KNMI: samenwerken aan beter begrip van klimaatrisico’s
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026
Lone Mokkenstorm – klimaatadviseur en meteoroloog bij het KNMI – werkt op het snijvlak van wetenschap en praktijk om organisaties beter gebruik te laten maken van klimaatinformatie. Volgens haar begint klimaatveiligheid met inzicht in risico’s én met samenwerking tussen disciplines om de impact van extreem weer beter te begrijpen.

Van weer naar impact
“Ik ben klimaatadviseur en zit tussen onderzoek, operatie en de buitenwereld in. Ik help organisaties met het gebruik van onze data en informatie, en ik geef duiding aan weersverwachtingen, zeker als er sprake is van extreem weer. Volgens Mokkenstorm nemen veel weersextremen toe in een veranderend klimaat. “Denk aan extreme hitte of extreme neerslag. Dat maakt het steeds belangrijker om vooruit te kijken. Als je niet weet wat de risico’s straks zijn, kun je mensen er ook niet op voorbereiden.”
Een belangrijk onderdeel van haar werk is klimaatattributie: onderzoek naar de relatie tussen extreem weer en klimaatverandering. “Op het moment dat er een weersextreem plaatsvindt, doen we zo snel mogelijk onderzoek naar wat de link met klimaatverandering is. Wat zegt dat over hoe risico’s veranderen en wat we in de toekomst kunnen verwachten? Dat helpt om het concreet te maken voor beleidsmakers.”
Klimaatveiligheid vraagt samenwerking
Volgens Mokkenstorm is meteorologische kennis alleen niet voldoende om klimaatveiligheid goed te begrijpen. “Wij kunnen wel aangeven hoe het weer verandert, maar als je niet weet wat de impact daarvan is op de samenleving, kun je er eigenlijk nog niet zoveel mee. Daarom werken we steeds meer samen met partners, zoals de veiligheidsregio’s en het NIPV. Wij brengen onze meteokennis in en zij brengen kennis van het werkveld. Samen krijg je een completer beeld van wat klimaatverandering betekent voor de maatschappij.”
Het beter begrijpen van impact vraagt ook dat organisaties elkaars werk leren kennen. “Je moet een beetje elkaars taal leren spreken. Op het gebied van water gaat dat al vrij goed, omdat we daar al langer samenwerken met bijvoorbeeld Rijkswaterstaat. Maar ook met andere partners, zoals de politie of veiligheidsregio’s, helpt het enorm om inzicht te krijgen in elkaars werkpraktijk. Als je beter begrijpt hoe iemand werkt, kun je ook beter bepalen wat relevante informatie is.”
Volgens haar helpt het om letterlijk mee te kijken in elkaars werk. “Het kan heel waardevol zijn om een keer een dienst mee te draaien in de Weerkamer, of om iemand uit te nodigen bij een partnerorganisatie. Dan zie je waar de informatie uiteindelijk voor wordt gebruikt.”
Van data naar bruikbare informatie
Een belangrijke ontwikkeling is dat meteorologische informatie steeds meer wordt gekoppeld aan toepassingen voor veiligheidsregio’s. “We maken bijvoorbeeld een risicobeeld waarin we verder vooruitkijken dan de reguliere verwachting en de kans op gevaarlijk weer aangeven. Veiligheidsregio’s kunnen die informatie combineren met kennis over wat er lokaal speelt, zoals grote evenementen. Wij hebben niet altijd zicht op wat er in een regio gebeurt, terwijl dat wel van invloed is op de impact van weer.”
Ook bij hitte wordt gewerkt aan nieuwe manieren om risico’s beter inzichtelijk te maken. “We kijken hoe we de hittekracht – gebaseerd op de WBGT – kunnen meenemen in onze informatievoorziening. De WBGT wordt al gebruikt bij sommige grote evenementen en geeft een beter beeld van de belasting van hitte op het lichaam dan temperatuur alleen. De hittekracht vertaalt die waarde naar een schaal van 0 tot 10. Dat kan helpen om risico’s beter te duiden, bijvoorbeeld bij evenementen of langdurige hitte.”
Volgens Mokkenstorm is het belangrijk dat dit soort informatie goed landt bij gebruikers. “In het extranet van de veiligheidsregio’s is de WBGT bijvoorbeeld al tot twee dagen vooruit beschikbaar. Dat soort informatie kan helpen om beter voorbereid te zijn.”
Wetenschappelijke basis voor klimaatveiligheid
Het KNMI levert ook een belangrijke inhoudelijke basis voor klimaatveiligheid via publicaties zoals De Staat van ons Klimaat. “In dat rapport kijken we jaarlijks terug op het weer van het afgelopen jaar en plaatsen dat in de context van klimaatverandering. Daarmee bieden we de wetenschappelijke basis over wat er verandert. Klimaatveiligheid gaat vervolgens over de beleidsvraag: hoe beschermen we ons tegen die veranderingen?”
Volgens Mokkenstorm versterken wetenschap en praktijk elkaar. “Het helpt als je extreme gebeurtenissen concreet kunt maken. Als je statistisch kunt laten zien hoe vaak iets voorkomt en hoe dat verandert, wordt het voor beleidsmakers beter bruikbaar dan algemene uitspraken over gemiddelden.”
Motivatie: bijdragen aan maatschappelijke impact
“Ik ben ooit begonnen in de Weerkamer met het idee dat ik iets wilde doen met maatschappelijke impact. Ik ben bewust niet alleen het onderzoek ingegaan, omdat ik juist de praktische toepassing belangrijk vind: wat kunnen we doen om de impact van klimaatverandering te beperken?”Volgens Mokkenstorm ligt daar ook een belangrijke les voor klimaatveiligheid. “Je hebt verschillende soorten kennis nodig om tot goede oplossingen te komen. Door samen te werken, kun je beter begrijpen wat klimaatverandering betekent en hoe je daarop kunt anticiperen. Uiteindelijk helpt dat om Nederland ook in de toekomst veilig te houden.”
