Eerste landelijke kwantitatieve vergelijking toont grotere impact bovenregionale risico’s aan
4 augustus 2026
Voor het eerst zijn de regionale risicoprofielen van alle Nederlandse veiligheidsregio’s kwantitatief met elkaar vergeleken. De landelijke analyse laat zien dat risico’s die meerdere veiligheidsregio’s tegelijk kunnen treffen vrijwel overal als ingrijpender worden beoordeeld dan risico’s die zich beperken tot één regio. Het onderzoek levert daarmee voor het eerst een cijfermatige onderbouwing voor het belang van bovenregionale risico’s.

Bovenregionale risico’s scoren consequent hoger
De onderzoekers analyseerden de risicodiagrammen uit alle regionale risicoprofielen en vergeleken de impactscores van verschillende typen risico’s. Door deze kwantitatieve vergelijking konden de regionale beoordelingen voor het eerst landelijk naast elkaar worden gelegd. De resultaten laten een consistente trend zien: in vrijwel alle veiligheidsregio’s krijgen risico’s met een bovenregionaal karakter een hogere impactscore dan regionale risico’s.
Drie aanbevelingen voor veiligheidsregio’s
Volgens de onderzoekers vraagt deze uitkomst om een sterkere voorbereiding op crises die regiogrenzen overstijgen. Dat begint al in de preparatiefase, waarin veiligheidsregio’s gezamenlijk bepalen welke risico’s om bovenregionale samenwerking vragen.
De onderzoekers geven hiervoor drie concrete aanbevelingen:
- Benoem in regionale risicoprofielen expliciet welke risico’s bovenregionaal zijn.
- Gebruik één duidelijke definitie van het begrip bovenregionaliteit. Het rapport biedt een objectieve basis om het begrip verder te definiëren en geeft professionals handvatten om bovenregionale risico’s explicieter en eenduidiger te benoemen.
- Werk met een uniforme terminologie, zodat risicoprofielen beter vergelijkbaar zijn.
Basis voor verdere samenwerking en vervolgonderzoek
René Terporten, onderzoeker-adviseur: “Met deze eerste landelijke kwantitatieve vergelijking van regionale risicoprofielen leggen we een basis voor een meer uniforme beoordeling van bovenregionale risico’s op basis van data.”
Lees het rapport
Bekijk ook
“Crisisbeheersing is een teamsport”
4 augustus 2026
Omneja Wessels ziet vanuit haar dagelijkse praktijk hoe belangrijk samenwerking is om crises effectief aan te pakken. De Master of Crisis and Public Order Management (MCPM) verdiept en verbreedt haar blik op crisisbeheersing. Ze vertelt.

Verder kijken dan de eigen organisatie
Wessels werkte voorheen als adviseur crisisbeheersing en veiligheid bij de gemeente Heusden en is eind juli gestart als adviseur openbare orde en veiligheid bij de gemeente Goirle. Vanuit haar dagelijkse praktijk ziet zij hoe belangrijk samenwerking is om crises effectief aan te pakken.
Om haar blik op crisisbeheersing verder te verbreden, volgt zij de Master of Crisis and Public Order Management (MCPM): “Ik wil niet alleen sterker worden in mijn eigen vakgebied, maar ook beter begrijpen hoe andere disciplines, organisaties en bestuurders naar crises kijken. Juist die bredere blik helpt om beter samen te werken en complexe vraagstukken in in een bredere context te plaatsen.”
Onderzoek naar evacuatievoorbereiding
“Samen met mijn syndicaat heb ik onderzoek gedaan naar de voorbereiding op evacuaties op gemeentelijk niveau in Nederland en IJsland. We kozen dit onderwerp omdat evacuaties door klimaatverandering en andere maatschappelijke ontwikkelingen steeds vaker een realistisch scenario vormen. Denk bijvoorbeeld aan grote natuurbranden, extreem weer of overstromingen”, aldus Wessels.
“Ons onderzoek laat zien dat succesvolle evacuaties niet alleen afhangen van goede plannen op papier. Minstens zo belangrijk zijn samenwerking tussen organisaties, een duidelijke rolverdeling, regelmatig oefenen, heldere communicatie en bestuurlijke betrokkenheid.”
Voor het onderzoek keken Wessels en haar medestudenten naar IJsland, een land met veel ervaring met evacuaties als gevolg van natuurlijke dreigingen. Die praktijkervaring bood waardevolle inzichten voor de Nederlandse situatie.
Voorbereiden voordat het nodig is
Wessels: “Met ons onderzoek hopen we organisaties te stimuleren om het gesprek over evacuatievoorbereiding eerder met elkaar te voeren, dus voordat er daadwerkelijk een besluit over een evacuatie genomen moet worden. Door vooraf samen scenario’s door te nemen, te oefenen en duidelijke afspraken te maken, ontstaat er tijdens een crisissituatie meer vertrouwen en duidelijkheid over ieders rol. Dat draagt bij aan betere bestuurlijke besluitvorming en een sterkere samenwerking tussen gemeenten, hulpdiensten en andere betrokken partners.”
Gezamenlijke opgave
Ze sluit af: “De MCPM heeft mijn manier van kijken naar vraagstukken veranderd. Waar ik eerder geneigd was om snel naar oplossingen te zoeken, heb ik geleerd om eerst een stap terug te doen. Maar misschien wel de belangrijkste les die ik uit de opleiding meeneem, is dat crisisbeheersing echt een teamsport is. Iedere organisatie heeft een eigen verantwoordelijkheid, maar uiteindelijk werk je samen aan hetzelfde resultaat.”
Ook geïnteresseerd in de MCPM?
De volgende leergang start in januari 2027. Bekijk alle informatie over programma en aanmelding op Master of Crisis and Public Order Management (MCPM).
Bekijk ook
Extreme hitte vraagt om bredere crisisaanpak
30 juli 2026
De extreme hittegolf van eind juni had grote gevolgen voor de samenleving. In het rapport ‘Extreme hitte in Nederland 2026’ brengt het NIPV de impact van de hitteperiode van in kaart. En beschrijft het hoe organisaties hierop hebben gereageerd. Op basis van deze bevindingen zijn lessen en aanbevelingen geformuleerd om Nederland beter voor te bereiden op toekomstige perioden van extreme hitte. Het rapport is nadrukkelijk geen evaluatie, maar een verkenning van de belangrijkste ervaringen en inzichten.

Grote maatschappelijke impact
Uit het onderzoek naar de hittegolf blijkt dat de combinatie van recordtemperaturen, de eerste landelijke code rood voor hitte en zware onweersbuien leidde tot druk op de gezondheidszorg, infrastructuur, onderwijs, bedrijven en hulpdiensten. Volgens de onderzoekers zijn we in Nederland nog onvoldoende voorbereid op dit soort situaties, die door klimaatverandering waarschijnlijk vaker zullen voorkomen.
Hitte als grenzeloze crisis
De belangrijkste aanbeveling is om hitte als een grenzeloze crisis te benaderen, die zowel een groot gebied als meerdere beleidsterreinen raakt. Het huidige Nationaal Hitteplan richt zich vooral op gezondheidsrisico’s, terwijl de gevolgen veel breder zijn. De onderzoekers pleiten daarom voor een landelijk crisisplan voor hitte, waarin ook vitale infrastructuur, onderwijs, werk, mobiliteit en openbare orde een plek krijgen.
Betere voorbereiding en samenwerking
Daarnaast adviseren zij veiligheidsregio’s om hun rol bij extreme hitte verder uit te werken. Er is behoefte aan duidelijker draaiboeken, gezamenlijke afstemming tussen regio’s en landelijke partners en meer inzicht in de effectiviteit van maatregelen, zoals koelteplekken, aangepaste werktijden, hitteprotocollen voor infrastructuur en extra aandacht voor kwetsbare groepen.
Volgens de onderzoekers biedt de hittegolf van 2026 belangrijke lessen voor de toekomst. Zonder betere voorbereiding zullen de maatschappelijke gevolgen van extreme hitte naar verwachting verder toenemen.
Lees het rapport
Vakbekwaam worden én blijven met NL-Alert
24 juli 2026
Werk je binnen een veiligheidsregio of meldkamer en heb je direct of indirect te maken met de inzet van NL-Alert? Dan is er een uitgebreid onderwijsaanbod beschikbaar om vakbekwaam te worden én te blijven.

Wat bieden we aan?
- e-modules voor verschillende gebruikersrollen en taken
- een interactieve animatie over het proces, de afwegingen en verantwoordelijkheden rondom NL-Alert
- een praktijkgericht trainingspakket met basis- en verdiepende werkvormen
- ondersteunende hulpmiddelen, zoals een stappenplan en opleidingsomgeving
- kennisdocumenten, onderzoeken, factsheets en jaaroverzichten
- een voorbeeldleerlijn voor nieuwe medewerkers die met NL-Alert gaan werken.
Interactieve video NL-Alert
De interactieve animatie geeft inzicht in het proces, de afwegingen en verantwoordelijkheden rondom het zorgvuldig en effectief inzetten van een NL-Alert. Aan de hand van een realistische, fictieve casus doorloop je stap voor stap hoe een NL-Alert wordt opgesteld en ingezet. De animatie is opgebouwd rond de drie gebruikersrollen: Beslisser, Opsteller en Uitzender.
De interactieve video werkt het beste op een computer. Klik op de video om deze te starten.
Programma Vakbekwaamheid NL-Alert
Het onderwijsaanbod wordt beschikbaar gesteld vanuit het Programma Vakbekwaamheid NL-Alert dat het NIPV uitvoert in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het materiaal kan worden gebruikt bij het samenstellen van opleidingstrajecten voor nieuwe en ervaren medewerkers.
Meer weten?
Bekijk alle opleidingsmaterialen, hulpmiddelen en kennisdocumenten.
Bekijk ook
Hoe noodsteunpunten kunnen aansluiten bij de informatiebehoeften van inwoners
16 juli 2026
Tijdens een crisis hebben inwoners behoefte aan betrouwbare informatie over de situatie, de risico’s, het handelingsperspectief en hun naasten. Hoe noodsteunpunten hierop kunnen aansluiten, staat centraal in de tweede snelle kennismobilisatie van het NIPV. De publicatie draagt bij aan de kennisbasis voor de landelijke pilots met noodsteunpunten en coördinatiepunten in 2026.

Welke informatie inwoners nodig hebben, verschilt per fase van de crisis. In de eerste uren ligt de nadruk op feitelijke informatie; later verschuift de behoefte naar duiding, handelingsperspectieven en verantwoording.
Effectieve crisiscommunicatie vraagt om betrouwbare informatie, herkenbare communicatiekanalen, begrijpelijke en consistente boodschappen en ruimte voor interactie. Daarnaast spelen factoren zoals risicoperceptie, vertrouwen in eigen kunnen, sociale normen en eerdere ervaringen een rol. Een doelgroepgerichte aanpak helpt om communicatie beter af te stemmen op verschillende behoeften en omstandigheden.
Betekenis voor noodsteunpunten
Voor noodsteunpunten betekent dit dat zij inwoners tijdens een crisis het beste kunnen ondersteunen door actuele, begrijpelijke en toegankelijke informatie te bieden, afgestemd met crisispartners en passend bij de fase van de crisis. Wanneer actuele informatie beperkt beschikbaar is, kunnen noodsteunpunten vooral fungeren als fysieke ontmoetingsplek waar inwoners informatie delen, vragen stellen en handelingsperspectief krijgen.
Charlotte van Ruijven, landelijk projectleider pilots noodsteunpunten, reageert op deze tweede kennismobilisatie: “Het rapport biedt waardevolle inzichten en werpt belangrijke vragen op waar gemeenten en veiligheidsregio’s zich samen met maatschappelijke organisaties en hun sociale partners over moeten buigen als het gaat om hun communicatierol. Door nu al met deze vragen aan de slag te gaan, bereiden zij noodsteunpunten beter voor op hun rol tijdens een crisis. Zo staan overheden, hulpdiensten samen met welzijnspartners beter klaar om inwoners te ondersteunen als het er echt toe doet.”
Onderzoeker Laurens van der Varst vult aan: “Ik denk dat we met deze snelle kennismobilisaties ook een treffende werkwijze te pakken hebben. De pragmatische aanpak, een korte doorlooptijd, een quickscan van de literatuur én interviews met in dit geval experts op het gebied van risico- en crisiscommunicatie en sociale wetenschappen levert snel bruikbare inzichten op. Inmiddels werken we aan de derde kennismobilisatie met als onderwerp samenwerking. Die verwachten we in september op te leveren.”
Pilots noodsteunpunten
In 2026 worden in 25 veiligheidsregio’s in samenwerking met gemeenten praktijkoefeningen uitgevoerd met een noodsteun- en een coördinatiepunt. De pilotfase Noodsteunpunten is een gezamenlijk programma van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Veiligheidsberaad. In opdracht van de overkoepelend projectleider landelijke pilots noodsteunpunten voert het NIPV vier snelle kennismobilisaties en een overkoepelende reflectie uit. De snelle kennismobilisaties dragen bij aan een onderliggende kennisinfrastructuur rondom de pilots.
Lees het rapport
Bekijk ook
Nieuwe lichting OvD’s rondt leergang succesvol af
14 juli 2026
Besluiten nemen terwijl je nog niet over alle informatie beschikt: voor een officier van dienst (OvD) van de brandweer is dit dagelijkse realiteit. De afgelopen periode ontwikkelden 24 collega’s uit verschillende veiligheidsregio’s de vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken. Zij rondden de leergang OvD met succes af.

“De opleiding was een leerzame reis waarin het handelen onder tijdsdruk en onzekerheid aan bod kwamen. Daarbij draaide het niet alleen om technische kennis en vaardigheden, maar vooral ook om de niet-technische vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken”, vertelt Arjan Bruinstroop, trainer-adviseur bij het NIPV en samen met collega-trainer-adviseur Martin van Veldhuisen betrokken bij de leergang OvD. “De afgelopen maanden zijn verschillende competenties uitgebreid geoefend en ontwikkeld: leidinggeven onder tijdsdruk, besluitvorming bij onzekerheid, samenwerken binnen de stafsectie Brandweer en het voeren van het multidisciplinaire motorkapoverleg om gezamenlijk prioriteiten en doelstellingen vast te stellen.”
Examen succesvol afgerond
“Tijdens de examens bewezen de kandidaten hoe ver zij zijn gegroeid. Ondanks de uitdagende omstandigheden en de hoge temperaturen wist elke kandidaat het examen met succes af te ronden. Een resultaat om trots op te zijn!”
Organisatie
“Achter de examens gaat een grote organisatie schuil. Tientallen collega’s creëerden realistische en uitdagende scenario’s, zodat kandidaten onder zo natuurgetrouw mogelijke omstandigheden konden laten zien wat zij hadden geleerd. Juist tijdens de warme dagen van de afgelopen weken vroeg dat van iedereen extra inzet en flexibiliteit. Dank aan iedereen die hieraan heeft bijgedragen!”
Gezamenlijke afsluiting
“Na de examens volgde de gezamenlijke afsluiting van de leergang. We blikten terug op een bijzondere periode van leren, samenwerken en persoonlijke ontwikkeling en brachten samen een bezoek aan het Brandweermonument. We stonden daar stil bij de verhalen van collega’s die hun leven gaven in dienst van anderen. Dat moment van reflectie herinnerde ons eraan dat leidinggeven als OvD niet alleen om vakmanschap en besluitvaardigheid vraagt, maar ook om verantwoordelijkheid en het besef dat achter iedere inzet mensen schuilgaan.”
Nieuwe leergangen OvD
Met deze nieuwe lichting krijgt de brandweer er opnieuw goed opgeleide leidinggevenden bij. De behoefte aan goed opgeleide OvD’s blijft onverminderd groot. Daarom is de eerste leergang OvD van dit jaar inmiddels halverwege en start in september een nieuwe leergang bij het NIPV.
Bekijk ook
Diploma voor Amsterdamse en Rotterdamse deelnemers maatwerkopleiding vrijwillige postcommandanten
14 juli 2026
Hoe leid je vrijwillige ploegchefs en postcommandanten op die overdag niet de mogelijkheid hebben om een opleiding te volgen? Veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en het NIPV sloegen de handen ineen voor een gezamenlijk, eenjarig opleidingstraject op maat. Negen deelnemers hebben nu succesvol het traject afgerond en hun diploma ontvangen.

Beter toerusten op hun taak
“De aanleiding voor de samenwerking was de behoefte om in beide regio’s vrijwillige postcommandanten beter toe te rusten op hun taak”, vertelt Remco Terpstra, als clustermanager verantwoordelijk voor de vrijwilligers bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland.
“Als veiligheidsregio’s willen we onze vrijwilligers beter aan ons binden met als doel ze langer behouden. De rol van postcommandanten is hierbij essentieel. Mede daarom wilden wij onze postcommandanten graag de leergang Ploegchef en een leiderschapstraject aanbieden. De reguliere leergang was geen optie, omdat het om vrijwilligers gaat. Inzichten uit de NIPV-onderzoeken naar de vrijwillige brandweer bevestigden voor ons dat het belangrijk is om in deze groep te investeren. Zo is het maatwerktraject tot stand gekomen.”
Bijsturen tijdens de leergang
Terpstra vervolgt: “We wilden de opleiding zo goed mogelijk laten aansluiten bij de behoeften van de deelnemers. Daarom hebben we vanuit beide regio’s tijdens de leergang regelmatig afgestemd en geëvalueerd met onder anderen Wendy van Middelkoop, decaan van het NIPV-decanaat Leiderschap en organisatie. Dat was heel waardevol. Door deze nauwe samenwerking konden we tijdens de leergang waar nodig bijsturen. Zo hebben we bijvoorbeeld kort na de start al de lestijden aangepast op basis van de ervaringen van de deelnemers.”
Grote groei doorgemaakt
“De meerwaarde van het volgen van het leertraject zie ik terug bij de cursisten: zij hebben een grote groei doorgemaakt, bijvoorbeeld in de manier waarop zij moeilijke gesprekken of voortgangsgesprekken met bevelvoerders voeren. De deelnemers geven zelf ook aan dat de opleiding hen daarbij echt heeft geholpen”, vertelt de clustermanager.
Hij sluit af: “Wij kijken trots terug op dit traject. Ten eerste omdat we dit konden aanbieden aan de postcommandanten. Deze maatwerkopleiding sloot goed aan bij hun behoeften. Bovendien ben ik trots op de samenwerking. Dat smaakt wat mij betreft naar meer. Die oproep wil ik ook graag doen aan andere regio’s: laten we meer met elkaar gaan samenwerken, zoek elkaar op en kijk of je samen een incompany met het NIPV kunt organiseren.”
Meer weten?
Neem voor de mogelijkheden voor een maatwerktraject contact met ons op.
Bekijk ook
Voor het bestrijden en voorkomen van grootschalige natuurbranden: het landelijk specialisme Natuurbrandbeheersing
13 juli 2026
Door een veranderend klimaat komen (grootschalige) natuurbranden steeds vaker voor en neemt de impact van deze branden toe. Het effectief bestrijden en voorkomen van natuurbranden vereist specialistische inzet. Die rol vervult het landelijk specialisme Natuurbrandbeheersing (NBB) voor de veiligheidsregio’s.

Natuurbrandbeheersing begint bij preventie
Het beheersen van een natuurbrand begint bij het aanpakken van de bron. Natuurbranden hebben brandbaar natuurlijk materiaal (vegetatie) nodig om zich snel te kunnen verspreiden. Door deze droge begroeiing op strategische plekken te verwijderen, kan een aanstaande natuurbrand voorkomen worden. Ook tijdens een natuurbrand kan vegetatie verwijderd worden om verdere verspreiding te voorkomen. Het Handcrew-team is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze taak. Zij maken daarbij gebruik van de data die door het Team natuurbrandanalisten wordt aangeleverd.
Gespecialiseerde eenheden
Bij een grootschalige natuurbrand beschikt het landelijk brandweerspecialisme NBB over gespecialiseerde bluseenheden, bestaande uit een samenwerkingsverband tussen het team Fire Bucket Operations, het Heliteam Brandweer, de luchtmacht en de grondeenheid van Defensie. Dit team blust natuurbranden vanuit een helikopter, waarbij de inhoud van grote waterzakken boven de brand wordt gedropt. Verder geven 12 specialistisch opgeleide landelijk adviseurs advies over de huidige en toekomstige brandontwikkeling.
Het NIPV beschikt over een landelijk coördinator, Edwin Kok, die de samenwerking en vakbekwaamheid tussen de verschillende teams – die onder dit specialisme vallen – bevordert en doorontwikkeling faciliteert. De coördinator organiseert bijeenkomsten, werft personeel en onderhoudt contacten met terreinbeheerders en de portefeuillehouder in de Vakraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland.
Video landelijk
brandweerspecialisme Natuurbrandbeheersing
Bekijk de video over het landelijk brandweerspecialisme Natuurbrandbeheersing.
Bekijk ook
Verkenning crisisbeheersing bij natuurbranden
9 juli 2026
Door klimaatverandering neemt de kwetsbaarheid van Nederland voor natuurbranden toe. In onderzoek en praktijk ligt de focus tot nu toe vooral op de brandweer. De maatschappelijke gevolgen en de rol van crisisbeheersing bij natuurbranden zijn minder zichtbaar. Het NIPV heeft een verkennend onderzoek uitgevoerd dat inzicht biedt in de stand van zaken van de crisisbeheersing bij natuurbranden. En in mogelijke knelpunten voor regionale crisisorganisaties en hun partners. Ook reikt het onderzoek handvatten aan om de multidisciplinaire voorbereiding op en respons bij natuurbranden te versterken.

Onderzoeksaanpak
Voor het onderzoek analyseerden de onderzoekers 51 natuurbrandcasussen (2010-2025) waarin volgens de GRIP‑structuur is opgeschaald. Op basis van evaluaties, mediaberichten en openbare documentatie zijn de maatschappelijke gevolgen van deze incidenten, de lessen uit de crisisrespons en de voorbereiding op natuurbranden in beeld gebracht. Daarnaast zijn interviews gehouden met betrokken organisaties en crisisfunctionarissen. Met behulp van een rodedradenanalyse kwamen de onderzoekers tot overkoepelende inzichten.
De balans opmaken
Op basis van de inzichten zijn 6 conclusies geformuleerd over wat natuurbranden vragen van de crisisbeheersing en in hoeverre de crisisbeheersing daarop is toegerust in termen van kennis, kunde, ervaring en vaardigheden. Deze bevindingen laten zien dat er een verschil is tussen wat natuurbranden vragen van crisisorganisaties en hoe goed de crisisbeheersing daarop momenteel is voorbereid.
Wat vragen natuurbranden van de crisisbeheersing?
- Door de toenemende kans op natuurbranden en de mogelijke maatschappelijke gevolgen is een frequentere inzet van de crisisorganisatie te verwachten.
- De maatschappelijke gevolgen van natuurbranden zijn tot nu toe beperkt gebleven, maar door het intensieve ruimtegebruik is Nederland kwetsbaar en kunnen in de toekomst ernstigere gevolgen optreden.
- Crisisbeheersing bij natuurbranden kent specifieke aandachtspunten, omdat deze branden seizoensgebonden en dynamisch zijn, vaak plaatsvinden in moeilijk toegankelijke gebieden voor hulpverleners en geregeld een grensoverschrijdend karakter hebben.
Wat hebben we op het gebied van de crisisbeheersing?
- De crisisorganisatie is nog relatief weinig ingezet bij natuurbranden. Hierdoor zijn de specifieke kennis van en ervaring met dergelijke incidenten en de bijbehorende gevolgen nog beperkt.
- De aandacht voor natuurbranden is de afgelopen jaren toegenomen, zowel landelijk als binnen veiligheidsregio’s en bij crisispartners. Desondanks blijven er aandachtspunten voor de crisisbeheersing die om nadere uitwerking vragen.
- Bestaande knelpunten in de brandweercapaciteit kunnen gevolgen hebben voor de crisisbeheersing.
Agenda voor crisisbeheersing bij (dreigende) natuurbranden
Om de voorbereiding en respons verder te versterken, hebben de onderzoekers een agenda voor de crisisbeheersing bij natuurbranden opgesteld. Deze bestaat uit 5 hoofdpunten:
- Versterk het leren en evalueren van natuurbranden.
- Houd vast aan een brede blik op natuurbranden en hun maatschappelijke gevolgen.
- Anticipeer op het risico van natuurbranden.
- Bereid voor op specifieke knel- en aandachtspunten in de respons.
- Werk aan de maatschappelijke weerbaarheid.
Lees het rapport
Bekijk ook
Traineeship Omgevingsveiligheid afgesloten, veel animo voor tweede ronde
8 juli 2026
Op 5 juni jl. is het eerste traineeship Omgevingsveiligheid met een officieel en feestelijk tintje afgesloten. De twaalf trainees, die inmiddels allemaal een baan hebben gevonden bij een veiligheidsregio, kwamen samen met hun begeleiders en andere bij het programma betrokkenen bijeen in het Utrechtse stadskasteel Oudaen. Ondertussen is de werving in volle gang voor het tweede traineeship dat dit najaar start. Met zo’n 360 sollicitatiebrieven in 3 maanden tijd, mag beslist worden gesproken van een overweldigende belangstelling voor een job bij de veiligheidsregio onder afgestudeerde schoolverlaters.

Missie geslaagd
Tijdens de afsluitende bijeenkomst in Utrecht ontvingen alle trainees hun certificaat. Twee deelnemers hebben ook al de theoretische NIPV-leergang Specialist ruimtelijke veiligheid afgerond. De overige tien krijgen hun diploma in de komende maanden, na afronding van hun scriptie. Tijdens de middag werd teruggeblikt op het programma, werden ervaringen gedeeld en waren er dankwoorden van de trainees en hun mentoren. De conclusie in een notendop: missie geslaagd! Voor de trainees én de veiligheidsregio’s die via deze weg nieuwe risicobeheersingsspecialisten aan zich hebben kunnen binden voor de taakvelden industriële veiligheid (IV) en omgevingsveiligheid (OV).
Van idee tot traineeship
“En precies dat was de bedoeling van het traineeship”, vat programmamanager Ron Bouwman van het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) samen. “Het plan om via een traineeship met een gericht kort scholingsprogramma van twee jaar jonge mensen op te leiden tot specialist, werd rond 2022 bedacht in Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. De gedachte was dat de veiligheidsregio’s zo versneld aan nieuwe vakmensen voor industriële- en omgevingsveiligheid konden worden geholpen. Specialismen met veel vacatures die niet eenvoudig vervulbaar bleken. Het idee kreeg direct de interesse van veel andere veiligheidsregio’s en vervolgens is, samen met het LEC IV en het NIPV, besloten een landelijk traineeprogramma op te zetten. Het nu afgeronde traineeship heeft aangetoond dat de regio’s en het NIPV dit samen zeer goed kunnen dragen. Ieder vanuit zijn eigen kennis en expertise. Nu de eerste twaalf deelnemers na hun traineeship allemaal een baan hebben gevonden, mogen we concluderen dat deze aanpak zijn vruchten heeft afgeworpen.”
Alumninetwerk
Het tweejarig traineeship heeft volgens Bouwman niet alleen nieuwe vakmensen opgeleverd voor veiligheidsregio’s met vacatures; het programma heeft ook bijgedragen aan versterking van het landelijk specialistennetwerk IV/OV. “Wat ik mooi vind, is dat na de feestelijke afronding de twaalf nieuwe collega’s allemaal contact houden met elkaar en met hun groep mentoren en begeleiders. Na het gezamenlijk doorgemaakte proces is het een hechte sociale groep geworden die via een ‘alumnistructuur’, zoals je die ook na universitaire opleidingen ziet, bijeen blijft. De nieuwe jonge collega’s willen via periodieke bijeenkomsten kennis en ervaringen blijven delen en kunnen elkaar zo ook gemakkelijker benaderen als zij feedback van anderen willen bij complexe veiligheidsvraagstukken. Zo krijgt het netwerk van IV- en OV-specialisten echt een ‘community karakter’.”
Grote stimulans
Bouwman constateert dat de positieve ervaringen van het eerste traineeship kennelijk een grote stimulans vormen voor schoolverlaters met interesse in een baan in het veiligheidsdomein. Want voor het tweede traineeship, waarvoor de werving in maart is begonnen, blijkt de animo bijzonder groot. Zo kreeg Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond al in de eerste week na de start van de inschrijving 35 enthousiaste sollicitatiebrieven binnen voor de 2 functies waarvoor een traineevacature is. In totaal zijn in de 3 maanden na de start van de aanmeldtermijn al zo’n 360 brieven binnengekomen bij de veiligheidsregio’s. Met dergelijke resultaten kunnen de initiatiefnemers van het tweede traineeship wellicht concluderen dat een baan als risicobeheersingsspecialist bij de veiligheidsregio’s weer ‘sexy’ is.
In totaal hebben 16 veiligheidsregio’s 21 plaatsen opengesteld voor het tweejarige traineeprogramma. Sommige regio’s hebben dus meerdere plaatsen beschikbaar. Naast industriële veiligheid en omgevingsveiligheid kunnen trainees in deze tweede ronde nu ook kiezen voor brandveiligheid als specialisme: eveneens een vakgebied met forse behoefte aan nieuw instromende vakmensen, vanwege de steeds grotere verwevenheid van ruimtelijke veiligheidsvraagstukken met opgaven als woningbouw, aanleg van infrastructuur en de energie- en grondstoffentransitie.
Bouwman: “Het stemt echt heel hoopvol dat er zoveel interesse is voor deze belangrijke vakgebieden voor de veiligheid van Nederland. We hebben nu zelfs bij 2 veiligheidsregio’s een traineeplaats op de wachtlijst staan, omdat de opleidingsgroep maximaal 20 studenten telt. Bij die omvang blijft de ‘klassikale’ theorieopleiding goed beheersbaar, vooral wat betreft het persoonlijke ontwikkelingstraject van de trainees. 2 groepen van elk 10 trainees zijn de maximale omvang om mensen goed persoonlijk te kunnen begeleiden. Overigens behouden we de succesvolle elementen van het eerste traineeship, zoals de werkbijeenkomsten en expertsessies, waarvoor de afgezwaaide trainees heel veel waardering hadden. Verder wordt het algemene theoriedeel wat uitgebreider, zodat de trainees, voordat ze kiezen voor een van de drie taakvelden, allemaal een ruimere gezamenlijke basisvorming krijgen.”
