NIPV werkt aan verbetering crowd-simulaties met 3D-data voor veiliger evenementen
4 februari 2026
Voor grootschalige evenementen zoals SAIL Amsterdam, de Nijmeegse Vierdaagse en de huldiging van Ajax is het essentieel om voetgangerstromen goed te kunnen managen. Dat vraagt om meer dan alleen een stratenplan. Ook objecten in de openbare ruimte, zoals terrassen, plantenbakken, lantaarnpalen en luifels, hebben grote invloed op hoe mensen zich verplaatsen. Een actueel en nauwkeurig beeld van deze elementen is cruciaal voor realistische simulaties van mensenmassa’s.

Samen met technologiepartner uCrowds werkt het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) aan het verbeteren van crowd-simulaties door verschillende 3D-kaarten met elkaar te combineren. Door deze lagen over elkaar heen te leggen ontstaat een gedetailleerd en actueel beeld van de openbare ruimte.
Als voorbeeld gebruikt het NIPV onder meer een 3D Lidar-beeld van het NIPV-kantoor in Arnhem, waarbij objecten zoals bomen zijn weggefilterd om beter zicht te krijgen op relevante structuren. (zie afbeelding)
In de komende periode worden deze 3D-beelden en kaarten ingezet om objecten in de openbare ruimte automatisch te identificeren en classificeren. Dit gebeurt met behulp van data-analyse en kunstmatige intelligentie. Door te weten waar obstakels zich bevinden en wat hun impact is op looproutes, kunnen simulaties van mensenmassa’s nauwkeuriger worden en beter aansluiten op de praktijk van veiligheidsprofessionals.
Onderzoeksproject INVISE
Deze werkzaamheden zijn onderdeel van het onderzoeksproject INVISE. Binnen dit project werken het NIPV, uCrowds en Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland samen aan de ontwikkeling van zogeheten digital twins: digitale kopieën van de leefomgeving die kunnen voorspellen hoe mensen zich gedragen bij grote evenementen en in crisissituaties.
INVISE richt zich op het slim combineren van uiteenlopende databronnen, zoals 3D-beelden van gebouwen en straten en informatie over looproutes en nooduitgangen. Door deze data beter op elkaar af te stemmen, worden computersimulaties betrouwbaarder. De toepassingen reiken verder dan evenementen alleen en zijn ook relevant voor drukke stadscentra en andere complexe veiligheidsvraagstukken.
De technologie is inmiddels getest met gegevens van eerdere evenementen. In 2026 volgen praktijktesten tijdens live-evenementen, waarbij niet alleen de technische prestaties worden beoordeeld, maar ook de bruikbaarheid voor veiligheidsprofessionals in de dagelijkse praktijk.
Strategisch Programma Veiligheidsmarkt
De samenwerking vindt plaats binnen het Strategisch Programma Veiligheidsmarkt, dat zich richt op het versterken van publiek-private samenwerking voor onderzoek en innovatie. Het project INVISE wordt gefinancierd met PPS-i-middelen van het Ministerie van Economische Zaken via TKI ICT, het topconsortium voor kennis en innovatie van de ICT-sector.
Bekijk ook
Ben je direct of indirect betrokken bij NL-Alert? Vul de vragenlijst in!
4 februari 2026
Het NIPV biedt, in samenwerking met het programma NL-Alert en het Ministerie van Justitie en Veiligheid, onderwijs en leermiddelen aan voor crisisbeheersingsfuncties en brandweerprofessionals rondom de inzet van NL-Alert. Heb jij al kennisgemaakt met één van onze onderwijsmodules? Dan zijn we benieuwd naar jouw ervaring.

Breed en samenhangend opleidingsaanbod voor NL-Alert
Het NIPV biedt NL-Alert-gebruikers een breed palet aan opleidingsmogelijkheden aan, zoals:
- E-modules voor de verschillende rollen binnen het NL-Alert-proces.
- Opleidingsmodules waarin op een realistische manier NL-Alert is geïntegreerd.
- Een breed aanbod van ondersteunende hulpmiddelen en actualiteitenmodules waar praktisch mee geoefend en gewerkt kan worden.
NL-Alert is structureel opgenomen in ons onderwijs, examinering en oefening. Dat zorgt ervoor dat crisisfunctionarissen niet alleen weten wat NL-Alert is, maar ook hoe en wanneer ze een NL-Alert effectief in kunnen zetten.
Jouw ervaring en mening doet ertoe!
Heb jij al eens één van onze onderwijsmodules gevolgd? Dan zijn we benieuwd naar jouw ervaring. Deel deze gerust met ons en vul de vragenlijst in : Evaluatie Programma NL-Alert Dit kan tot 10 februari.
Scripties over brandveiligheid gezocht voor NIPV-VVBA-scriptieprijs 2026
3 februari 2026
Ben jij in 2025 of 2026 afgestudeerd? En heeft jouw scriptieonderwerp te maken met brandveiligheid in de breedste zin van het woord? Stuur dan je scriptie in en maak kans op de FSE-scriptieprijs van € 1.200!

De Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs (VVBA) en het NIPV loven ook dit jaar de NIPV-VVBA-scriptieprijs uit. De prijs is ingesteld voor de beste bachelor- of masterthesis op het gebied van brandveiligheid.
De beoordelingscriteria voor de scriptie zijn: de relevantie van het onderwerp in relatie tot de actualiteit en de maatschappij, de innovativiteit, de praktische toepasbaarheid, de diepgang van de analyse en het wetenschappelijk niveau.
Voorwaarden
De scriptie:
- is Nederlands- of Engelstalig
- heeft een omvang van minimaal 10 ect
- is ten minste hbo- (bachelor) niveau
- is met een voldoende beoordeeld
- is uitgevoerd aan een Nederlandse onderwijsinstelling of door een Nederlandse student aan een buitenlandse onderwijsinstelling.
Meedoen?
Wil je kans maken op de scriptieprijs? Stuur jouw scriptie in pdf-formaat vóór 1 april 2026 naar aanmelden@vvba.nl.
Nominaties en winnaar
De genomineerden worden bekendgemaakt tijdens de expertclass Next Generation aan de TU Eindhoven op 7 mei 2026.
De genomineerden mogen hun scriptie kort presenteren tijdens het Internationaal Congress Fire Safety & Science op 24 en 25 juni 2026 bij het NIPV in Arnhem, waar de winnaar bekend wordt gemaakt.
Bekijk ook
Eerste lichting herziene leerroute Brandonderzoek ontvangt diploma
2 februari 2026
“Bijzonder aan deze leerroute is dat deze is ontwikkeld om mensen van de brandweer én van de politie gezamenlijk op te leiden”, vertelt decaan Maarten de Groot.

Zestien kandidaten hebben met succes de leerroute Brandonderzoeker afgerond. Daarmee zijn zij de eerste groep die het diploma in ontvangst mag nemen sinds de leerroute volledig is herzien en vernieuwd. Een mooie mijlpaal, zowel voor de deelnemers als voor iedereen die heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de leerroute. Met hun diploma op zak zijn deze professionals klaar om een waardevolle bijdrage te leveren aan het brandonderzoek binnen de veiligheidsregio’s en de politie. Gefeliciteerd!
Brandweer en politie gezamenlijk opleiden
“Bijzonder aan deze leerroute is dat deze is ontwikkeld om mensen van de brandweer én van de politie gezamenlijk op te leiden op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar”, vertelt Maarten de Groot, decaan Risicomanagement. Voor studenten van de Politieacademie is deze leerroute een verdieping op de opleiding Forensisch onderzoek advanced. Deze opleiding is ook interessant voor deelnemers van de bedrijfsbrandweer of van een verzekeringsmaatschappij. Dat levert een mooie interactie op tussen de deelnemers en verschillende praktijkcasussen.”
Herziening en vernieuwing
De Groot: “De leergang Brandonderzoek wordt al meer dan 15 jaar aangeboden bij het NIPV en was aan herziening en vernieuwing toe. Ook is gewerkt aan een nieuwe opzet met leerblokken, zodat de opleiding past binnen het leerlandschap Risicomanagement. De leerroute bestaat uit zes leerblokken en wordt afgesloten met een tweedaags praktijkexamen.”
Volwaardig diploma
Nieuw in de leerroute is dat de deelnemers vooraf thuis de theorie tot zich nemen. Hierdoor hebben de bijeenkomsten een veel praktischere insteek. De praktijklessen en het examen vinden plaats op de Twente Safety Campus. Het examen is wat verzwaard. Hierdoor krijgen de studenten nu een volwaardig diploma in plaats van een certificaat.
Nieuwe groepen van start
“Over het resultaat van de herziening ben ik heel tevreden. De leerroute heeft voor het eerst gedraaid met zestien deelnemers en ze zijn allemaal geslaagd. Eind vorig jaar zijn we gestart met een nieuwe groep en dit jaar start weer een nieuwe editie”, sluit De Groot af.
Bekijk ook
Verkenning centraal getroffenenregistratiesysteem
2 februari 2026
Hoe zorgen we dat getroffenen van rampen en crises beter en sneller in beeld zijn, zodat ze de juiste zorg en ondersteuning krijgen? Het RIVM en het NIPV verkennen dit samen. Dat gebeurt in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV).

Verbetering van de ondersteuning en zorg aan getroffenen
Op dit moment gebruiken verschillende organisaties eigen systemen om getroffenen te registreren tijdens een ingrijpende gebeurtenis of crisis. Dat leidt tot een versnipperd beeld, waardoor getroffenen soms niet op tijd de juiste ondersteuning en zorg krijgen die ze nodig hebben. Een centraal registratiesysteem kan dit verbeteren: van de eerste medische zorg tot de psychosociale nazorg in de nafase.
Femke de Zwart, projectleider en opdrachtcoördinator bij team Nazorg van het RIVM licht toe: “Op dit moment is de informatie over getroffenen erg versnipperd en niet aan elkaar verbonden. Iedere partij met een rol in de geneeskundige (witte) keten, heeft in een crisissituatie een eigen registratiesysteem of werkwijze. Hierdoor is het lastig om een goed overzicht te krijgen van de getroffenen. Dit zijn niet alleen de gewonden, maar ook de niet-gewonden en bijvoorbeeld ooggetuigen. Veel informatiedeling vindt plaats via mondelinge overdracht of via beveiligde mail. Met een centraal registratiesysteem is de informatie betrouwbaarder en ook sneller beschikbaar. En als de registratie aan de voorkant makkelijker gemaakt wordt, is dat ook helpend om passende nazorg te kunnen organiseren. Denk hierbij aan psychsociale nazorg en gezondheidsonderzoek bij rampen.”
Zowel belangrijk voor geneeskundige zorg als voor informeren van naasten
Slachtofferinformatiesystematiek (SIS, ‘Ik zoek mijn naaste), is ook onderdeel van de verkenning van een centraal getroffenenregistratiesysteem. Annelies Barrett, landelijk coördinator SIS bij het NIPV en projectteamlid: “De behoefte is voor ons tweeledig. Allereerst heeft SIS als doel om zo snel mogelijk naasten te informeren. Door gebruik te maken van een centraal getroffenenregistratiesysteem ontvangen we direct informatie uit de ziekenhuizen. Daardoor hoeft de GHOR deze gegevens niet apart op te vragen en in het informatiesysteem te verwerken. Dit versnelt het matchingsproces, waardoor naasten sneller geïnformeerd kunnen worden over de locatie van hun familielid, partner of vriend(in).”
Daarnaast verwacht Barrett een aanzienlijke kostenverlaging als alle partners één systeem gebruiken. “Er is behoefte aan een nieuw systeem dat beter aansluit bij de wensen van onze gebruikers. De doorontwikkeling van het huidige verwanteninformatiesysteem is op dit moment te kostbaar in verhouding tot het aantal gebruikers.”
Sturingsinformatie voor de crisisorganisatie en bestuur
Meike Nachenius, projectteamlid en senior beleidsmedewerker Grootschalige en Bijzondere Geneeskundige Opschaling (GBGO) bij het NIPV en projectteamlid: “Naast de andere voordelen, kun je met een centraal systeem overzichten genereren die veel actueler en betrouwbaarder zijn. De GHOR kan vervolgens duiding geven waar nodig. Denk hierbij aan een overzicht van gewonden waar de burgemeester altijd om vraagt als er een persconferentie volgt of als er veel persvragen zijn. Met een centraal registratiesysteem voorkom je verschillende cijfers vanuit meerdere disciplines . Je voorkomt ook verwarring over het aantal gewonden bij een grote crisis.”
Advies en vervolgstappen
Het projectteam hoopt dat met een nieuw systeem de informatie over getroffenen sneller beschikbaar komt en betrouwbaarder is. De Zwart: “Zodat naasten ook sneller hun vermiste familielid kunnen vinden omdat eerder bekend is waar ze zich bevinden, getroffenen de juiste zorg en nazorg kunnen krijgen, dat bestuurders sneller overzicht krijgen, dat registratie niet voelt als een extra handeling, maar gekoppeld wordt aan de huidige registratiesystemen en daardoor zonder veel extra handelingen wel veel toevoegt.”
In het najaar van 2025 brachten het RIVM en het NIPV samen met betrokken organisaties de huidige systemen, verantwoordelijkheden en wettelijke kaders in kaart. Ook vroeg het projectteam via een digitale vragenlijst de beoogde gebruikers naar wensen, kansen en zorgen rond een centraal registratiesysteem. De uitkomsten komen begin 2026 in een advies aan de ministeries over mogelijke vervolgstappen, vertelt De Zwart. “We danken de deelnemers aan de gesprekken en de vragenlijsten hartelijk voor hun waardevolle bijdragen en houden iedereen op de hoogte van de ontwikkelingen.”
Bekijk ook
Landelijke PTSS-regeling van start
30 januari 2026
De landelijke PTSS-regeling voor medewerkers en vrijwilligers van alle 25 veiligheidsregio’s is vanaf 1 februari een feit. Daarmee is er nu één uniforme aanpak en één werkwijze voor het behandelen van aanvragen. De regeling erkent PTSS als beroepsziekte en biedt duidelijkheid over ondersteuning en vergoedingen. De inhoud en uitgangspunten van de regeling zijn vastgesteld en landelijk afgestemd.

Onze medewerkers en vrijwilligers maken soms ingrijpende gebeurtenissen mee. Dat kan veel vragen van mensen en in sommige gevallen leiden tot PTSS. We vinden het daarom ontzettend belangrijk dat PTSS als beroepsziekte is aangemerkt. De werkgevers (veiligheidsregio’s) hebben, samen met de bonden en ondersteund door het ministerie van J&V, hard gewerkt om uitvoering te geven aan de regeling die per 1 februari van start gaat. Daarmee kunnen onze collega’s rekenen op goede ondersteuning.
Uitgangspunt van de regeling is om dit zo goed mogelijk te organiseren voor de collega’s in het land die deze hulp nodig hebben. De basis staat inmiddels, de collega’s kunnen terecht bij een diagnostisch instituut voor een goede diagnose en we benoemen een landelijke onafhankelijke adviescommissie die de veiligheidsregio’s gaat adviseren over de beroepsgerelateerdheid van de PTSS. In deze commissies zitten leden met medische achtergrond, juridische en een algemeen lid met kennis van het werkveld (de voorzitter).
De komende periode ligt de focus op de uitvoering. De 25 veiligheidsregio’s zijn werkgever en informeren hun medewerkers hierover. Zij helpen bij het indienen van aanvragen richting de landelijke adviescommissie. Achter de schermen zijn de processen, ondersteuning en samenwerking ingericht om dit zorgvuldig te laten verlopen. Hoewel nog niet elke praktische stap zichtbaar is, staat de basis. De regeling is beschikbaar en wordt stap voor stap in gebruik genomen.
Bekijk ook
Terugkoppeling kennisbijeenkomst Grootschalige stroomuitval: lessen uit Spanje en Portugal 2025
30 januari 2026
Zonder stroom valt de samenleving stil: wat kan Nederland leren van Spanje en Portugal? Deze vraag stond centraal tijdens de kennisbijeenkomst ‘Grootschalige stroomuitval: lessen uit Spanje en Portugal 2025’ op 22 januari. Meer dan 220 bestuurders, experts, crisisorganisaties en hulpdiensten kwamen samen om lessen te trekken uit de ingrijpende stroomuitval van 28 april 2025 in Spanje en Portugal én uit andere recente gebeurtenissen, zoals de storing in Berlijn.

Wat is er nú nodig om straks niet verrast te worden?
Ook in Nederland is een grootschalige en langdurige stroomuitval een reëel scenario. Tijdens de bijeenkomst werden daarom inzichten gedeeld uit onderzoek naar stroomuitval, aangevuld met praktijkervaringen en voorbeelden van hoe organisaties zich voorbereiden op dit risico.
In het plenaire programma presenteerden onderzoeker crisisbeheersing Janne Landsman en Lorena Joosten (beleidsadviseur crisisbeheersing bij Veiligheidsregio Kennemerland) hun bevindingen uit onderzoek naar recente stroomstoringen. Aansluitend ging lector Crisisbeheersing Menno van Duin in gesprek met burgemeester Schuurmans van Haarlemmermeer over het belang van lokale weerbaarheid.
Tijdens de interactieve workshops gingen gastsprekers verder in op de taken en verantwoordelijkheden van hun (crisis)organisaties bij langdurige stroomuitval. De rode draad daarbij: wat is er nú nodig om straks niet verrast te worden?
Benieuwd naar de opbrengst van de workshops? In de terugkoppeling vindt u heldere samenvattingen van de presentaties, deelsessies en de handelingsperspectieven van de NS en ProRail.
Vervolgonderzoek
Onderzoekers van het NIPV werken samen met Veiligheidsregio Kennemerland aan een vervolgonderzoek naar grootschalige stroomuitval in de Nederlandse context. De resultaten van dit onderzoek worden verwacht in het tweede kwartaal van 2026.
Lees de terugkoppeling
Bekijk ook
Onderzoek naar de reanimatietaak van de brandweer in Veiligheidsregio Haaglanden
29 januari 2026
In opdracht van Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) heeft het NIPV onderzoek gedaan naar de aanleiding, werkwijze, impact en leerpunten van de First Responder (FR)-taak (reanimatietaak). In Haaglanden wordt met de FR-taak bedoeld: brandweermensen die uitrukken bij een reanimatiemelding binnen het verzorgingsgebied.

Richting en toekomst van de FR-taak
Binnen de VRH hebben 4 van de 23 brandweerkazernes een FR-taak. Dit zijn de kazernes Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar, Scheveningen en Maasdijk. Daarnaast rukt de Motor Ondersteuning Brandweer (MOB) uit voor reanimatiemeldingen. Het management van de VRH denkt na over de richting en toekomst van de FR-taak. Om een gedegen afweging te kunnen maken, wil het management gebruikmaken van feiten en bevindingen uit onafhankelijk en integer praktijkgericht onderzoek.
Belangrijkste inzichten
Het onderzoek bestond onder andere uit een documentenanalyse, analyse van meldkamerdata en groepsinterviews met first responders en vertegenwoordigers van 9 andere veiligheidsregio’s. De belangrijkste inzichten zijn:
• Sneller ter plaatse
Een belangrijke reden waarom de VRH is gestart met de FR-taak was omdat de brandweer in bepaalde gemeenten sneller ter plaatse kon zijn dan de ambulance. Uit het onderzoek komt de vraag naar voren of dit uitgangspunt nog steeds actueel is. Uit meldkamerdata blijkt dat de politie in de meeste gevallen sneller ter plaatse is.
• Impact reanimaties
Of first responders een reanimatie als ingrijpend en impactvol ervaren, hangt af van de belasting (omstandigheden van de reanimatie) en de belastbaarheid (persoonsafhankelijke omstandigheden). Van invloed op de mentale belasting zijn bijvoorbeeld de leeftijd van het slachtoffer en de aanwezigheid van (emotionele) omstanders of bekenden van het slachtoffer. Bij de mentale belastbaarheid spelen bijvoorbeeld eerdere ervaringen met ingrijpende incidenten en specifiek reanimaties een rol. Ook is van invloed of first responders zich (sociaal) veilig voelen in de ploeg waarmee zij de reanimatie uitvoeren.
• Medische noodsituaties die geen reanimatie zijn
Kazernes met een FR-taak kunnen gealarmeerd worden voor medische noodsituaties die geen reanimatie (blijken te) zijn, zoals een epileptische aanval, een verstikking of een bevalling. Soms is dit van tevoren al bekend bij de first responders, andere keren blijkt pas ter plaatse dat het niet om een reanimatie gaat. De impact van dit soort medische noodsituaties is vaak groot. Dit komt vooral doordat first responders (voor hun gevoel) de verwachtingen niet kunnen waarmaken die slachtoffers en omstanders hebben.
• Levensreddend
Brandweermensen met een FR-taak vinden het positief dat door de FR-taak mensenlevens zijn gered. Ook hebben ze vertrouwen in de kwaliteit die zij leveren tijdens ‘reguliere’ reanimaties.
• Knelpunten
First responders ervaren op verschillende thema’s knelpunten. Zo voelen zij zich onvoldoende opgeleid voor situaties waarin meer medische kennis en middelen nodig zijn dan waarover zij beschikken of waarvoor zij bevoegd zijn. Ook vinden zij dat er onvoldoende realistisch wordt geoefend. De ervaringen in de samenwerking met andere (burger)hulpverleners, zoals politie en burgerhulpverleners, zijn wisselend.
• Nazorg
De behoeften van first responders aan formele nazorg sluiten niet altijd aan bij wat het Team Collegiale Ondersteuning (TCO) kan bieden.
• Leerpunten andere regio’s
Veiligheidsregio’s denken verschillend over de toekomst van de FR-taak, maar zijn eensgezind in hun behoefte om vaker ervaringen over de FR-taak uit te wisselen en van elkaar te leren.
Lees het rapport
Bekijk ook
Nieuwe landelijke eenheden ondersteunen bij gevaarlijke stoffen
29 januari 2026
Bij langdurige en complexe incidenten met gevaarlijke stoffen staat er veel op het spel. Veiligheid van hulpverleners, omgeving en continuïteit van de inzet. Juist dan wil je geen oplossingen verzinnen terwijl het incident al loopt. Je wilt kunnen terugvallen op ervaring, deskundigheid en teams die weten wat werkt en wat niet. Daarom zijn er vanaf nu vanuit het landelijk specialisme Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) nieuwe, specialistische eenheden beschikbaar. Snel inzetbaar in heel Nederland en gericht op stabilisatie van complexe en langdurige incidenten.

Waarom zijn specialistische eenheden nodig?
Uit onderzoek van Brandweer Nederland en het NIPV bleek dat gaspakinzetten in de praktijk weinig voorkomen. Tegelijkertijd had elke regio een eigen gaspakteam. Veel teams maar weinig daadwerkelijke ervaring, was het gevolg. Daardoor verdunde kennis en ontstond er geen routine. Jan Jacobs, voormalig landelijk coördinator IBGS bij het NIPV, ziet dat scherp terug in de praktijk: “In de gaspakopleiding leer je hoe je een pak aantrekt, maar niet hoe je uitvoerende bronmaatregelen toepast. Denk aan het dichten van lekkende leidingen of flenzen. Dat moest anders.”
De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCVD) besloot daarom het roer om te gooien. Met de Visie IBGS als uitgangspunt is toegewerkt naar één landelijke organisatie, met minder teams, maar méér expertise. Samen met Thorsten Hackl pakte Jan Jacobs de handschoen op. Hackl werd projectleider en heeft Jacobs inmiddels ook vervangen als landelijk coördinator IBGS bij het NIPV.
Van versnippering naar focus
Waar Nederland eerst 25 gaspakteams kende, blijven er nu op termijn zes specialistische IBGS-teams over. Hackl: “Teams die vaker trainen, vaker worden ingezet en daardoor sneller en effectiever kunnen handelen. Met een beperkter aantal teams bouwen we meer deskundigheid en ervaring op.” Jacobs vult aan: “Deze teams zijn binnen anderhalf tot twee uur overal in Nederland inzetbaar.”

Zo zijn de teams ingericht
Bij de inrichting is bewust gekeken naar waar de risico’s zich bevinden én waar al kennis aanwezig was. Hackl licht toe: “We hebben gekeken naar industrie, transportroutes en het risicobeeld van gevaarlijke stoffen in Nederland. Tegelijk zijn we gestart in regio’s waar al op professioneel niveau met IBGS werd gewerkt. Nog niet alle teams zijn volledig operationeel. De laatste opleidingen lopen en meldkamerprocedures worden verder ingericht. Maar op 1 januari 2026 zijn de eerste teams daadwerkelijk gestart.”
Wanneer zet je IBGS in?
De specialistische IBGS-eenheden ondersteunen bij complexe, grootschalige en langdurige incidenten met gevaarlijke stoffen zoals bronbestrijding op locatie. Maar het landelijk specialisme IBGS kan meer ondersteunen. De landelijk adviseur gevaarlijke stoffen (LA-GS) adviseert bij alle mogelijke incidenten met gevaarlijke stoffen over de juiste inzet. Bijvoorbeeld met grootschalige ontsmetting als nodig is, of ondersteuning van industriële bedrijfsbrandweren.

Schroom niet: vraag ondersteuning aan als dat nodig is
Wacht niet af bij een langdurige, grootschalige of complexe inzet met gevaarlijke stoffen. De IBGS-eenheden zijn er om te ondersteunen, te stabiliseren en samen het incident beheersbaar te maken.
- Vraag bijstand aan via uw eigen adviseur gevaarlijke stoffen (AGS) of via de meldkamer.
- U krijgt contact met de landelijk adviseur gevaarlijke stoffen (LA-GS).
- U ontvangt gericht advies over welk team en welk materieel nodig is.
Of zoals Jacobs het samenvat: “Ook bij incidenten met gevaarlijke stoffen moet de samenleving kunnen vertrouwen op een snelle en deskundige respons.” Met IBGS is die respons landelijk geborgd.
Bekijk ook
Update LCMS-databases – Operationele omgeving & CGB
19 januari 2026
De LCMS-databases worden bijgewerkt naar een nieuwe versie. Op dinsdag 20 januari worden de Operationele omgeving en Centraal Gebruikersbeheer (CGB) bijgewerkt. In het liveblog onderaan dit bericht houden we je tijdens de update op de hoogte van de voortgang.
Maak gebruik van de Oefenomgeving
- De update vindt plaats tussen 09:00-16:00 uur.
- De update heeft geen impact op de structuur van de database, waardoor er geen sprake is van downtime. Wel adviseren we je om tijdens de update gebruik te maken van de Oefenomgeving. Dit om mogelijk dataverlies te voorkomen.
Vragen?
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie.
Liveblog
Update LCMS-databases – Operationele omgeving & Centraal Gebruikersbeheer (CGB)
Via dit liveblog volg je de voortgang van de LCMS-databases update op 20 januari.
Dit liveblog is gesloten.
De updates op de Operationele omgeving en de module Centraal Gebruikersbeheer (CGB) is succesvol afgerond. Dit betekent dat de Operationel omgeving weer beschikbaar is.
Heb je vragen over deze update? Neem dan contact op met de beheerder van jouw eigen organisatie. De organisatiebeheerder heeft de contactgegevens van het NIPV en kan contact met ons opnemen.
Ondanks dat er tijdens deze update geen sprake is van downtime adviseren wij je om tussen 9:00-16:00 uur gebruik te maken van de Oefenomgeving.
Is er sprake van een crisissituatie? Plaats deze dan op de Oefenomgeving.
Start update LCMS-databases
We zijn gestart met het updaten van de databases van de Operationele omgeving en de module Centraal Gebruikersbeheer (CGB).
