Samenvatting
Brandweermensen worden in hun werk vaak blootgesteld aan ingrijpende incidenten. Na zo’n incident zijn psychosociale opvang en nazorg wenselijk; vaak gebeurt dit in de vorm van georganiseerde collegiale ondersteuning (Team Collegiale Ondersteuning, oftewel TCO). De richtlijn ‘Psychosociale Ondersteuning Geüniformeerden’ beschrijft deze vorm van onder
steuning. Brandweer Nederland heeft in 2016 de richtlijn vertaald naar de handreiking ‘Opvang en nazorg brandweer’. In de praktijk blijken er echter grote verschillen te zijn in de manier waarop regio’s de opvang en nazorg voor brandweermensen georganiseerd hebben. De vraag is of hierdoor brandweermensen na ingrijpende incidenten wel de juiste opvang en nazorg ontvangen.
Verschillen in inrichting van TCO
Het blijkt dat er flinke verschillen zijn tussen de uitgangsdocumenten en de manier waarop TCO is ingericht in de onderzochte veiligheidsregio’s. In al deze regio’s kunnen manschap pen, operationeel leidinggevenden en brandweermensen TCO aanvragen en zijn regionale
TCO-leden actief. Aanvullend biedt de meldkamer in enkele regio’s TCO nog proactief aan en zijn in sommige regio’s lokale TCO-leden (COT’ters) actief die na een ingrijpend incident een sleutelrol hebben in het monitoren van de ploegleden.
Ook vindt overal na het incident en de operationele debriefing het eerste TCO-gesprek met de ploeg plaats. TCO-leden bieden tijdens dit eerste gesprek vooral praktische ondersteuning. In het tweede en derde gesprek gaan ze verder in op wat het incident met de ploegleden heeft gedaan, en geven ze psycho-informatie waarin ze het verwerkingsproces verder toelichten en klachten normaliseren. In sommige regio’s vindt dit tweede en derde gesprek echter nooit plaats. Na drie TCO-gesprekken kunnen brandweermensen doorverwezen worden naar professionele hulpverleners zoals psychologen en maatschappelijk werkers.
Ervaren waarde van TCO
De gesproken brandweermensen ervaren TCO als waardevol om meerdere redenen: TCO-leden zorgen voor structuur in het gesprek, bieden ruimte om ervaringen en emoties onderling te delen, bieden praktisch hulp en ondersteuning, geven informatie over en handvatten voor verwerking, en bieden ondersteuning aan bijvoorbeeld bevelvoerders en ploegchefs. Diverse factoren zijn echter van invloed op de inzet, uitvoering en ervaringen met TCO.
Bijvoorbeeld de ‘machocultuur’ die in sommige posten nog heerst, waardoor TCO nauwelijks of zelfs niet wordt ingezet. De attitude van de operationeel leidinggevende speelt hierbij mede een rol. Bovendien verschilt de behoefte aan TCO tussen en binnen ploegen. Eerdere ervaringen, de functie en bekwaamheid van en klik met het TCO-lid zijn hierin mede bepalend. Tevens ervaren coördinatoren in sommige regio’s gebrek aan support, middelen en capaciteit vanuit de organisatie, wat een brede implementatie en verdere ontwikkeling van TCO bemoeilijkt.
Vervolg
Omdat dit onderzoek slechts verkennend van aard is, is een breder onderzoek wenselijk naar de situatie in alle veiligheidsregio’s, hoe de nazorg georganiseerd is en welke belemmerende en bevorderende factoren daarin een rol spelen.
Heeft u een vraag over dit onderzoek?
Neem contact met ons op via dit formulier. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor correspondentiedoeleinden.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht
