Samenvatting
De nazorg- en herstelfase is een relatief onderbelicht onderdeel van crisismanagement. Uit de internationale literatuur blijkt dat herstel na een ramp per persoon anders verloopt, dat de hulpbronnen waarover mensen vóór een ramp beschikken sterk bepalen hoe het hun daarna vergaat. En dat de problemen die op een ramp volgen vaak zwaarder wegen dan de gebeurtenis zelf. Deze kennis is nog niet systematisch vertaald naar de praktijk van de nazorg en het herstel.
Toegepast model
Dit onderzoek is onderdeel van het project NG-REC-NL (Towards a National Guideline on Recovery), waarin het NIPV met steun van het EU Civil Protection Mechanism werkt aan een landelijke richtlijn voor de nazorg- en herstelfase. Het project bestaat uit meerdere werkpakketten. Het werkpakket waartoe dit rapport behoort, richt zich op het individuele niveau, met als centrale vraag: hoe en waarom verloopt herstel tussen individuen verschillend, en hoe zijn deze verschillen te verklaren?
Om die vraag te kunnen beantwoorden, moet herstel van individuen eerst meetbaar en modelleerbaar worden gemaakt. Dit onderzoek zet hiervoor de eerste stap: het beschrijft een conceptueel model voor individueel herstel na een ramp.
Het model is gebaseerd op een narratieve review van internationale wetenschappelijke literatuur over herstel na rampen. In Scopus is gezocht naar studies over het langetermijnverloop van herstel, zonder beperking op publicatiejaar of land. Het betreft een narratieve synthese uitgevoerd door één onderzoeker, geen systematische analyse.
Herstel wordt in dit onderzoek opgevat als het proces waarbij iemands hulpbronnen zich na een ramp in de tijd herstellen, ten opzichte van het niveau van vóór de ramp. Hulpbronnen kunnen daarbij stabiliseren onder, op of boven dat niveau.
Drie theoretische kaders vormen de basis van het model: de Conservation of Resources-theorie, de trajecttypologie van Bonanno en de theorie over secundaire stressoren van Norris en collega’s, doorontwikkeld door Williams en collega’s.
Herstel wordt zichtbaar gemaakt in vier domeinen – mentaal, fysiek, wonen en financieel – die in de literatuur het meest consistent terugkeren en op individueel niveau meetbaar zijn. Per domein beschrijft het rapport de uitkomsten waarin herstel zichtbaar wordt, met één primaire uitkomst, en de voorspellers: kenmerken van vóór de ramp en van de ramp zelf die naar verwachting bepalen hoe het herstel verloopt.
De sociale dimensie is in het model geen apart domein, maar werkt via twee mechanismen op de hulpbronnen in: de verwachtingen van getroffenen en de geleverde steun. De achtergrondkenmerken van een persoon, zoals leeftijd, geslacht en opleidingsniveau, bepalen mede de hulpbronnen van vóór de ramp en blijven gedurende de hele herstelfase doorwerken. Na de ramp worden de hulpbronnen per domein herhaaldelijk gemeten; het patroon dat daaruit ontstaat, is het hersteltraject.
Beperkingen model
Het model rust op vijf aannames die de werkagenda vormen voor het empirische vervolgonderzoek. De beperkingen liggen in de ongelijk verdeelde bewijsbasis over de domeinen; in het narratieve karakter van de review; in de nog niet getoetste samenhang tussen de domeinen; en in praktische meetproblemen, zoals het vaststellen van de blootstelling en het verkrijgen van gegevens van vóór de ramp.
Hieruit volgen twee aanbevelingen: de factoren in het model bespreken met experts en professionals uit de praktijk, en een onderzoeksontwerp ontwikkelen waarin de vier domeinen gelijktijdig worden gevolgd, met een meting van vóór de ramp uit continu metende bronnen en een vergelijkingsgroep van niet-getroffen personen. De twee mechanismen vragen eerst om kwalitatieve verkenning.
Basis voor vervolg
Het rapport beantwoordt de centrale vraag van het werkpakket nog niet, maar maakt die vraag beantwoordbaar. Daarmee legt het de basis om betrokkenen bij de nazorg- en herstelfase in staat te stellen voorzienbare problemen na een ramp tijdig te herkennen en erop te anticiperen.
Heeft u een vraag over dit onderzoek?
Neem contact met ons op via dit formulier. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor correspondentiedoeleinden.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht
