Factoren die samenhangen met woningbranden

In dit onderzoek worden de kenmerken van huishoudens, woningen en buurten die verband houden met woningbrandmeldingen in Nederland geanalyseerd.

Publicatiedatum 27 oktober 2026

Samenvatting

Woningbranden vormen een bedreiging voor de openbare veiligheid, maar er is tot op heden beperkt onderzoek gedaan naar de factoren die samenhangen met het ontstaan ervan. In dit onderzoek worden de kenmerken van huishoudens, woningen en buurten die verband houden met meldingen van woningbrandincidenten in Nederland geanalyseerd. Met behulp van nationale brandincidentgegevens uit 2022 van het Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS), gekoppeld aan microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), werden meer dan 7 miljoen huishoudens onderzocht, waarvan bij 5.622 een gemelde woningbrand plaatsvond.

Woningkenmerken

Multivariate logistische regressie, waarbij meerdere voorspellende variabelen tegelijkertijd worden gerelateerd aan de te verklaren variabele, liet zien dat de kans op een woningbrand groter was bij oudere woningen. Voor woningen van vóór 1960 was deze kans 2,3 keer zo groot als voor woningen gebouwd vanaf 2000. Voor woningen uit 1960-1979 was de kans 1,8 keer zo groot en voor woningen uit 1980-1999 1,4 keer zo groot vergeleken met woningen gebouwd vanaf 2000. In vrijstaande woningen was de kans op een woningbrandmelding 1,9 keer zo groot als in appartementen. Voor twee-onder-een-kapwoningen was deze kans 1,2 keer zo groot. Bij rijtjeswoningen was de kans juist kleiner vergeleken met appartementen, ongeveer 16%.

Kenmerken huishoudens

Huishoudens met kinderen hadden een grotere kans op een woningbrandmelding. Zowel voor huishoudens met kinderen van 0-11 jaar als voor huishoudens met kinderen van 12-18 jaar was deze kans ongeveer 1,3 keer zo groot als voor huishoudens zonder kinderen in de betreffende leeftijdsgroep.

Huishoudens met lagere inkomens hadden een grotere kans op een woningbrandmelding. Voor de 25% huishoudens met de laagste inkomens was de kans 1,5 keer zo groot als voor de 25% huishoudens met de hoogste inkomens. Voor huishoudens in de daaropvolgende inkomensgroep (26e tot 50e percentiel) was deze kans ongeveer 1,2 keer zo groot. Voor huishoudens tussen het 51e en 75e inkomenspercentiel was er geen aantoonbaar verschil met de hoogste inkomensgroep. Een migratieachtergrond bleek slechts zwak samen te hangen met het brandrisico, wat suggereert dat gedragsmatige of culturele factoren mogelijk een betere verklaring bieden. Huishoudens waarin alle volwassenen jonger dan 40 jaar waren én sprake was van zorgafhankelijkheid, hadden een 2 keer zo grote kans op een woningbrandmelding als huishoudens van dezelfde leeftijd zonder zorgafhankelijkheid. Bij huishoudens met oudere volwassenen werd de samenhang tussen zorgafhankelijkheid en woningbrand steeds kleiner. Vanaf 65 jaar was er geen aantoonbaar verschil meer tussen huishoudens met en zonder zorgafhankelijkheid. Een huishouden is in dit onderzoek zorgafhankelijk wanneer ten minste één persoon gebruikmaakt van Wmo-ondersteuning, wijkverpleging, zorg voor een zintuiglijke beperking en/of een Wlz-indicatie heeft.

Brandpreventiestrategieën

De bevindingen onderstrepen het belang van gerichte brandpreventiestrategieën, in het bijzonder voor kwetsbare groepen en woningtypen met een verhoogd risico. Beperkingen van het onderzoek zijn onder meer het ontbreken van gedragsgegevens en het feit dat (kleine) branden mogelijk niet geregistreerd worden.


Heeft u een vraag over dit onderzoek?

Neem contact met ons op via dit formulier. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor correspondentiedoeleinden.

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.