Hoe noodsteunpunten kunnen aansluiten bij de informatiebehoeften van inwoners 

16 juli 2026

Tijdens een crisis hebben inwoners behoefte aan betrouwbare informatie over de situatie, de risico’s, het handelingsperspectief en hun naasten. Hoe noodsteunpunten hierop kunnen aansluiten, staat centraal in de tweede snelle kennismobilisatie van het NIPV. De publicatie draagt bij aan de kennisbasis voor de landelijke pilots met noodsteunpunten en coördinatiepunten in 2026. 

Hoe noodsteunpunten kunnen aansluiten bij de informatiebehoeften van inwoners 
Foto: NIPV.

Welke informatie inwoners nodig hebben, verschilt per fase van de crisis. In de eerste uren ligt de nadruk op feitelijke informatie; later verschuift de behoefte naar duiding, handelingsperspectieven en verantwoording. 

Effectieve crisiscommunicatie vraagt om betrouwbare informatie, herkenbare communicatiekanalen, begrijpelijke en consistente boodschappen en ruimte voor interactie. Daarnaast spelen factoren zoals risicoperceptie, vertrouwen in eigen kunnen, sociale normen en eerdere ervaringen een rol. Een doelgroepgerichte aanpak helpt om communicatie beter af te stemmen op verschillende behoeften en omstandigheden. 

Betekenis voor noodsteunpunten 

Voor noodsteunpunten betekent dit dat zij inwoners tijdens een crisis het beste kunnen ondersteunen door actuele, begrijpelijke en toegankelijke informatie te bieden, afgestemd met crisispartners en passend bij de fase van de crisis. Wanneer actuele informatie beperkt beschikbaar is, kunnen noodsteunpunten vooral fungeren als fysieke ontmoetingsplek waar inwoners informatie delen, vragen stellen en handelingsperspectief krijgen. 

Charlotte van Ruijven, landelijk projectleider pilots noodsteunpunten, reageert op deze tweede kennismobilisatie: “Het rapport biedt waardevolle inzichten en werpt belangrijke vragen op waar gemeenten en veiligheidsregio’s zich samen met maatschappelijke organisaties en hun sociale partners over moeten buigen als het gaat om hun communicatierol. Door nu al met deze vragen aan de slag te gaan, bereiden zij noodsteunpunten beter voor op hun rol tijdens een crisis. Zo staan overheden, hulpdiensten samen met welzijnspartners beter klaar om inwoners te ondersteunen als het er echt toe doet.” 

Onderzoeker Laurens van der Varst vult aan: “Ik denk dat we met deze snelle kennismobilisaties ook een treffende werkwijze te pakken hebben. De pragmatische aanpak, een korte doorlooptijd, een quickscan van de literatuur én interviews met in dit geval experts op het gebied van risico- en crisiscommunicatie en sociale wetenschappen levert snel bruikbare inzichten op. Inmiddels werken we aan de derde kennismobilisatie met als onderwerp samenwerking. Die verwachten we in september op te leveren.” 

Pilots noodsteunpunten 

In 2026 worden in 25 veiligheidsregio’s in samenwerking met gemeenten praktijkoefeningen uitgevoerd met een noodsteun- en een coördinatiepunt. De pilotfase Noodsteunpunten is een gezamenlijk programma van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Veiligheidsberaad. In opdracht van de overkoepelend projectleider landelijke project pilots noodsteunpunten voert het NIPV vier snelle kennismobilisaties en een overkoepelende reflectie uit. De snelle kennismobilisaties dragen bij aan een onderliggende kennisinfrastructuur rondom de pilots. 

Lees het rapport

Nieuwe lichting OvD’s rondt leergang succesvol af

14 juli 2026

Besluiten nemen terwijl je nog niet over alle informatie beschikt: voor een Officier van Dienst (OvD) van de brandweer is dit dagelijkse realiteit. De afgelopen periode ontwikkelden 24 collega’s uit verschillende veiligheidsregio’s de vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken. Zij rondden de leergang OvD met succes af.

Gebruikt bij nieuwsbericht nieuwe lichting OvD
De 24 deelnemers van de leergang Officier van Dienst en trainers-adviseurs Martin van Veldhuisen (uiterst links) en Arjan Bruinstroop (uiterst rechts) van het NIPV. Foto: NIPV

“De opleiding was een leerzame reis waarin het handelen onder tijdsdruk en onzekerheid aan bod kwamen. Daarbij draaide het niet alleen om technische kennis en vaardigheden, maar vooral ook om de niet-technische vaardigheden die tijdens een incident het verschil maken”, vertelt Arjan Bruinstroop, trainer-adviseur bij het NIPV en samen met collega trainer-adviseur Martin van Veldhuisen betrokken bij de leergang OvD. “De afgelopen maanden zijn verschillende competenties uitgebreid geoefend en ontwikkeld: leidinggeven onder tijdsdruk, besluitvorming bij onzekerheid, samenwerken binnen de stafsectie Brandweer en het voeren van het multidisciplinaire motorkapoverleg om gezamenlijk prioriteiten en doelstellingen vast te stellen.” 

Examen succesvol afgerond 

“Tijdens de examens bewezen de kandidaten hoe ver zij zijn gegroeid. Ondanks de uitdagende omstandigheden en de hoge temperaturen wist elke kandidaat het examen met succes af te ronden. Een resultaat om trots op te zijn!” 

Organisatie 

“Achter de examens gaat een grote organisatie schuil. Tientallen collega’s creëerden realistische en uitdagende scenario’s, zodat kandidaten onder zo natuurgetrouw mogelijke omstandigheden konden laten zien wat zij hadden geleerd. Juist tijdens de warme dagen van de afgelopen weken vroeg dat van iedereen extra inzet en flexibiliteit. Dank aan iedereen die hieraan heeft bijgedragen!” 

Gezamenlijke afsluiting 

“Na de examens volgde de gezamenlijke afsluiting van de leergang. We blikten terug op een bijzondere periode van leren, samenwerken en persoonlijke ontwikkeling en brachten samen een bezoek aan het Brandweermonument. We stonden daar stil bij de verhalen van collega’s die hun leven gaven in dienst van anderen. Dat moment van reflectie herinnerde ons eraan dat leidinggeven als OvD niet alleen om vakmanschap en besluitvaardigheid vraagt, maar ook om verantwoordelijkheid en het besef dat achter iedere inzet mensen schuilgaan.”

Nieuwe leergangen OvD 

Met deze nieuwe lichting krijgt de brandweer er opnieuw goed opgeleide leidinggevenden bij. De behoefte aan goed opgeleide OvD’s blijft onverminderd groot. Daarom is de eerste leergang OvD van dit jaar inmiddels halverwege en start in september een nieuwe leergang bij het NIPV.  
 
We wensen alle geslaagden veel succes in hun verdere loopbaan als OvD’ers!

Diploma voor Amsterdamse en Rotterdamse deelnemers maatwerkopleiding vrijwillige postcommandanten 

14 juli 2026

Hoe leid je vrijwillige ploegchefs en postcommandanten op die overdag niet de mogelijkheid hebben om een opleiding te volgen? 

 Veiligheidsregio’s Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en het NIPV sloegen de handen ineen voor een gezamenlijk, eenjarig opleidingstraject op maat. Negen deelnemers hebben nu succesvol het traject afgerond en hun diploma ontvangen.  

Acht van de negen deelnemers met hun diploma die de maatwerkopleiding succesvol hebben afgerond. Foto: NIPV. 

“De aanleiding voor de samenwerking was de behoefte om in beide regio’s vrijwillige postcommandanten beter toe te rusten op hun taak”, vertelt Remco Terpstra, als clustermanager verantwoordelijk voor de vrijwilligers bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland.  

 “Als veiligheidsregio’s willen we onze vrijwilligers beter aan ons binden met als doel ze langer behouden. De rol van een postcommandanten is hierbij essentieel. Mede daarom wilde wij onze postcommandanten graag de leergang ploegchef en een leiderschapstraject aanbieden. De reguliere leergang was geen optie omdat het om vrijwilligers gaat. Inzichten uit de NIPV-onderzoeken naar de vrijwillige brandweer bevestigden voor ons dat het belangrijk is om in deze groep te investeren. Zo is de het maatwerktraject tot stand gekomen.” 

 “We wilden de opleiding zo goed mogelijk laten aansluiten bij de behoeften van de deelnemers. Daarom hebben we vanuit beide regio’s tijdens de leergang regelmatig afgestemd en geëvalueerd met onder anderen Wendy van Middelkoop, decaan van het NIPV-decanaat Leiderschap en Organisatie. Dat was heel waardevol. Door deze nauwe samenwerking konden we tijdens de leergang waar nodig bijsturen. Zo hebben we bijvoorbeeld kort na de start al de lestijden aangepast op basis van de ervaringen van de deelnemers.”  

 “De meerwaarde van het volgen van het leertraject zie ik terug bij de cursisten: zij hebben een grote groei doorgemaakt, bijvoorbeeld in de manier waarop zij moeilijke gesprekken of voortgangsgesprekken met bevelvoerders voeren. De deelnemers geven zelf ook aan dat de opleiding hen daarbij echt heeft geholpen.” 

 “Wij kijken trots terug op dit traject. Ten eerste omdat we dit konden aanbieden aan de postcommandanten. Deze maatwerkopleiding sloot goed aan bij hun behoeften. Bovendien ben ik trots op de samenwerking. Dat smaakt wat mij betreft naar meer. Die oproep wil ik ook graag doen aan andere regio’s: laten we meer met elkaar gaan samenwerken, zoek elkaar op en kijk of je samen een incompany met het NIPV kunt organiseren.” 

 Neem voor de mogelijkheden voor een maatwerktraject contact met ons op.  

Voor het bestrijden en voorkomen van grootschalige natuurbranden: Het voorkomen en bestrijden van grootschalige natuurbranden 

13 juli 2026

Door een veranderend klimaat komen (grootschalige)
natuurbranden steeds vaker voor en de impact van deze branden neemt toe. Het effectief bestrijden en voorkomen van natuurbranden vereist specialistische inzet. Die rol vervult het landelijk brandweerspecialisme Natuurbrandbeheersing (NBB) voor de veiligheidsregio’s. 

Foto: Bommel’s Fotoshop.

Natuurbrandbeheersing begint bij preventie 

Het beheersen van een natuurbrand begint bij het aanpakken van de bron. Natuurbranden hebben brandbaar natuurlijk materiaal (vegetatie) nodig om zich snel te kunnen verspreiden. Door deze droge begroeiing op strategische plekken te verwijderen, kan een aanstaande natuurbrand voorkomen worden. Ook tijdens een natuurbrand kan vegetatie verwijderd worden om verdere verspreiding te voorkomen. Het Handcrew team is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze taak. Zij maken daarbij gebruik van de data die door het team natuurbrandanalisten wordt aangeleverd. 

Gespecialiseerde eenheden 

Bij een grootschalige natuurbrand beschikt het landelijk brandweerspecialisme NBB over gespecialiseerde bluseenheden, bestaande uit een samenwerkingsverband tussen het team Fire Bucket Operations, het Heliteam Brandweer, de luchtmacht en de grondeenheid van Defensie. Dit team blust natuurbranden vanuit een helikopter, waarbij de inhoud van grote waterzakken boven de brand wordt gedropt. Verder geven 12 specialistisch opgeleide landelijk adviseurs advies over de huidige en toekomstige brandontwikkeling. 

Het NIPV beschikt over een landelijk coördinator (Edwin Kok) die de samenwerking en vakbekwaamheid tussen de verschillende teams – die onder dit specialisme vallen – bevordert en doorontwikkeling faciliteert.  De coördinator organiseert bijeenkomsten, werft personeel en onderhoudt contacten met terreinbeheerders en de portefeuillehouder in de Vakraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland. 

Video landelijk 
brandweerspecialisme Natuurbrandbeheersing 

Bekijk de video over het landelijk brandweerspecialisme Natuurbrandbeheersing.

Verkenning crisisbeheersing bij natuurbranden

9 juli 2026

Door klimaatverandering neemt de kwetsbaarheid van Nederland voor natuurbranden toe. In onderzoek en praktijk ligt de focus tot nu toe vooral op de brandweer. De maatschappelijke gevolgen en de rol van crisisbeheersing bij natuurbranden zijn minder zichtbaar. Het NIPV heeft een verkennend onderzoek uitgevoerd dat inzicht biedt in de stand van zaken van de crisisbeheersing bij natuurbranden. En in mogelijke knelpunten voor regionale crisisorganisaties en hun partners. Ook reikt het onderzoek handvatten aan om de multidisciplinaire voorbereiding op en respons bij natuurbranden te versterken.

Bovenaanzicht van natuurbrand in de buurt van snelweg
Foto: HollandLuchtfoto.

Onderzoeksaanpak

Voor het onderzoek analyseerden de onderzoekers 51 natuurbrandcasussen (2010-2025) waarin volgens de GRIP‑structuur is opgeschaald. Op basis van evaluaties, mediaberichten en openbare documentatie zijn de maatschappelijke gevolgen van deze incidenten, de lessen uit de crisisrespons en de voorbereiding op natuurbranden in beeld gebracht. Daarnaast zijn interviews gehouden met betrokken organisaties en crisisfunctionarissen. Met behulp van een rodedradenanalyse kwamen de onderzoekers tot overkoepelende inzichten.

De balans opmaken

Op basis van de inzichten zijn 6 conclusies geformuleerd over wat natuurbranden vragen van de crisisbeheersing en in hoeverre de crisisbeheersing daarop is toegerust in termen van kennis, kunde, ervaring en vaardigheden. Deze bevindingen laten zien dat er een verschil is tussen wat natuurbranden vragen van crisisorganisaties en hoe goed de crisisbeheersing daarop momenteel is voorbereid.

Wat vragen natuurbranden van de crisisbeheersing?

  1. Door de toenemende kans op natuurbranden en de mogelijke maatschappelijke gevolgen is een frequentere inzet van de crisisorganisatie te verwachten.
  2. De maatschappelijke gevolgen van natuurbranden zijn tot nu toe beperkt gebleven, maar door het intensieve ruimtegebruik is Nederland kwetsbaar en kunnen in de toekomst ernstigere gevolgen optreden.
  3. Crisisbeheersing bij natuurbranden kent specifieke aandachtspunten, omdat deze branden seizoensgebonden en dynamisch zijn, vaak plaatsvinden in moeilijk toegankelijke gebieden voor hulpverleners en geregeld een grensoverschrijdend karakter hebben.

Wat hebben we op het gebied van de crisisbeheersing?

  1. De crisisorganisatie is nog relatief weinig ingezet bij natuurbranden. Hierdoor zijn de specifieke kennis van en ervaring met dergelijke incidenten en de bijbehorende gevolgen nog beperkt.
  2. De aandacht voor natuurbranden is de afgelopen jaren toegenomen, zowel landelijk als binnen veiligheidsregio’s en bij crisispartners. Desondanks blijven er aandachtspunten voor de crisisbeheersing die om nadere uitwerking vragen.
  3. Bestaande knelpunten in de brandweercapaciteit kunnen gevolgen hebben voor de crisisbeheersing.

Agenda voor crisisbeheersing bij (dreigende) natuurbranden

Om de voorbereiding en respons verder te versterken, hebben de onderzoekers een agenda voor de crisisbeheersing bij natuurbranden opgesteld. Deze bestaat uit 5 hoofdpunten:

  • Versterk het leren en evalueren van natuurbranden.
  • Houd vast aan een brede blik op natuurbranden en hun maatschappelijke gevolgen.
  • Anticipeer op het risico van natuurbranden.
  • Bereid voor op specifieke knel- en aandachtspunten in de respons.
  • Werk aan de maatschappelijke weerbaarheid.

Lees het rapport

Traineeship Omgevingsveiligheid afgesloten, veel animo voor tweede ronde

8 juli 2026

Op 5 juni jl. is het eerste traineeship Omgevingsveiligheid met een officieel en feestelijk tintje afgesloten. De twaalf trainees, die inmiddels allemaal een baan hebben gevonden bij een veiligheidsregio, kwamen samen met hun begeleiders en andere bij het programma betrokkenen bijeen in het Utrechtse stadskasteel Oudaen. Ondertussen is de werving in volle gang voor het tweede traineeship dat dit najaar start. Met zo’n 360 sollicitatiebrieven in 3 maanden tijd, mag beslist worden gesproken van een overweldigende belangstelling voor een job bij de veiligheidsregio onder afgestudeerde schoolverlaters.

De deelnemers aan het eerste traineeship Omgevingsveiligheid.

Missie geslaagd

Tijdens de afsluitende bijeenkomst in Utrecht ontvingen alle trainees hun certificaat. Twee deelnemers hebben ook al de theoretische NIPV-leergang Specialist ruimtelijke veiligheid afgerond. De overige tien krijgen hun diploma in de komende maanden, na afronding van hun scriptie. Tijdens de middag werd teruggeblikt op het programma, werden ervaringen gedeeld en waren er dankwoorden van de trainees en hun mentoren. De conclusie in een notendop: missie geslaagd! Voor de trainees én de veiligheidsregio’s die via deze weg nieuwe risicobeheersingsspecialisten aan zich hebben kunnen binden voor de taakvelden industriële veiligheid (IV) en omgevingsveiligheid (OV).

Van idee tot traineeship

“En precies dat was de bedoeling van het traineeship”, vat programmamanager Ron Bouwman van het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) samen. “Het plan om via een traineeship met een gericht kort scholingsprogramma van twee jaar jonge mensen op te leiden tot specialist, werd rond 2022 bedacht in Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. De gedachte was dat de veiligheidsregio’s zo versneld aan nieuwe vakmensen voor industriële- en omgevingsveiligheid konden worden geholpen. Specialismen met veel vacatures die niet eenvoudig vervulbaar bleken. Het idee kreeg direct de interesse van veel andere veiligheidsregio’s en vervolgens is, samen met het LEC IV en het NIPV, besloten een landelijk traineeprogramma op te zetten. Het nu afgeronde traineeship heeft aangetoond dat de regio’s en het NIPV dit samen zeer goed kunnen dragen. Ieder vanuit zijn eigen kennis en expertise. Nu de eerste twaalf deelnemers na hun traineeship allemaal een baan hebben gevonden, mogen we concluderen dat deze aanpak zijn vruchten heeft afgeworpen.”

Alumninetwerk

Het tweejarig traineeship heeft volgens Bouwman niet alleen nieuwe vakmensen opgeleverd voor veiligheidsregio’s met vacatures; het programma heeft ook bijgedragen aan versterking van het landelijk specialistennetwerk IV/OV. “Wat ik mooi vind, is dat na de feestelijke afronding de twaalf nieuwe collega’s allemaal contact houden met elkaar en met hun groep mentoren en begeleiders. Na het gezamenlijk doorgemaakte proces is het een hechte sociale groep geworden die via een ‘alumnistructuur’, zoals je die ook na universitaire opleidingen ziet, bijeen blijft. De nieuwe jonge collega’s willen via periodieke bijeenkomsten kennis en ervaringen blijven delen en kunnen elkaar zo ook gemakkelijker benaderen als zij feedback van anderen willen bij complexe veiligheidsvraagstukken. Zo krijgt het netwerk van IV- en OV-specialisten echt een ‘community karakter’.”

Grote stimulans

Bouwman constateert dat de positieve ervaringen van het eerste traineeship kennelijk een grote stimulans vormen voor schoolverlaters met interesse in een baan in het veiligheidsdomein. Want voor het tweede traineeship, waarvoor de werving in maart is begonnen, blijkt de animo bijzonder groot. Zo kreeg Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond al in de eerste week na de start van de inschrijving 35 enthousiaste sollicitatiebrieven binnen voor de 2 functies waarvoor een traineevacature is. In totaal zijn in de 3 maanden na de start van de aanmeldtermijn al zo’n 360 brieven binnengekomen bij de veiligheidsregio’s. Met dergelijke resultaten kunnen de initiatiefnemers van het tweede traineeship wellicht concluderen dat een baan als risicobeheersingsspecialist bij de veiligheidsregio’s weer ‘sexy’ is.

In totaal hebben 16 veiligheidsregio’s 21 plaatsen opengesteld voor het tweejarige traineeprogramma. Sommige regio’s hebben dus meerdere plaatsen beschikbaar. Naast industriële veiligheid en omgevingsveiligheid kunnen trainees in deze tweede ronde nu ook kiezen voor brandveiligheid als specialisme: eveneens een vakgebied met forse behoefte aan nieuw instromende vakmensen, vanwege de steeds grotere verwevenheid van ruimtelijke veiligheidsvraagstukken met opgaven als woningbouw, aanleg van infrastructuur en de energie- en grondstoffentransitie.

Bouwman: “Het stemt echt heel hoopvol dat er zoveel interesse is voor deze belangrijke vakgebieden voor de veiligheid van Nederland. We hebben nu zelfs bij 2 veiligheidsregio’s een traineeplaats op de wachtlijst staan, omdat de opleidingsgroep maximaal 20 studenten telt. Bij die omvang blijft de ‘klassikale’ theorieopleiding goed beheersbaar, vooral wat betreft het persoonlijke ontwikkelingstraject van de trainees. 2 groepen van elk 10 trainees zijn de maximale omvang om mensen goed persoonlijk te kunnen begeleiden. Overigens behouden we de succesvolle elementen van het eerste traineeship, zoals de werkbijeenkomsten en expertsessies, waarvoor de afgezwaaide trainees heel veel waardering hadden. Verder wordt het algemene theoriedeel wat uitgebreider, zodat de trainees, voordat ze kiezen voor een van de drie taakvelden, allemaal een ruimere gezamenlijke basisvorming krijgen.”

Een dankbare taak: NIPV ondersteunt inzet USAR.NL in Venezuela 

7 juli 2026

Op vrijdag 26 juni 2026 vertrok USAR.NL met 65 teamleden, 8 speurhonden en 16 ton aan materieel naar Venezuela. Daar hielp het team met het zoeken en redden van slachtoffers van de zware aardbevingen. Op zondag 5 juli kwam het team weer aan in Nederland.

Patrick Mens voor de USAR.NL-trailer. Foto: Renzo Busso-Calderon.

“Qua logistiek is het aan ons om het materieel en de spullen zo snel mogelijk uitrukklaar te maken. Vanwege de tijd die de controle bij de douane kost, moet alles op het vliegveld zijn ruim voor het team daar arriveert. Met het USAR-team bespreken we de logistieke uitvoering: van welk vliegveld vertrekt het team? Welke spullen moeten mee? Welk materieel is daarvoor nodig? Hoe zit het met de drukte op de wegen; is er politiebegeleiding nodig? Vervolgens brengen we de USAR-trailer en het voertuig voor extra materieel in gereedheid. Ook daarbij hadden we dit keer een extra uitdaging: de trailer was na een recente oefening in Moldavië nog niet in zijn originele, uitrukklare staat teruggebracht.  

“Voor de USAR-teamleden regelen we ook het vervoer naar het vliegveld. En op vrijdagochtend is er nog een collega naar de Defensiekazerne in ’t Harde gereden om geografische kaarten van de inzetgebieden in Venezuela op te halen en deze naar het vliegveld te brengen.” 

De USAR-trailer is klaar voor vertrek. Foto: Patrick Mens.

“Tijdens de inzet blijven we het USAR HQ faciliteren; als 24/7-aanspreekpunt zorgen we  bijvoorbeeld voor de catering en voor werkende apparatuur en netwerken. De stafleden van USAR zijn daar namelijk nog steeds aan het werk. Zij houden zich onder meer bezig met de communicatie naar het thuisfront van de teamleden. En met het onderhouden van contact met relevante partijen, zoals de ambassade in Venezuela. Ook wordt een team voor de terugkeer van het USAR-team geformeerd, waarvan wij deel uitmaken.” 

“Het ‘recupereren’, ofwel het in gereedheid brengen van de trailer voor de volgende uitruk, start al zodra het USAR-team nog ter plaatse is. Er is namelijk altijd sprake van materialen die achterblijven, bijvoorbeeld omdat ze worden geschonken aan humanitaire organisaties als het Rode Kruis. Deze overdracht wordt met ons besproken zodat we direct al nieuwe spullen kunnen bestellen. Op het moment dat het team terugkeert, zijn we dus al een heel eind op weg naar de volgende inzet.” 

De voorraden van USAR.NL. Foto: Patrick Mens.

Meer weten over USAR.nl

Meer weten over USAR.NL? En over de afgelopen inzet in Venezuela? Kijk op www.usar.nl, of volg de Instagram-pagina van USAR.NL.

Update Ontwikkelfonds: herverdeling middelen voor Manschap 3.0

7 juli 2026

Nieuwe inzichten en ontwikkelingen vragen om aanpassing van prioriteiten. In dit geval heeft de vakraad Incidentbestrijding in afstemming met de vakraad Leren & Ontwikkelen van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) besloten om middelen en capaciteit vanuit het Ontwikkelfonds voor dit jaar anders in te zetten.

Brandweermensen met elkaar in gesprek bij een tankautospuit.
Foto: NIPV.

Vrijgekomen budget inzetten voor THV

De keuze is gemaakt om dit jaar een aantal projecten binnen het Ontwikkelfonds niet uit te voeren. Hierdoor komt budget vrij dat ingezet kan worden voor de verdere implementatie van Technische hulpverlening (THV) binnen het programma Manschap 3.0. Dit programma richt zich op de toekomstbestendige ontwikkeling van het brandweervak en vraagt op dit moment om extra inzet en middelen. Het is belangrijk om te benadrukken dat deze beslissing is genomen door de vakraden op basis van inhoudelijke afwegingen en prioriteiten binnen het werkveld.

Wat betekent dit concreet voor 2026?

Door het verleggen van capaciteit komt in 2026 een aantal geplande activiteiten te vervallen binnen het Ontwikkelfonds:

  • Evaluatie leergang Coördinator Verkenningseenheden (CVE)
  • Project gebouwbrandbestrijding in en rond duurzame gebouwen
  • Onderhoud van e-modules vakbekwaam blijven
  • Bijscholing voor instructeurs brandbestrijding (in verband met de herziening richting Manschap)
  • Kennisdag Brandbestrijding

Vervolg

Het Ontwikkelfonds blijft een belangrijk instrument om te investeren in de ontwikkeling van het brandweeronderwijs. Tegelijkertijd vraagt de actuele situatie om flexibiliteit en het maken van keuzes. Zo wordt er nu ook hard gewerkt om zo spoedig mogelijk voor het zittende personeel de wijzigingen en impact vanuit THV ten aanzien van vakbekwaam blijven klaar te zetten voor de regio’s. Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn binnen het programma of rondom de herstart van projecten, wordt hierover gecommuniceerd.

Ondertussen wordt ook al gekeken naar de invulling voor 2027. Dit programma zal naar verwachting beperkter van omvang zijn en wordt momenteel in afstemming met de vakraden verder ontwikkeld.


Wat is het Ontwikkelfonds?

Via het Ontwikkelfonds financieren de veiligheidsregio’s de ontwikkeling van les- en leerstof voor de (v)mbo-functies bij de brandweer.


Eerste stap naar Europees expertisenetwerk Brandweer en Seveso

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, juli 2026

De afgelopen maanden hebben het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) en Seveso-specialisten van brandweerorganisaties uit andere EU-landen de eerste verkennende gesprekken gevoerd over de vorming van een Europees kennisnetwerk ‘Brandweer & Seveso’. Volgens het LEC IV is er bij collega-specialisten in verschillende lidstaten interesse getoond in zo’n netwerk.

Industriegebied
Foto: LEC Industriële Veiligheid.

Verkennende gesprekken

De afgelopen maanden hebben het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) en Seveso-specialisten van brandweerorganisaties uit andere EU-landen de eerste verkennende gesprekken gevoerd over de vorming van een Europees kennisnetwerk ‘Brandweer en Seveso’. Volgens het LEC IV is er bij collega-specialisten in verschillende lidstaten interesse getoond in zo’n netwerk.

Expertisenetwerk op uitvoeringsniveau

Door verschil in organisatiestructuur van de Seveso-uitvoeringstaken verschillen ook de behoeften rond kennisdeling van land tot land, terwijl de taken uit de Seveso-regelgeving voor elk land gelijk zijn. Projectleider van het LEC IV Jan Meinster: “Een belangrijk verschil is dat de Seveso-uitvoeringstaken van de brandweer in Nederland decentraal zijn georganiseerd bij de veiligheidsregio’s. In veel andere landen is dit industrieel specialisme op nationale schaal georganiseerd, bijvoorbeeld bij het ministerie van Binnenlandse Zaken of een nationale brandweerdienst. Ons doel is een expertisenetwerk op uitvoeringsniveau op te zetten voor brandweerspecialisten met Seveso-advies- en toezichttaken.” De Seveso III richtlijn strekt zich uit van ruimtelijke veiligheid, regulering, procesveiligheid tot rampenbestrijding.

Beoogd doel van het netwerk is kennis en ervaringen te delen en te leren van elkaars aanpak. Gezamenlijke vraagstukken die in het netwerk kunnen worden besproken zijn bijvoorbeeld hoe kan worden omgegaan met risico- en crisiscommunicatie, het reguleren van veiligheid en het leren van incidenten. Maar ook praktische zaken, zoals grote batterijopslagen en ‘Natech-risico’s (klimaatveiligheid).

Webinars

Meinster: “Het idee is om rond dit soort thema’s en vraagstukken webinars te organiseren, waarin Europese collega’s in de uitvoering leren van elkaars best practices. We hebben de ideeën al besproken met collega’s uit o.a. Tsjechië, Estland, Polen, Roemenië, Spanje en Letland. Vooralsnog hebben organisaties uit 15 lidstaten hun warme interesse geuit om deel te nemen aan het netwerk. Vertegenwoordigers van de Europese Commissie (DG ENV) zijn tevens geïnteresseerd en zien mogelijkheden voor kruisbestuiving. Bij de uitvoering werken we samen met het programma Exchange of Experts and Knowledge van de Federation of EUropean fire officers, FEU. De FEU heeft tot doel ervaringen uit te wisselen om zo tot een grotere veiligheid te komen voor de Europese burgers.


IV-pensionado’s blikken terug op carrière: “Trots op wat we hebben bereikt”

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, juli 2026

Drie specialisten industriële veiligheid, die gezamenlijk zo’n 60 jaar praktijk in risicobeheersing vertegenwoordigen, gaan de komende maanden van hun pensioen genieten. Dan de Bruijn en Mathin de Groot (Veiligheidsregio Zeeland) en Gerard Drenthen (Zuid-Limburg) delen een belangrijke gemeenschappelijke ervaring: trots kijken ze terug op de bijdrage die zij met hun passie en vakmanschap hebben mogen leveren aan de kwaliteit en professionaliteit van de IV-taken. En dus aan de veiligheid van de Nederlandse industrie.

Dan de Bruijn. Foto: Bill Stegers.

Dan de Bruijn: van scheepvaart naar brandweer

Dan de Bruijn (64) kwam via een ‘natte omweg’ in het veiligheidsdomein terecht. Na de studie scheepswerktuigkunde aan de Zeevaartschool zat hij van 1983 tot 1988 op de ’grote vaart’. Omdat hij getrouwd was en hij en zijn vrouw graag kinderen wilden, werden reizen van zes tot negen maanden op zee een minder aanlokkelijk perspectief. “Toen in 1988 bij chemiebedrijf Hoechst ex-zeevarenden met werktuigbouwkundige ervaring werden gevraagd, ging ik definitief ‘aan land’. In 1990 ben ging ik naar Metalenfabriek Arkema in Vlissingen gegaan. Eerst als shiftmanager en later als productie engineer. In 2000 maakte ik de overstap naar milieu en veiligheid waar ik ook de bedrijfsbrandweer onder mijn hoede kreeg. In die periode werd de Brzo-regelgeving ingevoerd en werden de eerste Brzo-inspecties bij risicobedrijven gehouden. In mijn functie kreeg ik daar ook mee te maken en zo leerde ik de regionale brandweer kennen, waarmee ik een goede relatie opbouwde.”

In 2005 vond De Bruijn het tijd voor verandering en stapte hij over naar de Regionale Brandweer Zeeland. Daar ging hij aan de slag als Brzo-inspecteur en in 2008 ook als adviseur gevaarlijke stoffen. “Ik kijk op die tijd terug als echte pioniersjaren. Veel van de instrumenten waarmee we tegenwoordig ons inspectiewerk doen, hebben we in die tijd ontwikkeld; een gezamenlijke ontwikkeling van de eerste generatie IV-specialisten bij de veiligheidsregio’s, onder regie van wat toen nog het LEC BrandweerBRZO heette. Geweldig wat we in die jaren allemaal hebben opgebouwd en bereikt.”

Gevraagd naar mooie herinneringen aan zijn carrière, benoemt De Bruijn vooral de samenwerking en teamgeest in de specialistische disciplines waarvan hij deel mocht uitmaken. De Bruijn: “Bijzonder in Zeeland is daarbij ook het internationale perspectief van risicobeheersing, omdat de Zeeuwse haven- en industriegebieden rond de Westerschelde naadloos aansluiten op grote industrieclusters rond Gent in Vlaanderen. Ik heb ook veel contacten opgebouwd met havenautoriteiten en Rijkswaterstaat, niet alleen vanuit mijn IV-rol maar ook als AGS binnen MIRG, de Maritieme Incident Respons Group, vanaf het eerste uur. Dat team is op zijn beurt ook weer deel van een internationaal samenwerkingsverband met Engeland, Frankrijk en Scandinavië én werkt nauw samen met het MIRG-team van Rotterdam-Rijnmond.”

Die collegialiteit en internationale contacten zal De Bruijn missen als hij op 1 oktober afscheid neemt van de dienst. Maar wat blijft, is de herinnering aan een mooie tijd bij de brandweer, waarin hij zijn steentje heeft bijgedragen aan verbetering van de industriële veiligheid en specialistische brandweerrespons op zee. “Ik heb in de industrie echt veel dingen ten goede zien veranderen in mijn jaren als specialist IV. Een mooie ervaring is dat ik tijdens inspecties zag dat bedrijven meer vanuit een eigen drijfveer investeren in veiligheid aan de voorkant; niet omdat de regelgeving zegt dat ze dat moeten doen, maar omdat ze het zelf belangrijk vinden.”

Mathin de Groot: trots op kwaliteit

Behalve Dan de Bruijn neemt op 1 oktober ook Mathin de Groot afscheid van de Veiligheidsregio Zeeland, kort voordat hij 67 jaar wordt. Hij startte zijn brandweercarrière in 2009 in Terneuzen, nadat hij daarvoor 25 jaar werkzaam was in de industrie (Dow) en in de utiliteitsbouw, met als ondergrond de opleiding HTS B-Constructietechniek. De Groot: “Vanwege de toenemende werklast en het feit dat steeds meer projecten elders in het land waren, wilde ik ander werk dichter bij huis. De brandweer trok mij altijd al. Mijn vader zat bij de brandweer en zelf zat ik in mijn jeugd bij de jeugdbrandweer. In 2009 ging ik in Terneuzen aan de slag als specialist brandpreventie; er waren nieuwe mensen nodig voor brandveiligheidsinspecties. In 2014 stapte ik over naar de afdeling Industriële Veiligheid en stortte ik mij op het thema Brzo.”

Mathin de Groot.

De Groot heeft als motto: ‘meegewerkt aan en trots op het resultaat van de kwaliteitsverbetering binnen IV’. Samenwerking en participatie, tussen de veiligheidsregio’s onderling, maar ook tussen overheid en industrie, hebben dat resultaat mogelijk gemaakt. “Samen bereik je meer”, stelt De Groot. “Vooral binnen de Sector Milieu en Industrie hebben we veel mooie dingen bereikt, zoals de ontwikkeling van tal van PGS-documenten als basis voor de veiligheid van processen en installaties. Verder heb ik mogen meewerken aan het invoeren van uitgangspuntendocumenten (UPD, red.) voor brandbeveiligingsinstallaties in de industrie. Daar hebben we echt veel veiligheidswinst mee geboekt, want zo’n UPD geeft de kaders om vast te stellen of een bepaald type blus- of koelinstallatie daadwerkelijk het scenario aankan waarvoor het is ontworpen en gebouwd.”

De Groot heeft heel wat Seveso-inspecties uitgevoerd in Zeeland en de buurregio’s. Een gebied met grote clustering en diversiteit; niets is hetzelfde. En risico’s en scenario’s blijven veranderen, ziet hij, nu met de komst van steeds meer locaties voor ammoniakproductie en -opslag in het kader van de energietransitie. Hoe ziet hij de toekomst van de Seveso-inspecties? De Groot: “Zowel voor advisering als voor inspecties geldt dat het echt mensenwerk is. Maar ik zie wel trends dat dat gaat veranderen, door toenemend gebruik van kunstmatige intelligentie in combinatie met drones. Ik hoop van harte dat dat niet het beeld wordt van de inspecties van de toekomst: dat drones autonoom inspecties uitvoeren op chemieplants en dat inspectierapporten grotendeels met AI worden opgesteld. Want dan gaan naar mijn mening de zorgvuldigheid en het vakmanschap verloren. In de industriële veiligheid is het altijd maatwerk, op basis van samenwerking.”

Gerard Drenthen: groot netwerk professionals

In Zuid-Limburg heeft SIV’er Gerard Drenthen zijn laatste werkdag al achter de rug. Op 2 juli nam hij afscheid, na een werkzaam leven van 42 jaar. Dat begon na zijn HTS-studie chemische technologie in het gemeentelijk domein in Midden-Limburg, waar hij voor verschillende kleinere en grotere gemeenten werkte in de vergunningverlening en het milieutoezicht. In 1996 maakte hij een stap naar de toenmalige brandweerregio Midden-Limburg, die samen met buurregio Noord-Limburg vrijwilligers voor de functie leider meetplanorganisatie met chemische- en milieukennis vroeg. Uiteindelijk werden beide regio’s samengevoegd tot Limburg Noord.

Drenthen: “Ik wilde mij met mijn chemische kennis verder specialiseren in de brandweersector en die kans kreeg ik toen in Zuid-Limburg mensen werden gezocht voor het Brzo-toezicht bij de Brandweer Westelijke Mijnstreek, die later opging in de huidige Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Toen moest ik de functie meetplanleider in Limburg-Noord laten vallen, want dat ging niet meer samen. Ik vond mijn plek in de industriële veiligheid en werd deel van een groot netwerk van de veiligheidsregio’s in Limburg. Brabant en Zeeland, die voor de uitvoering van onder andere de Seveso-taken samenwerkten als ‘Zuid-6’. Met collega’s in dit netwerk heb ik mogen meewerken aan meerdere mooie producten, die uiteindelijk ook landelijk onder regie van het LEC IV zijn uitgerold, zoals de documenten en methodieken die het fundament zijn voor de Seveso-inspecties. In ons samenwerkingsgebied begonnen we ook al heel vroeg met het uitvoeren van gezamenlijke Seveso-inspecties.”

Gerard Drenthen.

Limburg kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan industrie: natuurlijk het grote chemiecluster Chemelot in Sittard-Geleen, maar ook grote logistieke bedrijven die onder de Seveso-regelgeving vallen. “We hadden genoeg uitdagingen om de veiligheid in die diverse industriële omgeving te borgen”, vervolgt Drenthen. “Soms was het best een worsteling. Mooi is dat overheid en bedrijven elkaar op een gegeven moment beter zijn gaan vinden in een gemeenschappelijk gevoeld veiligheidsbelang. Dat heb ik vooral ervaren in de steeds betere samenwerking tussen Chemelot en de veiligheidsregio, nadat er jaren geleden diverse grotere incidenten plaatsvonden. Nu trekken we sterker samen op, ook in de voorbereiding op de rampenbestrijding, de specialistische incidentbestrijding bij chemische ongevallen en in het gezamenlijk informeren van burgers bij calamiteiten. In die zin hebben we qua samenwerking en professionalisering forse stappen gezet. De collegialiteit en het samen met andere professionals als team werken aan de verbetering van de veiligheid, zal ik wel missen, maar na een werkzaam leven van 42 jaar is het wel mooi geweest.”