De provincie Groningen is het thuis van Wilma Mansveld, directeur Veiligheidsregio Groningen, waar zij met veel plezier werkt en in de zomer meewerkt op het akkerbouwbedrijf van haar echtgenoot. “Een prachtige provincie met een bruisende stad en een wijds dunbevolkt ommeland waar de horizon nog leeg is,” zegt Mansveld over haar provincie. De provincie Groningen heeft al vele jaren te maken met enkele unieke crises: aardbevingen ten gevolge van de gaswinning in de provincie en daarnaast de vluchtelingenopvang bij het aanmeldcentrum in Ter Apel. Hoe gaat een veiligheidsregio met dergelijke taaie crises om?
Wilma Mansveld vertelt over de aanpak waarvoor ze met de Veiligheidsregio Groningen heeft gekozen. “Toen ik in 2017 directeur werd, stond crisisbeheersing in de kinderschoenen. We hadden alleen te maken met flitscrises zoals grote branden, korte en heftige incidenten met een duidelijk bron- en effectgebied. Maar bij de aardbevingen was wel duidelijk dat dit nog jaren zou gaan duren en er zich een andere langslepende crisis voltrok. Een crisis die ook een gezondheidscrisis was. Waarbij ook een politiek-bestuurlijke component invloed had op het verloop van de crisis: namelijk schade en herstel. Als veiligheidsregio stonden we voor de vraag: hoe gaan wij om met deze crisis? Duidelijk was dat wij ons niet bemoeien met schade en herstel, wij bemoeien ons met de fysieke veiligheid van de mensen. Wanneer voelen mensen zich veilig?”
Vanaf 2017 kreeg Wilma Mansveld als directeur van de Veiligheidsregio Groningen niet alleen te maken met de aardbevingen als gevolg van de gaswinning in Groningen, maar ook met de crisis rond het aanmeldcentrum in Ter Apel. “Ik zie wel een overeenkomst in beide crises. Ze zijn allebei ‘man-made’. En beide crises zijn politiek geëscaleerd. Na de beving in Huizinge in 2012 volgde er eerst een soort ontkenningsfase. Met de asielcrisis zie je in 2015-’16 een escalatie en ook daar volgde een ontkenningsfase. Dus ik vind daar parallellen in zitten. Het zijn beide slepende crises geworden.”
De wijken in
“Een veiligheidsregio komt in actie op het moment dat de fysieke crisis zich manifesteert,” zegt Mansveld over de manier waarop we gewend zijn om met een crisis om te gaan. “Maar wij willen altijd ook snappen waar iets vandaan komt. Natuurlijk ga je eerst de crisis oplossen, er moet immers geblust worden. Maar daarna willen we weten of we aan de voorkant iets kunnen doen om herhaling te voorkomen. Wat is nou veiligheid en wat moet er geborgd worden?”
“Daarom zijn we in het kader van de aardbevingen de wijken ingegaan en hebben we aan bewoners gevraagd wat ze nodig hebben. Ook om het bewustzijn te creëren dat de eerste hulp bij een zware beving eerder bij je buren vandaan komt dan vanuit hulpverleningsorganisaties. Dus hoe mobiliseer je die veerkracht in de wijk? Wie heeft er een EHBO-cursus gevolgd? Waar ligt de sleutel van het buurthuis? Verder hebben we in november 2018 een driedaagse aardbevingsoefening gedaan.”
Oefenen als toets voor vaardigheden en plannen
“Door te oefenen toetsen hulpdiensten hun vaardigheden en de plannen die zijn gemaakt. Daarnaast kunnen ze inzicht krijgen in waar inwoners behoefte aan hebben,” zo legt Mansveld uit. “Verder maakten we de inwoners bewust van wat ze na een zware beving kunnen verwachten van de hulpdiensten. Zo deden we op de eerste dag een veldoefening waarbij mensen de eerste uren zichzelf en elkaar moesten helpen. Heb vertrouwen, wij komen, maar bij een aardbeving van boven magnitude 4 is de realiteit dat pas na een aantal uur de hulpverlening echt op gang komt. Mensen moeten weten hoe dat werkt en weten wat ze kunnen verwachten.”
“De tweede dag hebben we een oefening gehouden waarbij crisisteams als het Regionaal Operationeel Team (ROT) en Regionaal Beleids Team (RBT) het scenario van een zware aardbeving oefenden. Partijen als de brandweer, waterschappen, politie, gemeenten, provincie, ziekenhuizen, providers, netwerkbeheerders, hulpverleningsorganisaties, USAR en nog vele anderen komen dan in actie.”
“Op de derde dag hebben we een ‘nafasedag’ gehouden voor alle burgemeesters uit de provincie en directieleden van crisispartners. De nafase is na een zware aardbeving niet klaar als de beving stopt, maar neemt bij slepende crises lange tijd in beslag. Dit vraagt ook andere mensen bij ons in de organisatie om daarmee om te gaan. Een operationeel leider in een flitscrisis vraagt andere competenties dan het managen van een crisis die maanden duurt. En we zien dat bij lange crises de politiek-bestuurlijke component een grote rol speelt.”

Behoefte aan duidelijkheid
Mansveld zet graag uiteen waarom de concrete aanpak van de Veiligheidsregio Groningen werkt. “Wij zijn rolvast. Dat is voor mij de kern in de ontwikkeling van crisisbestrijding. Mensen weten wat ze van ons kunnen verwachten, dan ben je een betrouwbare partner. We kunnen regie voeren over een multidisciplinair team, we kunnen faciliteren, we kunnen coördineren. Want als jij zegt: ik heb een probleem, dan gaan wij niet in discussie over het probleem, maar vragen we wat we voor jou kunnen doen. Heb jij een acute crisis in je probleem? Dan kunnen wij je helpen. Maar we kunnen waarschijnlijk niet je probleem oplossen.”
“Het managen van die verwachting is heel belangrijk. Wij doen in Nederland vaak niet aan confronterend verwachtingsmanagement. Ik ben daar wel van. Mensen hebben behoefte aan duidelijkheid en begrijpen heel goed dat een risico niet 100% te voorkomen is, of op te lossen.
In een crisis heb je duidelijkheid en handelingsperspectief nodig; je hebt geen tijd om onnodige discussies te voeren.”
“Verder denken we natuurlijk na over wat er op ons af kan komen. We zijn daar ook proactief in. Zo hebben we in afwachting van de spreidingswet een bestuursovereenkomst met het Rijk gesloten, waardoor we weten hoeveel asielzoekers we de komende twee jaar in onze regio gaan opvangen. We moeten 3800 mensen opvangen, maar we doen er 5800, zodat we zeker weten dat we genoeg doen. Door de uitstekende samenwerking van de gemeenten en hun burgemeesters die ons bestuur vormen, kunnen we dit soort dingen voor elkaar krijgen. Misschien atypisch voor een veiligheidsregio, maar het werkt wel. Zo weten we waar we aan toe zijn en waar we voor staan.”
Stoppen met polderen
Mansveld stapt over op de situatie in Ter Apel om haar verhaal verder te onderbouwen. “Als de doorstroom daar stagneert en mensen op een grasveld liggen, komen wij in actie, samen met de gemeente en betrokken partijen. De kracht van de veiligheidsregio is dat wij altijd multidisciplinair werken. We laten iedereen in het team doen waar ze van zijn en waar ze dus goed in zijn. Daarnaast hebben we een regionaal systeem waarin opgeschaald kan worden en de bevoegdheden anders komen te liggen, waardoor we kunnen handelen en dingen kunnen oplossen.”
“Maar de echte crisis van Ter Apel zit in iets veel groters. Het is een politieke crisis en wel specifiek een beleidscrisis. Waar we naar mijn mening tegenaan lopen, is dat we het heel lang erg goed hebben gehad met relatief weinig problemen in ons land. Daardoor zijn we niet goed voorbereid op wat er op ons afkomt in een crisis. En als zich dan een groot probleem voordoet, denken we dat in discussies, debatten en beleid op te lossen. Daardoor zijn we een onderhandelingsvolkje geworden en wordt er veel beleid uitgetekend achter bureaus. Ik denk dat we moeten leren om iemand in een crisis vertrouwen te geven en besluiten te laten nemen. Er moet worden gehandeld! Een veiligheidsregio kan dat. Wij rijden wel en lossen op, maar onze oplossing is niet structureel.”
“Daarom denk ik dat het noodzakelijk is dat we tijdens een crisis stoppen met polderen en tijdelijk iemand mandaat moeten geven. Laat die met de mensen die er verstand van hebben een probleem oplossen en achteraf verantwoording afleggen. En dan is verantwoording afleggen niet iemand de maat nemen, maar iemand laten toelichten waarom er op welk moment een besluit is genomen en met welke argumenten. We moeten ook af van het gedrag om de handeling van iemand af te meten naar de kennis die we een paar dagen later hebben. Dat helpt echt niet. En dan zul je zien: fouten worden gemaakt, maar daar kan dan van worden geleerd.”
De utopie van de risicoloze samenleving
Volgens Mansveld zou er op diverse beleidsterreinen meer op decentraal niveau kunnen worden opgelost als ze de constructie van de veiligheidsregio zouden hanteren. Handelen, oplossen, verantwoording afleggen en evalueren. “Verder zouden we misschien ook wat anders naar ons land moeten kijken. Als je kijkt naar São Paulo, Tokio, New York… Dat zijn steden die fysiek en qua aantallen mensen groter zijn dan Nederland. Zo bekeken is Nederland toch eigenlijk een stadsstaat? Ik vind dat ons landelijk bestuur zich soms de vraag zou moeten stellen: wat als ik nou burgemeester was in plaats van minister?’ Want als burgemeester moet je continu de verbinding met de inwoners zoeken.”
“Daarnaast moeten we accepteren dat we niet voor honderd procent risico’s kunnen wegnemen. Zo belde de brandweercommandant me toen we te maken hadden met een aantal natuurbranden. Die zei: ‘We zijn klaar met blussen. Ze gaan nu toch niet bedenken dat we het systeem moeten veranderen en dat we het restrisico moeten gaan dichttimmeren?’ Ik antwoordde dat ons bestuur er gelukkig niet zo in zit, maar ik begreep zijn opmerking meteen. In Nederland zijn we geneigd om incidentgestuurd ons beleid aan te passen. Daar moeten we direct mee stoppen. Dat kost veel tijd en lost niets op. Risico’s en restrisico’s zullen altijd blijven bestaan; het is een utopie om een risicoloze samenleving te kunnen creëren. Zorg ervoor dat we zijn voorbereid, maak risico’s inzichtelijk zodat mensen het snappen, leer de mensen wat zelf- en samenredzaamheid is en hoe dat vorm te geven en wees er dan verbaasd over hoe veerkrachtig en weerbaar een samenleving is. In Groningen hebben we de risicocommunicatiecampagne Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ). Als mensen weten dat ze bij een crisis eerst op elkaar zijn aangewezen, kunnen ze er voor elkaar zijn. Met dat vertrouwen in elkaar krijg je een fijnere samenleving.”
