“Kennis en kunde Seveso kunnen breder worden benut binnen risicobeheersing”

Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, mei 2026

Sinds oktober 2025 is Ramon Blaauw teamleider Risicobeheersing in Veiligheidsregio IJsselland. In die hoedanigheid kwam ook de vacature voor vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband Oost-5 in het Managementoverleg Industriële Veiligheid (MO IV) onder zijn aandacht. Hij besloot de uitdaging aan te pakken om zijn kennis en ervaring op het raakvlak van brandveiligheid en industriële veiligheid op een ander niveau in te zetten. Zijn streven voor de komende jaren: industriële veiligheid als taakveld voor de veiligheidsregio’s beter ‘op de kaart zetten’ bij bestuurders en IV-kennis en werkwijzen in het totale domein van risicobeheersing breder benutten.

Ramon Blaauw, teamleider Risicobeheersing in Veiligheidsregio IJsselland.

Blaauw geeft sinds oktober leiding aan het 27 fte tellende team Risicobeheersing van Veiligheidsregio IJsselland. Een regio waar hij al meerdere taakvelden aan de linkerkant van de veiligheidsketen doorliep. In 2016 begon hij er als bouwadviseur brandveiligheid, waarna hij zich bekwaamde tot specialist brandveiligheid. “In die functie ontdekte ik al snel dat ik de combinatie van brandveiligheid en industriële veiligheid heel boeiend vond. De taakvelden raken elkaar onder andere bij projecten als opslaggebouwen voor gevaarlijke stoffen. Nadat mijn interesse voor de industriële veiligheid was gewekt, ben ik de SIV-opleiding (Specialist industriële veiligheid, red.) gaan volgen, die ik in 2023 heb afgerond. In mijn eerdere rollen was ik vooral bezig met veiligheid in de categorie risicorelevante bedrijven; vanaf 2023 kantelde mijn aandacht steeds meer naar de zwaardere risicocategorie Seveso. Vervolgens heb ik ruim twee jaar in de Seveso-adviespraktijk gewerkt. Toen de mogelijkheid om teamleider Risicobeheersing te worden op mijn bordje kwam, besloot ik die stap te zetten.”

Hechte samenwerking

Kijkend naar de Oost-5-regio’s (IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Twente, Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid), past volgens Blaauw enige bescheidenheid, want bij elkaar opgeteld zijn in de 5 veiligheidsregio’s circa 50 Seveso-bedrijven actief. Een zwaar IV-profiel zoals het Rijnmondgebied of Zuid-Limburg heeft Oost-Nederland dus niet, maar dat doet niets af aan het belang van kwalitatief goede advisering en toezicht. Het uitgangspunt is daarbij dat de IV-specialisten met hun deskundigheid zo veel mogelijk ‘een goed gesprek’ aangaan met bedrijven om de veiligheid bij Seveso-bedrijven te waarborgen en knelpunten op te lossen. Een ‘partnerschap’ met een coöperatieve benadering waar het kan en opschalen naar strenge handhaving waar het moet als de regels worden ontweken. Wel noodzaakt de geografie met een grote spreiding van Seveso-bedrijven tot meer samenwerking om de binnen de veiligheidsregio’s aanwezige IV-expertise zo doeltreffend en slim mogelijk in te zetten.

“Dat doet het samenwerkingsverband Oost-5 best goed”, stelt Blaauw vast. “Hoewel de gezamenlijke regio’s een omvangrijk werkgebied hebben, van noord naar zuid en van west naar oost, zijn grote afstanden geen enkele belemmering om IV-specialisten over en weer in te zetten voor adviesprojecten en inspecties. Samen vormen ze in wezen één groot gemeenschappelijk team. Maar adviseurs en inspecteurs zijn wel heel veel op pad, dus is er ook grote behoefte aan gezamenlijke contactmomenten zoals kennisdagen, om ervoor te zorgen dat we ook een team blijven en samen kennis en ervaringen te delen.”

Meerwaarde voor risicobeheersing

Het feit dat de IV-specialisten in Oost-5 veel op pad zijn in een groot werkgebied, heeft als keerzijde dat ze, zowel binnen de eigen organisatie als voor de buitenwacht, soms minder goed zichtbaar zijn. Blaauw ziet dat als een aandachtspunt in zijn rollen als teamleider en MO-lid. “Seveso-advisering en -toezicht en het aanwijzen en toezicht op bedrijfsbrandweren zijn in feite de enige wettelijke grondslagen voor het taakveld industriële veiligheid van de veiligheidsregio’s. De regiobesturen aan wie we verantwoording afleggen voor die taken, vinden het vanzelfsprekend dat die taken goed worden uitgevoerd, maar beseffen vaak niet welk netwerk van vakspecialisten met hoogwaardige kennis en deskundigheid achter dat werk schuilgaat. Wat doen die mensen nou eigenlijk precies en hoe dragen zij concreet bij aan het bevorderen van de fysieke veiligheid in de gemeenten en regio? Daar mogen we de regiobesturen best eens wat meer inzicht in geven. Op brandveiligheidsgebied gebeurt dat wel, maar in het taakveld IV naar mijn mening nog onvoldoende. ”

Hetzelfde geldt volgens Blauuw voor de interne organisatie van de veiligheidsregio’s. In zijn beleving zijn de verschillende taakvelden soms min of meer ‘organisatie-eilandjes’, met hun eigen opgaven en hun eigen specialistenteams. Maken die wel optimaal gebruik van elkaars kennis en kunde? In versterking van die synergie zijn in de beleving van Blaauw nog wel stappen te zetten.

“Als IV-specialisten veel op pad zijn, zijn ze minder makkelijk benaderbaar voor collega’s op andere taakvelden, zoals brandpreventie en ruimtelijke veiligheid, terwijl zij wederzijds veel aan elkaars kennis kunnen hebben. Bijvoorbeeld als het gaat om conceptueel denken en risicogericht werken bij advisering. Ik zie nu soms dat collega’s op brandveiligheid voor een bepaald vraagstuk extern op zoek gaan naar mensen met kennis en deskundigheid, terwijl ze binnen hun eigen organisatie ook collega’s hebben die die expertise hebben. Binnen de afdeling Risicobeheersing en binnen de veiligheidsregio als geheel kunnen we elkaars kennis in mijn ogen nog veel beter benutten. Daar wil ik samen met de managementcollega’s en de collega’s van de teams energie in gaan steken. Maar voorlopig heb ik ook zelf nog een weg af te leggen in verdere kennismaking met alle collega’s in dit mooie vakgebied, binnen Oost-5 en ook in de landelijke overlegstructuren.”