IV-pensionado’s blikken terug op carrière: “Trots op wat we hebben bereikt”
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, juli 2026
Drie specialisten industriële veiligheid, die gezamenlijk zo’n 60 jaar praktijk in risicobeheersing vertegenwoordigen, gaan de komende maanden van hun pensioen genieten. Dan de Bruijn en Mathin de Groot (Veiligheidsregio Zeeland) en Gerard Drenthen (Zuid-Limburg) delen een belangrijke gemeenschappelijke ervaring: trots kijken ze terug op de bijdrage die zij met hun passie en vakmanschap hebben mogen leveren aan de kwaliteit en professionaliteit van de IV-taken. En dus aan de veiligheid van de Nederlandse industrie.

Dan de Bruijn: van scheepvaart naar brandweer
Dan de Bruijn (64) kwam via een ‘natte omweg’ in het veiligheidsdomein terecht. Na de studie scheepswerktuigkunde aan de Zeevaartschool zat hij van 1983 tot 1988 op de ’grote vaart’. Omdat hij getrouwd was en hij en zijn vrouw graag kinderen wilden, werden reizen van zes tot negen maanden op zee een minder aanlokkelijk perspectief. “Toen in 1988 bij chemiebedrijf Hoechst ex-zeevarenden met werktuigbouwkundige ervaring werden gevraagd, ging ik definitief ‘aan land’. In 1990 ben ging ik naar Metalenfabriek Arkema in Vlissingen gegaan. Eerst als shiftmanager en later als productie engineer. In 2000 maakte ik de overstap naar milieu en veiligheid waar ik ook de bedrijfsbrandweer onder mijn hoede kreeg. In die periode werd de Brzo-regelgeving ingevoerd en werden de eerste Brzo-inspecties bij risicobedrijven gehouden. In mijn functie kreeg ik daar ook mee te maken en zo leerde ik de regionale brandweer kennen, waarmee ik een goede relatie opbouwde.”
In 2005 vond De Bruijn het tijd voor verandering en stapte hij over naar de Regionale Brandweer Zeeland. Daar ging hij aan de slag als Brzo-inspecteur en in 2008 ook als adviseur gevaarlijke stoffen. “Ik kijk op die tijd terug als echte pioniersjaren. Veel van de instrumenten waarmee we tegenwoordig ons inspectiewerk doen, hebben we in die tijd ontwikkeld; een gezamenlijke ontwikkeling van de eerste generatie IV-specialisten bij de veiligheidsregio’s, onder regie van wat toen nog het LEC BrandweerBRZO heette. Geweldig wat we in die jaren allemaal hebben opgebouwd en bereikt.”
Gevraagd naar mooie herinneringen aan zijn carrière, benoemt De Bruijn vooral de samenwerking en teamgeest in de specialistische disciplines waarvan hij deel mocht uitmaken. De Bruijn: “Bijzonder in Zeeland is daarbij ook het internationale perspectief van risicobeheersing, omdat de Zeeuwse haven- en industriegebieden rond de Westerschelde naadloos aansluiten op grote industrieclusters rond Gent in Vlaanderen. Ik heb ook veel contacten opgebouwd met havenautoriteiten en Rijkswaterstaat, niet alleen vanuit mijn IV-rol maar ook als AGS binnen MIRG, de Maritieme Incident Respons Group, vanaf het eerste uur. Dat team is op zijn beurt ook weer deel van een internationaal samenwerkingsverband met Engeland, Frankrijk en Scandinavië én werkt nauw samen met het MIRG-team van Rotterdam-Rijnmond.”
Die collegialiteit en internationale contacten zal De Bruijn missen als hij op 1 oktober afscheid neemt van de dienst. Maar wat blijft, is de herinnering aan een mooie tijd bij de brandweer, waarin hij zijn steentje heeft bijgedragen aan verbetering van de industriële veiligheid en specialistische brandweerrespons op zee. “Ik heb in de industrie echt veel dingen ten goede zien veranderen in mijn jaren als specialist IV. Een mooie ervaring is dat ik tijdens inspecties zag dat bedrijven meer vanuit een eigen drijfveer investeren in veiligheid aan de voorkant; niet omdat de regelgeving zegt dat ze dat moeten doen, maar omdat ze het zelf belangrijk vinden.”
Mathin de Groot: trots op kwaliteit
Behalve Dan de Bruijn neemt op 1 oktober ook Mathin de Groot afscheid van de Veiligheidsregio Zeeland, kort voordat hij 67 jaar wordt. Hij startte zijn brandweercarrière in 2009 in Terneuzen, nadat hij daarvoor 25 jaar werkzaam was in de industrie (Dow) en in de utiliteitsbouw, met als ondergrond de opleiding HTS B-Constructietechniek. De Groot: “Vanwege de toenemende werklast en het feit dat steeds meer projecten elders in het land waren, wilde ik ander werk dichter bij huis. De brandweer trok mij altijd al. Mijn vader zat bij de brandweer en zelf zat ik in mijn jeugd bij de jeugdbrandweer. In 2009 ging ik in Terneuzen aan de slag als specialist brandpreventie; er waren nieuwe mensen nodig voor brandveiligheidsinspecties. In 2014 stapte ik over naar de afdeling Industriële Veiligheid en stortte ik mij op het thema Brzo.”
De Groot heeft als motto: ‘meegewerkt aan en trots op het resultaat van de kwaliteitsverbetering binnen IV’. Samenwerking en participatie, tussen de veiligheidsregio’s onderling, maar ook tussen overheid en industrie, hebben dat resultaat mogelijk gemaakt. “Samen bereik je meer”, stelt De Groot. “Vooral binnen de Sector Milieu en Industrie hebben we veel mooie dingen bereikt, zoals de ontwikkeling van tal van PGS-documenten als basis voor de veiligheid van processen en installaties. Verder heb ik mogen meewerken aan het invoeren van uitgangspuntendocumenten (UPD, red.) voor brandbeveiligingsinstallaties in de industrie. Daar hebben we echt veel veiligheidswinst mee geboekt, want zo’n UPD geeft de kaders om vast te stellen of een bepaald type blus- of koelinstallatie daadwerkelijk het scenario aankan waarvoor het is ontworpen en gebouwd.”
De Groot heeft heel wat Seveso-inspecties uitgevoerd in Zeeland en de buurregio’s. Een gebied met grote clustering en diversiteit; niets is hetzelfde. En risico’s en scenario’s blijven veranderen, ziet hij, nu met de komst van steeds meer locaties voor ammoniakproductie en -opslag in het kader van de energietransitie. Hoe ziet hij de toekomst van de Seveso-inspecties? De Groot: “Zowel voor advisering als voor inspecties geldt dat het echt mensenwerk is. Maar ik zie wel trends dat dat gaat veranderen, door toenemend gebruik van kunstmatige intelligentie in combinatie met drones. Ik hoop van harte dat dat niet het beeld wordt van de inspecties van de toekomst: dat drones autonoom inspecties uitvoeren op chemieplants en dat inspectierapporten grotendeels met AI worden opgesteld. Want dan gaan naar mijn mening de zorgvuldigheid en het vakmanschap verloren. In de industriële veiligheid is het altijd maatwerk, op basis van samenwerking.”
Gerard Drenthen: groot netwerk professionals
In Zuid-Limburg heeft SIV’er Gerard Drenthen zijn laatste werkdag al achter de rug. Op 2 juli nam hij afscheid, na een werkzaam leven van 42 jaar. Dat begon na zijn HTS-studie chemische technologie in het gemeentelijk domein in Midden-Limburg, waar hij voor verschillende kleinere en grotere gemeenten werkte in de vergunningverlening en het milieutoezicht. In 1996 maakte hij een stap naar de toenmalige brandweerregio Midden-Limburg, die samen met buurregio Noord-Limburg vrijwilligers voor de functie leider meetplanorganisatie met chemische- en milieukennis vroeg. Uiteindelijk werden beide regio’s samengevoegd tot Limburg Noord.
Drenthen: “Ik wilde mij met mijn chemische kennis verder specialiseren in de brandweersector en die kans kreeg ik toen in Zuid-Limburg mensen werden gezocht voor het Brzo-toezicht bij de Brandweer Westelijke Mijnstreek, die later opging in de huidige Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Toen moest ik de functie meetplanleider in Limburg-Noord laten vallen, want dat ging niet meer samen. Ik vond mijn plek in de industriële veiligheid en werd deel van een groot netwerk van de veiligheidsregio’s in Limburg. Brabant en Zeeland, die voor de uitvoering van onder andere de Seveso-taken samenwerkten als ‘Zuid-6’. Met collega’s in dit netwerk heb ik mogen meewerken aan meerdere mooie producten, die uiteindelijk ook landelijk onder regie van het LEC IV zijn uitgerold, zoals de documenten en methodieken die het fundament zijn voor de Seveso-inspecties. In ons samenwerkingsgebied begonnen we ook al heel vroeg met het uitvoeren van gezamenlijke Seveso-inspecties.”

Limburg kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan industrie: natuurlijk het grote chemiecluster Chemelot in Sittard-Geleen, maar ook grote logistieke bedrijven die onder de Seveso-regelgeving vallen. “We hadden genoeg uitdagingen om de veiligheid in die diverse industriële omgeving te borgen”, vervolgt Drenthen. “Soms was het best een worsteling. Mooi is dat overheid en bedrijven elkaar op een gegeven moment beter zijn gaan vinden in een gemeenschappelijk gevoeld veiligheidsbelang. Dat heb ik vooral ervaren in de steeds betere samenwerking tussen Chemelot en de veiligheidsregio, nadat er jaren geleden diverse grotere incidenten plaatsvonden. Nu trekken we sterker samen op, ook in de voorbereiding op de rampenbestrijding, de specialistische incidentbestrijding bij chemische ongevallen en in het gezamenlijk informeren van burgers bij calamiteiten. In die zin hebben we qua samenwerking en professionalisering forse stappen gezet. De collegialiteit en het samen met andere professionals als team werken aan de verbetering van de veiligheid, zal ik wel missen, maar na een werkzaam leven van 42 jaar is het wel mooi geweest.”

