Natuurbranden: ‘De winst zit aan de voorkant’
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, november 2026
Edwin Kok is Landelijk Coördinator Natuurbrandbestrijding. In een gesprek blikt hij terug op een recordjaar en schetst hij de uitdagingen voor de toekomst.

“We hebben een absurd druk jaar gehad. Al in april moesten we internationale bijstand aanvragen vanwege gelijktijdige natuurbranden. Tegelijkertijd hebben we vanuit Nederland ook bijstand geleverd aan het buitenland. We hebben dit jaar al ruim duizend natuurbrandmeldingen gehad – volgens mij het hoogste aantal dat we ooit hebben geregistreerd. Het ‘brandbare’ seizoen’ was dit jaar uitzonderlijk lang: van begin april tot begin september. Vooral in de laatste weken van juli en de eerste twee weken van augustus was het droog en heel warm. Alleen in die eerste twee weken van augustus hadden we ruim 200 natuurbrandmeldingen. Dat is een enorme belasting voor de brandweer, zeker omdat die periodes vaak samenvallen met de vakantieperiode.”
Nieuwe realiteit
“Sinds 2018 hebben we zes droge jaren gehad en twee nattere. Alle rapporten wijzen erop dat droge periodes vaker zullen voorkomen. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak. We zijn met het ministerie van Justitie en Veiligheid in gesprek over uitbreiding van capaciteit, specifiek gericht op natuurbranden. Daarnaast voeren we gesprekken met andere partijen, zoals agrarische organisaties. Boeren kunnen bijvoorbeeld water leveren met hun giertanks, en materieel van boeren en loonwerkers wordt steeds vaker ingezet voor nabluswerkzaamheden. De brandweer kan niet wekenlang bij een brand blijven om alle smeulende delen uit te maken. Daar heb je elkaar voor nodig.”
Winst behalen aan de voorkant
“We hebben dit jaar in heel Europa gezien dat branden de capaciteit van de brandweer overschreden. Zelfs in Spanje, waar ze veel verder zijn in kennis en materieel, waren er branden die niet meer te bestrijden waren. De Spaanse brandweer gaf aan: we maken iets mee waarvan we niet meer weten wat we kunnen doen. Dat betekent dat we alleen aan de voorkant maatregelen kunnen treffen in preventie en risicobeheersing. Denk aan een gevarieerd landschap, waarin brandbare vegetatie zoals heide en naaldbomen wordt afgewisseld met minder brandbare vegetatie.”
“Verder moet je per gebied met elkaar afspraken en keuzes maken. Zo kan het in sommige gebieden acceptabeler zijn dat een stuk afbrandt, bijvoorbeeld als er geen camping of waardevolle vegetatie ligt, dan in andere gebieden waar veel activiteiten of kwetsbare functies zijn. Dat gesprek moet je, hoe lastig ook, aan de voorkant voeren met de gemeente, de natuurbeheerder en de brandweer.”
“Mijn belangrijkste boodschap is dat de bestrijding van natuurbranden niet alleen een taak voor de brandweer is. In de acute fase staan wij aan de lat, met goed materieel en goed getrainde mensen. Maar de risicobeheersing en de nabluswerkzaamheden moeten we echt samen met heel veel andere partijen oppakken. Alleen zo kunnen we de lasten verdelen en deze uitdaging gezamenlijk aangaan.”
