Samenvatting
In dit onderzoek staat de vraag centraal naar de herkomst van het begrip whole of society en de betekenis die hier in de loop van de jaren aan is gegeven. Voor het beantwoorden van deze vraag zijn documenten van internationale organisaties geraadpleegd, alsook beleidsdocumenten van de Nederlandse overheid. Daarnaast is gebruikgemaakt van enkele wetenschappelijke artikelen, onderzoeksrapporten en nieuwsberichten, voor zover deze nuttig waren ter verduidelijking. In deze samenvattende conclusie volgen de belangrijkste bevindingen.
Herkomst
Voor zover wij hebben kunnen nagaan, is het begrip whole of society voor het eerst in 2009 gebezigd door de WHO in een handleiding die bedoeld was voor overheden en bedrijven ten behoeve van de voorbereiding en respons op een pandemie. Nadien komt het begrip ook in andere beleidsdocumenten voor, vaak in combinatie met het begrip whole of government. Waar het bij het begrip whole of government gaat om een effectieve(re) samenwerking tussen overheden, gaat de whole of society een stap verder. Bij de whole of society gaat het primair om samenwerking, niet alleen tussen overheden, maar ook mét bedrijven en het maatschappelijk middenveld, en specifiek ten behoeve van de voorbereiding en respons op crisissituaties. Deze samenwerking kan niet pas ontstaan wanneer een crisissituatie dreigt of zich aandient. De basis zal al moeten worden gelegd in ‘vredestijd’ of het ‘normale’. Daartoe is volgens Niinistö een mentaliteitsverandering nodig, om het vertrouwen op te bouwen dat overheden, bedrijven én het maatschappelijk middenveld gezamenlijk in staat zijn een crisissituatie te doorstaan. Het gaat om vertrouwen in politieke instituties, maar ook om vertrouwen in de kracht van de samenleving.
Betekenis
Uit de geraadpleegde documenten blijkt, dat de betekenis van het begrip whole of society in de loop van de jaren een steeds bredere invulling heeft gekregen. In meer recent
verschenen documenten wordt behalve aan NGO’s, bijvoorbeeld ook aan onderzoeksinstellingen en de gevestigde media een belangrijke rol toebedeeld. Zij kunnen voorzien in betrouwbare informatie, zowel aan overheden als aan burgers. In het laatste geval kan dit bijdragen aan de vaardigheid van burgers om informatie te begrijpen en kritisch te
beoordelen, wat bijdraagt aan de maatschappelijke weerbaarheid.
Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de overheid bij de whole-of-society-aanpak een centrale rol vervult. Dit hoeft echter niet altijd de nationale overheid te zijn. Bij een crisissituatie zijn vaak vele partijen betrokken en de nationale overheid is niet altijd leidend, maar kan soms ook ondersteunend zijn. Zo ook kunnen defensie of anderen, afhankelijk van het type crisissituatie, een ondersteunende of juist leidende rol vervullen.
Relevant bij een whole-of-society-aanpak, is informatie-uitwisseling tussen betrokken actoren. Daarnaast is een gezamenlijke planning en training voor crisissituaties van belang. Verder mag van burgers worden verwacht dat zij de eerste 72 uur zelfredzaam zijn en daarnaast een ondersteunende rol vervullen. Dat kan bijvoorbeeld via sport- of buurtverenigingen of organisaties als het Rode Kruis. Op het moment suprême kunnen echter ook spontane burgerinitiatieven ontstaan.
Mensen in een kwetsbare positie
Een groep die niet uit het oog mag worden verloren, zijn mensen die kwetsbaar of minder zelfredzaam zijn. Dit kunnen kinderen of ouderen zijn, of mensen met een taalbarrière, een lichamelijke, visuele of auditieve beperking, of mensen die verblijven in een zorginstelling of een gesloten inrichting. Van overheden en andere betrokken actoren zal vooral naar hen, ook in de voorbereiding op crisissituaties, de aandacht dienen uit te gaan. In hoeverre zij ‒ bijvoorbeeld met de inrichting van noodsteunpunten ‒ worden bereikt, is nog de vraag.
Download het rapport en de factsheet
Heeft u een vraag over dit onderzoek?
Neem contact met ons op via dit formulier. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor correspondentiedoeleinden.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht
