Complexere energiesystemen vragen andere aanpak voor hulpdiensten

9 juni 2026

Nieuwe energie-innovaties combineren opslag, conversie en transport steeds vaker in één systeem dat gevoeliger is voor storingen, omdat complexiteit en onderlinge afhankelijkheden toenemen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het NIPV naar zes innovatieve technologieën in de energietransitie.

Foto: Shutterstock.

Onderzoek naar zes innovatieve technologieën

Het NIPV onderzocht zes innovaties met potentieel grote invloed op het toekomstige energiesysteem. Het betreft systemen waarbij elektriciteit of waterstofdrager wordt omgezet in waterstof, energie wordt opgeslagen in vloeibare of chemische vorm en elektriciteit efficiënt wordt opgeslagen, getransporteerd of overgedragen.

De battolyser

Een battolyser combineert de functies van een batterij en een electrolyser, waardoor zowel elektriciteit kan worden opgeslagen als waterstof geproduceerd. Het risico op een thermal runaway is daarbij uitgesloten.
De belangrijkste risico’s hangen samen met de productie en opslag van waterstof, omdat incidenten ook effect kunnen hebben buiten de installatie. Deze risico’s kunnen worden beperkt met monitoring, gasdetectie, ventilatie en goede noodprocedures, waarbij incidentbestrijding gericht is op snelle detectie en gecontroleerde uitschakeling van de battolyser.

Liquid Air Energy Storage (LAES)

Bij LAES wordt energie opgeslagen door lucht vloeibaar te maken en later weer te expanderen om energie vrij te geven.
De belangrijkste risico’s ontstaan door de extreem lage temperatuur van vloeibare lucht en hebben betrekking op drukopbouw, afwijkende zuurstofconcentraties en materiaalverbrossing. Deze risico’s kunnen worden beheerst met maatregelen zoals drukontlasting, ventilatie, thermische isolatie en zuurstofmonitoring.
De effecten voor de omgeving blijven meestal beperkt tot de directe nabijheid van de installatie, terwijl incidentbestrijding zich richt op het beheersen van cryogene uitstroom (het vrijkomen of lekken van extreem koude vloeistoffen of gassen) en veilig optreden bij afwijkende zuurstofconcentraties.

Supergeleidende kabels

Supergeleidende kabels kunnen bij zeer lage temperaturen grote hoeveelheden elektriciteit vrijwel zonder energieverlies transporteren. Wanneer het cryogene koelsysteem uitvalt, kunnen de supergeleidende eigenschappen verloren oververhitting in de kabel ontstaan.
De impact op de omgeving is beperkt, omdat de kabels nauwelijks elektromagnetische straling veroorzaken. Bij incidenten ligt de nadruk op het gecontroleerd uitschakelen en isoleren van zowel de elektrische als de cryogene onderdelen van het systeem.

Draadloos opladen

Bij draadloos opladen van elektrische voertuigen wordt energie overgedragen door een wisselend magnetisch veld dat stroom opwekt in een spoel (inductief laden). De belangrijkste risico’s zijn elektromagnetische velden en lokale warmteontwikkeling in en rond het systeem, vooral in de directe omgeving.
Deze risico’s kunnen worden beperkt door afscherming van magnetische velden, het automatisch stoppen van laden bij ongewenste objecten en goede systeemcompatibiliteit. Bij incidenten is het van belang dat het systeem snel kan worden uitgeschakeld en duidelijk herkenbaar is voor hulpverleners.

Thermochemische opslag

Bij thermochemische opslag wordt warmte opgeslagen of vrijgegeven via omkeerbare chemische reacties of processen. Afhankelijk van de toepassing worden verschillende vaste stoffen gebruikt, die bij lekkage soms beperkte hoeveelheden toxische of brandbare gassen kunnen vormen.
De risico’s zijn goed beheersbaar wanneer gesloten systemen en gecontroleerde omgevingen worden toegepast. De gevolgen voor de omgeving blijven doorgaans beperkt, al moet worden voorkomen dat vaste stoffen zich verspreiden of in contact komen met water.

Het kraken van ammoniak

Bij het kraken van ammoniak wordt ammoniak bij hoge temperatuur omgezet in waterstof en stikstof. De belangrijkste risico’s zijn het vrijkomen van toxische ammoniak, brandbaar waterstofgas, hoge temperaturen en materiaaldegradatie.
Deze risico’s kunnen worden beperkt met geschikte materialen, monitoring van druk en temperatuur, gasdetectie en systemen voor gecontroleerde uitschakeling. Bij incidenten ligt de nadruk op het beperken van blootstelling aan ammoniak en het voorkomen van ontsteking van waterstof door afstand te houden en de omgeving veilig te stellen.

Analyse en duiding

Wat bij deze innovaties opvalt, is dat functies die traditioneel gescheiden waren, zoals opslag, omzetting en transport van energie, steeds vaker binnen één systeem en dicht bij elkaar worden gecombineerd. Dat maakt ze flexibeler in de vraag en aanbod van energie, maar ook complexer en gevoeliger voor storingen. De invloed van de innovaties het gebied van risicobeheersing, omgevingsveiligheid en incidentbestrijding duiden we als volgt:

Risicobeheersing

De onderzochte innovaties introduceren geen nieuwe risico’s, maar de systemen worden wel complexer en onderling meer afhankelijk. Storingen kunnen zich daardoor sneller door het systeem verspreiden en grotere gevolgen hebben.
Dit vraagt in toenemende mate om monitoring, detectie en de mogelijkheid om systemen tijdig en gecontroleerd te stabiliseren of uit te schakelen.

Omgevingsveiligheid

De gevolgen voor de omgeving verschillen per innovatie. In veel gevallen zijn effecten lokaal en beheersbaar, maar bij systemen waarin bijvoorbeeld waterstof of ammoniak een rol speelt, kunnen incidenten ook verder reiken dan de directe installatie.

Incidentbestrijding

Voor hulpdiensten betekent dit dat veilig optreden bij incidenten vaak pas mogelijk is nadat systemen gecontroleerd zijn gestabiliseerd of uitgeschakeld door een bedrijfsdeskundige. Incidentbestrijding wordt daarmee afhankelijker van samenwerking met beheerders en technische experts.

Lees het rapport