Rookverspreiding in woongebouwen: het handelingsperspectief uitgelegd
16 november 2022
Branden met een relatief beperkte brand maar met een grote rookverspreiding, komen steeds vaker voor. In 2019 is praktijkonderzoek gedaan naar rookverspreiding in woongebouwen met inpandige gangen. Maar hoe moet er in de praktijk gehandeld worden bij een dergelijke brand met veel rookverspreiding? In een instructievideo wordt het handelingsperspectief voor dit type branden uitgelegd.

Voor wie is de instructievideo?
De video is bedoeld voor manschappen, bevelvoerders, (hoofd)officieren van dienst, adviseurs gevaarlijke stoffen en centralisten van de meldkamer. Ook is er aandacht voor een effectieve samenwerking tussen deze verschillende functies.
Handelingsperspectief uitgelegd, tips en aanbevelingen voor oefenen
De video wordt ingeleid door Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde. Vervolgens wordt aan de hand van een praktijkcasus uit Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond de problematiek rondom rookverspreiding in woongebouwen toegelicht. Hans Hazebroek, onderzoeker bij NIPV en projectleider van het praktijkonderzoek, neemt u mee in de conclusies van het onderzoek. Daarna legt Hazebroek uit wat u concreet moet doen als u geconfronteerd wordt met een brand in een woongebouw met inpandige gangen waar rookverspreiding plaatsvindt. Tot slot geeft Jelle Nijeboer, kennisregisseur bij Veiligheidsregio IJsselland, tips en aanbevelingen voor het oefenen bij rookverspreiding in woongebouwen.
Praktijkonderzoek naar rookverspreiding in woongebouwen
In juni 2019 deden de Brandweeracademie van het IFV (voorloper van NIPV), Veiligheidsregio Utrecht en Brandweer Nederland twee weken lang praktijkonderzoek naar rookverspreiding in een leegstaand woon-zorgcentrum in Oudewater. Bekijk voor meer informatie het onderzoek naar rookverspreiding in woongebouwen.
Lees ook
In een snelle kennismobilisatie zijn de belangrijkste vragen en dilemma’s rond noodsteunpunten in kaart gebracht/
Bij een crisis of ramp ligt de focus tijdens de acute fase op het bestrijden van het incident. Toch is het minstens zo belangrijk om in de acute fase vooruit te kijken naar wat daarna komt: de nafase.
In haar nieuwe functie van leider CoPI staat Claudia Prins-van Baar van Veiligheidsregio Hollands Midden midden in het crisisveld.
Per 1 maart 2026 start het NIPV met het tweejarige project Richtlijn nazorg en herstel.
In de tweede week van maart start de werving van kandidaten voor het traineeship Risicobeheersing bij de veiligheidsregio’s. Het traineeship wordt vakinhoudelijk verbreed met brandveiligheid.
Hoe staat het ervoor met de uitvoering van de industriële veiligheids (IV)/Seveso-taken van de veiligheidsregio’s? Wat gaat goed en wat kan beter? Met ingang van dit jaar gaan de regio’s de kwaliteit van hun advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving monitoren.
Linda van de Ven gaat op 1 april aan de slag in haar nieuwe job. Met als missie de spoorveiligheid stevig ‘op de rails’ te zetten; in het veiligheidsdomein, de spoorsector én bij de Haagse beleidsmakers.
Eind dit jaar verschijnt een geactualiseerd ‘Model Handhavingsbeleid industriële veiligheid’ voor veiligheidsregio’s. Het model helpt de veiligheidsregio’s invulling te geven aan hun toezicht- en handhavende taken.
De Release LCMS 2026 Q2 komt eraan. In dit bericht informeren we je over de impact en inhoud van deze release.
Vorige pagina - Pagina1
- Pagina2
- Pagina3
- …
- Pagina71
- Volgende pagina
