Leidinggeven in de chaos
4 maart 2026
Als afdelingsmanager Risicoadvisering, Hoofd Officier van Dienst, (inmiddels) Leider COPI bij Veiligheidsregio Hollands Midden en Safety Officer bij USAR.nl geeft zij dagelijks richting aan complexe crisissituaties. Met haar nieuwe functie als Leider CoPI staat Claudia Prins-van Baar midden in het crisisveld.

Van vrijwilliger naar crisisleider
Claudia’s motivatie om de opleiding Leider CoPI te volgen, wortelt diep. Al vanaf haar achttiende is zij actief als vrijwilliger bij de brandweer. “Leidinggeven heeft me altijd al geïntrigeerd,” vertelt ze. “Op een gegeven moment zie je dat incidenten onderdeel zijn van een groter geheel. Dan komt de vraag: hoe geef je richting aan een crisisorganisatie tijdens een groot incident? En wat maakt dat iets wel of niet werkt?” Die nieuwsgierigheid naar het grotere plaatje en naar effectief leiderschap vormde de belangrijkste drijfveer om zich verder te ontwikkelen richting leider CoPI.
Verwachtingen versus verdieping
De opleiding sloot goed aan bij haar verwachtingen. Door haar jarenlange operationele ervaring was de CoPI -omgeving bekend terrein. Toch bracht de opleiding een belangrijke verdieping. “In de praktijk weet je vaak wát er moet gebeuren. In de opleiding ga je veel meer de diepte in: het doorgronden, het bewust toepassen en het zien van samenhang en afhankelijkheden tussen de hulpverleningsorganisaties en partners.”
Waar de functie van leider CoPI soms wordt weggezet als ‘alleen een voorzittersrol’, ontdekte Claudia juist de complexiteit erachter. “Er zit veel meer complexiteit en nuance achter dan ik in eerste instantie dacht. Die vond ik ontzettend interessant.”
De stap naar de functie kwam niet vanzelf. “Je moet gewoon solliciteren op een piketrol. Natuurlijk weten mensen wat je ambitie is, maar het moet wel bij je passen. Het gaat ook om de vraag: hoe verhoudt deze functie zich tot wie je nu bent en wie je wilt worden?”
Leiderschap: sturen én loslaten
Een belangrijke les uit de opleiding is het spanningsveld tussen inhoud en leiderschap. “Je leert hoe je voorkomt dat je bemoeit met de expertise van de hulpverleningsdiensten. Je laat anderen hun vak uitoefenen.” Als leider CoPI neem je het incident mee als bagage en ervaring, maar laat anderen hun vak uitoefenen.” Dat vraagt om loslaten, maar ook om begrenzen. “Ruimte geven waar het kan, maar ook zeggen: we moeten wel door.”
Volgens Claudia werkt ervaring hierbij in je voordeel. “Je hebt al veel gezien en gedaan, daardoor raak je minder snel van je stuk. Je moet overzicht creëren in de chaos, en dat vraagt iets van je als mens en als leider.”
Van structuur tot zelfreflectie
Herkenbaar waren voor Claudia de BOB-structuur en de invloed van teamdynamiek: hoe je onder tijdsdruk mensen effectief inzet en de balans vindt tussen ruimte geven en begrenzen. Nieuw was voor haar crisis-gogme dat helpt om overzicht te creëren en incidenten te analyseren. “Dat helpt enorm om het goede gesprek te voeren in de COPI-bak.”
Daarnaast werd ze zich nog bewuster van haar eigen invloed. “Je wordt direct gespiegeld. Wat jij doet, heeft effect op het team. Ben jij chaos, dan zie je dat terug. Straal je rust uit, dan volgt het team.”
Wat is een ‘goed einde’?
Wat Claudia zo aanspreekt in haar rol, is leidinggeven onder druk, met als doel iedereen zo goed mogelijk door de crisis heen te loodsen. Maar wat is eigenlijk een goed einde? “Dat wordt bepaald door de coördinatie. Doelmatigheid en doeltreffendheid spelen daarin een grote rol: is het goed gegaan, of is het goed gedaan?”
Daarover blijven reflecteren is essentieel, vindt zij. “Het gaat niet over goed of fout. Iedereen handelt met de beste intenties. De vraag is: hebben we gedaan wat nodig was?”
Inzichten voor de praktijk
De belangrijkste inzichten die Claudia meeneemt naar haar werkpraktijk zijn helder:
- Ruimte geven aan de expertise van elk CoPI -lid, met duidelijke grenzen
- Onder tijdsdruk gezamenlijk tot besluiten komen
- En als leider CoPI mensen goed kunnen lezen
“Sociale competenties zijn cruciaal. Je hanteert net weer een andere leiderschapsstijl Je werkt met verschillende disciplines, elk met hun eigen taal en nuances. Die verschillen herkennen en benutten, dát maakt goede samenwerking mogelijk.
Een les die blijft hangen: leidinggeven in crisis draait niet alleen om besluiten nemen, maar vooral de denkkracht van het team te benutten. En op zo’n wijze dat ze de volgende keer weer met je willen werken.”
