Samenvatting
In dit werkdocument worden een aantal basisprincipes van brandbestrijding beschreven die generiek toepasbaar zijn. Deze basisprincipes zijn op zichzelf niet nieuw; de theorie van brand is immers niet opeens veranderd. Wat we wel zien, is dat de laatste jaren de branden en het brandverloop zijn veranderd. Er is bijvoorbeeld een veel grotere rookontwikkeling (ongeveer tien keer zo veel) en het brandverloop is moeilijker in te schatten. Dat komt doordat gebouwen luchtdichter worden gebouwd, en zowel de bouwmaterialen als de materialen van inventarisstukken veel meer olieachtige stoffen bevatten (kunststoffen). Daarnaast zien we dat er veel niet-gevalideerde ervaringen (mythes) in het vak zijn geslopen, en dat deze ervaringen bovendien vooral op het oude type branden zijn gebaseerd. Daardoor zijn basisprincipes vervaagd of niet (meer) geldig. Een laatste ontwikkeling die we zien, is dat er de afgelopen jaren veel theorie is toegevoegd aan de basiskennis, maar dat theorie niet altijd praktisch toepasbaar is, omdat de brandweer in de praktijk meestal maar over een deel van de informatie beschikt. Je zou kunnen zeggen: “we hebben het enerzijds te ingewikkeld gemaakt, anderzijds zijn een aantal simpele principes gaandeweg op de achtergrond geraakt”.
In een beeld
Door de bevindingen uit recent onderzoek van de Brandweeracademie, waarnemingen uit praktijkbranden, de resultaten van onderzoek uit het buitenland en principes uit ‘fire safety engineering’ hebben we deze basisprincipes nu op feiten gebaseerd in beeld.
Bevindingen
Het gaat om de volgende bevindingen.
- Onder tijdsdruk is de situation awareness van mensen beperkt. Dit is neurobiologisch bepaald. Ze zien niet alles, maar hebben een soort bewustzijnsvernauwing. Daardoor worden niet altijd de juiste besluiten genomen. Meer tijd nemen geeft ruimte om meer te zien en datgene wat we zien juist te interpreteren, om vervolgens een weloverwogen keuze te kunnen maken voor een kwadrant uit het kwadrantenmodel.
- Ook als er mensen gered moeten worden, is er feitelijk meer tijd dan we denken. De situatie kan zodanig verschillen, dat er altijd een kans is om te overleven. We kunnen dus niet zeggen dat een redding die één minuut later gestart wordt altijd té laat is, zeker als door het nemen van tijd de redding effectiever kan worden ingezet. Voldoende tijd nemen voor de verkenning levert informatie op die ons veel tijd en werk kan besparen.
- De offensieve binneninzet wordt als standaard inzettactiek beschouwd, terwijl deze niet altijd de veiligste en effectiefste inzet is, zeker niet als de weg naar de brand lang en de locatie van de brandhaard onbekend is.
- Het opbrengen van water op de brand is de effectiefste manier om hem onder controle te brengen. Als de brand van buiten zichtbaar is, kan dat, indien mogelijk, ook (het beste) van buiten gebeuren.
- Ventilatie (stroming) wordt in het algemeen te weinig als verkenningsindicator beschouwd.
- Het grootste gevaar in veel gevallen, namelijk de toevoer van zuurstof naar de brand (ventilatie, ‘air track’), wordt te weinig in de inzettechniek meegenomen. Deurcontrole wordt (nog) niet algemeen toegepast.
- We zien dat onvoldoende rekening wordt gehouden met het potentiële vermogen van een brand en deze daardoor vaak met te weinig koelend vermogen wordt bestreden, hoewel dit bij woongebouwen in de praktijk meestal goed gaat.
- Rookgaskoeling heeft beperkingen en is vooral van toepassing op kleine ruimten van maximaal 70 m2 en met een maximale hoogte van 4 meter. Het is zaak de inzetdiepte zo kort mogelijk te houden en zo snel mogelijk water op het vuur te brengen. De brand blussen is de beste rookgaskoeling.
- De gedachte dat met ventileren (openen van deuren en ramen, of gaten maken in het dak) de hitte en rook kan worden afgevoerd zodat daarna een binneninzet mogelijk is, blijkt veelal niet (meer) juist. Meestal werkt ventilatie zelfs averechts. Antiventilatie (het gebouw zoveel mogelijk gesloten houden) geeft daarentegen tijdwinst, óók bij een offensieve binneninzet.
- De mythe dat door van buiten naar binnen te blussen de brand naar binnen wordt gejaagd blijkt onjuist te zijn. Condities binnen kunnen juist verbeteren als er eerst met een gebonden straal van buiten tegen het plafond wordt gespoten. Daarna kan er een veiligere binneninzet worden gedaan. Dit wordt ook wel een offensieve binneninzet genoemd.
- Bij sommige korpsen is het toepassen van repressieve ventilatie erg populair. Hiervoor is fundamentele kennis van brandverloop een must, wetende dat techniek niet zonder gevaar is. Repressieve ventilatie kan het beste worden toegepast nadat de brand onder controle is gebracht. Bovendien moet er een uitstroomopening in de brandruimte zijn. De locatie van de brand moet dus bekend zijn.
De basisprincipes, die op bovenstaande bevindingen zijn gebaseerd, helpen brandweermensen in de praktijk bij het doen van een veilige en effectieve brandbestrijdingsinzet. Naast de toepassing in de brandbestrijdingspraktijk zijn de basisprincipes ook handig voor brandpreventie-adviseurs. Uitgaande van deze principes ontstaat namelijk inzicht in de (on)mogelijkheden van de brandbestrijding die bij preventie adviezen kunnen worden meegenomen.
Heeft u een vraag over dit onderzoek?
Neem contact met ons op via dit formulier. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor correspondentiedoeleinden.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht
