten we uitzoeken.”
Mee op reis
Lonkend perspectief is dat we na deze aanpassingen afscheid nemen van allerlei zaken die nu niet goed gaan. Frans: “Een voorbeeld: cursisten van de opleiding tot manschap leren met gereedschap te werken, alleen omdat dat in het examen gevraagd wordt. In de praktijk gebruiken ze dit gereedschap niet meer. Of neem het duikonderwijs: we kunnen dat goed geven. Alleen beschikken de veiligheidsregio’s niet over een goed uitgeruste opleidingsplek. En bij de opleiding tot Operationeel Leider bij crisisbeheersing is het belangrijk dat we nu ook de laatste inzichten – denk aan geleerde lessen tijdens Covid19 en de vluchtelingenproblematiek – daarin meenemen.”
Frans hoopt van harte dat vrijwilligers en beroepskrachten bij veiligheidsregio’s en de onderwijscollega’s bij het NIPV de noodzaak en urgentie van het programma onderschrijven. En dat zij ‘kritisch en constructief’ meegaan op de reis naar dat vernieuwde stelsel. “Daarmee ga je met ons op zoek naar een passend onderwijsstelsel. Dat is iets wat alle medewerkers van de veiligheidsregio’s verdienen.”
Dáárom Onderwijs Onderweg
Waarom is een programma als Onderwijs Onderweg zo hard nodig? En wat moet er dan zoal anders? Wij vroegen het aan professionals bij de brandweer en crisisbeheersing. Een bloemlezing van de antwoorden.
Waarom is het belangrijk ons onderwijsstelsel te herzien?
- Zo’n twintig jaar geleden hadden onze vrijwilligers nog niet zoveel ernaast, de opleiding duurt nu te lang.
- We moeten veel sneller inspelen op ontwikkelingen in maatschappij.
- We krijgen te maken met een andere doelgroep bij onze opleidingen, diverser en minder technisch.
- We moeten opleiden voor het vak en niet voor het halen van toetsen.
- De inhoud moet beter aansluiten op het risicoprofiel van een regio.
- We moeten kiezen voor andere werkvormen die beter aansluiten bij de doelgroep.
- We kunnen meer en beter samenwerken en leren van elkaar.
- De nabijheid van opleidingen blijft belangrijk.
- We moeten anders durven nadenken over basisinstroom, maar we moeten wel het hele brede takenpakket als basis hanteren.
Wat is jouw toekomstdroom voor het onderwijs van de veiligheidsregio’s?
- Aandacht voor actuele onderwijsmethoden/ontwikkelingen zoals AI.
- Flexibel, modulair onderwijs, dus passend bij de behoefte.
- Bepaalde uniformiteit ten behoeve van kwaliteit.
- Kaders met ruimte voor regionale invulling (op alle fronten dus ook examens).
- Regio’s met expertises uitwisselbaar.
- Makkelijker examineren (met meer-ogen principe). In eigen beheer van opleidingsinstituut.
- Samenwerking op alle fronten.
- We leiden niet op voor het examen, we leiden op voor het vak. We zijn de laatste halte voordat mensen vakbekwaam zijn en veilig hun uitruk doen.
Bekijk ook
Onderwijs Onderweg in het kort
4 februari 2025
Wat is het programma Onderwijs Onderweg? Wat is de aanleiding? Hoe werkt het? En hoe blijf jij op de hoogte? Zes vragen en antwoorden.

Wat is het programma?
Het programma Onderwijs Onderweg richt zich op het verbeteren van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing. De ambitie van het programma is samen op weg te gaan naar een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en up-to-date onderwijs voor alle mensen van de brandweer en crisisbeheersing in de veiligheidsregio’s.
Wie zijn de opdrachtgevers?
De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) zijn beiden opdrachtgever van dit programma.
Wat is de aanleiding voor het programma?
Het huidige onderwijsstelstel past niet meer goed bij de snel veranderende wereld. Het moet flexibeler worden en beter passen bij de praktijk. Dit blijkt onder meer uit de rapportage ‘Onderwijsstelsel veiligheidsregio’s; de zoektocht naar verbetering’, die in september 2023 verscheen.
Wat is de kern van het programma?
Er is een koersplan opgesteld, waarin staat beschreven hoe de verbetering van het onderwijsstelsel de komende jaren wordt aangepakt. Er zijn zes belangrijke ontwikkeldoelen waar we met het programma naartoe werken:
- beter samenspel door meer rolduidelijkheid, rolbewustzijn en rolvastheid;
- betere sturing en aansluiting op de vraag vanuit de beroepspraktijk;
- meer flexibiliteit in het functiestelsel en de kwalificatiedossiers;
- meer flexibiliteit in het onderwijs, waarin de deelnemer centraal staat;
- efficiëntere en effectievere uitvoering;
- gezamenlijke evaluatie en snellere aanpassing van onderwijs.

Hoe werkt het programma Onderwijs Onderweg?
Het herzien van het onderwijsstelsel vormt geen uitgestippelde route. Daarvoor heeft het programma te maken met te veel spelers, lastige knelpunten en met snelle ontwikkelingen in de wereld om ons heen. Het programma Onderwijs Onderweg kiest daarom voor een stapsgewijze aanpak. Centraal staat: met elkaar ontdekken, reflecteren, leren en weer op pad gaan. Dit betekent dat we in verschillende fasen experimenteren en vanuit die ervaringen weer verder ontwikkelen. Het is een vorm van actieleren.
We doen dat met behulp van overzichtelijke etappes. Iedere etappe heeft een doorlooptijd van ongeveer drie maanden. Aan het begin van de etappe deelt het programmateam de voorgenomen activiteiten. Iedere etappe wordt afgesloten met een etappebijeenkomst. Dit zijn bijeenkomsten waar we samen met professionals uit het veld werken aan een beter onderwijsstelsel en waar we inzichten en uitdagingen verzamelen. Na iedere etappe communiceert het team over de behaalde resultaten en leerpunten.

Waar kan ik terecht met vragen en opmerkingen?
Dit kan per e-mail via onderwijsonderweg@nipv.nl.
Bekijk ook
Programma Onderwijs Onderweg: “Moeten we supermensen opleiden?”
februari 2025
Een van de speerpunten waar Onderwijs Onderweg mee aan de slag is gegaan, is de manschappenopleiding. Waar moet een manschap aan voldoen? Hoe zorgen we voor een gezamenlijke vraag vanuit de beroepspraktijk? Projectleiders Alex van Schaik en Pieter Lodder vertellen hierover.

Het programma Onderwijs Onderweg werkt de komende jaren aan verbetering van het onderwijs voor brandweer en crisisbeheersing. Het programma is opgezet in opdracht van de RCDV en het NIPV om het onderwijsstelsel voor de veiligheidsregio’s te verbeteren. De ambitie is om samen op weg te gaan naar een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en up-to-date onderwijs voor alle brandweer- en crisisprofessionals in de veiligheidsregio’s. Maar waarom moet het onderwijs anders, hoe gaat het programma dit doen en wat heeft het al bereikt? In dit artikel staat een van de speerpunten van het programma centraal, de manschappenopleiding.
Waar moet een manschap anno nu aan voldoen?
Een van de speerpunten waar Onderwijs Onderweg in etappe 2 al direct mee aan de slag is gegaan, is de manschappenopleiding. De kern van het vraagstuk: waar moet een manschap anno nu aan voldoen? En hoe zorgen we ervoor dat we tot een gezamenlijke vraag vanuit de beroepspraktijk komen? Het woord is aan de projectleiders Alex van Schaik en Pieter Lodder.
Pieter Lodder: “Het kwalificatiedossier Manschap is voor het laatst herzien in 2017. Sindsdien zijn er vanuit het land verschillende opmerkingen gekomen dat het anders moet. Op die behoeftes willen we nu inspelen en tot een breed gedragen voorstel komen voor een nieuwe opleiding voor manschap. Het doel is om het kwalificatiedossier en de manschappenopleiding actueel te maken. Met de flexibiliteit om in de toekomst snel te kunnen vernieuwen als de praktijk daar om vraagt.”
Alex van Schaik: “Wij zijn al veel het land in geweest om input op te halen en dat zullen we blijven doen. Wat speelt er? Wat zijn de behoeftes om de opleiding aan te passen? De vraag vanuit de beroepspraktijk is leidend. Waar moet een manschap aan voldoen en hoe moet de opleiding eruitzien? We zetten heel bewust een stap terug om echt te starten bij de basis.”
Eenheidsworst
Pieter Lodder: “De herziening van de manschappenopleiding vraagt om een andere aanpak dan de huidige manier. Voorheen gingen we de bestaande opleiding verbeteren. Dan blijf je dus voor het grootste deel hangen in wat je al hebt. Waarbij de neiging is om er nóg méér kennis in te stoppen. Maar hoeveel kennis kan iemand aan? Heeft een manschap misschien meer baat bij digitale vaardigheden om snel iets op te zoeken?”
Alex van Schaik: “Moeten we supermensen opleiden? En als we dat doen: hoe blijven ze supermensen? De vraag is of alle onderdelen van het vak nog in de basisopleiding moeten terugkomen. Misschien hebben we meer behoefte aan een stelsel met verschillende kwalificatiedossiers in plaats van de eenheidsworst die we nu aanbieden. Dat zou bijvoorbeeld kunnen helpen om de variabele voertuigbezetting, waar diverse veiligheidsregio’s behoefte aan hebben, een stap verder te brengen.”
Sentiment
Pieter Lodder: “De herziening van de manschappenopleiding gaat over de vraag hoe jij collega’s krijgt waarmee je het werk op straat kunt blijven doen. En voor leidinggevenden over de vraag hoe je de organisatie anders kunt inrichten als er keuzeopties zijn voor verschillende kwalificatiedossiers. Er is ook ruimte voor een kritische blik. Er zijn mensen die een minder complete basisopleiding zien als een uitholling van het brandweervak. Ook dat sentiment nemen we mee.”
Alex van Schaik: “Een belangrijke vraag voor nu is: hoe gaan we iedereen bereiken? Cursisten, instructeurs, begeleiders, opleidingscentra en zittende manschappen. De ideale manier voor iedereen om mee te doen hebben we nog niet paraat. We gunnen onszelf de tijd om te leren. Houd in ieder geval de ontwikkelingen in de gaten. Bijvoorbeeld via vakbekwaamheid en de opleidingscentra in je eigen regio.”
“Zie het als een kans, niet als een risico”
“Ik ben heel positief over de zorgvuldige aanpak van Onderwijs Onderweg, omdat dit recht doet aan de vragen uit het werkveld”, aldus Marinus van de Velde, adjunct-commandant Brandweer Fryslân bij Veiligheidsregio Fryslân. “We hebben nu een vrij rigide onderwijssysteem. Sommige veiligheidsregio’s stoeien ermee om nieuwe mensen op te leiden. Zit er ballast in de huidige opleiding? Zijn bepaalde onderdelen niet heel erg regio specifiek? Waar het volgens mij vooral om gaat, is dat in de opleiding de goede dingen aan bod komen. Die inhoudelijke discussie is superinteressant. Maar het gaat verder dan dat, want het gaat ook om de ontwikkeling van een modern onderwijsstelsel. Iedereen die daar een goed beeld bij heeft, zou hierover moeten meepraten. Ik ken de kritische geluiden van mensen die een minder complete basisopleiding zien als de uitholling van het brandweervak. Daar moeten we het met elkaar over hebben. Maar ik zie deze herziening toch vooral als een kans en niet als een risico. Ik hoop dat we samen komen tot een breed gedragen en toekomstbestendig stelsel waar Brandweer Nederland echt mee verder kan.”
Bekijk ook
Onderzoeken, reflecteren en leren in de praktijk
4 februari 2025
We zijn officieel van start gegaan met de tweede etappe van het programma Onderwijs Onderweg. In de eerste etappe hebben we de rollen in het onderwijsstelsel verkend en beschreven. Nu gaan we praktijkervaringen opdoen. Dit houdt in dat we gaan ontdekken wat er nodig is om het onderwijsstelsel goed te laten werken. En we onderzoeken hoe we het samenspel tussen partijen kunnen verbeteren.

Aan de hand van drie praktijkcases gaan we onderzoeken, reflecteren en leren. Op basis van de opgedane ervaringen komen we zo steeds een stap verder naar hoe we het stelsel het best kunnen inrichten. Naast deze drie praktijkcases werken we in etappe 2 aan de voorbereiding voor een gezamenlijke onderwijsvisie en het vereenvoudigen van regelgeving.
De tweede etappe begon officieel op 21 oktober 2024 en eindigt op 31 januari 2025. Onderstaand zetten we de vijf speerpunten van etappe twee op een rijtje, inclusief een korte toelichting.
1 – Verkenning vraag beroepspraktijk voor manschap
We willen een goed landelijk beeld krijgen wat een beginnend beroepsoefenaar moet kunnen. En wie dat vaststelt. Dat begint met de vraag wie we precies moeten betrekken. Vandaar deze verkenning. Aan het eind van dit project hebben we een duidelijke vraag uit de beroepspraktijk voor de functie(s) manschap én hebben we ervaringen met het proces om deze vraag te definiëren en vast te stellen.
2 – Verkenning vraag beroepspraktijk voor operationeel leider
We onderzoeken wat nodig is om de vraag uit de beroepspraktijk voor operationeel leider helder te krijgen en vast te stellen, zodat we ook ervaring opdoen met dit proces bij crisisbeheersing.
3 – Organisatie van duikonderwijs
In samenwerking met de vakraad Leren en ontwikkelen werken we aan het gezamenlijk organiseren van het duikonderwijs. In deze etappe verkennen we wat er nodig is. Denk bijvoorbeeld aan benodigde faciliteiten voor het onderwijs, de financiering ervan en landelijke regie. Het doel in deze etappe is om te komen tot een overzicht van de vraagstukken en uitgangspunten, inclusief een vervolgaanpak voor de verdere uitwerking hiervan in etappe 3.
4 – Voorbereiden ontwikkelen onderwijsvisie
We willen een gezamenlijke onderwijsvisie ontwikkelen voor álle opleidingsinstituten. In deze etappe bereiden we het project slechts voor, omdat de opleidingsinstituten op dit moment nog druk zijn met de implementatie van Canvas en Educator. We zorgen voor het aanstellen van een projectleider en stemmen af over de samenstelling van de projectgroep. Het opstellen van de onderwijsvisie gaat van start in etappe 3.
5 – Werken aan vereenvoudiging van regelgeving en bedrijfsvoering
In een werkgroep met financieel deskundigen bestuderen we de financiering van het onderwijsstelsel en de mogelijkheden voor vereenvoudiging. Daarnaast willen we de regelgeving in het onderwijsstelsel vereenvoudigen. We maken daarom een document (een zogenaamde two-pager) dat het ministerie van Justitie en Veiligheid als inbreng kan gebruiken voor de herziening van de Wet veiligheidsregio’s. Onderdeel van deze two-pager is bijvoorbeeld de wens om te komen tot ijkfuncties en het verbeteren van de flexibiliteit om snel te kunnen inspelen op veranderingen in praktijk of inzichten uit onderzoek.
Bekijk ook
Ontwikkelfonds: terugblik 2024 en vooruitblik 2025
4 februari 2025
Via het Ontwikkelfonds financieren de veiligheidsregio’s de ontwikkeling van les- en leerstof voor de (v)mbo-functies bij de brandweer. De doelstelling van het fonds is de ontwikkeling en distributie van les- en leerstof voor de opleiding (de initiële vakbekwaamheid) en leermiddelen voor het oefenen en bijscholen (de blijvende vakbekwaamheid) van brandweermensen. Wat is er in 2024 opgeleverd en wat staat er voor 2025 op de planning? Een korte terug- en vooruitblik.

Nieuwe trend: microlearning
In 2024 zijn we gestart met microlearning. Dit is een vorm van leren waarin deelnemers in korte, behapbare stukken leerstof tot zich nemen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een app waarin op een laagdrempelige manier via vraag en antwoordmogelijkheden lesstof aan bod komt. In 2025 wordt deze manier van leren verder ingezet binnen het Ontwikkelfonds:
- Format voor ontwikkeling van microlearnings (2024)
- Microlearnings over elektriciteit (2024)
- Topics in Knowingo voor duikinstructeurs (2024 en 2025)
- Topic in Knowingo over energietransitie voor instructeurs (2025)
- Voortzetting Werkgroep Microlearning (2025)
Wat is er in 2024 opgeleverd?
Ontwikkelspoor 1: ontwikkeling en onderhoud van leergangen
- Onderhoud leergangen en onderwijsproducten (jaarlijks terugkerend)
- Leergang chauffeur aangepast
- Leergang mdw Vakbekwaamheid opgeleverd
- Gebouwcodering verwerkt in de leergangen
- THV- medische inzichten verwerkt in de leergangen
- Arbeidsveiligheid en arbeidshygiene aangepast in de leergangen
- Aanpassingen leergang centralist
- Leergang duiken – registratiestelsel
Ontwikkelspoor 2 en 3: content voor vakbekwaam blijven en bijscholing van kerninstructeurs
| Thema | Ontwikkelspoor 2 | Ontwikkelspoor 3 |
|---|---|---|
| Waterstof | Vakbekwaamheidsadvies E-module | Cursus i.s.m. Kiwa, theorie + praktijk |
| Elektriciteit | Vakbekwaamheidsadvies E-module Webinar Microlearnings | Cursus, theorie + praktijk |
| THV bij elektrische voertuigen | Vakbekwaamheidsadvies Instructievideo E-module | Cursus i.s.m. ANWB, theorie + praktijk |
| Gebouwcodering | Vakbekwaamheidsadvies Instructievideo E-module | Overdracht leermiddelen en achtergrondkennis op themamiddag 19 december 2024 |
| Brandbestrijding in gesprinklerde gebouwen | Vakbekwaamheidsadvies Instructievideo E-module | Overdracht leermiddelen en achtergrondkennis op themamiddag 19 december 2024 |
| Duiken (diverse thema’s) | – | Instructiekaarten en microlearnings (Knowingo) |
Wat staat er op de planning voor 2025?
Voor 2025 is samen met het werkveld besloten om de volgende producten te realiseren vanuit het Ontwikkelfonds voor de leergangen. Daarnaast wordt de OvD Brandweer opleiding dit jaar herzien.
- Ontwikkelspoor 1: beheer en onderhoud leergangen
- Onderhoud leergangen en onderwijsproducten
- Leergang Manschap 3.0 (onderwijs onderweg) incl KD
- Jeugdbrandweer – afronden junioren en ontwikkelen aspiranten
- Onderwijsvisie ontwikkelen (onderwijs onderweg)
- Alle modules over naar Canvas
- Implementatie visie THV binnen leergangen
- Evaluatie leergang manschap en bevelvoerder
- Leergang ploegchef en instructeur herzien
- Leergang mdw brandveiligheid herzien
- Leergang gaspakdrager evalueren
- Doorontwikkeling thema arbeidsveiligheid
- Ontwikkelspoor 2: content bijscholing t.b.v. vakbekwaam blijven
- Leerlijn Energietransitie – onderdeel waterstofdragers ontwikkelen
- THV – Zagen onder spanning module ontwikkelen
- THV – Toepassing bergingslier en autolaadkraan; verkennen naar certificeringsmogelijkheden
- Doorontwikkeling bevrijdingstechnieken THV
- Implementatie update REVI
- Natuurbrandbestrijding – ontwikkeling Handboek
- Verkenning van de impact van isolatie en energietransitie op gebouwbrandbestrijding, (complexe gebouwen, hoogbouw en het herkennen van brandpreventieve voorzieningen
- Landelijk lesmateriaal t.b.v. BPBB ontwikkelen
- Ontwikkeling onderhoudsbeleid e-modules Vakbekwaam Blijven
- Oriëntatie onderwijs innovatie
- Ontwikkelspoor 3: bijscholing instructeurs
- Instructeurs Energietransitie bijscholen
- Basiscursus instructeur IBGS uitvoeren
- Basiscursus instructeur THV uitvoeren
- Cursus instructeurs THV op gebied van zagen onder spanning uitvoeren
- Bijscholing duikinstructeurs uitvoeren
- Bijscholing instructeurs meldkamers uitvoeren
Namens de leden van de stuurgroep Ontwikkelfonds
Patrick Sprokkereef (Vakraad L&O), Monique van Beek (LOBO), Hakan Meijer (Vakraad L&O), voorzitter Jan Pieter Duhen (WVA), Ymko Attema (platform vakbekwaam blijven vanuit Vakraad L&O), Marinus van der Velde (Vakraad IB) en Tanja Guyken (NIPV).
In 2025 wordt het voorzitterschap van de stuurgroep overgenomen door Patrick Sprokkereef. Jan Pieter Duhen gaat de stuurgroep verlaten. Ymko Attema en Marinus van der Velde zijn als nieuwe leden toegetreden tot de stuurgroep.
Bekijk ook
E-module en video’s beschikbaar over bestrijding van brand in een bouwwerk met sprinklerinstallatie
30 januari 2025
Steeds meer gebouwen zijn voorzien van een sprinklerinstallatie. Tot nu toe was er nog geen standaardprocedure voor het brandweeroptreden bij branden in gebouwen voorzien van een sprinklerinstallatie. Dit terwijl een inzet in een gesprinklerd gebouw tamelijk complex kan zijn. Dat was voor het NIPV de aanleiding om een handelingsperspectief te ontwikkelen, dat is opgenomen in het rapport ‘Bestrijding van brand in een bouwwerk met sprinklerinstallatie’. Het handelingsperspectief is nu ook verwerkt in een e-module (beschikbaar via de elektronische leeromgeving) en video’s (beschikbaar via YouTube) om de vakbekwaamheid van manschappen en bevelvoerders op dit thema te actualiseren.

In de instructievideo worden de werking, bediening en bewaking en vervolgens de werkwijze bij een brandmelding uitgelegd. In de andere video is aandacht voor het belang van een sprinklerinstallatie en hoe een installatie de brandweer helpt bij een optreden.
E-module voor manschappen en bevelvoerders in elektronische leeromgeving veiligheidsregio’s
In de e-module leren brandweermensen hoe een sprinklerinstallatie werkt en hoe de brandweer hiermee bij het optreden het beste om kan gaan. De e-module Brandbestrijding in gesprinklerde gebouwen is via de elektronische leeromgeving van de veiligheidsregio te volgen. De e-module bestaat uit twee delen:
- Een basisdeel voor manschappen en bevelvoerders met aandacht voor:
- de functie en werking van een sprinklerinstallatie
- het aflezen van het brandweerpaneel
- de werking van de pompkamer op hoofdlijnen
- de aandachtspunten bij de inzet in een gesprinklerd gebouw.
- Een verdiepend deel voor bevelvoerders met daarin:
- de afwegingen rondom een inzet bij een gesprinklerde gebouwbrand
- de watervoorziening: hoe is die geregeld en is deze voldoende?
- een beschrijving van manieren waarop een sprinkler kan falen en welke afweging iemand dan moet maken.
Instructievideo brandbestrijding in gesprinklerde gebouwen en video over functie en werking van sprinklerinstallaties
Er zijn ook twee video’s ontwikkeld, in samenwerking met de Verenigde Sprinkler Industrie.
Brandbestrijding in gesprinklerde gebouwen
In deze instructievideo wordt eerst de werking, bediening en bewaking van een sprinklerinstallatie uitgelegd. Daarna gaat de video in op de werkwijze bij een brandmelding bij een gesprinklerd pand, van de uitruk tot de overdracht aan de gebouwbeheerder en de terugkeer naar de kazerne. Hierbij komt ook de samenwerking met de bedrijfsdeskundige/het hoofd BHV aan de orde.
Functie en werking van sprinklerinstallaties
Hierin wordt het belang van een sprinklerinstallatie uitgelegd en hoe de installaties de brandweer helpt om veilig en effectief op te treden.
Bekijk ook
Verkenning ontwikkeling woningbrandmeldingen
29 januari 2025
Maandelijks verzamelt het NIPV het aantal meldingen van woningbranden die zijn binnengekomen bij de meldkamers van de brandweer. Deze cijfers worden gepubliceerd en zijn te raadplegen in het dashboard Kerncijfers Incidenten op de website Kerncijfers Veiligheidsregio’s.
Op basis van deze gegevens publiceerde het Algemeen Dagblad vandaag per gemeente een jaaroverzicht. In deze artikelen wordt de suggestie gewekt dat een melding daadwerkelijk gelijk is aan een woningbrand. Dit hoeft echter niet, omdat niet elke woningbrandmelding daadwerkelijk een woningbrand vertegenwoordigt.

Stijgende trend onderzocht
De afgelopen jaren is er een stijgende trend waargenomen in het aantal woningbrandmeldingen in Nederland. Het NIPV heeft onderzocht welke factoren hierbij mogelijk een rol spelen. Dit is gedaan met een kwantitatieve onderzoeksmethode, waarbij bestaande registraties als databronnen zijn gebruikt.
De belangrijkste uitkomst is dat ongeveer de helft van de stijging in het aantal woningbrandmeldingen geen daadwerkelijke toename weerspiegelt. Deze stijging is het gevolg van een steeds completere registratie in de meldkamers van brandmeldingen die betrekking hebben op een woning.
De resterende stijging van het aantal meldingen kán wijzen op een toename van het aantal woningbranden. De toename van de woningvoorraad in Nederland – meer woningen, dus meer kans op woningbranden – kan een kwart van de resterende stijging in het aantal meldingen verklaren. Voor het overige deel van de stijging in het aantal woningbrandmeldingen is geen verklaring.
