Veiligheidsregio’s gaan kwaliteit taken industriële veiligheid monitoren
Nieuws van het LEC Industriële Veiligheid, februari 2026
Hoe staat het ervoor met de uitvoering van de industriële veiligheids (IV)/Seveso-taken van de veiligheidsregio’s? Wat gaat goed en wat kan beter? Om die vragen te kunnen beantwoorden, gaan de veiligheidsregio’s met ingang van dit jaar de kwaliteit van hun advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving (A-VTH) monitoren. Door de uitvoeringstaken aan de hand van uniforme ‘prestatie-indicatoren’ langs de meetlat te leggen, krijgen de veiligheidsregio’s inzicht in hun prestaties en houvast om hun IV-taken verder te professionaliseren. Bovendien is de jaarlijkse monitoringrapportage een mooi instrument om van elkaar te leren en kennis en best practices met elkaar te delen.

Eerste fase van start gegaan
Het initiatief voor de kwaliteitsmonitoring ligt bij het LEC Industriële Veiligheid (LEC IV) en Netwerk Industriële Veiligheid (IV). Met een tweetal start-up-bijeenkomsten in november en januari is de eerste fase van het project van start gegaan. In die fase wordt geïnventariseerd in hoeverre nu al op onderdelen gegevens over de uitvoering van de A-VTH-taken worden vastgelegd en worden uniforme prestatie-indicatoren vastgesteld. Zulke indicatoren om de kwaliteit te meten en te toetsen waren er tot nu toe nog niet. In de volgende fasen worden een monitoringplan, te gebruiken tools en een format voor rapportage ontwikkeld en worden afspraken gemaakt over hoe de resultaten kunnen dienen als input voor verbetering.
Professionalisering VTH
De aanleiding voor het monitoringproject is een grote professionaliseringsslag in het VTH-stelsel van de omgevingsdiensten in de afgelopen jaren. In 2021 oordeelden de commissie-Van Aartsen en de Algemene Rekenkamer dat vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de omgevingsdiensten haperden, als gevolg van versnippering, vrijblijvendheid en gebrek aan regie en expertise. Het rapport was de aanzet tot het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel, met als inzet de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen en de samenwerking met partners te versterken.
De veiligheidsregio’s, als VTH-partners van de omgevingsdiensten, werden niet in het onderzoek van de commissie-Van Aartsen betrokken. Het Netwerk IV is echter van mening dat ook de veiligheidsregio’s de kwaliteit en professionaliteit van hun advies- en VTH-taken verder kunnen verbeteren. Monitoring is de eerste stap om invulling te geven aan die ambitie.
Doelstellingen
De opzet van de monitoring is dat de veiligheidsregio’s jaarlijks de kwaliteit van hun A-VTH-taken meten en vastleggen, met meerdere doelstellingen. Ten eerste geven de resultaten inzicht in de kwaliteit, zodat verantwoording kan worden afgelegd aan het bestuur van de veiligheidsregio, samenwerkingspartners en andere belanghebbenden. Bovendien kan aan de hand van de resultaten worden vastgesteld in hoeverre de kwaliteit van de werkzaamheden verbetering behoeft en welke goed lopende processen behouden kunnen worden. Een volgend doel is dat de regio’s onderling kun kwaliteit kunnen vergelijken en van elkaar kunnen leren ten aanzien van werkprocessen en best practices. Ten slotte leidt het werken met uniforme indicatoren tot uniforme werkprocessen, waardoor de samenwerking tussen regio’s wordt bevorderd.
Als de kaders, waaronder de prestatie-indicatoren, zijn vastgesteld, kan worden gestart met monitoring. In 2027 moet de eerste rapportage een feit zijn. Gestart wordt met een eenvoudige rapportage. In de volgende projectfasen wordt onderzocht of meer geavanceerde software nodig is om de monitoring uit te voeren en te rapporteren.

