De Community of Practice Brand (CoP Brand) komt voort uit de studiegroep Brand die in 2015 is gestart. Samen met die studiegroep zijn experimenten bedacht, uitgevoerd en geduid en zijn de Basisprincipes van brandbestrijding ontwikkeld. De laatste jaren zijn er in de regio’s eigen vakgroepen of netwerken brand ontstaan. Met de CoP Brand is een doorstart gemaakt van de vroegere studiegroep Brand.
Wat doet de CoP Brand?
De CoP is een samenwerkingsverband van de lectoraten Brandweerkunde en Brandveiligheidskunde, het Centrum voor Opleiding en Vorming Brandweer (COVB) van het NIPV en de veiligheidsregio’s. De deelnemers zijn experts uit het brandweerveld, lectoren, docenten en onderzoekers van het NIPV, die met het vak brandbestrijding bezig zijn en het leren van incidenten. De CoP is geen vertegenwoordigend netwerk, zoals de andere netwerken die zich vooral met beleid(safstemming) bezighouden. De leiding van de veiligheidsregio’s ondersteunt de doelstellingen van de CoP. Op deze manier kan in gezamenlijkheid nieuwe vakkennis worden ontwikkeld en naar de regio’s worden gebracht.
Doelstellingen van de CoP zijn:
- Samen kennis over het vak brandbestrijding delen, bediscussiëren en (door)ontwikkelen, door middel van bijeenkomsten en een online omgeving.
- Bijdragen aan experimenten door meedenken in de voorbereiding, meedoen in de uitvoering en het duiden van de resultaten.
- Met elkaar delen van interessante onderzoeken, tools, presentaties, best practices uit de regio’s (netwerkfunctie).
Korte verslagen 2026
9 februari 2026: Standaard afwijking, hittestress, smoke stopper
Tijdens deze CoP stond de complexiteit van gebouwtypes en de toepassing van basisprincipes centraal. In de praktijk blijkt dat sommige situaties vragen om meer nuance dan de huidige standaard voorschrijft.
Er werd een update gegeven over onderzoek naar hoge gebouwen. Verschillende regio’s zijn al bezig met het aanpassen van hun inzetprotocollen, maar er is een duidelijke wens om te komen tot meer gezamenlijke uitgangspunten. Landelijke uniformiteit is niet het doel, maar afstemming in de basis wel.
Daarna presenteerden ze vanuit de Veiligheidsregio Twente hun eerste stappen richting een standaardafwijking voor woongebouwen. Zij stelden voor om aan de bestaande basisvragen de nieuwe vraag toe te voegen: “Wat is de mate van rookverspreiding?” Door deze vraag centraal te stellen, krijgt het beschermen van de vluchtweg een duidelijkere plek in de besluitvorming. Om deze verandering te borgen is het volgens hen belangrijk dat manschappen, bevelvoerders en OvD’s niet alleen nieuwe kennis opdoen, maar ook een andere mindset ontwikkelen.
Aan de hand van een aantal scenario’s werd onder andere gekeken naar situaties waarin rook zich in een ruimte bevindt. Daarbij stond steeds de vraag centraal wat je precies wilt bereiken. Er ontstond een levendige discussie over het moment en nut van ventileren en tegelijkertijd verkeerd ventileren de situatie juist verslechteren. Het benadrukt hoe belangrijk het is om exact te weten wat je doet en welke informatie beschikbaar is. Dat betekent ook dat de meldkamer tijdig op de hoogte moet zijn van mogelijke opschaling.
Bij het scenario rond rook in een compartiment werd ingezoomd op de informatiepositie van de eerste eenheden. Wat weet je eigenlijk al voordat je ter plaatse komt? Wanneer er slachtoffers op een verdieping zijn, is het al snel noodzakelijk om meerdere tankautospuiten op te roepen. De eerste TS kan immers pas echt starten wanneer de verkenning is voltooid. Vanuit dat perspectief werd gesproken over mogelijke handelingsperspectieven. De rol van de centralist is daarbij van grote waarde, omdat deze tijdig moet kunnen inschatten wanneer opschaling noodzakelijk is en daarnaar kan handelen.
Vervolgens werd er een er een vraagstelling neergelegd, een parkeergarage van ca. 17.000m2 met inzetdieptes van 65 meter. Daarin speelde vooral de vraag hoever je gaat met een binneninzet wanneer een sprinklerinstallatie de brand beheerst. Tot welke afstand is een binneninzet verantwoord? Wanneer de sprinklers de brand níet beheersen, is een binneninzet niet aan de orde. Het preventie concept er eigenlijk al op is gericht om bij dit soort situaties geen offensieve inzet te plegen. Ook hier is kennis van het pand en werkgebied essentieel.
Aansluitend werd stilgestaan bij het onderwerp hittestress, ingebracht door Marie Christine Plat namens Karlijn Herijgers. Daaruit kwam naar voren dat hitte een belangrijk aandachtspunt bij inzetten gezien de mentale effecten en fysieke belasting van het lichaam. Tot slot werden de resultaten gepresenteerd over het gebruik van de smoke stopper, als onderdeel van de rookgaskoeling experimenten. De experimenten bevestigde grotendeels het bestaande beeld in het werkveld. Er ontstond een inhoudelijke discussie over de operationele implicaties en het gebruik ervan. De algemene indruk was dat het toepassen van een rookstopper in veel situaties wenselijk lijkt.
Korte verslagen 2025
2 december 2025: defensieve binneninzet, vuistregels voor brandoverslag, manschap 3.0 en de noodprocedure
De zesde CoP begint met een korte samenvatting van de interactieve sessie van 24 september met betrekking tot de Defensieve Binneninzet (DBI) en een discussie gevoerd over risico’s versus nut. DBI blijkt complex en vraagt extra personeel, kennis, middelen en coördinatie. Het doel is het tegenhouden van branduitbreiding, maar er is discussie over definities: is elke actie in een gebouw per definitie offensief? Er wordt gepleit voor een strategisch model met tactische keuzes, inclusief ventilatie, en gebruik te maken van internationale inzichten. Een voorstel wordt gedaan voor een driedeling van het kwadrantmodel: offensief binnen, offensief buiten, defensief binnen/buiten. In het geheel moet arbeidsveiligheid en fysieke impact op brandweermensen worden meegenomen. Nieuwe risico’s bij branden voor de brandweermens zoals thuisbatterijen en elektrische installaties komen aan bod. Er wordt opgeroepen tot meer onderzoek naar hittestress.
Hierna wordt er gesproken over of en waar de vuistregels in de praktijk verschil maken. Ervaringen zijn beperkt; toepassing in onderwijs is vooral bij OvD, niet bij bevelvoerders. Er wordt gesproken over mogelijke vereenvoudiging van de vuistregel zodat deze makkelijker te kennen en in te zetten is door bevelvoerders. Anderzijds wordt de vraag gesteld de verantwoordelijkheid niet bij OvD moet worden gelaten. Wat ook meespeelt is dat de vuistregels bij defensief buiten nauwelijks worden geoefend, mede door oude gewoontes.
Het onderwerp branden in parkeergarages komt kort aan de orde. Er wordt benadrukt dat de inzet van minimaal één lage druk (liefst twee) nodig is. Als er meer dan één auto brandt of de brandende auto onbereikbaar is wijkt men af van standaard en laat men uitbranden. Afmetingen en het vermogen bij brand van auto’s vergroten kans op brandoverslag; ook aandacht voor materialen boven voertuigen zoals piepschuim en elektraleidingen.
Er wordt een update gegeven over Manschap 3.0, de herziening van het onderwijs. De werkwijze dit is gehanteerd wordt toegelicht waarbij ze zijn begonnen met de leerdoelen op een rij te zetten en de vraag te stellen welke kennis en kunde is hiervoor nodig? De focus gaat liggen op basisvaardigheden en ‘need to know’. Momenteel zit er veel ‘nice to know’ in de verplichte en getoetste stof. Dit geeft ruimte voor meer praktijk, minder verslagen en meer leerwerkplekopdrachten. De nieuwe opzet en indeling wordt doorgenomen en de reacties van de aanwezige zijn positief. Wel wordt de voetnoot meegegeven om kritische vragen te blijven stellen: wat is het gewenste resultaat, wat moet een beginnend beroepsbeoefenaar kennen en kunnen? Wat leren we ze niet (meer) en zijn we ons bewust wat zijn de (eventuele) gevolgen daarvan zijn? Wanneer is het basis versus specialisme, en vragen we niet te veel van specialisten?
Het voorstel voor een Noodprocedure Brand (RSTV) wordt gepresenteerd: van noodknop naar “Mayday”-protocol. Afstemming aan de voorkant is belangrijk; oproep om bestaande werkwijzen te delen. Dit concept is vastgesteld door de Vakraad Incident bestrijding.
Na een informele terugkoppeling van het werkbezoek aan Wales sluiten we de CoP af met een rondvraag.
24 september 2025: defensieve binneninzet en introductie vuistregels voor brandoverslag
De vijfde CoP-bijeenkomst startte met een introductie van het denkkader van de defensieve binneninzet door Ruud van Liempd (NIPV). Daarna vertelde Joost Ebus over zijn ervaringen met een binneninzet als bevelvoerder, zijn overwegingen en leermomenten. Lars de Niet presenteerde verschillende casussen uit Haaglanden met aandacht voor succeservaringen, leermomenten en aandachtspunten. Zijn boodschap was: “Als offensief binnen niet meer verantwoord is, moet je anders gaan kijken, anders denken, anders doen. En ook ‘nee’ durven zeggen als de inzet te risicovol is.”
Volgens het kwadrantenmodel zijn er twee doelstellingen van de defensieve binneninzet, die gelden voor twee verschillende gebouwtypen: 1. Een veilige evacuatie ondersteunen (dit geldt vooral in woongebouwen en zorggebouwen en 2. Het voorkomen van branduitbreiding in een groot gecompartimenteerd gebouw. Deze bijeenkomst was vooral gericht op de tweede doelstelling.
Tijdens een interactieve sessie werden in groepen vier posters ingevuld met de thema’s: stoplijn, fognail, andere methoden en wat we moeten weten. Uit de posters kwamen de volgende bevindingen:
- Het doel van een defensieve binneninzet is de brand te stoppen. Een defensieve binneninzet is niet altijd defensief en binnen. De inzet komt in aanmerking als er geen mogelijkheden zijn om 3x ja te antwoorden op de drie basisvragen. Een defensieve binneninzet is geen standaard inzet. De inzet vraagt coördinatie, menskracht, geoefendheid en andere technieken. Er is nog weinig ervaring mee en dat betekent dat we ervaringen moeten blijven delen om samen te leren.
- Waar en hoe een defensieve binneninzet toe te passen, hangt af van het subdoel: brand blussen, brandoverslag en -doorslag voorkomen of rookverspreiding voorkomen. Hoe en waar een stoplijn gemaakt wordt, hangt af van het gebouw. Een stoplijn loopt van boven naar beneden en kan gemaakt worden door het inzetten van fognails, uhd, waterkanon, fire defender, drone en/of robot.
- Bij een defensieve binneninzet zijn overzicht van de situatie en een gedeeld beeld essentieel. Daarvoor is kennis nodig van basisprincipes, kenmerkenschema, brandverloop, rookgasontbranding, gebouw en constructie, doel van de inzet, risico’s, weten wat wel/niet kan, en de verschillende technieken om een stoplijn te maken en middelen te hanteren.
- Een defensieve binneninzet kost veel tijd, middelen en mensen (ook om alles en iedereen op de juiste plaats te krijgen).
Op 2 december wordt naar aanleiding van bovenstaande uitkomsten een discussie gevoerd over nut versus risico’s van de defensieve binneninzet.
Aan het eind van de bijeenkomst werd door lector Brandveiligheidskunde Lieuwe de Witte een introductie geven van de vuistregels voor brandoverslag. Ook deze krijgt in de bijeenkomst op 2 december 2025 een vervolg: waar maken ze in praktijksituaties het verschil en waar wringen ze? En wat betekenen de praktijkervaringen voor onderwijs en doctrine? Daarnaast staan in december de Noodprocedure brand en de ontwikkeling van Manschap 3.0 op de agenda.
2 september 2025: resultaten experimenten rookgaskoeling
Op de vierde bijeenkomst van de CoP Brand werden de resultaten van de experimenten rookgaskoeling, die eind april/begin mei plaatsvonden gepresenteerd en werd de duiding hiervan besproken. Het rapport met de bevindingen wordt naar verwachting in november 2025 gepubliceerd op de pagina Rookgaskoeling. Er zal dan ook een nieuwsbericht over verschijnen.
24 juni 2025: basisbrandweerzorg, specialisme gebouwbrandbestrijding en brandbestrijding bij hoge gebouwen
In de derde bijeenkomst van de CoP Brand heeft Ruud Beeren het ontwikkelproces om te komen tot behapbare basisbrandweerzorg in Veiligheidsregio Limburg-Noord toegelicht. De regio heeft als behapbare basisbrandweerzorg gedefinieerd: 1. offensief optreden bij woningbranden en alles wat qua aard en omvang vergelijkbaar is en 2. defensief buiten optreden bij objecten die niet vergelijkbaar zijn. De basiszorg bij hulpverlening betreft noodstabilisatie en noodbevrijding. De specialistische brandbestrijdingseenheid (SBE) is gericht op vier maatscenario’s: bouwwerken met lange en grote inzetdieptes, constructiebranden, niet uitslaande branden in grote brandcompartimenten en grote gesprinklerde brandcompartimenten. Bij THV is beknelling is een specialisme.
De behoefte van de CoP-deelnemers is om de beschikbare meest voorkomende scenario’s die afwijken van de basis (standaardafwijkingen in de sturingsdriehoek) met elkaar te delen en als CoP verder te ontwikkelen. Dit is ook van belang voor het leveren van specialistische bijstand aan elkaar. Dit is opgenomen in de termijnagenda.
Alexander Kamermans heeft daarna een presentatie gegeven die bevelvoerders in Veiligheidsregio Haaglanden gekregen hebben naar aanleiding van verschillende branden in hoge gebouwen. Haaglanden heeft op basis van het Handboek Brandbestrijding Hoogbouw hoger dan 70 meter van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een eigen handboek opgesteld voor gebouwen van 20-70 meter. In de praktijk blijkt brand vaak niet het probleem, maar overzicht, beeldvorming, rookverspreiding en (steeds verschillende) voorzieningen. Als inzetprocedure wordt VRICOL (Verkenning, Redding, Interventie, Compartimentering, Ontruiming, Logistiek) gebruikt. Interessante ontwikkeling is dat de afdeling risicobeheersing van Haaglanden bezig is met het ontwikkelen van een ‘risicodiamant’ om daarmee duiding te geven aan de risico’s per gebouw zodat deze voor de incidentbestrijders duidelijk zijn.
Vanuit de CoP kwam het voorstel om op basis van de handboeken van de veiligheidsregio’s Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden en Amsterdam-Amstelland een landelijk Handboek brandbestrijding hoge gebouwen op te stellen, dat iedere regio kan aanpassen aan de eigen situatie. Ook dit voorstel is geagendeerd.
14 april 2025: Brandweercultuur en het leren van incidenten, simulaties en pretest experimenten rookgaskoeling
In de tweede bijeenkomst van de CoP Brand heeft Karin Dangermond het onderzoek ‘Brandweercultuur en leren van incidenten’ toegelicht, dat zij samen met Margo Karemaker uitvoert. Doelstelling van het onderzoek is inzichtelijk maken op welke wijze de brandweercultuur het (mono) nabespreken van incidenten door brandweermensen stimuleert dan wel belemmert. Naar aanleiding van de presentatie hebben enkele CoP-deelnemers hun eigen ervaringen rondom nabespreken ingebracht. Het onderzoek bouwt voort op het Belevingsonderzoek repressief brandweerpersoneel 2021, waarin 67% aangeeft zich veilig te voelen. Vrijwilligers ervaren meer veiligheid dan beroeps, manschappen meer dan officieren. De ervaren veiligheid daalt flink na 5 jaar in dienst te zijn. In het huidige onderzoek wordt in groepsgesprekken uitgevraagd wat aan deze verschillen ten grondslag ligt en worden de brandweercultuur- en gedragsveranderingsaspecten verder uitgediept.
Omdat experimenten veel tijd kosten, is het waardevol om simulaties uit te voeren. NIPV-onderzoeker Pim van Rede heeft de simulaties toegelicht die voor de experimenten rookgaskoeling zijn uitgevoerd. Hij heeft uitgelegd in hoeverre deze accuraat de experimentresultaten voorspellen. De eerste resultaten van de simulaties zijn positief. Mogelijk kan CFD als tool bij het voorbereiden van experimenten als standaard opgenomen worden.
Projectleider van de experimenten rookgaskoeling Rijk van den Dikkenberg heeft een presentatie gegeven over de opzet en condities van de experimenten en het veiligheidsprotocol. Daarna heeft hij de bevindingen van de pretest gedeeld. In een workshop op het FSS-congres worden de eerste resultaten van de experimenten rookgaskoeling gedeeld. Op 24 juni worden tijdens de volgende CoP Brand-bijeenkomst de resultaten bediscussieerd.
De bijeenkomst sloot af met de oproep wie een aanzet wil doen voor het beschrijven van de afwijkingen van de standaard en daarbij behorende handelingsperspectieven. Verder is door de CoP-deelnemers de behoefte geuit om de specialismen brand op de agenda te zetten.
10 februari 2025: Startbijeenkomst
Op 10 februari is de vroegere studiegroep Brand doorgestart in de vorm van de nieuwe Community of Practice Brand (CoP Brand). Met 26 deelnemers, die 14 veiligheidsregio’s vertegenwoordigden, was de bijeenkomst goed bezocht.
In de bijeenkomst is allereerst aandacht besteed aan de doelstellingen van de CoP. Daarna is een presentatie gegeven over de experimenten rookgaskoeling, die van 28 april t/m 2 mei 2025 plaatsvinden op Troned. Na een terugblik op de opzet en uitkomsten van de eerdere experimenten in 2019, is de conceptopzet van de rookgaskoelingsexperimenten in 2025 toegelicht en was er de gelegenheid om deze te bediscussiëren. De waardevolle reacties van de CoP-deelnemers zijn meegenomen in het definitieve onderzoeksplan.
Daarna is aan de orde gekomen welke onderwerpen de CoP verder graag wil bespreken. De volgende onderwerpen werden genoemd:
- Basisprincipes plus
Denk hierbij aan het opstellen van standaardafwijkingen voor een paar veel voorkomende gebouwbranden, zoals woongebouwen, hoge gebouwen en grote compartimenten. En aan het aanscherpen van de verkenningsvragen met rookverspreiding. - Rookverspreiding en ventilatietechnieken
- Handelingsperspectieven voor nieuwe ontwikkelingen in de bouw, o.a. naar aanleiding van het rapport ‘Brandveiligheid van verduurzaamde en snel gerealiseerde woningen. De rode draad uit branden in de gebouwschil’.
Contact
Heeft u een vraag over dit onderwerp?
Neem contact met ons op via dit formulier. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor correspondentiedoeleinden.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht
