Toekomstbestendige brandweerzorg: focus op bovenregionale samenwerking
20 april 2026
De landelijke brandweerspecialismen zijn tijdens de eRIC Beurs de blikvangers op de stand van het NIPV. Deze bovenregionaal georganiseerde specialistische brandweerteams worden ingezet bij grootschalige en complexe incidenten, zoals calamiteiten met gevaarlijke stoffen en instortingen. De komende jaren krijgt de structuur voor grootschalige incidentbestrijding en bovenregionale samenwerking een stevige upgrade. Want maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende dreigingen en crisisscenario’s vragen steeds meer van de veiligheidsregio’s, qua capaciteit, slagkracht en kennis, vertellen Piet Verhage en Dennis van Zanten.
Dit artikel is geschreven door Rob Jastrzebski, in opdracht van expo Rampenbestrijding, Incidentmanagement & Crisisbeheersing (eRIC). Bezoek onze stand op 22 en 23 april op de beurs.

‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ is een van de zo genoemde ‘Grote werken’ die de veiligheidsregio’s en de brandweerkolom moeten klaarstomen voor de hulpvragen van morgen. Het programma komt voort uit de conclusies en aanbevelingen van de Commissie Muller die in 2020 de Wet veiligheidsregio’s evalueerde. De conclusie in een notendop: het stelsel van crisisbeheersing en brandweerzorg is vooral geënt op de bestrijding van relatief kortdurende en lokale incidenten en crises. Maar voor een effectieve respons bij grootschalige en (zeer) langdurige rampen en crises zijn nieuwe stappen nodig; zo is de bovenregionale samenwerking nog te vrijblijvend en ontbreekt het aan een ‘construct met bovenregionale doorzettingskracht’ voor grootschalige rampen waarbij schaarste aan hulpverleningscapaciteit ontstaat. Die ‘gaten in het stelsel’ moeten de komende jaren worden gedicht.
Meegroeien
“Anno 2026 zijn we 12 jaar op weg met geregionaliseerde brandweerkorpsen, die in het leven werden geroepen om de beschikbare brandweercapaciteiten effectiever en slimmer te kunnen inzetten. Maar de ontwikkeling van dreigingen en risico’s vraagt om verdere doorontwikkeling”, schetst Dennis van Zanten, programmadirecteur Toekomstbestendige Brandweerzorg. “De veiligheidsregio’s en de brandweer moeten meegroeien met maatschappelijke veranderingen, maar die gaan nu in een dermate exponentieel tempo, dat we die met de huidige organisatie voor grootschalig en specialistisch optreden niet goed kunnen bijbenen. We moeten dus een paar stappen harder gaan lopen om onze organisatie beter voor te bereiden op nieuwe dreigingen en scenario’s.”
Van Zanten wijst ter illustratie op de toenemende kans op onbeheersbare en gelijktijdige natuurbranden door klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, maar ook geopolitieke en militaire dreigingen. “Die laatste trend betekent ook dat Defensie in het kader van haar derde hoofdtaak Nationale Operaties minder capaciteiten beschikbaar kan hebben voor ondersteuning van de civiele crisisbeheersing. Daardoor komen meer taken op het bordje van de veiligheidsregio’s terecht. En wat betekent het voor de brandweer als zij ook taken krijgen toebedeeld in de regionale weerbaarheidsnetwerken met noodsteunpunten? Dat vraagt ook extra capaciteit.”
‘Gap analyse’
Bij de noodzakelijke versterking draait het om kennis, capaciteit en slagkracht, maar ook om doorzettingskracht voor het prioriteren en sturen van de inzet bij crises en rampen met een bovenregionale impact. Piet Verhage, teammanager Operationele Organisaties bij het NIPV, licht toe welke stappen daartoe nu worden gezet: “Om een goed beeld te krijgen van wat Nederland kan overkomen aan grootschalige en complexe rampen en crises, gaat het ministerie van Justitie en Veiligheid een landelijk dekkingsplan opstellen, op basis van de Rijksbrede Risicoanalyse (RbRa). In de RbRa zijn 60 scenario’s beoordeeld. Daarvan er zo’n tien het meest relevant voor de veiligheidsregio’s. Op korte termijn worden scenario’s uitgewerkt voor gelijktijdige natuurbranden, rivieroverstroming, chemisch ongeval (zoals lekkage ammoniaktransport) en grootschalige redding na instorting.”
Het landelijk dekkingsplan wordt volgens Verhage de basis waarop capaciteiten, slagkracht en crisisorganisatie moeten worden geprepareerd. Een vervolgstap is het uitvoeren van een ‘GAP analyse’. “Door te inventariseren wat er op dit moment landelijk beschikbaar is aan capaciteit en slagkracht en wat er nodig is om de vastgestelde scenario’s effectief aan te kunnen, zien we hoe groot het gat is dat gevuld moet worden. Met andere woorden: welke extra materiële en personele capaciteit en welke kennis en kunde is aanvullend nodig om klaar te zijn voor de rampen van morgen?”

‘Sturend construct’
De landelijke specialismen, zoals de teams Specialisme Technische Hulpverlening (STH), Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS), Logistiek en Ondersteuning, Natuurbrandbeheersing, Operationele informatievoorziening en Digitale Verkenning, spelen volgens Van Zanten en Verhage een belangrijke rol in het nieuw op te stellen landelijk dekkingsplan. Maar er moet meer gebeuren. Het specialisme Scheepsincidentbestrijding is nog in ontwikkeling en ook op het niveau van sturing en borging zijn volgende stappen nodig.
Dennis van Zanten: “In de huidige situatie is er geen goede structuur om op bovenregionaal niveau te sturen in capaciteit. Stel dat zich op enig moment, in een periode van grote droogte, twee grote natuurbranden gelijktijdig voordoen gedurende 72 uur. Dan zullen alle betrokken regio’s gelijktijdig een beroep doen op interregionale bijstand. Als landelijk onvoldoende capaciteit beschikbaar is, is er nu geen orgaan met doorzettingskracht dat kan prioriteren in de hulpvraag en eenheden kan toewijzen aan de regio of regio’s waar inzet het meest urgent en zinvol is. We hebben onder de vleugels van het KCR2 wel een Landelijk Actiecentrum Brandweer, maar dat is een coördinerende staf zonder doorzettingskracht. Zo’n construct moet er wel komen, binnen de randvoorwaarden van autonoom blijvende veiligheidsregio’s en beslist geen nationale brandweer.”
Naast bovenregionale samenwerking en doorzettingskracht is het volgens Verhage en Van Zanten ook zaak de al beschikbare kennis, kunde en capaciteiten slimmer in te zetten. Daar zijn de inmiddels gevormde landelijke brandweerspecialismen een mooi voorbeeld van. Op de stand van het NIPV kunnen beursbezoekers er alles over te weten komen.
