“De wisselwerking tussen preventie en repressie kan beter door van elkaar te leren”

Februari 2026

Op 2 oktober 2025 hield Lieuwe de Witte, lector Brandveiligheidskunde bij het NIPV, zijn lectorale rede. Hierin pleitte hij voor een herbezinning op de aanpak van brandveiligheid. We spraken hem over zijn 6 ambities en de verbinding tussen onderzoek, onderwijs en de praktijk.

Lieuwe de Witte, lector Brandveiligheidskunde bij het NIPV.
Lieuwe de Witte, lector Brandveiligheidskunde bij het NIPV.

Je hebt 6 ambities opgesteld om brandveiligheid toekomstbestendig te maken. Waarom is dat nodig?

In Nederland lijkt de brandveiligheid goed geregeld te zijn. We vertrouwen op regels, techniek, uitvoering en een solide systeem. We gaan ervan uit dat mensen zich gedragen zoals verwacht en dat risico’s onder controle zijn. Maar die vanzelfsprekendheid is een risico en maakt brandveiligheid kwetsbaar. Brandveiligheidsprincipes, zoals doelen en regels, zijn al decennia nauwelijks veranderd. Maar de samenleving verandert wel: in hoe we wonen, bouwen en zorgen. Ik wil niet wachten op een nieuwe ramp. Dus vandaar mijn pleidooi om bewuste keuzes in brandveiligheid te maken. Wat betekent die veranderende samenleving voor brandveiligheid en hoe moeten we daarmee omgaan? Ik heb 6 ambities geformuleerd waarop ik me de komende jaren ga richten. Deze ambities zijn:

  1. Regelgeving doorontwikkelen
  2. Kennis- en informatiepositie versterken
  3. Risico’s woonomgeving reduceren
  4. Brandveiligheid mensgericht benaderen
  5. Samenhang versterken tussen voorkomen, beperken, bestrijden en nazorg van brand
  6. Onderzoek, onderwijs en praktijk met elkaar verbinden.

Met welke van de 6 ambities ga je het eerst aan de slag? Wat is het meest urgent?

De ambities zijn allemaal even belangrijk. De laatste ambitie is de kern van mijn werk: wetenschap, onderwijs en praktijk met elkaar verbinden. Dit is een blijvende ambitie waar ook mijn hart ligt: hoe kunnen we onderzoek toegankelijk maken voor mensen in de praktijk en hoe kunnen we dat vertalen naar onderwijs? Met de andere vijf ambities zijn we al in meer of mindere mate begonnen, bijvoorbeeld met onderzoeken naar het reduceren van risico’s in de woonomgeving. Redelijk nieuw is het onderzoek naar brandveiligheid met oog voor de mens, waarin wordt gekeken naar gedragsaspecten.

Hoe deel je onderzoeksresultaten met mensen in de praktijk?

We proberen mensen uit de praktijk al te betrekken bij het onderzoek. Daarvoor werken we met Communities of Practice, om kennis met elkaar uit te wisselen. Daar zit een grote verbindende schakel richting de praktijk. Daarnaast worden ze betrokken via klankbordgroepen en kunnen ze meedenken over uitgangspunten en rapportages.. Ik vertel bijvoorbeeld ook over ons onderzoek in de vakraad Brandveiligheid van Brandweer Nederland en haal daar ook onderzoeksvragen op. Daarnaast nemen we deel aan diverse netwerken van Brandweer Nederland. Ook word ik regelmatig uitgenodigd door veiligheidsregio’s om over ons onderzoek te vertellen. En word ik benaderd door de media om te reageren op actuele incidenten.

Hoe krijgen de nieuwe inzichten een plek in het onderwijs van het NIPV?

Ik denk mee over de ontwikkeling van leerlijnen. Onze onderzoekers van de vakgroep Brandweerzorg helpen mee bij het ontwikkelen van onderwijs en sommigen zijn ook docent in een leergang, bijvoorbeeld de leerroute Brandonderzoek en diverse andere leerroutes Risicomanagement. Vroeger gaf ik zelf ook veel les, bijvoorbeeld in de specialisten- en officiersopleiding, maar sinds ik lector ben is dat wel minder geworden. Ik ben nog wel verbonden aan de vernieuwde post-hbo-opleiding Fire Safety Engineering, die in mei van start gaat.

Welke boodschap wil je ten slotte nog meegeven?

Eén van de ambities die ik nog wil uitlichten is de samenhang tussen risicobeheersing en incidentbestrijding versterken. De wisselwerking tussen preventie en de repressieve kant kan beter door van elkaar te leren. In het project ‘Leren van incidenten’ proberen we de cirkel rond te maken, zodat het leidt tot verbeteringen aan de voorkant, en niet alleen als evaluatiepunt aan het eind.