Linda van de Ven aan de slag als landelijk regisseur spoorveiligheid
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, maart 2026
‘Spoorveiligheid is geen vanzelfsprekendheid.’ Met die zinsnede opende Linda van de Ven haar sollicitatie op de functie van landelijk regisseur spoorveiligheid. En met succes, want op 1 april gaat zij aan de slag in haar nieuwe job, met als missie de spoorveiligheid stevig ‘op de rails’ te zetten; in het veiligheidsdomein, de spoorsector én bij de Haagse beleidsmakers.

Spoorveiligheid mag dan (nog) geen vanzelfsprekendheid zijn, het spoor zelf is dat wel. Linda van de Ven becijfert dat er binnen Nederland meer gemeenten mét dan zónder spoorinfrastructuur op hun grondgebied zijn. Een fijnmazig netwerk van ruim 3.000 kilometer, met rond de 400 stations voor personenvervoer en circa 100 emplacementen voor goederenvervoer. Die combinatie van intensief personen- én goederenvervoer zorgt voor complexe en groeiende veiligheidsvraagstukken.
Van de Ven: “Wat de situatie in Nederland onderscheidt van die in andere landen is dat ons spoorwegnetwerk heel intensief gemengd wordt gebruikt voor personen- én goederenvervoer, inclusief grote vervoersstromen gevaarlijke stoffen. En dat allemaal in een ruimtelijke realiteit van steeds meer verdichting van woonbebouwing en andere gebruiksfuncties rond spoorzones. Die combinatie van factoren levert forse risicovraagstukken op.”
Verbinden en afstemmen
En die krijgt de aanstaande landelijk regisseur spoorveiligheid allemaal op haar bordje. Hoe gaat zij invulling geven aan haar functie en wat is het perspectief om spoorveiligheid wél tot een vanzelfsprekendheid te maken bij alle belanghebbenden op en rond de rails?
“In mijn rol ga ik landelijke dossiers structureren, partijen samenbrengen, en zorgen dat we als veiligheidsdomein met één stem spreken. Om te beginnen ga ik mij inlezen in alle dossiers die er al zijn over spoorveiligheid en actief kennis ophalen. Bij de veiligheidsregio’s en andere partners, departementen, maar ook in de spoorsector. Dat betekent ook: heel veel kopjes koffie drinken en veel mensen leren kennen.”
Een belangrijke eerste stap is het definiëren wat spoorveiligheid precies is. Momenteel worden risico’s en veiligheidsvraagstukken nog vanuit verschillende perspectieven beoordeeld. “De belangen verschillen tussen sectoren, maar ook binnen ons eigen veiligheidsdomein. Door onze uitgangspunten te harmoniseren vergroten we onze gezamenlijke slagkracht en kunnen we beter adviseren richting Rijk en spoorsector. Ik zie het als een van mijn eerste opgaven om de inspanningen van alle partijen binnen het domein van brandweer en veiligheidsregio’s samen te brengen rond gezamenlijk gedragen belangen, uitgangspunten en definities voor veiligheid. Daardoor spreken we meer met één stem en staan we als professionals voor veiligheid sterker in onze lobby- en adviesrol voor het borgen van veiligheid op en rond het spoor.”
Transities en hun gevolgen
De noodzaak voor een stevige en zichtbare risicobeheersingsrol neemt toe door grote maatschappelijke transities. Er is al volop discussie over de veiligheid rond het Basisnet voor spoorvervoer van gevaarlijke stoffen en over de veiligheid op emplacementen. Daar komen vraagstukken rond de energie- en grondstoffentransitie bij, zoals de introductie van waterstof als alternatieve brandstof. Daarvoor zijn grote hoeveelheden ammoniak als waterstofdrager nodig, die grotendeels over het spoor zullen worden vervoerd en op emplacementen worden gerangeerd.
Van de Ven: “Tegelijk zetten zowel de Rijksoverheid als regionale en lokale overheden sterk in op verdichting van stedelijke gebieden om aan de enorme woningbouwopgaven te voldoen. Op heel veel plaatsen worden grote nieuwe woonlocaties rond het spoor ontwikkeld, evenals ‘mobility hubs’ waar mensen van de trein naar andere vormen van vervoer kunnen switchen. Ook werkfuncties zoals kantoren worden bij voorkeur rond het spoor en stations geconcentreerd om mensen te stimuleren met het openbaar vervoer te reizen. Door die combi van toenemende vervoersdruk op het spoor en ruimtelijke ontwikkelingen eromheen, gaan de belangen van transport, wonen, werken en veiligheid, steeds meer schuren. Als we die risico’s beheersbaar willen houden, moeten we echt stevige en gedragen veiligheidsconcepten voor de spooromgeving ontwikkelen.”
‘Bouwklus’
Voor Van de Ven is het spoor geen nieuw aandachtsveld, want ook in een eerdere carrièrefase maakte het al deel uit van haar portefeuille. Van de Ven brengt een stevige loopbaan mee op het snijvlak van risicobeheersing, industriële veiligheid en landelijke programma’s. Ze begon in 2009 als adviseur externe veiligheid bij Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant en werd vervolgens Seveso-specialist voor de Brabantse regio’s; waar ze ook de rol van coördinator van het samenwerkingsverband voor industriële veiligheid op zich nam. In deze periode hield Van de Ven zich ook bezig met de Brabantroute, de spoorlijn die dwars door de bebouwde kom van Tilburg, Den Bosch en Eindhoven loopt.
Eind 2019 vertrok zij naar het NIPV waar zij een grote rol speelde in de vernieuwing van het brandweeronderwijs. Een van haar grote projecten was de inrichting van het nieuwe leerlandschap Risicomanagement, de onderwijsbasis voor de huidige specialisten industriële veiligheid, omgevingsveiligheid en brandveiligheid. Vanuit die rol was zij ook betrokken bij het opzetten van het traineeship Omgevingsveiligheid, samen met het LEC IV.
En nu, met al die kennis en kunde uit haar vorige functies op zak, naar de volgende stap: landelijk regisseur spoorveiligheid. Wat trok haar aan in die functie? Van de Ven: “Ik ben in zekere zin een ‘bouwer’. Ik vind het leuk om nieuwe projecten te helpen ontwikkelen en op gang te brengen. Zo’n ‘bouwklus’ heb ik net afgerond bij het NIPV met de ontwikkeling van het nieuwe leerlandschap. Ontzettend leuk om te doen; we hebben het onderwijs voor specialisten en medewerkers in risicobeheersing nu echt goed op de rit staan. Nu was ik toe aan een nieuwe stap. Het waarborgen van de veiligheid op en rond het spoor in een zo dynamische, dichtbebouwde en dichtbevolkte omgeving, is een mooie uitdaging waarin ik mijn eerder opgedane kennis en deskundigheid kan benutten. Het mooie aan het dossier spoorveiligheid is ook dat alle aspecten van de veiligheidsketen in dit dossier samenkomen, van risicobeheersing tot incidentbestrijding. Dat maakt het werk waardevol en strategisch.
Er zijn binnen de veiligheidsregio’s maar weinig mensen die vakinhoudelijk niet met het spoor te maken hebben.”

