#inthespotlight: urgentiebesef als motor voor samenwerking bij grootschalige evacuaties
Nieuws van het programma Klimaatveiligheid, april 2026
“De sleutel voor een betere voorbereiding op grootschalige evacuaties zit niet alleen in planvorming, maar vooral in samenwerking, regie en urgentiebesef”, zegt Marcel Huijbrechts. Naast beleidsadviseur brandweerzorg en crisisbeheersing bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is Huijbrechts HOVD, Leider CoPI en groepscommandant USAR.

Foto: Beeldarchief Rijkswaterstaat.
Samenwerken vanuit noodzaak
“Een van onze grootste klimaatrisico’s is het overstromingsrisico. Vanuit mijn rol als waterfunctionaris werkte ik al aan de planvorming rondom dat scenario, zowel vanuit crisisbeheersing als risicobeheersing. Daarbij is er een duidelijke link met het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden, waarin de opdracht lag om een bovenregionaal evacuatieplan verder vorm te geven.”
Die opdracht vormde de aanleiding voor een samenwerking tussen meerdere veiligheidsregio’s. “We zijn met veiligheidsregio’s als Utrecht, Gelderland-Zuid, Midden West-Brabant en de veiligheidsregio’s in Zuid-Holland (W4) aan de slag gegaan. Later haakten ook Zeeland, Amsterdam-Amstelland, Zaanstreek-Waterland en Noord-Holland Noord aan. Uiteindelijk werken we met een consortium van elf regio’s samen aan hetzelfde vraagstuk.”
Ons project richt zich op verschillende onderdelen van evacuatie, zoals vervoer, opvang, communicatie, leiding en coördinatie en nazorg. “We hebben de thema’s verdeeld over regio’s, zodat iedereen een onderdeel verder uitwerkt. Op die manier benut je bestaande kennis en voorkom je dat iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden.”
Leren van bestaande planvorming
Een belangrijk inzicht uit het traject is dat er al veel kennis beschikbaar is, maar dat deze vaak versnipperd is. “Er was niet echt een bovenregionaal platform waar regionale planvorming samenkomt. Daarom heb ik een Teams-omgeving ingericht waarin regio’s hun documenten kunnen delen. Dan zie je dat iemand zegt: wacht even, hier hebben wij al over nagedacht. Zo breng je bestaande kennis bij elkaar en maak je die bruikbaar voor anderen.”
Volgens Huijbrechts zit daar een belangrijke les. “De kracht zit vooral in het samenbrengen van planvorming die al aanwezig is. Door dat inzichtelijk te maken, ontstaat er versnelling.”
Een concreet voorbeeld is de ontwikkeling van een overzicht waarin maatregelen gekoppeld zijn aan dreigingsniveaus. “Daarin zie je welke besluiten je moet nemen bij oplopende dreiging, zodat je tijdig een evacuatie kunt starten en afronden voordat de piek van een overstroming optreedt.”
Praktische invulling van evacuatie
Binnen het project wordt nadrukkelijk gekeken naar praktische uitvoerbaarheid. “Bij vervoer hebben wij bijvoorbeeld een vervoerscoördinator gekoppeld aan de planvorming. Het idee is dat iedere veiligheidsregio zo’n coördinator heeft, zodat de vervoerscoördinatoren gebruik kunt maken van elkaars logistieke netwerk. Dan hoef je niet alleen binnen je eigen regio te zoeken naar capaciteit, maar kun je landelijk kijken waar middelen beschikbaar zijn.”
Ook bij opvang wordt voortgebouwd op bestaande ervaringen. “We kijken naar methoden die zijn gebruikt bij de opvang van vluchtelingen en ontheemden uit Oekraïne. Het streven is dat regio’s zich committeren aan een bepaald aantal opvangplekken, zodat je snel kunt schakelen als een evacuatie nodig is.”
Verschillen in prioriteit
Samenwerken met veel partners brengt ook uitdagingen met zich mee. “De prioriteit verschilt per regio. De ene regio heeft meer ruimte dan de andere. Daardoor lopen sommige thema’s sneller dan andere. Het blijft zoeken hoe je de doorzettingskracht kunt vergroten, zodat het project niet afhankelijk wordt van één regio.”
Volgens Huijbrechts is het belangrijk om capaciteit structureel te organiseren. “Het helpt dat er nu initiatieven zijn om bovenregionaal capaciteit vrij te maken voor klimaat- en watervraagstukken. Dan wordt het minder vrijblijvend en krijgen mensen ook de ruimte om hier tijd in te investeren.”
Urgentiebesef als sleutel
De belangrijkste les uit het traject is volgens Huijbrechts het belang van urgentiebesef. “Klimaat is een sluipende crisis. Als je er nu niets aan doet, merk je daar vandaag misschien weinig van. Maar over twintig of vijfentwintig jaar heb je er veel last van. Dan zeggen we: hadden we toen maar die beweging gemaakt.”
Volgens hem helpt een crisis soms om dat besef te vergroten. “Na grote incidenten zie je dat er veel aandacht ontstaat voor preventie. Maar na verloop van tijd zakt dat weer weg. Terwijl het urgentiebesef juist nodig is om nu stappen te zetten.”
Stresstesten kunnen helpen om dat gesprek te voeren. “Zo’n stresstest is ook een communicatiemiddel. Het laat zien wat de impact kan zijn van extreme neerslag of overstroming. Dan wordt inzichtelijk wat uitval van systemen betekent en wat dat vraagt van onze voorbereiding.”
Neem regie en begin
Aan collega’s die met vergelijkbare vraagstukken aan de slag gaan, geeft Huijbrechts een duidelijk advies. “Pak regie en ga aan de slag. Als je de regie neemt, kun je zelf de voortgang bepalen en laten zien hoe samenwerking kan werken. Ik hoop dat er meer van dit soort initiatieven ontstaan.”
Volgens hem werkt een aanpak vanuit gezamenlijke motivatie beter dan een opgelegde opdracht. “Ik heb dit opgepakt vanuit de noodzaak die we met elkaar voelen. Dan ontstaat er een andere energie om samen te werken. Dat is juist bij klimaatvraagstukken belangrijk.”
Vooruitkijken: ethische dilemma’s en herstel
Naast de praktische voorbereiding ziet Huijbrechts ook andere vraagstukken opkomen. “We krijgen steeds vaker te maken met ethische dilemma’s. Bijvoorbeeld de vraag waar je capaciteit inzet als niet iedereen tegelijk geholpen kan worden. Dat zijn moeilijke keuzes, maar het helpt om daar vooraf over na te denken.”
Ook herstel verdient volgens hem meer aandacht. “We hebben veel aandacht voor de voorkant van een crisis, maar herstel is minstens zo belangrijk. Na een overstroming moet je zorgen dat een getroffen gebied weer stabiel wordt. Daar is nog niet altijd een duidelijke structuur voor.”
Volgens Huijbrechts vraagt klimaatveiligheid daarom om een brede blik. “Het gaat niet alleen om planvorming, maar ook om samenwerking, morele afwegingen en lange termijn herstel. Door daar nu in te investeren, bouwen we aan een robuustere aanpak voor de toekomst.”
