De doorwerking van de energietransitie op omgevingsveiligheid
23 mei 2022
De gevolgen van de energietransitie voor de omgevingsveiligheid zijn nog grotendeels onbekend. Het lectoraat Energie- en transportveiligheid onderzocht welke ontwikkelingen tot 2030 verwacht worden en hoe die kunnen doorwerken op de veiligheid van mensen die wonen en werken in de buurt waar deze ontwikkelingen plaatsvinden.

Door klimaatveranderingen moet de maatschappij overschakelen van fossiele energiebronnen op alternatieve, duurzame energiebronnen. De oorlog in Oekraïne heeft deze energietransitie in een stroomversnelling gebracht: Nederland wil eind 2022 van Russisch gas af zijn. Het lectoraat Energie- en transportveiligheid van NIPV onderzocht welke ontwikkelingen tot 2030 verwacht worden en hoe die kunnen doorwerken op de veiligheid van mensen die wonen en werken in de buurt waar deze ontwikkelingen plaatsvinden.
Belangrijke ontwikkelingen in de energietransitie zijn bijvoorbeeld elektrificatie en de overgang van aardgas naar waterstof. De gevolgen van deze ontwikkelingen voor de omgevingsveiligheid zijn nog grotendeels onbekend. In dit onderzoek is gekeken naar productie, transport, opslag en gebruik van energie in de gebouwde omgeving, de industrie en de mobiliteitssector. Het onderzoek laat zien dat de ontwikkelingen in de energietransitie gevolgen zullen hebben voor de omgevingsveiligheid, met name in de gebouwde omgeving. Dit vereist een nieuwe kijk op veiligheidsrisicobeleid en de manier waarop met veiligheidsrisico’s moet worden omgegaan.
Voor wie?
Dit rapport is bedoeld voor (adviseurs van) gemeenten, omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en andere organisaties en bedrijven die te maken krijgen met initiatieven en ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie en daarbij rekening moeten houden met omgevingsveiligheid. De kennis uit dit rapport helpt om keuzes te maken op het gebied van veiligheid en ruimtelijke ordening. Bijvoorbeeld om te bepalen waar nieuwe initiatieven mogelijk zijn en of het nodig is om veiligheidsmaatregelen te nemen.
Lees ook
Bij een crisis of ramp ligt de focus tijdens de acute fase op het bestrijden van het incident. Toch is het minstens zo belangrijk om in de acute fase vooruit te kijken naar wat daarna komt: de nafase.
In haar nieuwe functie van leider CoPI staat Claudia Prins-van Baar van Veiligheidsregio Hollands Midden midden in het crisisveld.
Per 1 maart 2026 start het NIPV met het tweejarige project Richtlijn nazorg en herstel.
In de tweede week van maart start de werving van kandidaten voor het traineeship Risicobeheersing bij de veiligheidsregio’s. Het traineeship wordt vakinhoudelijk verbreed met brandveiligheid.
Hoe staat het ervoor met de uitvoering van de industriële veiligheids (IV)/Seveso-taken van de veiligheidsregio’s? Wat gaat goed en wat kan beter? Met ingang van dit jaar gaan de regio’s de kwaliteit van hun advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving monitoren.
Linda van de Ven gaat op 1 april aan de slag in haar nieuwe job. Met als missie de spoorveiligheid stevig ‘op de rails’ te zetten; in het veiligheidsdomein, de spoorsector én bij de Haagse beleidsmakers.
Eind dit jaar verschijnt een geactualiseerd ‘Model Handhavingsbeleid industriële veiligheid’ voor veiligheidsregio’s. Het model helpt de veiligheidsregio’s invulling te geven aan hun toezicht- en handhavende taken.
De Release LCMS 2026 Q2 komt eraan. In dit bericht informeren we je over de impact en inhoud van deze release.
De nieuwe landelijk coördinator STH (Specialisme technische hulpverlening) focust op verder professionaliseren en STH steviger verankeren binnen de brandweerorganisatie.
- Pagina1
- Pagina2
- …
- Pagina70
- Volgende pagina
