Samenwerken aan meerlaagsveiligheid als wenkend perspectief voor klimaatveiligheid
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, juni 2026
Dit is een samenvatting van het artikel in Water Governance
Nederland krijgt steeds vaker te maken met extreem weer. Hitte, langdurige droogte, hevige regenval en overstromingen komen niet alleen vaker voor, maar worden ook steeds extremer. De vraag is daarom niet óf deze gebeurtenissen zich opnieuw voordoen, maar hoe goed we erop zijn voorbereid.

In een nieuw artikel in Water Governance laten Joanne Vinke-de Kruijf, adjunct hoogleraar Climate-Resilient Infrastructure Systems aan de Universiteit Twente, en Charlotte van Ruijven, programmamanager Klimaatveiligheid bij het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV), zien dat de voorbereiding op klimaatrisico’s niet alleen draait om crisisbeheersing. Volgens hen ligt de sleutel in betere samenwerking tussen veiligheidsregio’s, gemeenten, provincies en waterschappen. Het meerlaagsveiligheidsmodel biedt daarvoor een kansrijk perspectief.
Veiligheidsregio’s kunnen het niet alleen
Veiligheidsregio’s spelen een centrale rol bij crisisbeheersing, maar hebben vooral een adviserende positie als het gaat om het voorkomen van klimaatrisico’s. De daadwerkelijke uitvoeringskracht ligt grotendeels bij gemeenten, provincies, waterschappen en andere terreinbeheerders. Tegelijkertijd beschikken veiligheidsregio’s over unieke kennis van risico’s, scenario’s en maatschappelijke impact. Die kennis wordt volgens de auteurs nog onvoldoende benut bij ruimtelijke inrichting en klimaatadaptatie.
Van waterveiligheid naar klimaatveiligheid
Het artikel laat zien dat het meerlaagsveiligheidsmodel, oorspronkelijk ontwikkeld voor waterveiligheid, ook uitstekend toepasbaar is op andere klimaatrisico’s zoals hitte, droogte en natuurbranden.
Het model onderscheidt vijf lagen:
- Bewustwording van klimaatrisico’s;
- Preventie: risico’s zoveel mogelijk voorkomen;
- Gevolgbeperking door een klimaatrobuuste leefomgeving;
- Crisisbeheersing wanneer incidenten zich voordoen;
- Herstel, waarbij niet alleen wordt teruggebouwd, maar ook wordt geleerd voor de toekomst.
Juist de samenhang tussen deze lagen maakt het model waardevol. Keuzes die vandaag worden gemaakt bij ruimtelijke ontwikkeling hebben immers direct invloed op de inzet van hulpdiensten tijdens toekomstige crises én op het herstel daarna.
Klimaatadaptatie kan ook nieuwe risico’s creëren
Een opvallende boodschap uit het artikel is dat klimaatadaptatiemaatregelen niet automatisch leiden tot meer veiligheid. Vergroening van gebouwen kan bijvoorbeeld bijdragen aan verkoeling, maar tijdens droge perioden ook het risico op brand vergroten. Wadi’s die regenwater opvangen kunnen de bereikbaarheid van hulpdiensten beperken wanneer brandweervoertuigen een wijk niet meer goed kunnen bereiken.
Daarom pleiten de auteurs ervoor om veiligheidsregio’s vroegtijdig te betrekken bij ruimtelijke plannen en klimaatadaptatieprojecten. Zo kunnen mogelijke neveneffecten vooraf worden meegenomen.
Veerkracht begint met samenwerking
Volgens de auteurs draait klimaatveiligheid uiteindelijk om veerkracht. Dit is het vermogen van een samenleving om risico’s te weerstaan, gevolgen op te vangen, snel te herstellen én zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden.
Dat vraagt om intensieve samenwerking tussen organisaties die traditioneel vanuit verschillende verantwoordelijkheden werken. Gemeenten richten zich op ruimtelijke ontwikkeling, waterschappen op waterbeheer en veiligheidsregio’s op crisisbeheersing. Door deze perspectieven eerder bij elkaar te brengen ontstaat een completer beeld van risico’s en kunnen effectievere maatregelen worden genomen. Praktijkervaringen laten zien dat gezamenlijke workshops en gebiedsanalyses niet alleen leiden tot betere oplossingen, maar ook tot meer wederzijds begrip en risicobewustzijn.
Van adviseren naar gezamenlijk ontwerpen
De auteurs concluderen dat samenwerking verder moet gaan dan het uitwisselen van adviezen. Klimaatveiligheid vraagt om gezamenlijke processen waarin overheden en andere partijen samen risico’s, kwetsbaarheden en mogelijke oplossingen verkennen.
Dat is geen eenvoudige opgave. Iedere organisatie werkt vanuit eigen wetgeving, belangen en werkwijzen. Toch is juist die samenwerking noodzakelijk om de uitvoeringskracht te vergroten. Ontwerpend onderzoek, gezamenlijke experimenten en vroegtijdige betrokkenheid bij gebiedsontwikkelingen kunnen daarbij helpen.
De boodschap is helder: klimaatveiligheid is niet de verantwoordelijkheid van één organisatie. Alleen door waterbeheer, ruimtelijke ordening en publieke veiligheid structureel met elkaar te verbinden, kan Nederland zich voorbereiden op de klimaatrisico’s van de toekomst.
