label Veilige energietransitie

UHD-beproeving elektrische trucks

10 april 2026

Op 7 en 8 april heeft het BITET-consortium (Brandweer Inzet Tactieken Energietransitie) een tweetal real-life brandbestrijdingsexperimenten uitgevoerd met elektrische trucks. Deze proeven beogen inzicht te geven in de veiligheid, effectiviteit en praktische toepasbaarheid van ultrahogedruk (UHD) snij- en blussystemen bij batterijbranden in elektrische vrachtwagens. De beproevingen van het UHD-systeem vonden plaats op de Maasvlakte bij oefencentrum RelyOn Nutec.

blusproeven

Nieuwe uitdagingen bij elektrisch vrachtverkeer

Waar elektrische personenauto’s inmiddels een bekend verschijnsel zijn in het Nederlandse straatbeeld, is elektrisch vrachtverkeer pas sinds kort sterk in opkomst. Branden met elektrische vrachtwagens brengen grotere en complexere risico’s met zich mee dan met elektrische personenvoertuigen.

  1. Het brandvermogen is aanzienlijk hoger;
  2. Meerdere batterijpakketten kunnen tegelijkertijd betrokken raken;
  3. Het gebruik van dompelcontainers bij vrachtwagens is praktisch niet uitvoerbaar vanwege de omvang en het gewicht van deze voertuigen.

Eerder onderzoek van het NIPV over de Veiligheid van zero-emissiematerieel in de logistiek en bouw toont aan dat er momenteel geen offensief handelingsperspectief beschikbaar is voor batterijbranden in elektrische vrachtwagens en zwaar materieel.

In de praktijk betekent dit dat de handelingsperspectieven voor de brandweer zich nu beperken tot het beheersen van de brand: het gecontroleerd laten uitbranden van het voertuig en het langdurig koelen met lagedrukstralen om effecten op de omgeving te beperken.

blusproeven

Onderzoeksvraag: rol van UHD bij e-truckbranden

Deze brandexperimenten geven inzicht of en hoe UHD-blussystemen een rol kunnen spelen bij de bestrijding van batterijbranden in elektrische vrachtwagens.

Als gevolg van een thermal runaway kan een kettingreactie ontstaan waarbij batterijcellen elkaar blijven aansteken, wat leidt tot langdurige en moeilijk te bestrijden branden. Het onderzoek richt zich op het beheersen van de thermal runaway in batterijpakketten door middel van UHD-blussystemen, te weten de Coldcut Cobra en Coolfire systemen.

Hiermee werd een kleine opening in het batterijpakket gemaakt, waarna water onder hoge druk werd ingebracht om de batterij in de kern te koelen. De centrale vraag is of deze methode de propagatie van thermal runaway in de batterijpakket effectief kan stoppen of beperken, of dit veilig kan en wat de praktische uitvoerbaarheid ervan is.

Vervolg op eerder onderzoek met personenauto’s

De huidige experimenten bouwen voort op een onderzoek uit 2024 van het NIPV naar batterijbranden in elektrische personenauto’s. In dat onderzoek zijn brandproeven uitgevoerd met twee volledig elektrische bestelwagens, uitgerust met lithium-ion batterijpakketten van 75 kWh en volledig opgeladen.

Daaruit bleek dat UHD-blussystemen, mits met passende veiligheidsmaatregelen toegepast, een veilige en effectieve inzetmethode kunnen zijn voor de brandweer.

Lector Energie en Transportveiligheid, Nils Rosmuller, duidt het belang van het onderzoek: “Met de energietransitie verandert ook het risicoprofiel van incidenten. Dit soort experimenten zijn essentieel om te bepalen welke inzetstrategieën in de toekomst effectief en verantwoord zijn voor de brandweer.”

Adviseur Energie- en transportveiligheid Tom Hessels van het NIPV is projectleider van deze brandproeven. Hij benadrukt de complexiteit van de toepassing: “Elektrische vrachtwagens verschillen als het gaat om de brandbestrijding wezenlijk van personenauto’s, zowel in de configuratie van de batterijen onder het voertuig als hoeveelheid batterijen onder een vrachtwagen, wat er aanzienlijk meer zijn dan bij een personenauto. Juist daarom zijn deze experimenten zo van belang. Met behulp van deze experimenten kunnen we onderzoeken of en op welke wijze UHD-blussystemen veilig en effectief kunnen worden toegepast bij branden in de batterijen van dit soort voertuigen.”

blusproeven

Samenwerking binnen BITET

De experimenten zijn uitgevoerd binnen het BITET-consortium, een samenwerking tussen het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), de Gezamenlijke Brandweer, Brandweer Amsterdam Airport Schiphol, de bedrijfsbrandweer van Tata Steel en de Veiligheidsregio’s Utrecht en Haaglanden. Daarnaast heeft het RIVM diverse metingen verricht naar de vervuiling van lucht, bodem en bluswater. TVM stelde meerdere trucks en expertise beschikbaar voor de uitvoering van de proeven. Ook DAF, Coldcut Systems en Kenbri hebben bijgedragen aan deze brandproef. Het onderzoek is tot stand gekomen door financiële bijdrages van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, het LEC IV en de Gezamenlijke Brandweer.

Door deze samenwerking wordt kennis en middelen die bij de verschillende partners aanwezig is, gebundeld om de brandweer (beter) voor te bereiden op de risico’s die gepaard gaan met de energietransitie en de verdere elektrificatie van transport.

Vervolg

De komende periode worden de resultaten van de experimenten geanalyseerd en verwerkt in een rapportage en eventuele handelingsadviezen voor de brandweer. Daarmee leveren de proeven een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van veilige en effectieve inzetstrategieën voor incidenten met elektrische vrachtwagens en ander zwaar elektrisch materieel.

In het najaar van 2026 wordt het NIPV-rapport verwacht.

label Fysiek veilige leefomgeving

Jaaroverzicht NL-Alert 2025: aantal inzetten stijgt en berichten vollediger dan in 2024 

9 april 2026

Het NIPV heeft in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid het gebruik van NL-Alert in 2025 onderzocht. In 2025 zijn er 138 NL-Alerts verstuurd over 76 incidenten. 

Foto: ANP.

Doel onderzoek jaaroverzicht NL-Alert 

Het doel van het onderzoek was inzicht te krijgen in de inzet van NLAlert bij incidenten en te beoordelen in hoeverre de waarschuwingen voldoen aan de zes componenten uit het Inzet- en Beleidskader NLAlert (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2025). 

Belangrijkste bevindingen 

  1. De maand mei 2025 was de maand met de meeste inzetten: 16 inzetten. In het najaar waren gemiddeld minder inzetten van NL-Alert: 2 à 3 per maand. NL-Alert werd verreweg het vaakst ingezet bij een brand (88 procent).  
  2. Het aantal inzetten per veiligheidsregio verschilt. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland had de meeste inzetten van NL-Alert (9 keer), gevolgd door Veiligheidsregio Fryslân met 7 inzetten. Veiligheidsregio’s Gelderland-Zuid en Zuid-Limburg hebben in 2025 helemaal geen gebruikgemaakt van NL-Alert.  
  3. Er is een toename te zien in 2025 van het aantal NL-Alert-berichten die voldoen aan de 6 componenten (een afzender, datum en tijdstip, risico-omschrijving, locatie, handelingsperspectief en doorverwijzing naar aanvullende informatie) van het Inzet- en Beleidskader. In 2025 voldeed 75 procent van de NL-Alerts aan de zes componenten. In 2024 voldeed 66 procent volledig.  

Bekijk jaaroverzicht en infographic

846 natuurbranden in 2025

9 april 2026

De brandweer rukte het afgelopen jaar uit voor 846 natuurbranden, waaronder 41 akkerbranden en 124 branden op militair terrein. Deze en meer cijfers komen van het dashboard Kerncijfers Natuurbranden.

Natuurbrand
Foto: NIPV.

In april en mei de meeste branden

In april en mei vonden de meeste natuurbranden plaats: 302. Een mogelijke verklaring hiervoor is de droogte in die maanden, gecombineerd met een nat 2024 waarin de vegetatie enorm was gegroeid. Meer vegetatie betekent meer brandstof voor natuurbranden.

389 branden bij temperatuur tussen 10 en 19 graden Celsius

Aan elke natuurbrand zijn de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid gekoppeld. Dit zijn de belangrijkste parameters die bepalen of een natuurbrand wel of niet ontstaat. 389 branden hebben plaatsgevonden bij een temperatuur tussen de 10 en 19 graden Celsius. De relatieve luchtvochtigheid was bij 259 branden tussen de 40 en 59 procent, en bij 196 branden tussen de 60 en 79 procent.

Actuele natuurbrandmeldingen en daadwerkelijke natuurbranden

Het aantal natuurbranden, hun kenmerken en omstandigheden zijn beschikbaar in een online dashboard Kerncijfers Natuurbranden. Het dashboard toont zowel definitieve en gecontroleerde natuurbranden (2023, 2024 en 2025) als voorlopige, actuele natuurbrandmeldingen (2026). Het NIPV is sinds 2023 verantwoordelijk voor de database natuurbranden. Bij het verifiëren van de natuurbrandmeldingen werken wij nauw samen met de teams Brandonderzoek van de veiligheidsregio’s.

Alle cijfers bekijken?

Woningbranden in 2025 eisen 26 dodelijke slachtoffers

8 april 2026

Het afgelopen jaar kwamen in ons land 26 mensen om bij 25 woningbranden. De brandweer redde daarnaast 268 mensen bij 128 woningbranden. Deze en meer cijfers zijn te vinden in de online dashboards Fatale woningbranden en Reddingen bij woningbranden.

Brandweer blust woningbrand.
Foto: ANP.

Alleenstaand, 65 jaar of ouder of wonend in eengezinswoning

Van de 26 dodelijke slachtoffers waren 17 personen alleenstaand. 15 van de 25 branden woedden in een eengezinswoning. De helft van de dodelijke slachtoffers was 65 jaar of ouder. Bij 10 branden was menselijk handelen de oorzaak, bij 13 branden was de oorzaak niet meer te achterhalen. De cijfers over 2025 zijn in lijn met die van voorgaande jaren.

Reddingen bij woningbranden

De brandweer voerde het afgelopen jaar 116 kleinschalige en 12 grootschalige reddingen uit waarbij personen met urgentie zijn gered. In de leeftijdscategorie 21-40 jaar werden 35 personen gered, in de categorie 41-64 jaar ging het om 55 personen en in de categorie 65-80 jaar werden 31 personen gered. De cijfers over reddingen zijn waarschijnlijk nog een onderschatting. Niet alle reddingen bij woningbranden worden door de Teams Brandonderzoek (TBO) van de veiligheidsregio’s geregistreerd. Bij woningbranden met fatale slachtoffers gebeurt dit wel altijd.

Samenwerking met brandweerkorpsen en Teams Brandonderzoek

Het NIPV verzamelt structureel data over fatale woningbranden en reddingen bij woningbranden in Nederland. Daarbij werken we samen met de betrokken brandweerkorpsen en Teams Brandonderzoek van de veiligheidsregio’s. Zij leveren de gegevens over de fatale woningbranden en reddingen bij woningbranden aan op basis van een gestandaardiseerde vragenlijst.

Meer weten?

Bekijk alle cijfers over 2025 in de online dashboards Fatale woningbranden en Reddingen bij woningbranden.

OTOpia 2026: crisisbeheersing, systeemstress en weerbaarheid staan centraal 

8 april 2026

In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, economische schommelingen elkaar snel opvolgen en crises steeds complexer worden, staat de crisisprofessional voor grote uitdagingen. Effectieve samenwerking, scherp inzicht en het vermogen om onder druk te handelen zijn belangrijker dan ooit. Daarom organiseert het NIPV op 6 mei 2026 opnieuw het jaarlijkse OTOpia-event.

Het thema van dit jaar: crisisbeheersing, systeemstress en weerbaarheid raakt de kern van wat vandaag de dag nodig is. Want hoe gedragen complexe systemen zich onder druk? Wat gebeurt er als meerdere schakels in een keten tegelijk onder spanning staan? En vooral: hoe voorkom je dat kleine verstoringen uitgroeien tot grote knelpunten?

Relevant en actueel

De urgentie van deze vragen werd recent nog zichtbaar bij een grote brand op een industrieterrein in Obdam (NH). Op 5 april 2026: Brand Obdam onder controle, geen gewonden, waar hulpdiensten intensief moesten samenwerken en onder hoge druk beslissingen namen.

De hulpdiensten schaalden snel op naar GRIP 1, waarbij brandweer, politie en andere partners intensief samenwerkten om verdere uitbreiding te voorkomen. Door de forse rookontwikkeling werd een NL-Alert verstuurd en moesten omwonenden maatregelen nemen.

De inzet in Obdam laat zien hoe cruciaal het is dat organisaties elkaar snel weten te vinden, informatie effectief delen en onder hoge druk gezamenlijk besluiten nemen.

Inzicht in systeemstress

Tijdens OTOpia 2026 staat het verkrijgen van inzicht in systeemstress centraal. Deelnemers verkennen hoe processen en ketens reageren onder druk, waar kwetsbaarheden zitten en hoe organisaties hun weerbaarheid kunnen vergroten. Dit gebeurt niet alleen door kennisdeling, maar juist ook door het uitwisselen van praktijkervaringen en het versterken van netwerken tussen professionals uit verschillende disciplines.

Naast inhoudelijke verdieping biedt het event volop ruimte voor ontmoeting en verbinding. Juist in tijden van crisis blijkt hoe belangrijk het is om elkaar te kennen en snel te kunnen schakelen.

Meer informatie en aanmelden

Wil je leren van experts en collega’s uit het veld? Zorg dan dat je erbij bent op 6 mei 2026: OTOpia 2026.

Vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering start in mei 2026

7 april 2026

Professionals die zich willen verdiepen in de wetenschappelijke kant van brandveiligheid kunnen vanaf nu deelnemen aan de vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering (FSE). Voor de opleiding die start op 20 mei a.s. zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!

Fire Safety Engineering.
Foto: Shutterstock.

Brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag 

“Fire Safety Engineering richt zich op het analyseren van brandverschijnselen, effecten en menselijk gedrag op basis van natuurkundige principes en rekenkundige modellen”, vertelt Maarten de Groot, decaan Risicomanagement bij het NIPV en een van de initiatiefnemers van het vernieuwen van de post-hbo FSE. “De opleiding is bedoeld voor onder meer brandveiligheidsadviseurs, preventiemedewerkers, brandonderzoekers, bouw- en woningtoezichthouders en vergunningverleners.”  

Betere aansluiting bij actuele eisen binnen vakgebied 

Het studieprogramma is volledig herzien en sluit nu beter aan op de actuele eisen in het vakgebied. Er zijn drie inhoudsdeskundigen verantwoordelijk voor het vaststellen van het curriculum: Rudolf van Mierlo (vakspecialist, namens de Brandpreventie Academy, BPA), Ruud van Herpen (fellow fire engineering TU/e, namens de Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica, SKB) en Lieuwe de Witte (lector Brandveiligheidskunde, namens het NIPV).  

Start op 20 mei 2026 

“In mei 2026 gaat de vernieuwde opleiding van start. Deze duurt een jaar en bestaat uit ongeveer 30 lesdagen. Hiermee wordt het post-hbo-niveau stevig geborgd, met een sterke focus op theoretische verdieping en praktische toepasbaarheid. De ambitie is om de post-hbo-opleiding een keer per jaar te geven”, aldus De Groot.  

Gedeelde ambitie 

De Brandpreventie Academy (BPA), Stichting Kennisoverdracht Bouwfysica (SKB) en het NIPV hebben de handen ineengeslagen voor deze herziene opleiding. De samenwerking tussen BPA, SKB en het NIPV is ontstaan vanuit een gedeelde ambitie om werknemers binnen de brandveiligheid op te leiden. Samen zetten zij zich in voor onderwijs dat aansluit bij de nieuwste ontwikkelingen in de bouw, industrie en omgevingsveiligheid. Daarnaast zorgen zij dat het onderwijs past bij de nieuwe visies op brandveiligheidskunde en brandweerkunde. 

Meer informatie en aanmelden

label Fysiek veilige leefomgeving

Nieuwe Handleiding Regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld

7 april 2026

Op 27 februari 2026 heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) de nieuwe Handleiding Regionale risico-inventarisatie en -analyse vastgesteld. Aanleiding was de groeiende behoefte aan meer samenhang en afstemming tussen lokale, regionale en nationale niveaus en een aanpak die beter aansluit bij de toenemende complexiteit en onzekerheid in de samenleving.

Luchtfoto van moderne woonwijk in Almere
Foto: Shutterstock.

De nieuwe handleiding biedt veiligheidsregio’s een eenduidige en integrale methodiek om risico’s beter in kaart te brengen, te analyseren en te verbinden aan beleid. De methodiek is ontwikkeld in samenwerking met alle 25 veiligheidsregio’s, vertegenwoordigd in de Werkgroep Risico-inventarisatie en -analyse, in opdracht van de vakraden Risico- en Crisisbeheersing en Brandveiligheid van Brandweer Nederland. Ook partners zoals het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV), verantwoordelijk voor het opstellen van de Rijksbrede Risicoanalyse, het Programma Risicogerichtheid en diverse crisis- en kennisorganisaties hebben bijgedragen aan de ontwikkeling.

Inzicht via fenomeenanalyse

Een belangrijk onderdeel van de nieuwe methodiek is de zogeheten fenomeenanalyse. Hiermee worden risico’s integraal en systemisch geanalyseerd, waarbij niet alleen naar actuele kenmerken wordt gekeken, maar ook naar toekomstige ontwikkelingen. Met deze manier van analyseren wordt een risico niet teruggebracht tot één of enkele scenario’s, maar juist breed en in samenhang onderzocht.

Concreet betekent dit dat:

  1. Verschillende factoren zoals capaciteiten, kwetsbaarheden, geografische en demografische kenmerken expliciet in beeld worden gebracht.
  2. Niet alleen naar losse risico’s wordt gekeken, maar juist naar de onderlinge samenhang en beïnvloeding.
  3. Ook verschillende perspectieven en percepties worden meegenomen, bijvoorbeeld van betrokken organisaties of de samenleving.
  4. Er aandacht is voor zowel huidige kenmerken als toekomstige ontwikkelingen.

De fenomeenanalyse is daarmee een kwalitatieve, beschrijvende analyse die helpt om ook complexere en minder zichtbare risico’s beter te doorgronden.

Handleiding als ‘levend document’

De handleiding is opgezet als een ‘levend document’. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen kunnen doorlopend worden verwerkt. Veiligheidsregio’s worden nadrukkelijk opgeroepen om ervaringen en leerpunten te delen, zodat de methodiek gezamenlijk kan worden doorontwikkeld.

De modulaire opbouw van de handleiding maakt het mogelijk om onderdelen afzonderlijk te actualiseren. Netwerken zoals het Netwerk Risicogericht Werken en de Werkgroep Risico-inventarisatie en -analyse spelen hierbij een belangrijke rol, omdat zij de verbinding vormen tussen de praktijk en de doorontwikkeling van de methodiek.

Na vaststelling is de handleiding in beheer genomen door het NIPV. Daarmee vervangt deze de eerdere Handreiking Regionaal Risicoprofiel, die sinds 2009 werd gebruikt.

Lees de handleiding en het achtergronddocument

label Fysiek veilige leefomgeving

Team digitale verkenning ondersteunt brandweer met snelle beeldvorming

7 april 2026

Het landelijk specialisme Team digitale verkenning (TDV) ondersteunt de brandweer bij incidenten met snelle en gerichte beeldvorming. In een nieuwe video laat TDV zien hoe teams met onder meer drones, een onderwater Remotely Operated Vehicle (ROV) en een blus- en verkenningsrobot informatie verzamelen voor de repressieve inzet. “Die informatie helpt de brandweer om incidenten veiliger, efficiënter en effectiever te bestrijden”, vertelt Bram Seen, landelijk coördinator TDV bij het NIPV.

Beeldvorming voor de incidentbestrijding

TDV brengt situaties in beeld op momenten waarop snel overzicht nodig is. In de video komt naar voren dat de teams informatie aanleveren voor bijvoorbeeld de bevelvoerder of de (hoofd)officier van dienst ((H)OvD). Seen: “Vanuit de lucht geeft een drone snel zicht op de omvang van een incident. Bij grote incidenten, zoals een omvangrijk brandend pand, helpt dat om sneller een compleet beeld van de situatie te krijgen.”

Inzet met drones, ROV’s en robots

“Ook op andere typen incidenten voegt TDV specialistische inzet toe”, vervolgt Seen. “Bij incidenten op het water zet TDV een onderwater ROV in. Die ROV genereert sonarbeelden, waarmee objecten en personen onder water snel zijn te identificeren. Daarnaast beschikt TDV over een blus- en verkenningsrobot voor inzet op plekken waar het risico voor brandweermensen te groot is.” De video laat zo zien dat TDV de brandweer ondersteunt vanuit de lucht, op afstand en onder water.

Landelijk specialisme met meerwaarde voor de brandweer

“De meerwaarde van TDV zit niet alleen in de techniek, maar ook in de manier waarop het specialisme is georganiseerd”, vertelt Seen. “Teams ondersteunen elkaar met verschillende middelen en expertise. Het ene team beschikt bijvoorbeeld over een robot, het andere over een drone. Zo komt op een incident de juiste combinatie van kennis en materieel beschikbaar.” TDV ondersteunt daarbij regionale brandweerkorpsen en werkt ook samen met andere landelijke brandweerspecialismen.

Foto: Megin Zondervan.

De rol van het NIPV

Het NIPV vervult hierin een landelijke rol, vertelt Seen: “We houden TDV operationeel, faciliteren de doorontwikkeling en ondersteunen de teams met mensen, kennis, kunde en middelen. Ook onderhoud ik de verbinding met de portefeuillehouder in de Vakraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland. Daarmee draagt het NIPV eraan bij dat TDV zich verder ontwikkelt en inzetbaar blijft voor de brandweerpraktijk.”

Release LCMS 2026 Q2 – Oefenomgeving

3 april 2026

Op dinsdag 7 april wordt de release LCMS 2026 Q2 uitgerold op de Oefenomgeving van het LCMS. In het liveblog onderaan dit bericht houden we je tijdens de uitrol op de hoogte van de voortgang. 

Planning release 

Er is geen sprake van downtime. Houd wel rekening met het volgende: 

  • De Oefenomgeving is vanaf 09:00 uur niet beschikbaar.  
  • De Operationele omgeving blijft beschikbaar. 
  • Maak voor een geplande oefening tijdelijk gebruik van de Operationele omgeving. Vermeld daarbij duidelijk ‘Oefening’ in de naam van de activiteit. 
  • De Oefenomgeving is naar verwachting vanaf 16:00 uur weer beschikbaar. 

Inhoud release 

In dit bericht vind je meer informatie over de inhoud van de release. 

Vragen? 

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met de beheerder van jouw organisatie. 

Release Oefenomgeving 7 april
Gestart: 3 april 2026, 14:33 Aangepast: 7 april 2026, 13:09

Release Oefenomgeving 7 april

Via dit liveblog volg je de voortgang van de Release LCMS 2026 Q2 op de Oefenomgeving.

Nieuwe update

Dit liveblog is gesloten.

De uitrol op de Oefenomgeving is succesvol afgerond. Dit betekent dat ook de Oefenomgeving weer beschikbaar is.

Heb je vragen over deze release? Neem dan contact op met de beheerder van jouw eigen organisatie. De organisatiebeheerder heeft de contactgegevens van het NIPV en kan contact met ons opnemen.

De release verloopt voorspoedig.

We zijn gestart met de uitrol van de release op de Oefenomgeving.

Heb je een oefening gepland? Plaats deze dan tijdelijk op de Operationele omgeving. Let op: zet ‘Oefening’ in de naam van de activiteit.

De Oefenomgeving is naar verwachting 16:00 uur weer beschikbaar.

Door extra controles is de start van de uitrol van de Release LCMS 2026 Q2 op de Oefenomgeving vertraagd.

We verwachten rond 10:00 uur te kunnen starten.

label Fysiek veilige leefomgeving
label Veilige energietransitie

Nieuwe bijscholingen voor instructeurs over thema energietransitie 

2 april 2026

Er zijn nieuwe bijscholingen voor instructeurs over de volgende onderwerpen: LNG en andere cryogene stoffen, accu’s, zonnepanelen en windturbines, technische hulpverlening bij elektrische voertuigen en multi-energiestations.

Een LNG-tankstation. Bron: Shutterstock.

Het landelijke (bij)scholingsaanbod voor docenten en instructeurs is uitgebreid met vier nieuwe cursussen die allemaal aansluiten bij het thema energietransitie. Dit sluit aan op de behoeften van brandweerinstructeurs om hun vak goed bij te houden. Ook wordt hiermee voorzien in de wens van instructeurs om periodiek te worden bijgeschoold, zoals blijkt uit evaluaties van andere instructeurscursussen van het NIPV. Veiligheidsregio’s kunnen deze cursussen nu incompany bij het NIPV aanvragen of volgen als open inschrijving.   

De afgelopen twee jaar is er hard gewerkt aan de nieuwe instructeurscursussen: 

De cursussen Instructeur BrandbestrijdingInstructeur Elektriciteit en Instructeur Waterstof waren al incompany beschikbaar.

Behalve voor vakinhoudelijke cursussen kunnen docenten en instructeurs ook voor didactische trainingen bij ons terecht.  

Specialiseren in een kerntaak

Volgens Rijk Hofman, projectleider vakbekwaamheid, omarmen instructeurs de leerlijn Energietransitie die het NIPV in opdracht van het Ontwikkelfonds Brandweer ontwikkelt. Hofman: “Een leerlijn is een thematische reeks cursussen die meeloopt met nieuwe ontwikkelingen. Met behulp van zo’n leerlijn kunnen instructeurs zich specialiseren in een kerntaak zoals Brandbestrijding, THV (technische hulpverlening) of IBGS (incidentbestrijding gevaarlijke stoffen). Aan de leerlijn Energietransitie doen vooral veel kerninstructeurs IBGS mee.” 

Ontwikkelfonds Brandweer 

De nieuwe cursussen zijn in opdracht van het Ontwikkelfonds Brandweer ontwikkeld en in eerste instantie alleen aangeboden aan een beperkt aantal (kern)instructeurs van alle 25 veiligheidsregio’s en (inter)regionale opleidingsinstituten. Na deze landelijke uitrol blijken veiligheidsregio’s meer instructeurs te willen bijscholen. Dit kan door de cursussen incompany (op offertebasis) bij het NIPV aan te vragen.  

Basiscursus Instructeur IBGS en THV

Het NIPV werkt momenteel aan een Basiscursus Instructeur IBGS en heeft ook plannen voor een Basiscursus Instructeur THV. “Hiermee trekken we de lijn van de basiscursus Instructeur Brandbestrijding door. Instructeurs hebben niet alleen behoefte aan kennis over nieuwe ontwikkelingen, maar ook aan meer basale kennis over de kerntaken van de brandweer en de bijbehorende vakdidactiek”, aldus Hofman. Een basiscursus voorziet in de scholing van instructeurs op een specifiek vakgebied. Na deelname aan een basiscursus kunnen instructeurs met behulp van een leerlijn hun basiskennis van dat vakgebied periodiek actualiseren, verdiepen, verbreden of opfrissen.  

Bekijk ook het complete scholingsaanbod voor brandweerinstructeurs.