Beter samenwerken bij hoogwater: Rijk en regio’s starten gezamenlijk traject

Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, november 2026

Renee Linck is projectleider van het Hoogwatertraject Regio-Rijk waarin rijksoverheid, waterschappen en veiligheidsregio’s samen opleiden, trainen en oefenen voor hoogwater en overstromingen. “Ik krijg nog vaak de reactie ‘O, jij bent van die grote oefening’, maar er is bewust gekozen voor een breder OTO-traject van anderhalf jaar en de borging ervan in een kennisbank.”

Van grote oefening naar doorlopend OTO-traject

Twintig jaar geleden vond de TMO plaats, de Taskforce Management Overstromingen: een grootschalige wateroefening naar aanleiding van de ravage die orkaan Katrina in Amerika aanrichtte. Die oefening vormde de oorsprong van de Stuurgroep Management Watercrises en Overstromingen (SMWO) dat er nu nog steeds is. “De partners hebben tegen elkaar gezegd: het zou eigenlijk wel goed zijn als we weer echt aan de slag gaan met elkaar”, vertelt Linck. Toch bleef het daarna lang stil. “We hebben nu ook een geactualiseerd landelijk crisisplan voor hoogwater en overstroming, maar dat is papier. Dat moeten we natuurlijk nog in de vingers gaan krijgen. We hebben bewust gekozen om niet opnieuw één grote oefening te doen, maar om er een doorlopend traject van te maken met kleinere trainingen, dilemma-sessies, opleidingen, meerdere oefeningen en een kennisbank.” Linck is voor het traject ingehuurd door het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, opdrachtgever namens de SMWO. Ze richtte samen met een brede projectgroep vanuit waterpartners, veiligheidsregio’s en ministeries het traject in.

Eerst opleiden, dan pas oefenen

Er zit een duidelijke opbouw in het traject, en dat is niet zonder reden. “Je hebt niks aan een oefening als mensen bijvoorbeeld niet goed hun rol weten”, legt Linck uit. “Dan ga je de samenwerking trainen, maar je weet zelf eigenlijk niet wat je moet doen in die samenwerking.” Daarom ook aandacht voor de O en de T in OTO: opleiden, trainen, oefenen. Eerst opleiden en trainen, dan ervaring opdoen in kleinere, bovenregionale oefeningen, en pas daarna een grotere oefening waarin Rijk en regio’s gezamenlijk participeren. “Iedereen doet mee in het netwerk, en alles wat we leren proberen we zoveel mogelijk te verspreiden. Het is uiteindelijk echt een ontwikkeling die je in dat netwerk wilt krijgen.” Uit eerdere ervaringen en oefeningen bleek dat de samenwerking tussen rijk en regio ontzettend belangrijk is. De overstroming in Limburg (2021) voegde daar een belangrijke les aan toe: de samenwerking tussen de ketens van water- en veiligheidswereld is ook belangrijk. “We hebben geleerd dat bovenregionaal en intersectoraal samenwerken, zeker als het echt zo groot is, geen vanzelfsprekendheid is.”

Dilemma’s zonder goed of fout

Een belangrijk onderdeel van het traject zijn de bestuurlijke dilemma’s. “Daar is geen goed of fout.”, zegt Linck. “We leren bestuurders om te gaan met die dilemma’s. Welke afwegingen maak je? Hoe stem je hierover af? Wat communiceer je daarover? Neem bijvoorbeeld het thema ‘evacuatie’. Dat lijkt heel makkelijk: we gaan mensen evacueren. Maar als je mensen van de ene helft van het land naar de andere helft moet brengen, en dat is niet voor een dagje maar voor echt lang, hoe doe je dat dan? En is dat niet gevaarlijker dan op de plek blijven en daarna hulp krijgen? Dat zijn allemaal moeilijke keuzes, waar bestuurders voor kunnen komen te staan.”

Het traject

“Op 2 november vindt een eerste dilemma-sessie plaats voor bestuurders: dijkgraven, burgemeesters en directeuren-generaal van ministeries. Ze krijgen dilemma’s voorgelegd: hoe zou je hiermee omgaan, wat verwacht je van de ander? Bovendien is het een ontmoetingsmoment waarop partners elkaar op dit thema weer treffen.”

“Daarna volgen de opleidingen, die we willen aanbieden vanuit een digitale kennisbank. Wij willen daarbij uitgaan van een bestaand platform dat makkelijk toegankelijk is, ook voor bestuurders. Daar komen dan trainingen, filmpjes en lesmateriaal te staan die bestuurders zelfstandig kunnen gebruiken, of die Rijkspartners, veiligheidsregio’s en waterschappen kunnen meenemen in hun eigen opleidingsprogramma’s.”

In het voorjaar van 2027 staat een bovenregionale oefening op de agenda, waarin meerdere regio’s, RWS en waterschappen met elkaar gaan oefenen. Die oefeningen worden door partners zelf georganiseerd, met ondersteuning vanuit ons traject. Later volgt een tweede bovenregionale oefening in een ander gebied. De inzichten en opbrengsten uit die oefeningen worden breed gedeeld met het netwerk, onder andere via het platform. “Komt daaruit bijvoorbeeld dat het goed is om kennis te hebben van een bepaald onderwerp, dan houden we daar in de opleidingen weer rekening mee. Zo is het traject ook interactief en borgen we tussentijds de inzichten.”

Wat betekent het voor veiligheidsregio’s?

Er is nauwe afstemming met het programma Klimaatveiligheid. Bijvoorbeeld in de ontwikkeling van producten, zoals de water-crisistraining. Via de bovenregionale werkgroep waterveiligheid blijven de veiligheidsregio’s aangehaakt.Voor veiligheidsregio’s ligt de winst daarnaast vooral in het bovenregionaal samenwerken en in de contacten met het Rijk. “Dat bovenregionale samenwerken speelt natuurlijk ook op andere thema’s”, benadrukt Linck. “Denk aan natuurbranden, waarvoor korpsen uit het hele land met elkaar aan de slag moesten. Het is nu dan het thema water waar we met elkaar mee aan de slag gaan, maar het helpt ook voor andere thema’s.” Uit onderzoek van het NIPV blijkt daarnaast dat de verbinding tussen veiligheidsregio’s en de waterschappen verder kan worden versterkt. Ook daar draagt dit traject aan bij. “Het zijn toch twee werelden, met een eigen taal en doctrines. Het is sowieso goed om elkaar daarin beter te leren verstaan.”