Samenvatting
In 2023 vervulden 895 brandweerofficieren de functie van officier van dienst (OvD), hoofd officier van dienst (HOvD) of adviseur gevaarlijke stoffen (AGS). Beroepsbrandweerofficieren combineren hun repressieve (warme) taak tijdens incidenten als leidinggevende of als adviseur met een beheersmatige (koude) taak binnen de veiligheidsregio. Vrijwillige brandweerofficieren combineren hun brandweerfunctie met hun hoofdbaan buiten de veiligheidsregio.
Uit eerdere onderzoeken blijkt dat verschillende veiligheidsregio’s problemen ervaren met het werven en behouden van brandweerofficieren.
Doel en onderzoeksvragen
Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in:
- de verschillende aspecten van de werkbeleving van brandweerofficieren en hoe brandweerofficieren deze aspecten beleven.
- eventuele verschillen in werkbeleving tussen beroeps- en vrijwillige brandweerofficieren, brandweerofficieren met minder dan vijf jaar of langer dan vijf jaar werkervaring, officieren van verschillende genders en voltijd- en verticale instromers.
- vertrekintenties van huidige brandweerofficieren en vertrekredenen van oud-brandweerofficieren en hoe oud-brandweerofficieren hun vertrek hebben beleefd.
- de vraag of veiligheidsregio’s een probleem ervaren met het werven en behouden van brandweerofficieren en zo ja, welke problemen dit zijn.
De doelstelling heeft geresulteerd in drie hoofdvragen:
- Hoe beleven brandweerofficieren hun werk?
- Wat zijn vertrekredenen van oud-brandweerofficieren?
- Ervaren veiligheidsregio’s een probleem met het werven en behouden van brandweerofficieren?
Werkbeleving brandweerofficieren
De volgende elf aspecten van de werkbeleving van brandweerofficieren zijn onderzocht.
De motivaties en drijfveren van brandweerofficieren
De belangrijkste drijfveer is:
- ‘de mogelijkheid iets te kunnen betekenen voor een ander en/of de samenleving’, gevolgd door
- ‘de combinatie van de beheersmatige en repressieve functie’
- ‘trots voor het brandweervak’
- ‘samen de klus klaren’
- ‘de actie’.
Voor AGS’en is daarnaast ‘het gevraagd en ongevraagd advies kunnen geven’ een belangrijke drijfveer.
Synergie tussen de repressieve taken en de beheersmatige functie (of hoofdbaan)
Het grootste deel van de officieren vindt dat zij hun repressieve taken beter kunnen uitvoeren door de ervaring die zij opdoen in hun beheersmatige functie (of hoofdbaan) en vice versa.
Combineren van repressieve taken met de beheersmatige functie
Hoewel een groot deel van de brandweerofficieren aangeeft hun repressieve taken gemakkelijk te kunnen combineren met hun beheersmatige functie, geldt dit niet voor iedereen. Een deel van de brandweerofficieren ervaart stress door het combineren van beide functies, bijvoorbeeld omdat er in de beheersmatige functie te weinig rekening wordt gehouden met de repressieve taken.
Beroepsbrandweerofficieren ervaren in relatie tot hun hoofdbaan vaker problemen dan vrijwillige brandweerofficieren. Ook vrouwen ten opzichte van mannen en voltijders ten opzichte van zij-instromers ervaren vaker problemen met het combineren van beide taken.
Balans tussen piket en privé
De helft van de brandweerofficieren ondervindt nadelige gevolgen van de piketdienst op hun privéleven. Een deel ervaart hierdoor ook stress. Daarnaast geeft een kwart van de brandweerofficieren met zorgtaken (bijvoorbeeld voor jonge kinderen) aan problemen te ervaren met het combineren van deze taken met de piketdienst.
Alhoewel alle groepen brandweerofficieren deze problemen ervaren, ervaren voltijders en vrouwen ze vaker dan zij-instromers en mannen.
Opleiding versus praktijk
Waar de opleiding wel en niet voor opleidt: vrijwel alle brandweerofficieren vinden dat hun opleiding hen heeft opgeleid voor de vakbekwaamheid die zij nodig achten. Wel geeft ongeveer de helft aan dat de opleiding hen niet voldoende heeft opgeleid voor het opbouwen van werkrelaties met de ploegen, het aanspreken van de ploegen op hun houding en gedrag en op hun rol in de nazorg.
Loopbaan en ontwikkeling
Driekwart van de ondervraagde brandweerofficieren heeft het gevoel voldoende kansen te hebben gekregen om zich te ontwikkelen in hun beheersmatige en repressieve functie. Ruim de helft geeft aan verdere ambities te hebben en een even groot aandeel geeft aan te denken deze ook te kunnen waarmaken.
Niet iedereen heeft de behoefte om door te groeien, zoals OvD’s die niet willen doorgroeien naar HOvD, omdat zij dan minder uitrukken hebben en verder van de operatie denken te staan. Een kleine groep geeft in de groepsinterviews aan dat de hbo-eis voor het HOvD-schap of het beperkte carrièreperspectief als AGS demotiverend kan werken.
Autonomie
Vrijwel alle brandweerofficieren geven aan het belangrijk te vinden voldoende autonomie te hebben in hun repressieve en beheersmatige taken. Het overgrote deel ervaart dit ook in deze functies.
Waardering
Vrijwel alle brandweerofficieren vinden het belangrijk waardering te ontvangen voor hun repressieve en beheersmatige taken. Waardering wordt voornamelijk ervaren van collega-brandweerofficieren, manschappen en bevelvoerders en minder van de veiligheidsregio zelf.
Uit de groepsgesprekken blijkt dat het grootste deel van de brandweerofficieren meer behoefte heeft aan waardering door repressieve collega’s. Beroepsbrandweerofficieren, brandweerofficieren met minder dan vijf jaar werkervaring en brandweerofficieren uit de voltijdsopleiding ervaren vaker waardering vanuit de veiligheidsregio.
Invloed en betrokkenheid
Vrijwel alle brandweerofficieren vinden het belangrijk te kunnen meedenken over beslissingen die hun werk aangaan. De meerderheid voelt hiertoe ook de ruimte en heeft de indruk dat er ook iets met zijn of haar input gedaan wordt.
Ook geven bijna alle officieren aan dat zij door hun positie in de veiligheidsregio’s beslissingen van de veiligheidsregio’s beter begrijpen dan manschappen en bevelvoerders. Ruim de helft ziet het ook als zijn of haar rol om hun kennis over beslissingen van de veiligheidsregio te gebruiken om deze uit te leggen en te duiden op de posten en in de ploegen.
Nazorg
Ongeveer de helft van de brandweerofficieren geeft aan dat zij, hoewel er de laatste jaren vooruitgang is geboekt, ervaren deel uit te maken van een vergeten groep in de nazorg na ingrijpende incidenten.
De helft ervaart voldoende aandacht van direct leidinggevenden na een ingrijpend incident. Meer dan de helft van de officieren geeft aan informele nazorg belangrijker te vinden dan formele nazorg. Tot slot geeft een meerderheid aan er voldoening uit te halen om er te zijn voor de nazorg van directe collega’s.
Met betrekking tot verschillende groepen geven officieren met meer ervaring vaker aan een vergeten groep te zijn geweest, geven beroepsbrandweerofficieren vaker dan vrijwillige officieren aan ingrijpende incidenten voldoende te hebben verwerkt en geven vrouwen vaker dan mannen aan onvoldoende aandacht van hun direct leidinggevende te ervaren na een ingrijpend incident.
Vakbekwaamheid
Driekwart van de brandweerofficieren geeft aan dat de eigen vakbekwaamheid op het gebied van incidentbestrijding in orde is en de nieuwste ontwikkelingen op dit gebied goed te kunnen bijbenen. Een klein deel vindt dat de vakbekwaamheid van collega-brandweerofficieren niet altijd voldoende is en dat er niet altijd voldoende adequate maatregelen genomen worden tegen deze officieren.
Vertrekintenties en vertrekredenen
Bijna een derde van de huidige brandweerofficieren geeft aan ooit te hebben overwogen te stoppen als officier. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de werk-privébalans, de wijze waarop de veiligheidsregio wordt bestuurd (in repressieve functie) en onvrede over erkenning en waardering als brandweerofficier.
De belangrijkste vertrekreden van oud-officieren is eveneens de werk-privébalans, gevolgd door stoppen vanwege leeftijd en/of prepensioen en de wijze waarop de veiligheidsregio werd bestuurd in de repressieve functie.
Van alle brandweerofficieren die aangeven gestopt te zijn vóór hun pensioengerechtigde leeftijd, geeft ongeveer de helft aan dat dit voorkomen had kunnen worden. Tot slot geeft driekwart van de oud-brandweerofficieren aan geen exitgesprek gehad te hebben, terwijl de helft van de groep dit achteraf wel had gewaardeerd.
Perspectief veiligheidsregio
Dertien veiligheidsregio’s ervaren problemen met het werven van brandweerofficieren, bijvoorbeeld door de krappe arbeidsmarkt of het specifieke profiel dat de kandidaat moet hebben. Ook de doorstroom van OvD’s naar de functie van HOvD blijkt door gebrek aan onder andere een hbo-diploma van verticaal ingestroomde brandweerofficieren een probleem.
Zes regio’s ervaren een probleem met het behouden van officieren. Onder andere de moeilijk bij te benen hoge uitstroom in verband met leeftijd en uitstroom vanwege de impact van de piketfunctie op het privéleven worden hiervoor als reden genoemd.
Download het rapport, bijlagen en de factsheet
-
Schakelen tussen warm, koud en privé. Onderzoek naar de werkbeleving, vertrekintenties en vertrekredenen van (oud-)brandweerofficieren
pdf | 4 MB | 25-11-2024 -
Tabellen betrouwbaarheidsintervallen. Bijlage bij onderzoek naar werkbeleving van (oud-)brandweerofficieren
pdf | 347 KB | 25-11-2024 -
Volledige vragenlijst belevingsonderzoek (oud-)brandweerofficieren. Bijlage bij onderzoek naar werkbeleving van (oud-)brandweerofficieren
pdf | 524 KB | 25-11-2024 -
Factsheet Schakelen tussen warm, koud en privé. Onderzoek naar de werkbeleving, vertrekintenties en vertrekredenen van (oud-)brandweerofficieren
pdf | 3 MB | 25-11-2024
Heeft u een vraag over dit onderzoek?
Neem contact met ons op via dit formulier. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor correspondentiedoeleinden.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht
