Samenvatting
Een brandweerlift wordt bij brand gebruikt voor het vervoer van manschappen en materieel. Aan zowel de lift als het gebouw worden daarom eisen gesteld. Deze eisen zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Warenwetbesluit liften 2016 (Wbl 2016). In de praktijk blijkt de samenhang tussen deze regels niet altijd duidelijk, net als de verantwoordelijkheden van betrokken partijen. Dit onderzoek brengt de regelgeving, verantwoordelijkheden en bevoegdheden rond brandweerliften in kaart.
Bouwregelgeving
Het Bbl stelt eisen aan brandweerliften in nieuwbouw, zoals de aanwezigheid van de lift, brand- en rookwerendheid, bereikbaarheid en ventilatie. Voor bestaande gebouwen geldt alleen een ventilatie-eis. Door het principe van verworven rechten hoeven bestaande gebouwen meestal niet te worden aangepast aan nieuwere, strengere voorschriften. Ook bij verbouwingen geldt dat de situatie niet mag verslechteren, maar doorgaans niet hoeft te worden verbeterd.
Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de bouwregelgeving. Het bevoegd gezag kan vergunningen verlenen, weigeren en in sommige gevallen voorzieningen voorschrijven. De bevoegdheid beperkt zich echter tot de bouwregelgeving en strekt zich niet uit tot de eisen uit het Warenwetbesluit liften 2016.
Regels voor liften
De regels voor liftinstallaties zijn vastgelegd in Europese en nationale wetgeving. Liften moeten voldoen aan veiligheids- en gezondheidseisen en worden voorafgaand aan ingebruikname en vervolgens periodiek gekeurd. De norm NEN-EN 81-72 bevat specifieke eisen voor brandweerliften, waaronder eisen aan de bouwkundige omgeving. Ook geldt de verplichting om maatregelen te treffen die een veilige werking van de lift waarborgen.
Conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI’s) voeren keuringen uit van nieuwe en bestaande liften. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NL-A) houdt toezicht op deze instanties en op de naleving van verplichtingen uit het Warenwetbesluit liften 2016. In de praktijk vindt toezicht op gebouwgebonden verplichtingen slechts beperkt plaats.
Samenhang tussen regels
De samenhang tussen de bouwregelgeving en de regels voor liftinstallaties kan wat betreft
brandweerliften als volgt worden omschreven:
- Nieuwbouw: Hét centrale voorschrift in het Wbl 2016 dat de afstemming tussen een lift en het gebouw beoogt, speelt in de praktijk geen rol meer bij de beoordeling. Het (gemeentelijk) bevoegd gezag, dat verantwoordelijk is voor de technische beoordeling van het gebouw, kan dit voorschrift namelijk niet toepassen, omdat zij geen bevoegd gezag is voor het Wbl 2016. Ook bij de conformiteitsbeoordeling (keuring) van liftinstallaties blijft dit voorschrift buiten beschouwing. Dat het er in de praktijk toch soms bij wordt betrokken, lijkt een verlegenheidsoplossing. Alleen de Nederlandse Arbeidsinspectie (NL-A) heeft hiervoor namelijk een formele bevoegdheid, maar maakt daar in de praktijk geen gebruik van.
- Bestaande situaties: Bestaande situaties hoeven zowel vanuit de bouwregelgeving als vanuit de regels voor liften niet verbeterd te worden. Het gemeentelijk bevoegd gezag heeft wel de bevoegdheid om voorzieningen in het gebouw te laten treffen, maar daar wordt in de praktijk zeer terughoudend mee omgegaan. In de praktijk blijkt dat bestaande brandweerliften niet altijd gekeurd worden als brandweerlift, maar enkel als ‘normale’ personenlift. Die praktijk is in strijd met de bouwregelgeving en met de regels voor liften. Hiertegen kan handhavend worden opgetreden.
- Bestaande, afgekeurde brandweerliften: Het Wbl 2016 verbiedt slechts het gebruik van een afgekeurde lift, maar verplicht niet tot verbetering. De NL-A ontvangt alleen onmiddellijke melding van de meest ernstige gebreken en ziet vervolgens toe op naleving van het verbod om zo’n lift te gebruiken. De bouwregelgeving verplicht wel tot verbetering, maar het bevoegd gezag wordt doorgaans niet geïnformeerd over het verbod.
- Vervangen bestaande brandweerlift: Bij vervanging van een bestaande brandweerlift zijn de vigerende essentiële veiligheids- en gezondheidseisen op de lift van toepassing, terwijl het gebouw niet hoeft te worden aangepast. Het bevoegd gezag zou het gebouw kunnen laten verbeteren, maar doet dit doorgaans niet. Degene die de keuring uitvoert (NL-CBI), heeft die bevoegdheid niet, maar besteedt hier in de praktijk wel aandacht aan.
Download het rapport
Heeft u een vraag over dit onderzoek?
Neem contact met ons op via dit formulier. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor correspondentiedoeleinden.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht
