“De ramp na de ramp krijgt nog veel te weinig aandacht”

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, juni 2026

Daan Prevoo, burgemeester van Gemeente Valkenburg aan de Geul, spreekt vijf jaar na de overstromingen van 2021 nog altijd over de nafase. Niet omdat de crisis nog voortduurt, maar omdat de gevolgen voor inwoners, organisaties en de leefomgeving nog steeds voelbaar zijn. Volgens hem besteden veiligheidsregio’s, gemeenten en crisisprofessionals te weinig aandacht aan het voorbereiden op een nafase.

De nafase begint eerder dan we denken en duurt langer dan we beseffen

“Wat uitdagend is aan de nafase is dat niemand precies kan definiëren wanneer die begint, hoe lang deze duurt en wanneer deze eindigt. In mijn optiek zitten wij vijf jaar later nog steeds in de nafase. Voor sommige slachtoffers eindigt die zelfs nooit.”

Volgens Prevoo ligt de focus in crisisbeheersing vooral op de acute fase. “We hebben in Nederland veel georganiseerd voor de crisis zelf. Maar de ramp ná de ramp krijgt stelselmatig veel minder aandacht. Terwijl juist daar de langdurige gevolgen zichtbaar worden. Ik zag dat direct na de overstromingen gebeuren. Terwijl hulpdiensten vertrokken en veel organisaties terugkeerden naar hun reguliere werkzaamheden, begon voor duizenden inwoners juist de zwaarste periode.”

“Ik zag mensen hun complete leven op straat zetten. Fotoalbums, kinderfietsen, diploma’s, persoonlijke bezittingen. Alles wat een huis tot een thuis maakt. Mensen waren niet alleen spullen kwijt, maar ook een deel van hun geschiedenis.”

Neem als overheid de regie

Een van de belangrijkste lessen die Prevoo heeft geleerd, is dat de overheid in de nafase zichtbaar aanwezig moet blijven.“Mijn eerste principe zou zijn: de overheid blijft in de lead. Ook in de nafase. Ik ben niet alleen burgemeester, maar ook burgervader. Als je mensen in zo’n situatie achterlaat met de boodschap dat ze vooral zelfredzaam moeten zijn, dan doe je geen recht aan wat zij hebben meegemaakt. Ik snap waar het vandaan komt, maar niet iedereen is even zelfredzaam. Mensen zijn hun administratie kwijt, hun telefoon kwijt, hun verzekeringspapieren kwijt. Dan kun je niet verwachten dat ze meteen zelf oplossingen gaan organiseren. In Valkenburg werd daarom een speciaal nafaseteam ingericht dat zich ruim een jaar bezighield met herstel, ondersteuning en coördinatie.”

Psychosociale hulp is meer dan een gesprek met een hulpverlener

Volgens Prevoo wordt psychosociale ondersteuning vaak te beperkt geïnterpreteerd.“Natuurlijk moet je maatschappelijke werkers, therapeuten en welzijnsorganisaties inzetten. Maar psychosociale hulp is ook iemand helpen begrijpen hoe een verzekering werkt. Of uitleggen welke stappen iemand moet zetten om schade vergoed te krijgen.  Onzekerheid maakt mensen kwetsbaar. Slachtoffers weten vaak niet waar ze moeten beginnen. En precies op dat moment verschijnen de oplichters.”

De oplichters komen ook

Een onderwerp waar volgens Prevoo nauwelijks aandacht voor bestaat binnen crisisbeheersing, is de criminaliteit die na een ramp ontstaat.“De aasgieren cirkelen als eerste boven het rampgebied. Dat klinkt hard, maar zo heb ik het ervaren. Ik heb gezien hoe malafide aannemers, nep-adviseurs en zelfbenoemde experts misbruik maakten van de situatie.Mensen kregen te horen dat ze snel een vloer konden krijgen of direct geholpen konden worden als ze alvast betaalden. Vervolgens zagen ze die mensen nooit meer terug.”

“Ook zogenaamde schade-experts maakten misbruik van slachtoffers. Mensen kregen te horen dat ze namens de burgemeester waren gestuurd. Een handtekening zetten kostte hen honderden euro’s zonder dat ze het beseften. Crisisprofessionals moeten zich realiseren dat criminaliteit en uitbuiting een vast onderdeel van de nafase kunnen zijn. Daar moet je op voorbereid zijn.”

Informele hulp is onmisbaar én ingewikkeld

Een ander inzicht betreft de enorme hoeveelheid spontane hulp die op gang komt na een ramp.“We hadden honderden vrijwilligers uit het hele land. Mensen met bezems, scheppen, voedsel, voertuigen en materialen. Mensen die gewoon wilden helpen.”

Volgens Prevoo wordt de complexiteit die deze informele hulp brengt, vaak onderschat. “De vraag is niet óf die hulp komt, maar hoe je die organiseert zonder dat formele hulpverlening wordt belemmerd. Er meldden zich veteranen om te helpen, er waren boeren die met tractoren evacuaties ondersteunden en toeristen die hun vakantie onderbraken om puin te ruimen. Je kunt en wilt dan niet zeggen dat mensen niet mogen helpen. Maar je moet wel nadenken hoe je die energie op een goede manier benut. Tegelijkertijd zagen we ook dat spontane initiatieven soms ontspoorden. Sommige mensen begonnen geld in te zamelen of goederen te verzamelen zonder toezicht. Een deel daarvan kwam uiteindelijk niet terecht waar het bedoeld was.”

Waarom oefenen we dit niet?

Misschien wel de belangrijkste vraag die Prevoo stelt, is waarom de nafase nauwelijks wordt geoefend. “We oefenen dit niet. Who cares?” Zijn antwoord klinkt scherp, maar komt voort uit ervaring.“We oefenen evacuaties, crisisstructuren en opschalingen. Maar de periode daarna duurt vaak veel langer en heeft minstens zoveel impact. Daar zouden veiligheidsregio’s veel meer aandacht aan moeten besteden. Daarbij gaat het niet alleen om procedures, maar vooral om verantwoordelijkheden, dilemma’s en menselijk handelen.Wie neemt de regie? Hoe ondersteun je slachtoffers? Hoe ga je om met vrijwilligers? Hoe voorkom je uitbuiting? Hoe organiseer je herstel? Dat zijn allemaal vragen die pas na de crisis echt zichtbaar worden.”

De belangrijkste les

Vijf jaar na de overstromingen is de belangrijkste boodschap van Prevoo nog altijd dezelfde. “Een crisis eindigt niet wanneer de oorzaak weg is. Dan begint voor veel mensen pas de echte opgave. Als we klimaatrisico’s serieus nemen, moeten we niet alleen nadenken over de crisis zelf, maar ook over alles wat daarna komt. Juist daar ligt nog een enorme opgave voor veiligheidsregio’s, gemeenten en bestuurders.”