Woningbranden in 2025 eisen 26 dodelijke slachtoffers
8 april 2026
Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden. Deze en meer cijfers zijn te vinden in de online dashboards Fatale woningbranden en Reddingen bij woningbranden.

Alleenstaand, 65 jaar of ouder of wonend in eengezinswoning
Van de 26 dodelijke slachtoffers waren 17 personen alleenstaand. 15 van de 25 branden woedden in een eengezinswoning. De helft van de dodelijke slachtoffers was 65 jaar of ouder. Bij 10 branden was menselijk handelen de oorzaak, bij 13 branden was de oorzaak niet meer te achterhalen. De cijfers over 2025 zijn in lijn met die van voorgaande jaren.
Reddingen bij woningbranden
De brandweer voerde het afgelopen jaar 116 kleinschalige en 12 grootschalige reddingen uit waarbij personen met urgentie zijn gered. In de leeftijdscategorie 21-40 jaar werden 35 personen gered, in de categorie 41-64 jaar ging het om 55 personen en in de categorie 65-80 jaar werden 31 personen gered. De cijfers over reddingen zijn waarschijnlijk nog een onderschatting. Niet alle reddingen bij woningbranden worden door de Teams Brandonderzoek (TBO) van de veiligheidsregio’s geregistreerd. Bij woningbranden met fatale slachtoffers gebeurt dit wel altijd.
Samenwerking met brandweerkorpsen en Teams Brandonderzoek
Het NIPV verzamelt structureel data over fatale woningbranden en reddingen bij woningbranden in Nederland. Daarbij werken we samen met de betrokken brandweerkorpsen en Teams Brandonderzoek van de veiligheidsregio’s. Zij leveren de gegevens over de fatale woningbranden en reddingen bij woningbranden aan op basis van een gestandaardiseerde vragenlijst.
Meer weten?
Bekijk alle cijfers over 2025 in de online dashboards Fatale woningbranden en Reddingen bij woningbranden.
Bekijk ook
OTOpia 2026: crisisbeheersing, systeemstress en weerbaarheid staan centraal
8 april 2026
In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen. Effectieve samenwerking, scherp inzicht en het vermogen om onder druk te handelen zijn belangrijker dan ooit. Daarom organiseert het NIPV op 6 mei 2026 opnieuw het jaarlijkse OTOpia-event.

Het thema van dit jaar: crisisbeheersing, systeemstress en weerbaarheid raakt de kern van wat vandaag de dag nodig is. Want hoe gedragen complexe systemen zich onder druk? Wat gebeurt er als meerdere schakels in een keten tegelijk onder spanning staan? En vooral: hoe voorkom je dat kleine verstoringen uitgroeien tot grote knelpunten?
Relevant en actueel
De urgentie van deze vragen werd recent nog zichtbaar bij een grote brand op een industrieterrein in Obdam (NH). Op 5 april 2026: Brand Obdam onder controle, geen gewonden, waar hulpdiensten intensief moesten samenwerken en onder hoge druk beslissingen namen.
De hulpdiensten schaalden snel op naar GRIP 1, waarbij brandweer, politie en andere partners intensief samenwerkten om verdere uitbreiding te voorkomen. Door de forse rookontwikkeling werd een NL-Alert verstuurd en moesten omwonenden maatregelen nemen.
De inzet in Obdam laat zien hoe cruciaal het is dat organisaties elkaar snel weten te vinden, informatie effectief delen en onder hoge druk gezamenlijk besluiten nemen.
Inzicht in systeemstress
Tijdens OTOpia 2026 staat het verkrijgen van inzicht in systeemstress centraal. Deelnemers verkennen hoe processen en ketens reageren onder druk, waar kwetsbaarheden zitten en hoe organisaties hun weerbaarheid kunnen vergroten. Dit gebeurt niet alleen door kennisdeling, maar juist ook door het uitwisselen van praktijkervaringen en het versterken van netwerken tussen professionals uit verschillende disciplines.
Naast inhoudelijke verdieping biedt het event volop ruimte voor ontmoeting en verbinding. Juist in tijden van crisis blijkt hoe belangrijk het is om elkaar te kennen en snel te kunnen schakelen.
Meer informatie en aanmelden
Wil je leren van experts en collega’s uit het veld? Zorg dan dat je erbij bent op 6 mei 2026: OTOpia 2026.
Vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering start in mei 2026
7 april 2026
Professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid kunnen vanaf nu deelnemen aan de vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering (FSE). Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!

Brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag
“Fire Safety Engineering richt zich op het analyseren van brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag op basis van natuurkundige principes en rekenkundige modellen”, vertelt Maarten de Groot, decaan Risicomanagement bij het NIPV en een van de initiatiefnemers van het vernieuwen van de post-hbo FSE. “De opleiding is bedoeld voor onder meer brandveiligheidsadviseurs, preventiemedewerkers, brandonderzoekers, bouw- en woningtoezichthouders en vergunningverleners.”
Betere aansluiting bij actuele eisen binnen vakgebied
Het studieprogramma is volledig herzien en sluit nu beter aan op de actuele eisen in het vakgebied. Er zijn drie inhoudsdeskundigen verantwoordelijk voor het vaststellen van het curriculum: Rudolf van Mierlo (vakspecialist, namens de Brandpreventie Academy, BPA), Ruud van Herpen (fellow fire engineering TU/e, namens de Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica, SKB) en Lieuwe de Witte (lector Brandveiligheidskunde, namens het NIPV).
Start op 20 mei 2026
“In mei 2026 gaat de vernieuwde opleiding van start. Deze duurt een jaar en bestaat uit ongeveer 30 lesdagen. Hiermee wordt het post-hbo-niveau stevig geborgd, met een sterke focus op theoretische verdieping en praktische toepasbaarheid. De ambitie is om de post-hbo-opleiding een keer per jaar te geven”, aldus De Groot.
Gedeelde ambitie
De Brandpreventie Academy (BPA), Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica (SKB) en het NIPV hebben de handen ineengeslagen voor deze herziene opleiding. De samenwerking tussen BPA, SKB en het NIPV is ontstaan vanuit een gedeelde ambitie om werknemers binnen de brandveiligheid op te leiden. Samen zetten zij zich in voor onderwijs dat aansluit bij de nieuwste ontwikkelingen in de bouw, industrie en omgevingsveiligheid. Daarnaast zorgen zij dat het onderwijs past bij de nieuwe visies op brandveiligheidskunde en brandweerkunde.
Meer informatie en aanmelden
Bekijk ook
Nieuwe Handleiding Regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld
7 april 2026
Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) de nieuwe Handleiding Regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld. Aanleiding was de groeiende behoefte aan meer samenhang en afstemming tussen lokale, regionale en nationale niveaus en een aanpak die beter aansluit bij de toenemende complexiteit en onzekerheid in de samenleving.

De nieuwe handleiding biedt veiligheidsregio’s een eenduidige en integrale methodiek om risico’s beter in kaart te brengen, te analyseren en te verbinden aan beleid. De methodiek is ontwikkeld in samenwerking met alle 25 veiligheidsregio’s, vertegenwoordigd in de Werkgroep Risico-inventarisatie en -analyse, in opdracht van de vakraden Risico- en Crisisbeheersing en Brandveiligheid van Brandweer Nederland. Ook partners zoals het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV), verantwoordelijk voor het opstellen van de Rijksbrede Risicoanalyse, het Programma Risicogerichtheid en diverse crisis- en kennisorganisaties hebben bijgedragen aan de ontwikkeling.
Inzicht via fenomeenanalyse
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe methodiek is de zogeheten fenomeenanalyse. Hiermee worden risico’s integraal en systemisch geanalyseerd, waarbij niet alleen naar actuele kenmerken wordt gekeken, maar ook naar toekomstige ontwikkelingen. Met deze manier van analyseren wordt een risico niet teruggebracht tot één of enkele scenario’s, maar juist breed en in samenhang onderzocht.
Concreet betekent dit dat:
- Verschillende factoren zoals capaciteiten, kwetsbaarheden, geografische en demografische kenmerken expliciet in beeld worden gebracht.
- Niet alleen naar losse risico’s wordt gekeken, maar juist naar de onderlinge samenhang en beïnvloeding.
- Ook verschillende perspectieven en percepties worden meegenomen, bijvoorbeeld van betrokken organisaties of de samenleving.
- Er aandacht is voor zowel huidige kenmerken als toekomstige ontwikkelingen.
De fenomeenanalyse is daarmee een kwalitatieve, beschrijvende analyse die helpt om ook complexere en minder zichtbare risico’s beter te doorgronden.
Handleiding als ‘levend document’
De handleiding is opgezet als een ‘levend document’. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen kunnen doorlopend worden verwerkt. Veiligheidsregio’s worden nadrukkelijk opgeroepen om ervaringen en leerpunten te delen, zodat de methodiek gezamenlijk kan worden doorontwikkeld.
De modulaire opbouw van de handleiding maakt het mogelijk om onderdelen afzonderlijk te actualiseren. Netwerken zoals het Netwerk Risicogericht Werken en de Werkgroep Risico-inventarisatie en -analyse spelen hierbij een belangrijke rol, omdat zij de verbinding vormen tussen de praktijk en de doorontwikkeling van de methodiek.
Na vaststelling is de handleiding in beheer genomen door het NIPV. Daarmee vervangt deze de eerdere Handreiking Regionaal Risicoprofiel, die sinds 2009 werd gebruikt.
Lees de handleiding en het achtergronddocument
Bekijk ook
Team digitale verkenning ondersteunt brandweer met snelle beeldvorming
7 april 2026
Het landelijk specialisme Team digitale verkenning (TDV) ondersteunt de brandweer bij incidenten met snelle en gerichte beeldvorming. In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met onder meer drones, een onderwater Remotely Operated Vehicle (ROV) en een blus- en verkenningsrobot informatie verzamelen voor de repressieve inzet. “Die informatie helpt de brandweer om incidenten veiliger, efficiënter en effectiever te bestrijden”, vertelt Bram Seen, landelijk coördinator TDV bij het NIPV.
Beeldvorming voor de incidentbestrijding
TDV brengt situaties in beeld op momenten waarop snel overzicht nodig is. In de video komt naar voren dat de teams informatie aanleveren voor bijvoorbeeld de bevelvoerder of de (hoofd)officier van dienst ((H)OvD). Seen: “Vanuit de lucht geeft een drone snel zicht op de omvang van een incident. Bij grote incidenten, zoals een omvangrijk brandend pand, helpt dat om sneller een compleet beeld van de situatie te krijgen.”
Inzet met drones, ROV’s en robots
“Ook op andere typen incidenten voegt TDV specialistische inzet toe”, vervolgt Seen. “Bij incidenten op het water zet TDV een onderwater ROV in. Die ROV genereert sonarbeelden, waarmee objecten en personen onder water snel zijn te identificeren. Daarnaast beschikt TDV over een blus- en verkenningsrobot voor inzet op plekken waar het risico voor brandweermensen te groot is.” De video laat zo zien dat TDV de brandweer ondersteunt vanuit de lucht, op afstand en onder water.
Landelijk specialisme met meerwaarde voor de brandweer
“De meerwaarde van TDV zit niet alleen in de techniek, maar ook in de manier waarop het specialisme is georganiseerd”, vertelt Seen. “Teams ondersteunen elkaar met verschillende middelen en expertise. Het ene team beschikt bijvoorbeeld over een robot, het andere over een drone. Zo komt op een incident de juiste combinatie van kennis en materieel beschikbaar.” TDV ondersteunt daarbij regionale brandweerkorpsen en werkt ook samen met andere landelijke brandweerspecialismen.

De rol van het NIPV
Het NIPV vervult hierin een landelijke rol, vertelt Seen: “We houden TDV operationeel, faciliteren de doorontwikkeling en ondersteunen de teams met mensen, kennis, kunde en middelen. Ook onderhoud ik de verbinding met de portefeuillehouder in de Vakraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland. Daarmee draagt het NIPV eraan bij dat TDV zich verder ontwikkelt en inzetbaar blijft voor de brandweerpraktijk.”
Bekijk ook
Release LCMS 2026 Q2 – Oefenomgeving
3 april 2026
Op dinsdag 7 april wordt de release LCMS 2026 Q2 uitgerold op de Oefenomgeving van het LCMS. In het liveblog onderaan dit bericht houden we je tijdens de uitrol op de hoogte van de voortgang.
Planning release
Er is geen sprake van downtime. Houd wel rekening met het volgende:
- De Oefenomgeving is vanaf 09:00 uur niet beschikbaar.
- De Operationele omgeving blijft beschikbaar.
- Maak voor een geplande oefening tijdelijk gebruik van de Operationele omgeving. Vermeld daarbij duidelijk ‘Oefening’ in de naam van de activiteit.
- De Oefenomgeving is naar verwachting vanaf 16:00 uur weer beschikbaar.
Inhoud release
In dit bericht vind je meer informatie over de inhoud van de release.
Vragen?
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie.
Release Oefenomgeving 7 april
Via dit liveblog volg je de voortgang van de Release LCMS 2026 Q2 op de Oefenomgeving.
Dit liveblog is gesloten.
De uitrol op de Oefenomgeving is succesvol afgerond. Dit betekent dat ook de Oefenomgeving weer beschikbaar is.
Heb je vragen over deze release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw eigen organisatie. De organisatiebeheerder heeft de contactgegevens van het NIPV en kan contact met ons opnemen.
De release verloopt voorspoedig.
We zijn gestart met de uitrol van de release op de Oefenomgeving.
Heb je een oefening gepland? Plaats deze dan tijdelijk op de Operationele omgeving. Let op: zet ‘Oefening’ in de naam van de activiteit.
De Oefenomgeving is naar verwachting 16:00 uur weer beschikbaar.
Door extra controles is de start van de uitrol van de Release LCMS 2026 Q2 op de Oefenomgeving vertraagd.
We verwachten rond 10:00 uur te kunnen starten.
Nieuwe bijscholingen voor instructeurs over thema energietransitie
2 april 2026
Er zijn nieuwe bijscholingen voor instructeurs over de volgende onderwerpen: LNG en andere cryogene stoffen, accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen en multi-energiestations.

Het landelijke (bij)scholingsaanbod voor docenten en instructeurs is uitgebreid met vier nieuwe cursussen die allemaal aansluiten bij het thema energietransitie. Dit sluit aan op de behoeften van brandweerinstructeurs om hun vak goed bij te houden. Ook wordt hiermee voorzien in de wens van instructeurs om periodiek te worden bijgeschoold, zoals blijkt uit evaluaties van andere instructeurscursussen van het NIPV. Veiligheidsregio’s kunnen deze cursussen nu incompany bij het NIPV aanvragen of volgen als open inschrijving.
De afgelopen twee jaar is er hard gewerkt aan de nieuwe instructeurscursussen:
- LNG en andere cryogene stoffen (incompany en open inschrijving)
- Accu’s, zonnepanelen en windturbines (incompany en open inschrijving)
- Technische hulpverlening bij elektrische voertuigen (incompany)
- Multi-energiestations (incompany)
De cursussen Instructeur Brandbestrijding, Instructeur Elektriciteit en Instructeur Waterstof waren al incompany beschikbaar.
Behalve voor vakinhoudelijke cursussen kunnen docenten en instructeurs ook voor didactische trainingen bij ons terecht.
Specialiseren in een kerntaak
Volgens Rijk Hofman, projectleider vakbekwaamheid, omarmen instructeurs de leerlijn Energietransitie die het NIPV in opdracht van het Ontwikkelfonds Brandweer ontwikkelt. Hofman: “Een leerlijn is een thematische reeks cursussen die meeloopt met nieuwe ontwikkelingen. Met behulp van zo’n leerlijn kunnen instructeurs zich specialiseren in een kerntaak zoals Brandbestrijding, THV (technische hulpverlening) of IBGS (incidentbestrijding gevaarlijke stoffen). Aan de leerlijn Energietransitie doen vooral veel kerninstructeurs IBGS mee.”
Ontwikkelfonds Brandweer
De nieuwe cursussen zijn in opdracht van het Ontwikkelfonds Brandweer ontwikkeld en in eerste instantie alleen aangeboden aan een beperkt aantal (kern)instructeurs van alle 25 veiligheidsregio’s en (inter)regionale opleidingsinstituten. Na deze landelijke uitrol blijken veiligheidsregio’s meer instructeurs te willen bijscholen. Dit kan door de cursussen incompany (op offertebasis) bij het NIPV aan te vragen.
Basiscursus Instructeur IBGS en THV
Het NIPV werkt momenteel aan een Basiscursus Instructeur IBGS en heeft ook plannen voor een Basiscursus Instructeur THV. “Hiermee trekken we de lijn van de basiscursus Instructeur Brandbestrijding door. Instructeurs hebben niet alleen behoefte aan kennis over nieuwe ontwikkelingen, maar ook aan meer basale kennis over de kerntaken van de brandweer en de bijbehorende vakdidactiek”, aldus Hofman. Een basiscursus voorziet in de scholing van instructeurs op een specifiek vakgebied. Na deelname aan een basiscursus kunnen instructeurs met behulp van een leerlijn hun basiskennis van dat vakgebied periodiek actualiseren, verdiepen, verbreden of opfrissen.
Bekijk ook het complete scholingsaanbod voor brandweerinstructeurs.
Bekijk ook
“Voor het eerst weten we landelijk hoe brandweermensen de aandacht en steun rondom ingrijpende incidenten ervaren”
31 maart 2026
Brandweermensen krijgen in hun werk te maken met ingrijpende incidenten. Ze lopen hierdoor een verhoogd risico op het ontwikkelen van stress- en trauma-gerelateerde klachten, zoals PTSS. Tijdige en passende aandacht en steun – psychosociale ondersteuning – voorafgaand aan, tijdens en na ingrijpende incidenten is daarom gewenst. Het NIPV onderzocht hoe repressieve brandweermensen en hun leidinggevenden deze steun ervaren. Een gesprek met projectleider Karin Dangermond.

Waarom zijn jullie dit onderzoek gestart?
“Tot nu toe is er in Nederland vooral onderzoek gedaan naar de nazorg ná ingrijpende incidenten. Niet eerder is onderzocht hoe brandweermensen preventieve maatregelen op het gebied van psychosociale ondersteuning ervaren. Ook is er nauwelijks onderzoek gedaan naar ondersteuning tijdens ingrijpende incidenten. We wisten bijvoorbeeld niet of leidinggevenden tijdens een inzet wel of niet rekening houden met de mogelijke impact van die inzet. Dit onderzoek brengt voor het eerst landelijk in beeld hoe brandweermensen de psychosociale ondersteuning rondom ingrijpende incidenten ervaren.”
Wat zijn de belangrijkste resultaten?
“De brandweer wordt vaak getypeerd als een stoere cultuur waarin niet altijd ruimte is voor kwetsbaarheid en het delen van emoties. Dit onderzoek laat een genuanceerder beeld zien. Brandweermensen ervaren psychosociale ondersteuning rondom ingrijpende incidenten over het algemeen als betekenisvol en van goede kwaliteit. Maar, en dat is belangrijk om te benadrukken, deze algemene conclusie geldt niet voor iedereen. Hoewel de psychosociale ondersteuning gemiddeld positief wordt beoordeeld, kunnen er brandweermensen zijn voor wie die ondersteuning níet passend of níet toereikend voelt.”
“Er is niet één manier waarop brandweermensen psychosociale ondersteuning ervaren. Er zijn verschillen in behoeften en ervaringen tussen beroeps en vrijwilligers, en tussen manschappen, bevelvoerders en officieren. Zo geven brandweervrijwilligers vaker aan dat zij ingrijpende incidenten voldoende hebben verwerkt en geven zij een hogere waardering aan de collegiale aandacht. Beroepsbrandweermensen hebben vaker behoefte aan het registreren van deelname aan TCO-bijeenkomsten (TCO = Team Collegiale Opvang, red.) en incidentervaringen. Manschappen ervaren vaker sociale steun van repressief leidinggevenden. Officieren ervaren minder vaak een open, informeel gespreksklimaat. Het aantal dienstjaren speelt nauwelijks een rol bij de beoordeling van de psychosociale ondersteuning. Alles bij elkaar vraagt dit om flexibiliteit en om maatwerk: er is geen one-size-fits-all. Ook is er blijvende aandacht nodig voor groepen die zich minder gehoord of ondersteund voelen.”
Hebben jullie in dit onderzoek ook gekeken naar PTSS?
“Nee, dit is géén onderzoek naar PTSS. Psychosociale steun helpt sterk bij het herstel en het welzijn na een traumatische ervaring. Het is een belangrijk middel om PTSS te voorkomen. In die zin is er een relatie met PTSS.”
Wat kan er met de inzichten worden gedaan?
“Met behulp van de inzichten uit dit onderzoek kan de psychosociale ondersteuning voor brandweermensen (nog) beter worden afgestemd op hun behoeften. Zoals bij het implementeren van de herziene ‘Richtlijn psychosociale ondersteuning binnen hoog-risico beroepen’ (ontwikkeld door ARQ, red.). Ook kunnen de inzichten worden gebruikt om de leerstof van de opleidingen tot manschap, bevelvoerder en officier te updaten op thema’s als nazorg, mentale veerkracht en duurzame inzetbaarheid.
Verder verkennen we samen met experts of er voor brandweermensen een interventie (een aanpak, red.) ontwikkeld kan worden die sociale steun bij ingrijpende incidenten kan versterken. Dit met als doel om hun mentale weerbaarheid te vergroten en trauma-gerelateerde klachten te voorkomen of te beperken.”
Komt er een vervolg op dit onderzoek?
“Ja, in ons vervolgonderzoek bekijken we hoe drie factoren samenhangen met het gevoel dat ingrijpende incidenten voldoende zijn verwerkt. Dit zijn: (1) taboe of schaamte om erover te praten (stigma), (2) de neiging om nare gedachten en gevoelens weg te duwen (experiëntiële vermijding), en (3) de sociale steun van collega’s en leidinggevenden. Door deze factoren samen te bekijken, kunnen we zien of er bij sommige groepen een opstapeling van nadelen optreedt. Anders gezegd: of juist de meest kwetsbare brandweermensen het minst het gevoel hebben dat zij zulke incidenten voldoende hebben verwerkt.”
Lees het rapport
Bekijk ook
Groei thuisbatterijen vraagt om handelingsperspectief
26 maart 2026
In de komende jaren wordt een sterke toename van lithium-ion thuisbatterijen in Nederlandse woningen verwacht. Deze ontwikkeling brengt nieuwe uitdagingen met zich mee voor incidentbestrijding door de brandweer. Incidenten met thuisbatterijen kunnen snel escaleren en vinden vaak plaats in relatief kleine besloten ruimtes. Dat blijkt uit onderzoek van het NIPV.

Onderzoek naar verloop en aanpak van incidenten
Het NIPV onderzocht hoe incidenten met thuisbatterijen zich kunnen ontwikkelen en welk handelingsperspectief daarbij past voor de brandweer. Hiervoor is een literatuurstudie uitgevoerd, zijn acht binnen- en buitenlandse incidenten geanalyseerd en gesprekken gevoerd met experts uit diverse veiligheidsregio’s.
Resultaten onderzoek
De bevindingen uit het rapport laten zien:
- Dat uit recente brandexperimenten uit de literatuur is gebleken dat woningbranden waarbij een thuisbatterij betrokken is, sneller en intensiever kunnen verlopen dan reguliere woningbranden.
- Dat het ontstaan van een thermal runaway, een ongecontroleerde kettingreactie in de batterij met gevaarlijke effecten, moeilijk voorspelbaar is. De brandweer kan de intrinsieke staat van de batterij vaak moeilijk beoordelen. Daardoor zijn de mogelijkheden voor incidentbestrijding beperkt en ligt de focus op het voorkomen van escalatie naar de omgeving (andere kamers of woningen) tot de batterij thermisch stabiel is. Dit hangt af van de specifieke omstandigheden.
- Daarnaast blijkt dat het uitschakelen van de elektriciteit in de meterkast geen garantie biedt dat de thuisbatterij spanningsloos is. Het elektrocutierisico kan daarmee blijven bestaan.
Voorbeelden uit incidenten: rook, brand en kans op herontsteking
Uit de geanalyseerde acht incidenten uit binnen- en buitenland vonden er zes plaats in garages. Alle incidenten gingen gepaard met rookontwikkeling en brand. In twee gevallen trad een explosie op en in twee casussen was sprake van herontsteking.
Warmtebeeldcamera’s en explosiegevaarmeters kunnen als hulpmiddel worden ingezet om zowel de thermische stabiliteit van de batterij als mogelijk explosiegevaar te monitoren.
Veilige incidentbestrijding bij vaste, inpandig gemonteerde thuisbatterijen vraagt om een combinatie van brandweerkundige en elektrotechnische expertise. Demontage of verplaatsing van een batterij in een instabiele fase is doorgaans niet veilig. Pas na stabilisatie kan een bekwame elektromonteur noodzakelijke handelingen uitvoeren, zoals loskoppeling of demontage.
Aanknopingspunten voor opleiding en beleid
De onderzoeksresultaten bieden concrete input voor opleiding en training van brandweermedewerkers, het opstellen of actualiseren van aandachtskaarten en het aanscherpen van een fasegewijs handelingsperspectief: van alarmering en eerste inzet tot nazorg.
Volgens de onderzoekers zullen thuisbatterijen naar verwachting een steeds grotere rol spelen in de energievoorziening van woningen. Incidenten zijn daarmee niet uit te sluiten. Een handelingsperspectief geeft hulpverleners een concreet beeld van wat zij in een batterijkundig incident wél en níet veilig kunnen doen en helpt daarmee om veilig en effectief brandweeroptreden mogelijk te maken.
Oproep aan de thuisbatterijbranche
Het onderzoek maakt duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor een veilige afhandeling van incidenten met vaste thuisbatterijen niet uitsluitend bij de brandweer kan worden gelegd. Het NIPV roept de branche (fabrikanten, leveranciers en installateurs) dan ook op om te werken aan de beschikbaarheid van elektrotechnische expertise in het geval van incidenten met lithium-ion thuisbatterijen voor het veilig elektrisch demonteren en veiligstellen, alsook bij de interpretatie van foutmeldingen van het batterijmanagementsysteem.
Lees het rapport
Bekijk ook
Natuurbranden bestrijden: samenwerking tussen brandweer en Defensie
25 maart 2026
We worden steeds vaker geconfronteerd met grotere en moeilijk beheersbare natuurbranden. In het buitenland, maar ook in Nederland. Om de samenwerking tussen de helikopterbemanning in de lucht en het brandweer- en defensiepersoneel dat ingezet wordt bij een (natuur)brand te trainen, zijn er jaarlijks oefeningen.

Bij (natuur)branden die onbeheersbaar zijn geworden of met reguliere middelen niet te bestrijden zijn krijgt de brandweer militaire hulp omdat niet elke locatie of kern van de brand goed bereikbaar of toegankelijk is voor de grondeenheden van de brandweer. Ook kan het zijn dat de brandweer wel op locatie kan komen, maar dat de verspreiding van de brand niet veilig door reguliere middelen verminderd kan worden. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland vormt namens Brandweer Nederland, samen met het Defensie Helikopter Commando, het Fire Bucket Operations (FBO) team.
Beoefenen Fire Bucket Operations
Fire Bucket Operations (FBO) gaat om het bestrijden van brand vanuit de lucht met helikopter(s) met daaronder een Bambi Bucket. Een Bambi Bucket is een verstevigde waterzak die onder een Chinook hangt. Deze wordt gevuld met water uit een kanaal, een plas of een meer in buurt van de brand. De maximale 7.600 liter kan gefaseerd op meerdere plekken gelost worden met de zogenoemde ‘multidrop’ functie: alles op één gerichte plek laten vallen of een gordijn van water over een bepaalde afstand leggen. Om te bepalen waar een blushelikopter water dropt, werken het Heli-team Brandweer, Team digitale verkenning (TDV) en het MAOT (Mobile Air Operations Team) van Defensie nauw samen.

Landelijk specialisme Team digitale verkenning
Speciaal opgeleide dronepiloten en landelijk adviseurs van TDV dragen bij aan de totale beeldvorming tijdens een incident. Dat doen ze door camerabeelden te maken met drones en deze op de juiste manier uit te leggen.
Bram Seen, landelijk coördinator TDV (NIPV), blikt tevreden terug op drie intensieve oefendagen: “We werken toe naar de start en duur van het natuurbrandseizoen. Tijdens een oefening als deze zetten we de puntjes weer op de i en leren we elkaar weer even persoonlijk kennen. De teams van Amsterdam-Amstelland, Zaanstreek-Waterland, Fryslân en Limburg-Noord haakten als relatief nieuwe teams aan. Daarbij zagen we dat de afgelopen opleiding, training en begeleiding van deze teams effectief is geweest.”
“Inmiddels zijn er vijftien TDV-teams operationeel en verspreid over heel Nederland. De landelijke natuurbrandanalisten waren ook aangesloten en zorgden onder andere voor een gedegen analyse van het potentiële natuurbrandgedrag in tijd en ruimte. Met dit inzicht kan de landelijk adviseur Natuurbrandbeheersing (LA-NB) de lokale commandovoerder van strategische adviezen voorzien hoe en waar eigen en landelijke middelen effectief kunnen worden ingezet.”
Veilig werken
Natuurbranden kunnen soms onverwacht verlopen. Bram: “Waar de blushelikopters alleen overdag vliegen, kunnen drones ook ’s nachts beeld blijven vormen. Met behulp van de warmtebeeldcamera’s van de drones kunnen we temperatuurverschillen opmerken van ‘hotspots’, zelfs als deze onder de grond broeien. Op basis daarvan sturen we de handcrew actuele inzetinformatie. Als TDV zijn we bijna onmisbaar geworden om die gegevens compleet te maken.”
Dit artikel verscheen eerder op brandweernederland.nl. Fire Bucket Operations is onderdeel van het landelijk specialisme Natuurbrandbeheersing. Het NIPV ondersteunt samenwerking tussen de verschillende eenheden in Nederland, bevordert vakbekwaamheid en faciliteert doorontwikkeling.
